Hoe het noorderlicht (niet) te spotten

Drie Britten, twee Italianen en twee Belgen… Het zou het begin kunnen zijn van een middelmatige mop, maar voor ons zijn het de ingrediënten die nodig waren om het noorderlicht te spotten.

Eerste pogingen

Zodra het vliegtuig touchdown had met Reykjavik Airport, zat ik voortdurend op de site van het Icelandic Met Office. Niet alleen om het weer als een maniak te volgen, maar ook om de aurora voorspellingen vanbuiten te leren.

Dat vanbuiten leren ging erg makkelijk, want verder dan Quiet en Low kwamen de voorspellingen niet. De leek in mezelf vertaalde deze voorspellingen als: ‘er is geen scheet te zien’. Tot de forecast wijzigde naar Moderate – plots zeiden IJslanders en plaatselijke gidsen ons dat we héél zeker het noorderlicht zouden zien. Als leek zou ik ‘moderate’ vertalen als ‘meh’, maar blijkbaar was het a big thing. En, zeiden ze al troostend, als we het de avond dat het moderate was niet zouden zien, dan zeker wel tegen het eind van onze vakantie.

Dus de avond dat het ‘moderate’ was, verliet ik ’s nachts de campervan om naar het toilet te gaan. Dat was al een hele prestatie, want het was al 48u code geel en ik had al even veel uur geen oog dicht gedaan door de hevige windstoten die onze camper heen en weer schudden. Ik keek naar de lucht en waar er bij het slapengaan nog geen enkele wolk te zien was, zag ik nu wat wolken. Ik keek nog wat verder naar de wolken; het was wel wat vreemd. Ik zag nergens felgroene dansende lichten, dus ik besloot ASAP de camper terug in te sprinten. De wind gaf de uitdrukking freezing my tits of een iets te letterlijke invulling voor mij. Bovendien waren we verzekerd dat we het zeker zouden zien.

Elke avond ging ik naar de lucht kijken, maar de voorspellingen bleven hangen op Quiet en Low. En de lucht, nu ja, die bleef zwart.

Vidgelmir Cave Tour

De sleutel tot het zien van het noorderlicht bleek helemaal niet te liggen in het kijken naar de lucht, maar wel in het volgen van een groepstour door een lavagrot in Zuid-IJsland. Nu ja, groepstour: we waren met acht – gids incluis – en waren hiermee ook de enige toeristen van de dag. Voor een tour waar normaal dagelijks 150 personen aan deelnamen, waren we dus een erg kleine groep. Dat maakte interactie niet alleen gemakkelijk, maar ook noodzakelijk. Niets zo awkward als acht mensen die niets tegen elkaar zeggen maar wel anderhalf uur samen door moeten brengen.

En zo kwam het dus dat we na heel wat corona-gerelateerde klachten tot leukere gesprekken kwamen en leerden dat het Italiaanse koppel op huwelijksreis was. Ze waren niet alleen op huwelijksreis: ze hadden hun vijfdaagse quarantaine afgesloten met het zien van het noorderlicht. Per ongeluk, want de man was uit hun camper gestapt om naar het toilet te gaan en had het noorderlicht zomaar gespot. Exact zoals ik dacht dat het zou verlopen bij ons. Tot overmaat van ramp had de vrouw er zevenduizend foto’s van gemaakt en begon ze deze spontaan te tonen.

In coronacontext is het héél moeilijk om foto’s te bekijken als je maar 1m64 bent. Maar de glimpsen van het camerascherm die ik tussen alle ruggen door zag waren zo groen als een kikker. En niet zomaar eender welke kikker, maar zo groen als onderstaande Glass Frog.

(Afbeelding: Wikipedia)

Ik zag ondertussen even groen van jaloezie als bovenstaande kikker. Haar man bleef intussen maar herhalen dat de foto’s helemaal niet overeenkwamen met de realiteit en dat de camera kleuren anders ziet. In al mijn verblindende jaloezie dacht ik dat hij bedoelde dat hun foto’s de werkelijkheid geen eer aandeden.

Tot onze Britse gids plots vroeg of het ook groen was. Beetje onhandig om kleurenblind te zijn als geoloog, dacht ik. De foto’s waren toch overduidelijk helgroen? Wat een vraag. Het antwoord van de twee Italianen was plots minder eenduidig. Ja, het was wel een beetje groen, misschien, ja, een hint, een vleugje, iets.

I’ve seen the Northern Lights a lot, but for me they almost always appear as a milky white substance, not green’, zei de Britse geoloog. En hij voegde er nog iets aan toe: ‘In mijn ervaring tonen de lichten zich het vaakst tussen 23u30 en 00u30 en dan nog eens rond 02u00. En meestal tonen ze zich zo ongeveer vijf dagen na elkaar’.

De voorlaatste avond

Het spreekt dus voor zich dat het plan onmiddellijk gemaakt werd om die avond te gaan spotten, ondanks de ‘low’ voorspelling. De Italianen hadden het licht namelijk de dag ervoor gezien, dus volgens de gids hadden we een verhoogde kans om het ook te zien.

Dus reden we om 21u30 naar een meer vlakbij Reykjavik waar geen lichten waren. En we wachten. En wachten. En bleven maar voor ons uit kijken in de auto. En we zagen niets. Letterlijk niets. Zelden reed er een wagen voorbij en werden we verblind door autolichten. Wat niet zo erg was, want er was toch niets te zien.

De laatste twee Britten

Nog vijf minuten, gingen we het geven. In die vijf minuten gebeurde er iets vreemd. Een wagen parkeerde zich naast ons. Twee mensen sprongen uit de wagen en begonnen dingen op hun wagen te plaatsen. De dingen… ze wezen naar achter ons. Was er daar iets te zien?

‘Gaan we uitstappen en ook kijken?’, vroeg ik.
‘Nee’, kreeg ik.

Hoe langer ik naar de vreemde objecten op de wagen keek, hoe zekerder ik was dat het fototoestellen waren. Waar neem je in godsnaam in het midden van de nacht foto’s van?

‘Ik ga uitstappen’, zei ik. Geen vragen meer.

Twee uur lang was ik al voor me uit aan het kijken in de auto. Nu stond ik naast de wagen naar de andere kant te kijken. En daar waren ze weer. Die rare wolken die ik ook had gezien op die ijskoude avond met code geel op de camping.

‘Ik zie alleen maar rare wolken, maar ze zijn wel echt heel raar en ze bewegen wel redelijk snel voor een wolk, misschien moet je eens komen kijken’.

En zo stonden we dan plots te kijken naar wat rare wolken, die voor onze ogen echt begonnen te dansen en zo onmiskenbaar na enkele minuten geen wolk meer waren.

En zo realiseerde ik mij: ‘Shit, als ik die avond op de camping drie Britten en twee Italianen had ontmoet, dan had ik de vreemde wolken die avond ook herkend voor wat ze waren: strepen noorderlicht’.

Reizen tijdens Corona

De informatie in deze blogpost dateert van eind augustus 2020 en heeft betrekking op de reisvoorwaarden die op dat moment van toepassing waren. Wil je zelf op reis vertrekken? Check dan zeker de actuele stand van zaken.

En jullie hebben dan beslist om toch nog naar IJsland te gaan?’ – het was één van de meest gestelde vragen vlak voor ons vertrek. Tot onze eigen grote verbazing hebben we inderdaad zelf beslist om onze reis (toch) door te laten gaan.

Waar we in maart dachten dat ‘de problemen’ in september toch opgelost zouden zijn; waar we in mei geloofden dat alles wel geannuleerd zou worden voor ons en waar we in juli nachtmerries hadden van bubbels, rode zones en eeuwigdurende quarantaines… Nooit hadden we gedacht dat de beslissing in onze eigen handen zou liggen. En dat we er toch vollenbak voor zouden gaan.

Pre-registration Form: Twee tests én verplichte quarantaine

Op 19 augustus 2020 verstrengde de IJslandse overheid haar toegangscriteria voor toeristen. Maximaal 72 uur op voorhand moet je een formulier invullen waarin je verklaart geen COVID19 symptomen te ervaren en waarbij je je persoonlijke gegevens én verblijfsgegevens nalaat. Je geeft hier ook aan of je opteert voor 14 dagen quarantaine of voor twee coronatests met daartussen een verkorte quarantaine (5 à 6 dagen). Wanneer je hier al opteert voor die tweede optie dan zijn de tests goedkoper dan als je ter plaatse pas de beslissing neemt.

Wij opteren voor de twee tests en tussentijdse quarantaine. We hebben in totaal drie weken IJsland geboekt, dus twee weken volledig kwijtspelen is voor ons net iets te veel van het goede. We duiden dit al aan in het pre-registration form en betalen hiervoor ISK 9000 per persoon (omgerekend +/- €112 voor ons samen).

We kregen een bevestigingsmail en barcode toegestuurd. Die barcode is essentieel en we moesten deze verschillende keren tonen tijdens onze reis (zowel in de luchthaven van Brussel, als in Frankfurt en Keflavik).

De vlucht

Onze vlucht zou oorspronkelijk verzorgd worden door Icelandair en vertrekken vanuit Zaventem naar Keflavik (IJsland). Twee dagen voor vertrek werden we echter overgeplaatst naar een vlucht vertrekkende vanuit Frankfurt (Duitsland). Daardoor werd onze korte vliegreis serieus verlengd.

We werden ’s ochtends vroeg (+/- 07u45) door een fantastische schoonbroer (en met mondmasker!) naar de luchthaven gebracht. Daar ging de controle heel vlot. Er waren bijzonder weinig reizigers. Alle procedures verliepen zoals gekend. De enige bijzonderheden waren het opnemen van de temperatuur (in een aparte container met warmtecamera’s), het voortdurend dragen van mondmaskers en de aanwezigheid van extra wasbakken en handgels.

Onze vlucht naar Frankfurt zat – tegen onze verwachtingen in – toch voor 75% vol. In Frankfurt aangekomen waren er verschillende terminals dicht. Eén van de drukste luchthavens op het Europese vasteland lag er uitzonderlijk leeg bij – en dat tijdens een vakantieperiode. In Frankfurt werd ook meteen duidelijk waarom we overgeboekt werden: de vlucht naar IJsland was bijzonder leeg. Enkele IJslandse gezinnen die terugkeerden en vijf toeristen vulden de Icelandair vlucht.

Aankomst in de luchthaven (en COVID19-test)

Ook hier een mondmaskerplicht en de langverwachte coronatest. Dit was de eerste horde die we moesten nemen: nog voor het afhalen van de bagage of de grenscontrole werden we naar een grote zaal geleid waar verschillende cabines gebouwd waren. In elke cabine zit een verpleger met medisch materiaal. Hij scant je barcode en voert het onderzoek vervolgens uit.

Er worden twee swipes genomen: één uit de keel en één uit de neus. Beide stalen zijn niet pijnlijk; enkel de staal uit de neus is onaangenaam. De staaf irriteert en kan zorgen voor hoestbuien en je moet er ook van snuiten. Pro tip: snuit dus zeker je neus voor je eraan begint.

Al bij al duurt het onderzoek zo’n twee minuten. Vervolgens ga je door naar de paspoortcontrole en ga je het land binnen.

Quarantaine

Het is de bedoeling dat je na aankomst in de luchthaven onmiddellijk naar de plaats gaat waar je in quarantaine zal gaan zitten. Deze plaats moet aan een hoop vereisten voldoen. Er is een lijst beschikbaar met alle accommodaties die personen in quarantaine mogen en kunnen ontvangen. Het mag dus geen camping, campervan, tent,… zijn. Het moet een vaste verblijfsplaats zijn waar je gescheiden leeft van anderen (en dus eigen sanitair hebt). Je mag niet gaan winkelen en moet er dus voor zorgen dat je leeft op een plaats waar het voedsel tot bij jou kan komen (zonder contact). Daarom besloten we uit de lijst een appartement in Reykjavik te kiezen.

Tijdens de quarantaine zijn er een hoop zaken die je wel en niet mag doen. Deze wijzigen regelmatig, maar op het moment van schrijven waren deze maatregelen van kracht:

  • Enkel telefonisch contact met gezondheidsdiensten
  • Enkel wandelen op niet-toeristische plaatsen, buiten het stadscentrum en ten alle tijden 2 meter afstand bewaren
  • Geen contact met personen die behoren tot een ander huishouden
  • Geen gebruik maken van bussen, enkel privé-vervoer toegestaan (eigen wagen, taxi of huurwagen)
  • Je mag niet met de wagen rijden, behalve om van de luchthaven naar je plaats van quarantaine te gaan (en naar de plaats van je tweede test)
  • Je mag geen toeristische attracties bezoeken
  • Je mag geen restaurants, bars, fitnesscentra, zwembaden, cinema’s, theaters bezoeken
  • Je mag geen supermarkten, apotheken of andere winkels bezoeken
  • Je mag niet naar school of het werk

Testresultaten

De resultaten van je eerste test krijg je binnen de 24u. Wij deden onze test rond 16u00 woensdagnamiddag en hadden diezelfde dag om 22u30 een sms met onze resultaten in (negatief, geen COVID19). Je krijgt de resultaten per sms. Je wordt ook sterk aangemoedigd om de Rakning C-19 app te downloaden, een contact tracing app die voortdurend je locatie bijhoudt. Als je deze app hebt, verschijnt het resultaat ook in deze app.

Na het ontvangen van de testresultaten, krijg je ook een mail met de locatie en het tijdstip van de opvolgtest. Onze opvolgtest vindt plaats 5 dagen na aankomst (dus aankomst op woensdag en tweede test op maandag). Als je na 24u nog geen telefoon hebt gehad na het afnemen van deze 2e test dan wordt je quarantaine opgeheven. Test je positief? Dan word je opgebeld en moet je de instructies van de IJslandse overheid volgen.

Het quarantaine appartement

Het appartement dat we uitkozen ligt vlak naast het centrum van Reykjavik. Daar hebben we momenteel weinig aan, ware het niet dat eten hier makkelijk bezorgd kan worden. We verblijven in één van de Mjölnir Appartments en dat bevalt goed.

  • 2 Slaapkamers
  • Badkamer met douche en wasmachine
  • Grote keuken met oven en vaatwasser (whaaaat?)
  • Grote leefruimte waar we ook makkelijk nog enkele dagen van ‘thuis’ uit konden werken in alle comfort
  • Snellere WiFi dan in België, ik wou dat al mijn Teams-calls zo goed gingen de afgelopen maanden. @Telenet: DOE BETER UW BEST.
  • Enige nadeel: onze bel werkt niet dus we moeten als haviken op uitkijk staan bij leveringen. Nu ja, we hebben toch niets beter te doen.

Boodschappen doen tijdens je quarantaine

Je kan makkelijk boodschappen doen online via aha.is. Dit is een verzamelwebsite waar je zowel boodschappen kan doen als afhaalmaaltijden op kan bestellen. Een soort Delhaize Collect meets Deliveroo.

Het boodschappen doen zelf is niet mega handig. Je kan alleen zoeken op IJslandse zoekwoorden dus Google Translate is je beste vriend. Of je kan zoals ons gewoon door eindeloze lijsten scrollen en op prentjes klikken die je leuk vindt.

Het bezorgen is gratis boven een bepaald bedrag en daar zaten we snel aan. We hebben voor vijf dagen eten besteld en zaten hiermee aan +/- €100. Voor die €100 hebben we minder dan wat we in België voor €100 zouden kopen in de Delhaize. Het leven is hier dus inderdaad duurder dan bij ons. Hou daar zeker rekening mee bij het budgetteren van je reis.

Verder hebben we hier ook al een restaurantmaaltijd laten bezorgen (Indisch: 2 curries, 2 naans en 1 portie samosa). Hiervoor hebben we €63 betaald: beduidend meer dan in België. De supermarkt leverde echter al niet meer en we hadden verdomd honger. Er werden €9 bezorgkosten aangerekend en gelukkig hadden we wel voldoende eten om ook de dag daarna nog middagmaal te hebben.  

Het leveren en bestellen via aha.is verloopt dus erg vlot en is volledig te vertrouwen.

Veilig reizen

Dus ja, we houden ons hier scherp aan alle regels. Geen Belgische foefjes waarbij we regels en wetten proberen te omzeilen. We zitten hier nu, op moment van schrijven, in ons appartement.

We voelen ons hier zeer veilig. De besmettingsgraad in IJsland ligt lager dan het Europese vasteland, momenteel ligt er niemand in het ziekenhuis en onze plannen zijn om een 4×4 campervan te huren en daarmee door de highlands te reizen. In hindsight zou ik deze quarantaine nog altijd verkiezen boven een quarantaine-loze vakantie op het vasteland Europa, waar de zones elke vijf minuten lijken te veranderen. Zodra we de deur van dit quarantaine-appartement achter ons dichttrekken kunnen we, voor het eerst in maanden, zorgeloos het binnenland verkennen.

Reisadvies

Schuldig.

Dat ik dat thuisblijven wel fijn vind.
Dat ik te veel werk.
Dat ik niet graag facetime.
Dat ik geen coronakilo’s krijg.
Dat ik puzzelen dan toch niet leuk vind.

Schuldig.

Dat ik nog gelukkig ben.  
Dat ik te weinig werk.
Dat ik elke dag eindeloos wandel.
Dat ik het kantoor nog niet mis.
Dat ik nog niemand verloor.

Schuldig.

Dat ik nog werk heb.
Dat ik te veel commentaarsecties lees.
Dat ik te veel mondmasker draag.
Dat ik te weinig mondmasker draag.
Dat ik jou niet bel.

Schuldig.

Dat ik angstig ben.
Dat ik het koffiemachine mis waar ik nooit koffie dronk.
Dat ik toch nog op reis wil.
Dat ik die coronakilo’s er dan toch maar bij doe.
Dat ik mezelf verloren ben.  

Schuldig.

Op zoek naar compromis.
A friend to all is a friend to none, klinkt het door mijn oortjes.
Ik zoek mijn geluk in anderen.
Daar ligt het niet.
Ik voel me schuldig dat ik niet aan hun verwachtingen kan voldoen.
Alle verwachtingen conflicteren, ik vind geen compromis.
Ik loop verloren in hun wensen.

Met schuldgevoel het vliegtuig op.
Iedereen heeft plots een mening over alles.  
‘In case of emergency, oxygen masks will drop down in front of you. Please attend to yourself first, then help others’.

Het meest zinnige dat ik het afgelopen jaar heb horen omroepen.

Jordanië: De finale.

Wat er te lezen valt bij ‘Het weer en toerisme’ zal je verbazen! Afsluiten met een clickbait-titel. In afwachting van onze trip naar Ijsland, de grote finale!

Nu de sappige verhalen over onze trip in Jordanië achter de rug zijn, nog even een overzicht van een aantal praktische zaken zoals ons reisschema en hoe die trip goed aan te pakken. Jordanië is een veilig land om in rond te reizen en een aanrader voor iedereen! Lees: we hadden dit al veel eerder moeten doen.

Onze trip in een notendop: 

  • 16/2 – Amman naar Aqaba met de auto: vliegen op Aqaba in combinatie met autoverhuur werd te duur (Single way fee en dergelijke). Afstand is goed doenbaar.
  • 17/2 – 19/2 – Duiken in Aqaba (Advanced Open Water Certificate) 
  • 20/2 – Wadi Rum (Slapen – of bevriezen – in de woestijn)
  • 21/2 – 22/2 – Petra (de topper van Jordanië) 
  • 23/2 – Little Petra, Kerak Castle (Kleine versie van en een kasteel) 
  • 24/2 – Jerash & Dode Zee (Nog meer toppers) 
  • 25/2 – Amman (Ons eindpunt, wist ons niet meteen te overtuigen, geen afzonderlijke blogpost) 
  • 26/2 – Huiswaarts 

Heen & Weer 

Er is momenteel maar één maatschappij die rechtstreeks op Amman vliegt en dat is Ryanair. Voor mij was dit een éérste ervaring. Al bij al (na al die horrorverhalen) viel het nog wel mee. Ja, er is gezongen voor iemand die jarig was. En, ja, men scandeerde de naam van de piloot toen de wielen pas de grond raakten (Ervaren Aircrash Investigation kijkers weten dan dat er nog heel veel kan misgaan), maar dat was het dan ook.  We opteerden wel voor de extra beenruimte, dat doet ook al veel.

We gaan naar de luchthaven met de trein, dat is het gemakkelijkst en vanuit Mechelen ben je er vooraleer je het goed en wel beseft. 

Vervoer 

Het is een gewoonte om even uit te wijden over hoe mensen in een bepaald land rijden (kijk maar naar de verslagen van Taiwan en de Faeroer): ook hier valt veel over te vertellen. 

We boeken onze wagen via Connections (en via Sunny Cars) en krijgen een aftandse, naar sigaretten stinkende Nissan Sunny (Automaat, 30.000 kilometer). Daar hoeven we het verder niet over te hebben, want deze functioneerde naar behoren – buiten misschien het feit dat niemand ooit echt hard op het gaspedaal geduwd had en de motor nu al zeer lui geworden was. 

Wat wel de moeite waard is, is de manier waarop hier rondgereden wordt. Jordanië is het spreekwoordelijke Mekka voor iedereen die lak heeft aan regels. Gelieve je aan volgende regels te houden:

  • Snelheidslimieten zijn richtlijnen en lijken absoluut niet verplicht.  
  • Iedereen die je kent of niet kent en die te dicht in de buurt komt, daar mag je op toeteren. Als in, toeter gewoon op alles en iedereen. 
  • Richtingaanwijzers zijn verboden.  
  • Voorsteken, dat doe je langs alle kanten. (combineer met onder- en bovenstaande) 
  • Zijn de rijstroken op, dan maak je er toch gewoon een nieuwe? 
  • Links afdraaien op een kruispunt met drie rijstroken: per definitie vanaf het rechterbaanvak om de fun-factor te verhogen (ook hier gelden puntje 3 en 4). 

Kortom, een feest! Een paar jaar van ons leven verloren, maar weet wat extra experience punten opgedaan. 

Hotels 

Zoals gewoonlijk boekten we weer alles via onze vrienden van Booking.com. Betalingen verliepen steeds correct en op één hotel na (Wadi Rum) met virtueel geld (Met de kaart, nog geen Bitcoinhotels tegengekomen). Hotels hebben hier alles wat andere hotels op andere plekken in de wereld hebben. Alles behalve isolatie dan toch. De eerste 4 nachten dachten we dat het raam openstond, maar bleek het gewoon volledig dicht te zitten (en ja, ons hotel in Wadi Rum had geen verwarming, maar dat was een tent, dus dat is sowieso anders). 

Betalen 

We betaalden quasi overal met de kaart, dit ging zonder noemenswaardige problemen. Wanneer we toch cash geld nodig hadden, was dit een ander paar mouwen. Elvendertig banken hebben we nodig gehad om genoeg geld uit de muur te krijgen voor onze duikopleiding en Wadi Rum (best even checken met je bank op voorhand – ook al staan je kaarten geactiveerd voor het buitenland).  

Eten & Drinken 

We hebben zoveel mogelijk lokaal gegeten.  Op TripAdvisor zijn voldoende goede tips te vinden. In Aqaba leek iedereen deze uiteraard te lezen. TripAdvisor reviews van de lekkere restaurants zijn terug te vinden op ons profiel (Leve het Buffalo Wings restaurant, dat ons 10% korting gaf om influencergewijs meteen een ‘goede review’ na te laten). 

Wel een beetje opletten met wat je eet, want de heer des huizes heeft een aantal dagen serieus last gehad na iets verkeerds (?) gegeten te hebben. Geen idee wat. Het was vermoedelijk heel lekker, want we hebben over het algemeen overal een heel lekker gegeten. 

Het Weer & Toerisme 

Februari is winter en laagseizoen. Waar de Aqaba Pro Divers op een drukke zomerdag tot 70 mensen mee onder water nemen, beperkte het zich nu tot een 10-15-tal. Restaurants en hotels oogden vaak leeg en in het geval van Petra zelfs een beetje triestig. Maar je voelt dat dit puur de tijd van het jaar is en dat de drukte er nog wel aankomt. Hoe dit er in of na Corona-tijden zal gaan uitzien, niemand die het weet.  

Het voordeel van de winter in Jordanië, is de temperatuur. 15 tot 20°c elke dag en praktisch geen druppel regen gezien. Dit staat in schril contrast met de permanente 30 tot 40°c temperaturen van de zomer die ik er een een twintigtal jaar geleden meemaakte. 

Verdict!

Februari is misschien nog net iets te vroeg om altijd mooi weer te hebben, maar het is rustiger en dus aangenamer om te reizen. Jordanië is op Petra en de Dode Zee na nog vrij onbekend bij het grote publiek, maar is zeker de moeite om anderhalve tot twee weken te spenderen.

Dode boel daar aan de zee.

Een volgende hoofdstuk van onze trip naar Jordanië. Een bezoekje aan de Dode Zee mag niet ontbreken als je het land doorkruist. Petra overtreffen werd moeilijk, maar ‘never say never’. 

Stop!  

Op weg van en naar de befaamde zee was er veel politiecontrole. We werden een aantal maal gestopt, andere keren werden we aangemaand om toch maar weer vaart te maken en werd er gefocust op locals. Echte controles waren het trouwens niet. Eerder even kijken of die twee woorden Engels die ze kenden verstaanbaar waren.  

Als het een tip mag zijn: zorg dat je papieren in orde zijn en dat je paspoort ergens klaar zit (voor die ene keer dat ze deze toch willen zien). Een stop duurde nooit langer dan een paar seconden, maar onze reisgids waarschuwde om toch maar voorzichtig te zijn. 

Wat?

De Dode Zee is wat het is. Een ‘zee’ die steeds kleiner wordt. Het water verdampt helaas aan een razend tempo en de vele oplossingen die men bedacht heeft (een kanaal tussen de Rode en de Dode Zee?), daar blijkt er nog geen enkele echt van te werken. De wandeling van uit het hotel tot aan het water had een aantal jaar geleden een paar minuten minder lang geduurd. Er staan bordjes op het pad naar het water met aanduidingen tot waar het water enkele jaren geleden nog kwam. Dan slik je toch wel even. 

De hotels bouwen hard aan hun infrastructuur, aan een mooi strand met de nodige voorzieningen, maar het is duidelijk dat een aantal jaar en een heel aantal meter verder, gewoon opnieuw begonnen kan worden. 

Dobberen op het water 

Het strand van ons hotel (het gigantische Dead Sea Spa Hotel) leek net iets meer op een industriegebied waar nog volop gebouwd werd. Er werd ook effectief nog gewerkt aan een huisje met faciliteiten. Ook terwijl een 50-tal mensen zich stonden in te smeren met modder uit de Dode Zee. Of modder uit een gerecycleerde verfpot. Want dat is ‘a thing’ daar. Ieder om de beurt. Daarna allemaal onder de douche, toen nog net tegen het water, nu waarschijnlijk al wat verder … 

Op naar het water! Dobberen in het water is en blijft wel leuk, en net dat tikkeltje bizar. Je ziet het zout quasi ronddrijven en aan de oever ligt het vol ‘brokken’ zout. Tegelijk word je herinnerd aan elk klein schrammetje op je lichaam. Zwemmen is uit den boze, dat lukt trouwens amper. De Dode Zee is gemaakt om er op je rug in te gaan liggen. Na een minuutje of tien heb je het dan ook wel gezien. 

Uiteraard kan je niet vertrekken zonder de obligatoire “zie mij drijven” foto. Gevolgd door de “zie mij hier lezen in mijn reisgids van Jordanie” foto. Ook wij zijn hier deels schuldig aan (de modder lieten we aan ons passeren, de rij aan de verfpot was net iets te lang). 

De omgeving 

Het gebied rond de Dode Zee is verre van dood. Op een strook van enkele kilometers langs het water staan een tiental van die mega-resorts. Je weet wel, van die hotels waar je echt niet hoeft buiten te komen, alles is voorzien: een hele resem zwembaden, restaurants, kilometers gangen (ja, verloren lopen hoort daarbij) en spa-voorzieningen. 

We gaan er eerlijk in zijn, we zijn niet zo’n fans van dit soort hotels, maar hier in de buurt, was er weinig alternatief. Gelukkig was het nog laagseizoen en was er niet echt een drukte, een aantal van de bars en het zwembad waren zelfs nog gesloten. 

We gingen ook eens piepen in het winkelcentrum enkele kilometers verderop om te ontsnappen aan het restaurant van ons hotel (matig en veel te duur). Niet dat het eten daar veel verfijnder was (Buffalo Wings), maar als bij je dessert 4 lepeltjes krijgt in plaats van 2, dan weet je dat je goed zit. Een extra Tripadvisor review plaatsen en meteen nog eens 10% korting krijgen (Ja, influencers zonder het te willen en van die dingen). 

Voor de rest was het winkelcentrum maar een dode boel. 

Dus. 

Het is een must om hier te stoppen, als je alle ‘To-do’s’ van Jordanië wil kunnen afvinken, maar de eerlijkheid gebiedt ons wel om te zeggen dat het vooral een goudmijn is voor het bustoerisme. Gezellig kon je het daar niet noemen en het was nog niet eens hoogseizoen (voor ons een voordeel).

3x Wandelen in de Hoge Venen

Onze vakantie naar Ijsland staat nog altijd op het programma, al werd de trip wel twee dagen langer, gezien een herboeking van het vliegtuig (niet dat we dat erg vinden). We konden echter niet stil blijven zitten.

Daarom trokken we voor het verlengd weekend van onze nationale feestdag naar Luik. Luik zelf hebben we eigenlijk niet echt gezien. We brachten een bezoek aan La Boverie (museum voor moderne kunst), waar er een tentoonstelling over hyperrealisme was (namaakmensen, net echt, maar toch niet niet), aten wat wafels (Luikse) en keken eens naar die beroemde trappen waar iedereen het over heeft als het over Luik gaat (Montagne de Bueren, 374 stuks in totaal). Het was niet meteen heel druk, maar wij wilden toch vooral de streek verkennen, al wandelend.

Ijdele hoop om op een rustige manier te doen wat iedereen doet: Le Ninglinspo is de naam waar iedereen het tegenwoordig over heeft. Het wordt één van de mooiste wandelingen van de Belgische Ardennen genoemd. Het was dan ook duidelijk dat iedereen dit op hetzelfde moment van plan was (vakantieperiode + verlengd weekend, strak plan, Jonas & Anneke). Superdruk en dus net iets te druk naar onze zin. Onze bolide wordt gekeerd en we gaan op zoek naar andere wandelingen. Le Ninglinspo wordt iets voor later, buiten het seizoen, buiten de vakantieperiode.

Welke drie wandelingen hebben we dan wel gemaakt op deze twee dagen?

Rond de Venen” (8,7 km)

Deze wandeling begint bij Signal de Botrange, je weet wel, met 694 meter het hoogste punt van België (al dan niet inclusief die trap die je moet beklimmen).

Het toeristisch centrum was gesloten en gebruikten het café ernaast voor een toiletbezoek (gratis bij een consumptie, twee warme chocomelk aub!). Het is koud en mistig, maar er is toch heel wat volk op de been, al is het wel merkbaar rustiger dan onze poging bij Le Ninglinspo.

De wandeling zelf is een redelijk vlakke wandeling over gemakkelijk terrein (verharde ondergrond, houten paadjes, …). We doen er een kleine twee uur over om rond te geraken. Onze snelheid wordt onderuit gehaald door de vele mooie fotomomenten.

Eindigen doe je aan de trap naar het hoogste punt. Gezien Corona laten we de steile trap met leuning even links van ons liggen.

Waterval van de Bayehon” (12,6 km)

Geen mist hier, maar wel zelf de mist in gegaan. Laatste plek gevonden op de parking bij het pad naar de molen van Bayehon en vol goede moed begonnen aan de wandeling. De wegmarkeringen brachten ons al vrij snel naar de waterval. Even aanschuiven voor de foto en we konden onze tocht voortzetten.

Na nog geen 5 kilometer merkten we echter dat we terug bij de bewoonde wereld aankwamen en zelfs terug op de hoofdweg liepen. Na 5.5 kilometer stonden we terug bij onze wagen. Foutje?

De wegmarkeringen waren niet altijd even duidelijk, opletten dus wanneer je de volledige wandeling wil maken. Op het meest zuidelijke punt van onze wandeling (dat kleine punt daarboven), stond een pijl die niet honderd procent duidelijk was. Wij kozen links, de echte weg liep rechtdoor. Onze wandeling werd meteen een dikke 6 kilometer korter. Bij twijfel dus goed opletten (de kaart even fotograferen of zelf een kaart meenemen) en vermoedelijk gewoon rechtdoor lopen. Bij het checken van Strava bleek dat we niet de enigen waren die de fout maakten. Iedereen die de wandeling die dag geregistreerd had, maakte exact dezelfde fout.

Leuke wandeling, maar we zullen eens moeten terugkeren om de rest van de wandeling te ontdekken. Terrein is hier veel stijgen en dalen. Goed schoeisel is nodig bij slecht weer (je wandelt veel door bossen op modderige grond).

“Een andere wereld” Ternell (19,7 km)

In het uiteinde van België, even voorbij Eupen, ligt Haus Ternell, vanwaar een heel aantal wandelingen in de Hoge Venen vertrekken. Wij kozen voor een klepper (toch naar onze normen) van bijna 20 kilometer, volgens de borden zelfs 21. Het eindresultaat? 18 en een beetje. Mea Culpa, ook hier zijn de bordjes niet overal even goed (velen zijn hun kleur volledig kwijt en het was een beetje giswerk). We snijden ook hier een stuk van de wandeling af.

Bij Haus Ternell kan je nog wat eten en onderweg zijn nog een aantal plekken waar je een (korte) pitstop kan maken.

Ook deze wandeling is een absolute aanrader. Niet te druk, mooie rustige omgeving en een uitdaging voor de wandelbenen die toch vooral Mechelen en omgeving gewoon zijn.

Wel even opletten bij het oversteken van de drukke straten (geldt voor alle wandelingen. Snelheid werd niet meteen aangepast.

Topper in Jordanië: Petra!

De Dode Zee en Wadi Rum zijn hot topics in Jordanië, maar Petra is dan toch wel het toppunt van toerisme. Vage herinneringen van een dikke twintig jaar geleden wisten me nog te vertellen dat het er warm was en vergeven van de toeristen. Het Duitse koppel dat we tegenkwamen in Wadi Rum had ons wat tips meegegeven (en bevestigden dat het er nog altijd vergeven was van het volk).

Alles was een beetje moderner, dat viel meteen op. Aan de kassa kochten we een pas voor twee dagen, zo konden we ons bezoek een beetje spreiden. Wat kost dat en wat krijg je er voor in de plaats?

  • 55 JOD (Ongeveer 70€ voor een pas voor twee dagen, per persoon).
  • Eén entry per dag, niet duidelijk of binnen en buitenlopen toegestaan is. 
  • Je kan jezelf voorzien van een gids aan de ingang, maar dat leek ons niet nodig.
  • Je kan jezelf ook voorzien voor een paard voor de eerste paar kilometer, maar die zien al genoeg af, hoe hard ze deze ook proberen te verkopen.

Binnenkomen op het middaguur: de toeristen van het eerste uur (park gaat open om 6) komen het park al uitgewandelend. En ja, er is inderdaad wat volk. De smalle kloof op weg naar de bekende Treasury loopt gezellig vol en lijkt wel eeuwig te duren. Af en toe moeten we opzij springen voor een paard met kar (duidelijk voorrang). Uiteindelijk wordt ons geduld beloond met een mooi uitzicht op de Treasury.

Een foto trekken zonder andere toeristen op het plaatje is voor dag 2, simpelweg onmogelijk nu. We kijken even, ontwijken de paardenvijgen en vatten onze eerste toch naar Ad Deir aan. Moeilijkheidsgraad: ‘vervelend lang omhoog in de hitte’. Strava registreert alvast meer dan 500 hoogtemeters. De moeite, toch? We zijn blij als we af en toe een plekje schaduw tegenkomen.

Ad Deir is een indrukwekkend volledig uit de rotsen gehouwen klooster. Hoe lastig de wandeling ook was, de ‘commerce’ is hier ook al geraakt, met een groot café, zicht op het klooster (en prijzen die het dubbele zijn van elders).

OK. Misschien even tijd om terug te spoelen? Ja, correct, ik was nog altijd ziek. Dag 2 in het Petra-verhaal zou perfect opgesplitst kunnen worden in het ‘Hij’, ‘Zij’ versie. De eerste versie (de mijne) in het thema ‘Horror’, het tweede in ‘Zonnige winterdagen, tijd om te gaan wandelen’-thema.

Belangrijk detail: Ja, op dag 2 stonden we om 6 uur braaf aan de deur om eerst binnen te zijn. Helaas was er reeds één iemand voor ons. Helemaal alleen, ongelooflijk veel foto-opportuniteiten.

DCIM\100GOPRO\GOPR0646.JPG

Het Horror-verhaal: lang verhaal kort, alles ging trager op dag twee. Eerste wandeling van de dag? Een wandeling naar het uitzichtspunt op de Treasury. Wederom heel veel trappen, maar deze keer was er iets minder kracht in de benen. Mits voldoende pauzes lukt het ons toch om om boven te geraken. Onderweg komen we een hele hoop winkeltjes tegen, maar net zoals in België zijn deze nog niet open om zeven uur ‘s morgens.

Het uitzichtpunt is een absolute aanrader. Er is een klein caféetje in een tent, maar niemand is thuis, behalve een kleine kat. Pas wanneer we terug naar beneden wandelen, komen we de eerste mensen tegen. 

Er zijn tientallen kleine grote wandelingen in Petra. We spenderen nog een tiental extra kilometers om het domein verder te verkennen. Éen kenmerk kwam wel steeds terug: hoogtemeters (725 op dag 2). Hoe vermoeiend het ook was, de uitzichten waren steeds enorm de moeite en de extra stukjes schaduw waren meer dan welkom. Tombes, facades, een theater, Petra had het allemaal. Het is niet voor niets één van de hoogtepunten van Jordanië.

Traag maar zeker nam de massa toe en gingen de winkeltjes open, maar echt druk was het nooit (het hoogseizoen moest nog beginnen. Helaas zou dat in 2020 nooit echt beginnen). De Duitsers hadden dus ofwel een beetje overdreven, of waren snel onder de indruk.

Binnen het domein van Petra zijn er een aantal kleine restaurantjes, maar die hebben we niet echt uitgetest (op die frisse Cola bij Ad Deir na dan). Buiten het domein zijn er een heleboel restaurants op de hoofdstraat, vlakbij de ingang), velen zijn akelig leeg. We zullen het opnieuw maar op het laagseizoen steken. De drukker bezochte restaurants liggen wat verder van de oude site af, ongeveer een kilometer verder. Helaas ook stevig steil omhoog. En dat heb ik geweten.

Eeuwige schaamte in het restaurant: waar ik hoopte op een klein gerechtje, maar een gigantisch bord kip met rijst voorgeschoteld kreeg. De wandeling naar het restaurant had me letterlijk volledig uitgeput (als in: nog steeds wat ziek, nooit eerder meegemaakt zo uitgeput te zijn), en mijn honger die ik niet had om te beginnen, was verdwenen. 

De ober: nadat ik zoveel mogelijk rijst onder mijn kip had proberen te proppen. “Niets gegeten? Was het niet lekker? Hier, gratis dessert”. Uit beleefdheid dan maar een doggybag gevraagd (en nadien alles gedoneerd aan de straatkatten). Was ik even blij dat we weg terug volledig naar beneden liep (en langs een apotheker waar ik in twee woorden uitlegde wat mijn probleem was – de apotheker kende het probleem en ging gniffeld op zoek naar het juiste medicijn).

Het medicijn werkte wonderwel. De rust keerde terug.

Conclusie:

Petra mag niet ontbreken in het reisschema en een bezoekje in februari is zeker aan te raden. Het is nog niet te warm en de echt grote drukte is er nog niet. Vroege vogels kunnen fantastisch wandelen zonder mensen in de buurt. De amateurfotograaf komt hier serieus aan zijn trekken. Trek deftige schoenen aan, want de wandelbenen worden serieus getest.

Genoeg van het grote Petra, ga dan zeker ook eens langs “Little Petra” even verderop. Van grootte helemaal niet te vergelijken, maar ook hier huizen in de rotsen en een lekker steile klim naar een mooi uitzicht.

Wadi Rum: De Koude Woestijn

Na onze duikavonturen in Aqaba was het tijd voor een heel ander stukje natuur: Wadi Rum. De woestijn. Via Booking.com, hadden we een reservatie gemaakt bij Arabian Nights een klein tentenkamp in het spreekwoordelijke midden van de woestijn. 

Wadi Rum vinden is niet moeilijk, er lopen maar een paar echt grote wegen door Jordanië. De GPS deed het verbazend goed en bij het visitor centre draaiden we ‘onbewust’ de verkeerde parking op. Nadat we ons inkomgeld betaald hadden reden we tot aan het dorpje aan het begin van de woestijn. We gooien onze auto op de parking en worden meteen aangesproken: “waar hadden we geboekt?”. Nog geen 2 minuten later was onze gids ter plaatse die ons naar ons tentenkamp bracht. 

Een paar minuten rijden en het telefoonsignaal was verdwenen. Tijd voor 24 uur digitale detox.  

Na een simpele lunch in de hoofdtent maakten we ons klaar voor een ritje in de woestijn in de laadbak van een oude pick-up. Warm aangekleed, want er stond een aardig windje. Samen met ons ging er nog een Duits koppel met ons mee. Zij deden Jordanië in de omgekeerde richting en kwamen net van Petra. Hun tips zouden zeer waardevol blijken. 

We waren niet de enigen die ‘een ritje in de woestijn’ maakten. Het was duidelijk dat er tientallen tentenkampen en hele ladingen bustoeristen in Wadi Rum waren, ook al was het nog laagseizoen. 

Een laatste deeltje van het ritje door de woestijn was de ondergaande zon. Ondertussen hebben we er al een heleboel gezien (de zon gaat elke dag wel ergens onder heb ik van horen zeggen), maar dit was er toch weer een speciale. We waren zo goed als alleen en konden kilometers ver kijken en zien hoe de zon steeds dieper zakte en uiteindelijk helemaal onder ging. 

En toen werd het koud. 

Een algemene misvatting over de woestijn is dat er enkel zand te vinden is en dat je de hele tijd loopt te puffen van de hitte. Laten we die misvatting alvast even de kop indrukken. In februari is het nog aangenaam fris in Wadi Rum. Geen blakende zon die je ter plekke doet verbranden. Geen liters water met je meezeulen. Overdag viel het allemaal nog goed mee. 

Nog iets wat we weten over woestijnen: het kan er wel eens koud worden gedurende de nacht. In februari is het verschrikkelijk, ongelofelijk, tenenkrullend, niet om over naar huis te schrijven koud gedurende de nacht. Neen serieus. Koud. Veel te koud. Denk aan de frigo van de Colruyt, maar dan kouder en niet alleen om daar snel twee appels en een banaan te gaan nemen. 

En tegelijk ziek zijn, ja, ik was nog steeds goed ziek. 

‘s Avonds werd het buffet geserveerd in de grote tent. De hele groep, een vijftiental mensen, schoven aan bij het buffet allemaal aan. Eerst wel even het eten van onder de grond halen. Daar heeft het enkele uren liggen garen. Oh, was het maar niet zo koud buiten, want ja, we moeten toch kijken hoe dat klaargemaakt wordt? Gelukkig was het binnen in de tent lekker warm door een grote open haard. 

Slapen deden we in onze eigen frigo. Een frigo met daarin een groot bed met een dikke laag dekens. Deze warmden ons traag maar zeker op, maar mijn neus was toch wel aardig bevroren tegen de ochtend (en ja, tijdens de nacht een paar keer heel snel naar het toilet moeten lopen. Koud zeg ik u). 

En toch vond ik het fantastisch. Dit was echt weer zo’n ervaring om nog lang over na te praten. Niet dat het we nog snel eens in februari zullen doen. 

Vluggertje Normandië in de Zomer.

Wij mogen ons kot niet uit, dus even een terugblik naar vorig jaar. Vorige zomer werden we uitgenodigd voor een huwelijk in Niort in Frankrijk. Omdat dit nogal een stevig tripje met de auto is (wij zijn niet veel gewoon hé), besloten we er nog enkele dagen aan vast te breien in Normandië.

Op het programma: Caen, de befaamde stranden (Omaha Beach, …), Mont-Saint-Michel en Niort.

Eerst op de planning? Caen!

Het Caen Memorial is een uit de kluiten gewassen museum over de tweede wereldoorlog en kon niet ontbreken in het schema. We bezochten het museum op een vrije dag (verlengd weekend) en het was duidelijk dat nog wel meer mensen genoten van diezelfde vrije dag. Een enorme drukte in de eerste stukken van het museum vergalden het bezoek een beetje. Gelukkig werd het iets rustiger naarmate we vorderden en de hordes bustoeristen stukken begonnen over te slaan. Het memorial is een plek waar je urenlang in kan rondlopen en uiteindelijk wel best de moeite is (Ga eventueel op zoek naar kortingsbons, te vinden in de vele promoboekjes die Caen rijk is).

We hebben er ook getracht om lekker te eten, maar hebben het bij ‘gewoon eten’ gehouden. Er is een volwaardig restaurant in het Museum, maar dit is niet meteen een hoogvlieger.

Doorgereden naar Mont Saint Michel: Het typerende beeld van Normandië, naast dat van de stranden natuurlijk.

De parking van het ‘complex’ is groot genoeg, wat ze je ook wijsmaken. Ze kost tegelijk ook redelijk veel geld. Goed onthouden waar je jezelf geparkeerd hebt is een kleine tip.

3 manieren om na het parkeren tot aan het fameuze dorpje te geraken:

  • Met de bus: gratis opeengepakt zitten. Grote bussen rijden continu heen en weer. Je kan ze niet missen.
  • Met paard en kar: geen idee waarom deze optie bestaat, maar er is dus wel degelijk een optie om betalend en tergend traag te reizen.
  • Eigen vervoer (de fiets) of te voet: het is een uitdaging, want het is toch wel een eindje wandelen vanaf de parking, maar je raakt zo wel aan je 10.000 stappen per dag.

Het stadje zelf kan bij eb en vloed bereikt worden. Er is een perfecte weg tussen het vasetland en het heuveltje op/in het water. Het overgrote deel van de toeristen worden op enkele tientallen meters van de ingang gedropt.

Het stadje zelf kan vergeleken worden met Black Friday in Amerika. Iedereen wil op hetzelfde moment dezelfde richting uit en het is overal aanschuiven tussen ongeduldige mensen. Ongetwijfeld zeer gezellig tijdens het laagseizoen, met de vele winkeltjes en restaurants, nu toch net een beetje te veel van het goede.

Bovenaan het stadje (flink wat trappen, niet buggyvriendelijk) ligt het klooster, dat je uiteraard ook kan bezoeken. Zeker eens een bezoekje waard, maar ook hier is het op de koppen lopen (tickets op voorhand online kopen kan hier wel nuttig zijn, dan steek je de rij wachtenden voor).

Social distancing bestond nog niet:

Pointe Du Hoc

Waar de Mont Saint Michel voldoende parkeerplaats had, blinkt de Pointe Du Hoc uit in het omgekeerde. Ook hier stikt het van de toeristen, maar is de parking extreem klein in vergelijking met het aantal auto’s dat er zich probeert binnen te wurmen. Na twee rondjes voltrekt er zich een mirakel en geraken we toch geparkeerd.

De Pointe Du Hoc werd geacht een haast oninneembare militaire stelling van de Duitse militaire macht te zijn in de tweede wereldoorlog. Gelegen hoog op een klif had niemand verwacht dat de Amerikanen in staat zouden zijn om – mits grote verliezen – het punt te veroveren op de Duitsers. Even stilstaan bij de geschiedenis en toch even onder de indruk zijn.

De site van Omaha Beach & Cemetary had opnieuw een gigantische parking, maar qua toegangswegen ging het toch maar traag. Hier sta je ook weer even stil bij het aantal graven. We zijn net op tijd voor het neerhalen van de vlag. De massa haalt de GSM en fototoestellen boven om het indrukwekkende proces vast te leggen. Onder luid applaus bereikt de vlag de grond.

Niort zelf is een klein stadje waar je eens kan doorkuieren. Enkele restaurantjes, de standaard winkelstraat en een overdekte markt. Zullen we er nog eens passeren? Misschien als we nog eens uitgenodigd worden voor een trouwfeest. Helaas zijn het aantal mensen dat zou willen trouwen in Niort, nu ook wel uitgeput.

En dan nog die hele weg terug. Na een korte nacht en een acceptabel ontbijt, kropen we weer de wagen in voor een zeer lange (en dure) rit richting Mechelen (met kleine omweg naar centrum Brussel, gezien we ook deels taxi speelden). Zeker rekening houden met de vele stukken weg waar je tol dient te betalen. Dat kan allemaal met de kaart, en je bent tussen Mechelen en Niort (heen & terug) al snel 100€ kwijt. Daarnaast was het enorm druk op de baan en onze pitstops waren verre van gezellig (door die drukte, maar een tweetal uur later dan voorzien (het was verdorie al donker).

Jack’s Cat Cafe

Een tweetal jaar geleden verscheen er een bericht over katten op dit blog. We kregen namelijk een opdracht om te vervullen tijdens onze zes maanden durende trip door Australië en Azië: Ga op de foto met een kat in elk land dat je bezoekt (missie geslaagd btw).

In deze Covid-19-tijden willen we deze blog nog eens oprakelen, want niet iedereen heeft het even gemakkelijk. In Hoi An (Vietnam) bezochten we Jack’s Cat Cafe, een kattenasiel voor katten gered uit de handen van mensen die hen liever als avondmaal zagen. De opvang is een huis met een grote tuin, omgeven door metershoge muren en prikkeldraad.

Momenteel zitten er 100+ katten binnen de hoge muren, maar niemand komt nog op bezoek vanwege de lockdown. De hongerige buikjes moeten echter wel nog steeds gevoed worden en de organisatie moet het doen zonder enige subsidies.

Daarom hebben ze zelf een kleine fundraiser opgezet om het broodnodige te kunnen voorzien. Bij ons bezoek twee jaar geleden speelde het idee al, nu hebben we de woorden eindelijk in daden omgezet. Feel free to join us …

Doneer hier en help Jack’s Cat Cafe

Alvast bedankt! Alle beetjes helpen.

Meer info? Check de website, Facebook en Instagram.