Op 26 oktober stonden we voor een dilemma: to penguin parade or not to penguin parade. Een duur vraagstuk. We wikken en wegen de pro’s en contra’s:

  • Pro’s: Pinguins
  • Contra’s: Massatoerisme, prijskaartje, menig Tripadvisor-commentaar

Met zo’n lijst zou je denken dat de beslissing snel genomen is, maar we gingen voor een compromis à la belge: we kochten kaartjes voor de Penguin Parade Plus. De nog duurdere optie dus. Beslissingsprocessen zijn duidelijk niet altijd zo eenduidig als ze op papier lijken.

Zo kwam het dat we op 26 oktober om 18u00 bij de eerste stonden aan te schuiven om pinguins aan land te zien komen. Met de Tripadvisor-commentaren in het achterhoofd (‘We zagen maar 14 pinguins‘ en ‘Het walgelijkste in de mens komt naar boven; een vrouw schopte mijn 7-jarige dochter‘) betraden we het gebouw. Waar de commerce welig tierde: een souvenirwinkel, een restaurant, een kiosk: you name it, they had it. Behalve open deuren; daar moesten we nog op wachten. Een beetje het verhaal van 26 oktober: wachten.

De pinguins waren de dag ervoor met 1.800 en kwam aan land rond 20u15. We kregen uitleg van de ranger: veel pinguins hadden al een nestje gemaakt op het eiland en zouden dus zeker terug huiswaarts keren. Zwangere pinguins blijven thuis en keren ‘s avonds stroominwaarts richting kust, waar ze calcium uit het zand pikken. De dieren zitten in hun natuurlijke omgeving; met natuurlijke vijanden. Aangezien de pinguins – Little penguins – amper 30 cm groot zijn, worden ze nogal eens opgescoopt door grotere roofvogels. Dat zou betekenen dat ze nu allicht later aan land zouden komen – het was te helder – en dat ze bij elke perceptie van gevaar zouden reageren.

Na een uur te staren naar de prachtige natuur (lees: na een uur Logo Quiz te spelen) waren ze er plots. Een groepje van een 30-tal pinguins. Ze stormden samen uit het water en kwamen het land op. Bij dat proces viel elke pinguin zowat vier keer op zijn (of haar) muil. Pinguins blijken niet de meest wendbare wezens op land. Dat is ook de reden waarom ze en masse op strand komen: l’union fait la force. 

Zo, dat hebben we dan weer gehad, dacht ik. Tot er een half uur later een tweede golf pinguins aankwam. En een derde. En een vierde. En er plots vogels begonnen over te vliegen en de beestjes in alle staten probeerden zich te camoufleren… voor een zelfingenomen meeuw. Die meeuw herhaalde z’n grapje nog een keer of drie. Ik hoorde de stem van David Attenborough en waande me in een BBC-natuurdocumentaire.

Ja, het is commerciële waanzin. Nee, we mochten in ruil voor de hoge inkomprijs toch geen foto’s maken. Maar het was elke cent waard. Ik ging zelfs zodanig op in de belevenis dat we sinds die dag een nieuwe reisgenoot hebben. Ontmoet Pjotr.

20171031_212455

Cake by the ocean

Eén van mijn grootste dromen is om cake te eten bij de oceaan. Sinds DNCE dat nummer heeft uitgebracht, denk ik namelijk elke week wel eens aan het eten van taart bij de eindeloze zee. The proof of the pudding is in the eating, dus ging ik aan de slag.

Verwachtingen:

Een warme zomerdag, een overheerlijk sponzig stuk cake en een verfrissend briesje met een ondergaande zon op de achtergrond. Het eten van de cake gebeurt vanop kleine porseleinen bordjes met zilveren dessertvorkjes. Op de achtergrond klinkt er rustgevende muziek.

IMG_20171019_224759_942

Realiteit:

Je leeft op budget dus je koopt de goedkoopste cake in Woolsworth. Dit is de cake met 50% reductie, omdat hij binnen de 24u opgegeten moet worden. Je gaat voor de Salted Caramel Cake. ‘s Avonds heb je een fantastische kampeerplaats. Alleen: de buitentemperatuur is nog amper 12°C. Windkracht: 1 miljoen Beaufort. Je hebt geen porseleinen bordjes en één ding weet je zeker: als je met deze taart richting oceaan gaat dan ga je meer zand dan cake eten. Je eindigt dus met een gigantische lading cake in je campervan. De dag nadien heb je een indigestie.

IMG_20171019_210545_437

Eindoordeel:

**/*****

Cake by the Ocean: Romantisch in theorie. In praktijk: niet goed uitgewerkt.

10x Great Ocean Road

De Great Ocean Road in 10 beelden:

1. Cape Bridgewater – Petrified Forest

IMG_20171018_185822_519

Niets is wat het lijkt te zijn in Cape Bridgewater. Het Petrified Forest – dat nochtans overal zo aangegeven staat – blijkt helemaal geen versteend bos te zijn. Maar mijn god, wat een fantastisch contrast tussen natuur en architectuur/engineering.

2. 12 Apostles

IMG_20171019_211342_388

We gingen met zonsondergang naar dé topattracties van The Great Ocean Road. Jonas had het fantastische idee om zijn pet op te zetten. De wind zorgde ervoor dat àlles wegwaaide. Gelukkig kon hij zijn pet nog net op tijd vastgrijpen.

3. Griffiths Island in Port Fairy

IMG_20171019_210328_709.jpg

Port Fairy, daar zouden we snel eens doorgaan. Dat was buiten de supervriendelijke vrouw van het Tourist Information Center gerekend. Nadat we informatie vroegen over de Shipwreck Trail, vertrouwde ze ons toe dat we teleurgesteld zouden zijn. Er is geen enkel wrak te bespeuren. Of jawel, op een kalme dag kan je naar een wrak zwemmen en dan zie je een gigantische schaduw onder je. ‘I don’t want to see a shadow beneath me whilst swimming‘, sprak de vrouw in volle paniek. Maar ze had wel wat andere aanraders voor ons: Griffiths Island en Tower Hill. Griffiths Island is een broednest voor jonge vogels, waarvan 50% sneuvelt binnen het jaar. Onze wandeling was dan ook één grote begraafplaats met gevederde lijkjes.

4. Loch Ard Gorge

IMG_20171019_211424_036

Vlakbij de 12 Apostles. Bij zonsondergang hadden we dit strand volledig voor ons, samen met een paar flipflops. We hebben de eigenaar proberen te spotten, maar helaas. Prachtige locatie, geen mede-reizigers: perfection.

5. Gibson Steps

IMG_20171020_201659_115

Eveneens vlakbij de 12 Apostles: afdaling naar het strand bij Gibson Steps. Hier waren we zeker niet alleen, maar de piepkleine mensen vormden een prachtig contrast ten opzichte van de gigantische kliffen.

6. Koala’s

IMG_20171021_212345_682

Tower Hill, Cape Otway en Kennett River: we amuseren ons dagenlang met het spotten van koala’s. En koala’s met het (be)spotten van ons.

7. Point Roadknight Beach

IMG_20171021_212115_916

Op de avondwandeling naar Point Roadknight zien we onze eerste surfers en vissers. We komen volledig tot rust. We komen zelfs zodanig tot rust dat ik even vergeet hoe te wandelen en stevig op mijn gezicht ga. Met ettelijke schaafwonden, blauwe plekken en een bezeerd ego keer ik huiswaarts.

8. Erskine Falls

IMG_20171021_212945_788_1

Prachtige waterval, nog prachtiger spektakel van toeristen die achter de omheiningen willen geraken om dichterbij de waterval te komen. Inventief: een groot gezin maakt een doorgeefluik om hun kleinste spruiten over de stenen te krijgen. Parenting skills: below zero. Inventiviteit: 100+

9. Bells Beach & Point Addis

IMG_20171022_135521_123_1

Ook hier komen we tot rust door surfers te bestuderen. Eeuwig respect: de buitentemperatuur is 14°C en het water is ijskoud.

10. De tientallen stops langs de Great Ocean Road

IMG_20171018_200817_116

Op de Great Ocean Road is één ding duidelijk: als je op een plaats stopt die niet in de gids staat, kom je in een niemandsland terecht. Prachtige stranden met amper toeristen. Daarom een grote shout-out aan de man op de bus in Adelaide die ons gedwongen heeft om te stoppen bij élke stop die we zagen.

Glow worm adventure time

Op een overzicht met wandelingen stond het er: glow worm. Mijn God, wat een romantisch beeld heb ik niet van gloeiwormen en vuurvliegjes. Insecten die licht geven in het donker. Ik steek de schuld op Grave of the Fireflies (allemaal kijken naar die film).

Dus toen ik het zag staan, wist ik hoe laat het was: die avond zouden we gloeiwormen gaan spotten. Place to be: Maits Rest. Op een blog vonden we terug dat het één van de vier beste plaatsen zou zijn langs de Great Ocean Road om gloeiwormen te spotten. Succes verzekerd. Bovendien: de locatie op zich stond ook hoog aangeschreven.

IMG_20171020_202101_302.jpg

Anneke in boom.

 

 

Eens aangekomen – bij valavond – maakten we een eerste wandeling door het regenwoud. Maits Rest was inderdaad een toppers: een supermakkelijke wandeling die je toch op een authentieke manier door het regenwoud leidt. Na de tocht namen we plaats in de campervan en wachten we tot de zon volledig onderging. We bekeken ook nog even de tips om succesvol gloeiwormen te spotten:

  1. Geen lawaai maken
  2. Niet roken
  3. Nooit aanraken
  4. Geen flash foto’s maken
  5. In feite: zo weinig mogelijk licht maken
IMG_20171020_202032_874.jpg

Gigantische varen

Met dit advies in het achterhoofd trokken we het pikdonkere bos in.

1. Geen lawaai maken: probeer maar eens geen lawaai te maken in een pikdonkere jungle wanneer je hersenen enkel filmpjes afspelen van slangen, tarantula’s en mensetende kangoeroes.

2. Niet roken: Die was wel makkelijk.

3. Nooit aanraken: Ook erg makkelijk, wormen aanraken is sowieso niet mijn ding.

4. Geen flash foto’s maken: Check!

5. Zo weinig mogelijk licht maken: ‘Je ogen raken gewend aan de donkerte‘, verzekerde de auteur. Ik weet niet of de auteur ooit echt in een jungle is geen rondlopen zonder licht, maar dit is absoluut onmogelijk. Gelukkig hebben GSMs tegenwoordig een zaklampfunctie.

Anyway: na urenlang in spanning te wachten en de tips zo goed mogelijk na te leven (no flash photography) kan ik jullie in primeur meedelen hoe een jungle met gloeiwormen er ‘s nachts uitziet:

received_10155099623438932

Niet te zien op de foto: de vijf gloeiwormen die we gespot hebben)

Maar geen nood vriendjes! Ik ben zo koppig als een ezel en ik zal ooit massa’s lichtgevende insecten (of bacterieën) tesamen zien. I will never give up.

Koala Spotting 101

Na twee weken in Australië hebben we al enkele belangrijke iconen gespot: wallabies, kangoeroes en emoes. Ontbrak nog op het lijstje: koala’s. Daar zou de Great Ocean Road verandering in brengen. Koala’s in enorme hoeveelheden op die toeristische route, dus we trokken onze detective-outfit aan en gingen op zoek.

Eerste poging: Tower Hill, vlakbij Port Fairy. De dame bij de toeristische dienst omschreef het als: ‘You guys will like it, it is like Jurassic Park‘. Natuurlijk staan zowel Jonas en ik op de eerste rij om onze campervan te laten opeten door een horde hongerige dino’s, dus met torenhoge verwachtingen trokken we naar Tower Hill. Bij het parkeren hadden we al direct prijs: emoes. Dichterbij een dinosaurus gaan we in 2017 allicht niet geraken. Vol goede moed trokken we op zoek naar de koala’s. Veel wisten we er niet van. Met volgende informatie trokken we op pad:

  • Koala’s slapen veel
  • Koala’s eten veel
  • Koala’s zijn grijs
  • Koala’s zitten in Planckendael

Na een wandeling (dramatisch en erg Jurassic Park getiteld: Walk to the Last Volcano) en het spotten van 0 koala’s (maar wel 1 kangoeroe en een zestal emoes) was de conclusie duidelijk: Tower Hill is erg gelijkaardig aan Jurassic Park in de zin dat beide geen zichtbare koala’s bevatten.

Poging twee: de weg naar Cape Otway. De Lonely Planet was erg behulpzaam in het spotten van koala’s: ‘De koala’s zijn makkelijk te spotten daar waar wagens in de kant van de weg staan en toeristen naar boven komen‘. Op de weg naar Cape Otway stonden er welgeteld nul wagens in de kant en eveneens nul toeristen. WiFi was ook nergens te bespeuren dus de zoekopdracht ‘How to spot koalas‘ mondde uit in een error. Bij Cape Otway trokken we dan maar de bossen in, waar Jonas verschillende koala’s meende te horen, maar geen enkele kon zien. Allicht omdat het de verkeerde bomen waren, maar daar had hij weinig oor naar.

Dat ik pessimistisch was. Met een pruillip probeerde ik nog een ‘Op de terugweg gaan we er spotten‘. Daar was ik wel zeker van, want het plan bestond uit het stalken van andere toeristen. En zo kwam het dan we na 1 km in de bossen verschillende wagens in de kant zagen staan en toeristen langs de weg. Bingo! Koala gespot. Of toch nadat we zagen waar het fototoestel op gericht werd. En zo leerden we: koala’s zitten behoorlijk veel hoger in bomen dan we dachten. En in totaal andere bomen. Dankzij de andere toeristen wisten we in totaal vijf koala’s te spotten.

IMG_20171020_201836_799.jpg

Na lang zoeken …een Koala!

We stopten elke keer er wagens in de kant stonden en vroegen telkens waar de dieren zaten. Toegegeven: koala’s spotten is een vaardigheid waarover ik niet beschik. Toen een gepensioneerd paar met verrekijker na vier keer uitleggen waar het dier zat er de brui aan gaf, was er gelukkig Jonas nog. Op ongeveer 30 meter hoogte hing er een halve cirkel die er inderdaad niet hoorde te hangen. Soms is koala’s spotten ook gewoon abstract.

Enkele honderden meters verder liep er iets over de weg. Ik waarschuwde Jonas. Altijd als er iets over de weg loopt, hoop ik dat het een kat is. Maar deze kat liep wel heel traag, log en blokkig. En had een ernstige vorm van obesitas. ‘Dat is een koala‘, verzekerde Jonas me, waarop hij ernaast reed en me de opdracht gaf er een foto van te nemen.

Toen maakte ik een foto die National Geographic Wildlife Photography-waardig is:

received_10155099722153932.jpeg

Toppertje!

Zo gaat dat, als je peperduur fototoestel verkeerd ingesteld staat en je maar één seconde hebt. In volledige paniek geef ik toe dat ik zowat de slechtste foto ooit gemaakt heb. Ik begin de instellingen juist te zetten, maar ze worden fouter en fouter. Plots vergeet ik alles over sluitertijden en diafragma. Of ik nog ga uitstappen, want die koala gaat niet blijven zitten, verzekert Jonas me. Oh ja, ook nog even vergeten dat koala’s geen schildpadden zijn.

Eens uitgestapt prop ik het fototoestel in zijn handen en roep ik ‘Zet het op automatisch, het staat helemaal fout‘. Waarop ik hem hoor zeggen ‘Amai, dat staat hier helemaal fout‘. Ondertussen sta ik oog in oog met een koala die lijkt te poseren. Ik vergeet dat ik een GSM heb. Ik vergeet alles. En hij gaat weg, zelfverzekerd de bossen in. Jonas probeert hem nog achterna te gaan. Te laat.

Niet elke foto hoeft #nofilter te zijn, toch?

IMG_20171020_163756_263.jpg

Datzelfde Toppertje, nu lichtelijk anders.

En dan was er poging #3: Kennett River.

Volgens de Lonely Planet dé makkelijkste plaats om koala’s te spotten. En het stelde niet teleur. Na het parkeren van de wagen en het openen van de deuren leek het alsof we in Bobbejaanland waren terecht gekomen. Overal krijsende toeristen. OVERAL. Bij één blik werd al snel duidelijk waarom: sommige mensen waren bedolven onder maar liefst negen vogels. Toeristenval tot en met, maar zo hilarisch. Ook Jonas hoorde bij de gelukkige en werd al na twee minuten ondergekakt. De vogels vlogen met een bocht om mij heen; de geur van kattenmens is dan ook niet uit mij te krijgen.

Vlakbij de vogels waren er dan ook de koala’s. Ze lieten zich makkelijk spotten.

Het leek een beetje alsof ze mij en mijn verwoede koala-spot-vaardigheden aan het bespotten waren. En al zeker toen deze koala plots begon te knipogen naar mij:

P.S. Benieuwd hoe koala’s spotten er in realiteit uit ziet?

IMG_20171021_212320_894.jpg

De helaasheid der dingen.

Goed zot, die 2 Belgen in hun Campervan.

We rijden nu al een tweetal weken rond in Australië, tijd voor een lijstje, met een lichte focus op de Outback (ondertussen zijn we al een heel pak verder, maar deze hadden jullie nog tegoed).

(1) Het is een algmeen misverstand dat het in Australië altijd verschrikkelijk warm is. Het klopt, de eerste 2 nachten in onze camper waren een hel. Slapen in een zweethut waar de temperaturen vlotjes over de 30-35°c gaan, was niet waar we op hoopten.

Onze gebeden werden gedeeltelijk verhoord. Naarmate we zuidelijker reden, daalde de temperatuur. Helaas stopte deze niet met dalen. Ik weiger een lange broek aan te doen, ook al is het hier in Melbourne maar 15°c (net zoals de twee voorbije dagen!).

Het campingleven – zeker als het zoals hierboven ondraaglijk warm is – beginnen we ondertussen een beetje te snappen. (2) Van zodra de zon het licht uitdoet, kruipt iedereen zijn bed in, van zodra ze terug paraat is, lijkt iedereen zo snel mogelijk te willen vertrekken. Vrij bizar, als je om 20.00 al moederziel alleen op je camping ronddwaalt en idem dito voor 8.00 de volgende morgen.

Twee zaken hebben we onderschat aan het kamperen: (3) die dingen kosten geld als je ook maar een beetje luxe wilt hebben (lees: een stoffige douche inclusief kakkerlakken en de occasionele slang) en (4) de grote hoeveelheid vliegen. Australië – en zeker in de warmere stukken – is vergeven van de vliegen. Klein, of groot, allemaal even irritant. Slechts weinigen wagen zich aan een steekje, maar lawaai maken ze allemaal. Om nog maar te zwijgen van het feit dat hun favoriete plekjes de neus, mond en oren zijn.

IMG_9792.JPG

Road Train!

Ander feit over het campingleven: (5) Regen is hier een big thing. Wanneer op een avond de lucht wat grijzer kleurde viel het ons meteen op hoe ongerust de mensen hier werden. De campinguitbater voelde de bui al hangen en no kidding mensen begonnen ellenlange gesprekken te voeren via telefoon over die 3 druppels regen die er uiteindelijk nog gevallen zijn. Gelukkig komen wij uit België.

De Stuart Highway – die lange rechte strook van Darwin tot Adelaide (net iets meer dan 3000 kilometer) – gaf ons ook een aantal geheimen prijs:

  • (6) Road trains zijn vrachtwagens die net iets langer zijn dan normaal. In België heb je de standaard truck met aanhangwagen. In Australië mag je er zo gerust nog 2-3 extra aanhangwagens/opleggers achter hangen. Begin dan maar eens voor te steken met een campervan waar je niet boven de 110 km/uur mee mag gaan. De eerste keer is het wel even stressen, toerental in het rood en plankgas (en dan hopen op succes). Extra detail: De road trains steken elkaar ook voor en hebben daar soms wel een aantal kilometer voor nodig. We moeten dat allemaal maar normaal vinden.
  • (7) Het is altijd rechtdoor: pretty boring. Vaak duurt het eeuwen vooraleer je nog eens iemand tegenkomt. Gelukkig zijn de Ozzies en andere toeristen supervriendelijk: iedereen steekt vrolijk zijn hand op bij het passeren. Een mens wordt er spontaan blij van.
  • (8) Helaas ook één negatief punt: naast het spotten van de 3 miljard (benadering) vliegen, is de Stuart Highway ook bezaaid met dieren die helaas niet zo succesvol waren in het oversteken (vergeten rechts en links te kijken). De Highway ligt bezaaid met karkassen van kangoeroes, konijnen, grote hagedissen/leguanen en occasioneel ook eens een koe. Sommigen liggen er nog maar net, anderen al net dat ietsje langer, aan de staat van ontbinding te zien.
  • (9) Zoals elders reeds beschreven, is de Stuart Highway een aaneenschakeling van kleine dorpjes. Een Pub, tankstation en politiekantoor (voor stoute mensen in de Pub). Benzineprijzen zijn heel wisselvallig. Toppunt is Uluru, waar een liter benzine boven de 2 Australische Dollar gaat (ongeveer 1,3€). Hoe verder weg, hoe goedkoper, met als dieptepunt 1,15 AUD voor een liter.

En als laatste puntje (10): Alle Australiërs verklaren ons gek dat we deze trip ondernemen met een campervan, op deze beperkte periode. We hebben echter nog veel zoveel plannen en kozen dus toch voor een snellere doortocht.

Uitdaging #15: 1 week zonder cola

Ik begin mijn week zonder cola op het moment dat we door de Outback vertrekken. Een prima keuze, denk ik zelf, want drankjes met caffeïne én warmte zijn een slechte combinatie. Jonas drinkt de laatste restjes cola zero op.

Dag 1

Na een eerste dag in onmenselijke hitte lach ik ‘s avonds nog dat ik mijn cola wel mis. Nu, ik was zodanig moe en verward dat ik op dat moment met àlles lachte. Jonas vroeg op een bepaald moment bezorgd of ik nu aan het lachen of aan het wenen was. ‘Dat ziet er namelijk exact hetzelfde uit‘, laat hij weten. Door de hitte weet ik het even zelf niet meer.

Dag 2

Nog warmer. Bij het zwembad van de camping – ja, campings hebben hier zwembaden – staat een koelkast vol cola. Andere gasten lopen al pronkend voorbij. Ik ben jaloers, maar blijf sterk. Ik drink in de campervan van warm water. Les geleerd: altijd 1 fles water in de ijskast zetten.

Dag 3

Vandaag eten we in de Daly Waters Pub. Ik mag geen cola nemen, water ligt er met hopen (en goedkoper) in de campervan dus ik kies voor Sprite. Ik hoop dat deze frisdrank-zonde me vergeven wordt. Enkele honderden kilometers verder kijk ik in de koelkast van een tankstation verlangend naar de flessen cola zero. 8,88 AUS. Ik pas en besef pas een dag later dat de uitbater de prijzen op het label gewoon niet had ingevuld.

received_10155075335583932

Daly Waters Pub

Dagen 4, 5, 6 en 7 

Blijkbaar duurt het ongeveer 72 uur voordat een cola zero-verslaving uit je systeem is, want de volgende dagen zijn easy. Of misschien is het gewoon basic instinct dat je bij 34°C enkel water wilt. Ik weet alleszins één ding: de vraag wat ik het meest ga missen tijdens de zes maanden reis heb ik steevast verkeerd beantwoord. Nee, het zal geen brood zijn. Het zal Spa Barisart zijn.

Vanaf Adelaide – wanneer de temperatuur op één nacht plots daalt van 34°C naar 14°C – komt de oude liefde weer boven en geef ik toe aan de verleiding.