Vluggertje Normandië in de Zomer.

Wij mogen ons kot niet uit, dus even een terugblik naar vorig jaar. Vorige zomer werden we uitgenodigd voor een huwelijk in Niort in Frankrijk. Omdat dit nogal een stevig tripje met de auto is (wij zijn niet veel gewoon hé), besloten we er nog enkele dagen aan vast te breien in Normandië.

Op het programma: Caen, de befaamde stranden (Omaha Beach, …), Mont-Saint-Michel en Niort.

Eerst op de planning? Caen!

Het Caen Memorial is een uit de kluiten gewassen museum over de tweede wereldoorlog en kon niet ontbreken in het schema. We bezochten het museum op een vrije dag (verlengd weekend) en het was duidelijk dat nog wel meer mensen genoten van diezelfde vrije dag. Een enorme drukte in de eerste stukken van het museum vergalden het bezoek een beetje. Gelukkig werd het iets rustiger naarmate we vorderden en de hordes bustoeristen stukken begonnen over te slaan. Het memorial is een plek waar je urenlang in kan rondlopen en uiteindelijk wel best de moeite is (Ga eventueel op zoek naar kortingsbons, te vinden in de vele promoboekjes die Caen rijk is).

We hebben er ook getracht om lekker te eten, maar hebben het bij ‘gewoon eten’ gehouden. Er is een volwaardig restaurant in het Museum, maar dit is niet meteen een hoogvlieger.

Doorgereden naar Mont Saint Michel: Het typerende beeld van Normandië, naast dat van de stranden natuurlijk.

De parking van het ‘complex’ is groot genoeg, wat ze je ook wijsmaken. Ze kost tegelijk ook redelijk veel geld. Goed onthouden waar je jezelf geparkeerd hebt is een kleine tip.

3 manieren om na het parkeren tot aan het fameuze dorpje te geraken:

  • Met de bus: gratis opeengepakt zitten. Grote bussen rijden continu heen en weer. Je kan ze niet missen.
  • Met paard en kar: geen idee waarom deze optie bestaat, maar er is dus wel degelijk een optie om betalend en tergend traag te reizen.
  • Eigen vervoer (de fiets) of te voet: het is een uitdaging, want het is toch wel een eindje wandelen vanaf de parking, maar je raakt zo wel aan je 10.000 stappen per dag.

Het stadje zelf kan bij eb en vloed bereikt worden. Er is een perfecte weg tussen het vasetland en het heuveltje op/in het water. Het overgrote deel van de toeristen worden op enkele tientallen meters van de ingang gedropt.

Het stadje zelf kan vergeleken worden met Black Friday in Amerika. Iedereen wil op hetzelfde moment dezelfde richting uit en het is overal aanschuiven tussen ongeduldige mensen. Ongetwijfeld zeer gezellig tijdens het laagseizoen, met de vele winkeltjes en restaurants, nu toch net een beetje te veel van het goede.

Bovenaan het stadje (flink wat trappen, niet buggyvriendelijk) ligt het klooster, dat je uiteraard ook kan bezoeken. Zeker eens een bezoekje waard, maar ook hier is het op de koppen lopen (tickets op voorhand online kopen kan hier wel nuttig zijn, dan steek je de rij wachtenden voor).

Social distancing bestond nog niet:

Pointe Du Hoc

Waar de Mont Saint Michel voldoende parkeerplaats had, blinkt de Pointe Du Hoc uit in het omgekeerde. Ook hier stikt het van de toeristen, maar is de parking extreem klein in vergelijking met het aantal auto’s dat er zich probeert binnen te wurmen. Na twee rondjes voltrekt er zich een mirakel en geraken we toch geparkeerd.

De Pointe Du Hoc werd geacht een haast oninneembare militaire stelling van de Duitse militaire macht te zijn in de tweede wereldoorlog. Gelegen hoog op een klif had niemand verwacht dat de Amerikanen in staat zouden zijn om – mits grote verliezen – het punt te veroveren op de Duitsers. Even stilstaan bij de geschiedenis en toch even onder de indruk zijn.

De site van Omaha Beach & Cemetary had opnieuw een gigantische parking, maar qua toegangswegen ging het toch maar traag. Hier sta je ook weer even stil bij het aantal graven. We zijn net op tijd voor het neerhalen van de vlag. De massa haalt de GSM en fototoestellen boven om het indrukwekkende proces vast te leggen. Onder luid applaus bereikt de vlag de grond.

Niort zelf is een klein stadje waar je eens kan doorkuieren. Enkele restaurantjes, de standaard winkelstraat en een overdekte markt. Zullen we er nog eens passeren? Misschien als we nog eens uitgenodigd worden voor een trouwfeest. Helaas zijn het aantal mensen dat zou willen trouwen in Niort, nu ook wel uitgeput.

En dan nog die hele weg terug. Na een korte nacht en een acceptabel ontbijt, kropen we weer de wagen in voor een zeer lange (en dure) rit richting Mechelen (met kleine omweg naar centrum Brussel, gezien we ook deels taxi speelden). Zeker rekening houden met de vele stukken weg waar je tol dient te betalen. Dat kan allemaal met de kaart, en je bent tussen Mechelen en Niort (heen & terug) al snel 100€ kwijt. Daarnaast was het enorm druk op de baan en onze pitstops waren verre van gezellig (door die drukte, maar een tweetal uur later dan voorzien (het was verdorie al donker).

Jack’s Cat Cafe

Een tweetal jaar geleden verscheen er een bericht over katten op dit blog. We kregen namelijk een opdracht om te vervullen tijdens onze zes maanden durende trip door Australië en Azië: Ga op de foto met een kat in elk land dat je bezoekt (missie geslaagd btw).

In deze Covid-19-tijden willen we deze blog nog eens oprakelen, want niet iedereen heeft het even gemakkelijk. In Hoi An (Vietnam) bezochten we Jack’s Cat Cafe, een kattenasiel voor katten gered uit de handen van mensen die hen liever als avondmaal zagen. De opvang is een huis met een grote tuin, omgeven door metershoge muren en prikkeldraad.

Momenteel zitten er 100+ katten binnen de hoge muren, maar niemand komt nog op bezoek vanwege de lockdown. De hongerige buikjes moeten echter wel nog steeds gevoed worden en de organisatie moet het doen zonder enige subsidies.

Daarom hebben ze zelf een kleine fundraiser opgezet om het broodnodige te kunnen voorzien. Bij ons bezoek twee jaar geleden speelde het idee al, nu hebben we de woorden eindelijk in daden omgezet. Feel free to join us …

Doneer hier en help Jack’s Cat Cafe

Alvast bedankt! Alle beetjes helpen.

Meer info? Check de website, Facebook en Instagram.

Dubai: Zon, auto’s en shopping malls.

Goed. Die blogpost stond hier dus al 3 jaar klaar. Ondertussen zijn we zes maand op vakantie geweest en zijn de collega’s nog drie keer teruggekeerd: Dubai.

In maart 2017 kregen we de kans om een weekje Dubai te verkennen (Incentive trips for the win!). Heel veel over gehoord, heel veel over gelezen, maar hoe zat dat nu echt? Toekomen om 2 uur ’s nachts en nog steeds 23° warm, dat beloofde alvast.

Als er één plek is waar mensen aan denken bij Dubai, dan is het wel de Burj Khalifa, het op dit moment nog steeds hoogste gebouw in de wereld. Je kiest tussen verdieping 124 + 125 (heel duur) of verdieping 124 + 125 + 148 (extreem duur) en boekt best goed op voorhand. Zelfs met de hoge prijzen (variërend tussen omgerekend toen al 60€ en 130€ per persoon), staan er lange wachtrijen en zijn tickets snel uitverkocht. De meningen over de beleving zijn zeer uiteenlopend, maar het uitzicht is alvast fenomenaal (Wolkenkrabbers, smog en woestijn).

Aan de voet van de Burj Khalifa liggen nog twee andere ‘toppers’. Enerzijds heb je de Dancing Fountains (Dansende Fonteinen), anderzijds de gigantische (en ja hoor … grootste van de wereld) Dubai Mall. De fonteinen geven ’s avonds elk half uur een show, inclusief luide muziek, de mall is er dan weer eentje om in verloren te lopen. Tijdens drukke momenten inclusief agenten om het ‘verkeer’ te regelen. Op die manier heb je ook alvast nummer 1, 2 en 3 van Tripadvisor achter de kiezen.

Het is maart en de zon schijnt? Tijd voor een waterpretpark: Aquaventura! Gelegen op de befaamde Palm Jumeirah en deel van het gigantische Atlantisch hotel. We hebben geluk, het is hier duidelijk nog geen hoogseizoen. Dit park is berekend op heel veel bezoekers, maar nu zijn we bijna alleen. Er zijn helaas ook een aantal attracties gesloten voor ‘renovatie’. Plezier verzekerd, al heb je het na een paar uur ook wel gezien.

De simpelste manier om op een snelle en efficiënte manier Dubai te verkennen is via de befaamde HOP on HOP off bussen. Twee maatschappijen bieden dit aan en rijden een nagenoeg zelfde ritje. Het contrast tussen de hoogbouw, met al z’n pracht en praal, en de stad voor de ‘normale mens’ is groot.

Het bekendste 7-sterren hotel (onofficieel) ter wereld is de Burj Al Arab. Je geraakt er niet binnen zonder boeking en er een deftige foto van trekken is ook niet gemakkelijk (Overal muren en hekken). Wij konden gelukkig wel een ander hotel binnenglippen en zo tot op het strand geraken, perfecte foto-opportuniteit! (na 3 jaar nog steeds mijn bureaubladachtergrond).

En dan zijn er nog de dingen die Dubai maken tot wat ze zijn: Alles is groot, in alles willen ze de beste zijn. In de Emirates Mall ligt er een volwaardige skipiste, in de Dubai Mall een schaatspiste. Dubai houdt van de natuur, daarom bouwen ze ‘de wereld’ na op zee (iemand interesse om een aangelegd eiland te kopen?) en je stelt niets voor als je niet met een Ferrari, Lamborghini of Rolls Royce rijdt …

Dubai is speciaal, een ware beleving. Een waar paradijs voor iemand die van zon, zee en strand (aangelegd) houdt. Moet je toch eens gedaan hebben.

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.

Citytripje Lissabon.

Onze trip in Portugal stopte niet bij het kleine weekje Azoren: tijd voor Lissabon, de stad van de Azulejos, de tegeltjes met typische print, maar van nog zoveel meer!

Azulejos
Azulejos

Ook hier zochten en vonden we een AirBnB in Bairro Alto, het oude stadsgedeelte van Lissabon. Een eerste tip van de eigenaar: huur géén auto voor vervoer in Lissabon zelf: een voltreffer. Kleine straatjes en veel te druk op de andere straten. Uber doet hier gouden zaken: veel goedkoper dan een gewone taxi en even snel. Misschien wel net dat tikkeltje avontuurlijker, gezien ze op de luchthaven allemaal op de zelfde plaats stoppen en vertrekken en zowat alle toeristen hetzelfde plan hebben. Ons appartement heeft geen airco en ramen moeten dicht wat betreft potentiële diefstal: welkom in de sauna! Gelukkig is er een ventilator. Het is middernacht voorbij, tijd voor een bed.

De komende drie dagen ontbijten we bij Fauna & Flora, de ultieme ontbijtplaats voor de lokale en niet zo lokale hipster vlakbij ons appartementje. Een uitgebreide kaart met pannenkoeken (mijn favoriet!) en boterhammen vol lekkere, gezonde zaken, smoothies en sapjes: lekker! (al was niet alles even vers – zoals bijvoorbeeld de sapjes). Andere winkeltjes in de buurt zijn supergoedkoop in vergelijking met het toeristische centrum. Dat kan wel eens handig blijken met het warme weer: de waterprijzen swingen de pan uit naarmate je dichten bij het centrum komt.

De rage van de steps is hier ook al toegeslagen: Vooral aan het water staat het vol stepjes van allerhande merken. Het fietspad lijkt er wel voor aangelegd. Wij kiezen ervoor om alles te voet, de trein of de bus (je kan dagtickets kopen) te nemen. Een ja, één keer nemen we ook heel decadent de Uber voor een paar kilometer naar de wondere wereld van het Oceanario. (Onderwaterwerelden: we krijgen er nooit genoeg van).

Elke stad die zichzelf een beetje respecteert, heeft z’n eigen foodmarket, zo ook Lissabon: de Time Out Market. Een grote hal met tientallen standjes met letterlijk alle soort eten. Van simpele snacks tot uitgebreide maaltijden. Dit alles in een modern kader, met voldoende zitplaats. En voor de mensen met kleine blaas: hier kan je een gratis toilet scoren.

Praca Do Comercio met z’n Arco do Triunfo is waarschijnlijk zowat het bekendste plein van de stad, maar de rest van Alfama is ook zwaar de moeite. In Alfama rijdt de befaamde Tram 28. Dit is een tram gelijk een ander, ziet er wel een beetje anders uit (ouder, authentieker), maar heeft vooral het nummer 28 op zich geplakt gekregen. Blijkbaar voldoende om heel de dag door stampvol te zitten. Wij laten hem keer op keer passeren, maar niet zonder er een aantal foto’s van te nemen: we blijven toeristen en de straten zijn hier zo fotogeniek. 

Tram 28
Alfama

De straten gaan steil omhoog en leiden naar het Castelo de São Jorge, het kasteel op de heuvel met een zeer mooi uitzicht over de hele stad. Leuk extraatje (wij zijn fotografiestudenten!) is de camera obscura die heel de stad in beeld brengt. Wel even opletten, want er zijn sessies elke twintig minuten in het Spaans, Portugees en het Engels en de plaatsen zijn beperkt. Wij zaten uiteraard in de Spaanse (geen zin om nog eens 20 minuten extra te wachten!), maar konden al bij al nog wel volgen.

Volgende stop: Belem! Een wijk die elke toerist in Lissabon moet afvinken:

  • Vinkje 1: Padrao dos Descobrimentos: Een monument met beelden van alle mensen die Portugal de laatste paar honderd jaar groot gemaakt hebben. Je kan er niet naast kijken als je uit de trein stapt. Dit was dan ook onze eerste stop.
  • Vinkje 2: Santa Maria de Belem: De bekende toren, die veel kleiner uitvalt dan wat we verwacht hadden. Twee keer zijn we langsgeweest, de eerste keer was er een festival aan de gang, de tweede keer was dit gelukkig opgeruimd en konden we daadwerkelijk tot bij de toren. 
  • Vinkje 3: Mosteiro dos Jeronimos: Het klooster dat je gezien moet hebben. Bij ons bleef het bij de buitenkant. De ene keer was het gesloten, de andere keer was de rij net wat te lang. De buitenkant was zeker de moeite en de reviews op TripAdvisor deden ons sowieso wat twijfelen.
  • Vinkje 4: Pastéis de Belém: Voor de echte moet je bij de Confeitaria de Belém zijn. Op het internet las ik ergens dat ze daar op topmomenten tot 20.000 pastéis per dag verkopen. Het is artisanaal bandwerk. In meerdere rijen staan mensen tot op straat aan te schuiven voor de Portugese lekkernij. Liefst zo snel mogelijk op te eten (lekker vers en nog een beetje warm), een heerlijkheid!
  • Extra Vinkje: Het Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts: een klein (je bent snel rond) museum met hedendaagse kunst. Op zich vonden we het niet meteen spectaculair, maar de kaartjes waren gratis op zaterdag, dus mooi meegenomen.
Padrao dos Descobrime
Santa Maria de Belem
Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts

Een laatste aanrader hoor ik je zeggen? Voor mensen die van Streetart houden? Lissabon staat/hangt vol Streetart. Je kan er haast niet naastkijken. We vonden een aantal wandelingen terug, maar uiteindelijk hielden we het bij ‘rondwandelen’ en een bezoekje aan de Underdogs Gallery (kunst aan de muur, bij ons bezoekje helaas wel net enkel de winkelruimte open wegen het installeren van een nieuwe tentoonstelling).

Het verdict: In Lissabon kan je gemakkelijk 3 à 4 dagen rondlopen (en dan heb je Syntra nog niet gedaan) en samen met de massa’s toeristen genieten van de pracht en praal. Ideale citytrip. Veel te lang uitgesteld.

Een weekje Sao Miguel (Azoren, Portugal)

De Azoren zijn een spreekwoordelijke scheet groot, maar hebben een rijke geschiedenis en je bent er toch een tijdje zoet mee. Onze trip liet ons helaas enkel toe Sao Miguel (het meest bezochte eiland) gedurende een kleine week te bezoeken. In de staan de andere eilanden zeker nog eens op het programma. Nu voelt het toch of we daar toch wat gemist hebben.

De weg naar Ponta Delgada (grootste stad van het eiland) was lang en vervelend. Om één of andere duistere reden konden we ons vliegtuig niet op en moesten we overgeboekt worden naar een andere vlucht (Lissabon in plaats van Porto). Onze nieuwe vlucht naar Ponta Delgada stond helaas pas laat op de avond gepland (in plaats van de vroege namiddag), en dus kwamen we pas 9 uur later op onze bestemming aan. Gelukkig konden we onze rental car nog ophalen en Ricardo, onze host van de AirBnB die we gevonden haddden, lachte ook nog, al was het iets groener dan normaal. 

Ons hoofddoel op het eiland was naast  enkele mooie wandelingen maken ook onze duikkunsten opfrissen. Het was nu reeds anderhalf jaar geleden (laatste keer in Taiwan tijdens onze 6 maanden durende trip), maar we hadden er zin in en dus boekten we op voorhand 6 duiken, Eén duik extra: een opfrissingsduik (ondiep water, enkele oefeningen, basistechnieken, …) om toch wel zeker te zijn dat we niet onmiddellijk zouden verzuipen. We deden dit via Best Spot Azores, één van de vele duikorganisaties in Ponta Delgada. Zij kwamen er als beste uit op Tripadvisor en de ratings waren zeker correct (zowel de duiken als de instructeurs). 

We zijn alweer wat mooie ervaringen rijker (geen foto’s deze keer helaas): het onderwaterleven is enorm boeiend. Bij één van onze duiken gingen we zelfs op zoek naar een gezonken oorlogsschip (bijnaam “Dori”), weer iets om van onze bucket list te schrappen. Wegens problemen aan het oor, kon Anneke helaas de laatste duik niet meemaken. Ik ademde terwijl duidelijk voor twee, want zonder mijn divebuddy Anneke, bleek ik extra veel en onrustig te ademen. Gelukkig zijn er altijd bekwame instructeurs in de buurt die nog wel wat extra perslucht overhebben. 

Duiken: we kunnen het iedereen aanraden! (enkel de droge lucht en het hongergevoel achteraf – dat dan weer door die uitdroging komt – moet ik nog steeds gewoon aan worden). Niet twijfelen.

Tijdens ons tripje op het eiland leerden we alvast ook een aantal Portugese woorden kennen. Eén daarvan was alvast: Miradouro ofte uitzichtspunt. Het eiland lag er vol van. Stuk voor stuk waren het (de meeste dan toch) mooie uitzichten over meren, heuvels, de zee of kleine dorpjes. Meer dan een auto en een GPS heb je niet nodig. Het eiland is klein genoeg om deze uitzichtpunten (of toch een selectie ervan) op één dag te doen. Onze toppers: Vista do Rei, Lagoa do Fogo, Pico do Ferro en Grota do Inferno (het meest Instagram-waardige plekje). De meeste van deze punten zijn te bereiken na een korte wandeling (de wegen er naartoe zijn helaas niet altijd even sexy).

Google bezorgde ons dit overzicht. Ben je wel even zoet mee!

Enkele andere zaken die ons zullen bijblijven:

Wandelingen en dorpjes:

De wandeling van Vista do Rei naar Sete Cidades (en terug). Het Vista Do Rei (uitzichtpunt van de koning), moet zowat het drukste punt van het eiland zijn. De eerste keer dat we hier met de wagen passeerden was het mistig en konden we geen 20 meter ver kijken. De tweede keer was het weer zeer helder en waren de uitzichten fenomenaal. Maar wat maakt dit punt nu net zo interessant? Allereerst: er is amper parking, dus op een druk moment moet je je wagen een kleine kilometer verder parkeren (bij ons het geval). Je komt dan op het uitzichtpunt terecht en hebt een fantastisch zicht op de omliggende heuvels, het meer en Sete Cidades, een klein dorpje aan een groot meer. De wandeling zelf loopt helemaal rond het meer en gaat zachtjes naar beneden (helemaal niet moeilijk dus). Tot helemaal op het einde, wanneer iemand ooit beslist heeft een overdreven steile weg naar beneden aan te leggen. Gedurende enkele honderden meters gaat het pad zo steil naar beneden dat we al helemaal ontmoedigd zijn om terug naar boven te gaan.

Beneden kan je wat drinken, maar valt er voor de rest weinig te beleven. De kortere route naar boven is maar half zo lang, maar dus wel heel de tijd klimmen, een uitdaging (de uitzichten zijn ook minder spectaculair, maar daarom is dit deel van de wandeling niet minder mooi).

Extra aan het Vista do Rei: Wil je het zicht nog een tikkeltje beter hebben, dan is er nog een andere (tijdelijke oplossing) onder de vorm van het Monte Palace Hotel. Ooit heel even (het werd meteen daarna gesloten) het beste hotel van de Azoren en Portugal, nu een leegstaand hotel. Vanop het dak van dit hotel heb je een nog beter en hoger zicht op de omgeving het Vista do Rei uitzichtpunt. 

Een achtergelaten hotel, helemaal leeg, alles volledig afgesloten, of toch net niet goed genoeg? Hoewel alle ingangen mooi afgesloten waren met hekken en extra muurtjes was het hotel een drukke bedoening. Na wat zoeken vonden we een ingang waar we moeiteloos binnenliepen. We voelden ons echte Urban Explorers, al viel het allemaal nogal mee. Eerlijk gezegd liep het het vol. Tientallen mensen volgen ons voorbeeld (net zoals wij het voorbeeld van anderen volgden). Er liepen wel een aantal ‘agenten/werklieden’ rond, maar die lieten iedereen begaan. Eens de werken echt starten, zal de toegang waarschijnlijk volledig verboden worden. Het hotel zou terug een hotel moeten worden.

Het Lagoa Do Fogo is een tweede mooi meer, met opnieuw een aantal mooie uitzichtpunten. Ook hier is een mooie wandeling aan verbonden, maar we vonden onze goede benen niet en hadden al twee duiken achter de kiezen. We hielden het dus bij een aantal stops.

Ook in de Azoren hebben ze het warm water al uitgevonden. Op verschillende plekken hebben ze zelfs warmwaterbronnen. In Furnas kan je het water zien borrelen (oh, wat ruikt dat toch goed). Voor twee euro per persoon geraak je het domein op (of je nu met de wagen bent of niet, ook wandelaars betalen dit) en kan je een hele dag rondhangen. De restaurants uit de buurt maken hier ook hun lokale stoofpotjes. Grote potten worden onder de grond begraven en worden op natuurlijke wijze opgewarmd.Het meer zelf kan je ook rondwandelen, we zouden onszelf niet zijn, moesten we dat niet eens geprobeerd hebben (Wandeling rond het meer in Furnas). 

Het kleine dorpje Ribeira Grande bezochten we op een speciaal moment. Er ging net een processie ter ere van Jezus losbarsten: heel het dorp was in rep en roer, alle straten waren mooi versierd met bloemblaadjes in alle kleuren die in mooie motiefjes op de grond lagen en de lokale inwoner beschouwde dit duidelijk als een hoogtepunt. Spijtig genoeg waren we net iets te vroeg, maar tegen dat we vertrokken vertrok er al menig vuurwerkpijl de lucht in. Stadje? Klein en leuk. Extra evenementen? Extra leuk (maar vooral speciaal).

Restaurants:

Een mens moet eten en wij gaan toch steeds op zoek naar leuke restaurants die net dat ietsje beter zijn. Tripadvisor is onze beste vriend hier. Wetende dat mensen meestal zeer positief of zeer negatief zijn, moet je dit altijd met een korrel zout nemen. Hier alvast 2 van onze toppers:

Tasquinha Vieira

Een op het eerste zicht heel klein restaurantje dat bij de best gerangschikte restaurants van Ponta Delgada staat. Overheerlijke Portugese keuken in een gezellige setting. Reserveren kan wel noodzakelijk zijn. Het restaurant vult zich elke avond enorm snel. We gingen hier twee keer eten en vonden het twee keer fantastisch.

A Terra Fornara (Furnas Boutique Hotel)

Een restaurant in een groot ‘Boutique Hotel’. Even moeten zoeken, gezien het niet meteen in het centrum van Furnas lag. Zeer gezellige setting weg van de echte drukte van het centrum van Furnas met zijn ‘authentieke’ restaurants. Gevarieerde Portugese keuken, geserveerd binnen of buiten op het overdekte terras.Uiteraard kunnen we het lijstje nog aanvullen met een aantal niet zo fantastische restaurants, maar daar gaan we jullie niet mee vervelen!

Conclusie: Maar één van de eilanden bezoeken was misschien een fout, reden te meer om nog eens terug te gaan. Het leven onder water was de moeite, het weer boven water meestal dik OK. Moet je dit overwegen voor een volgende vakantie? Zeker! (Wandelen, natuur, duiken, …)

De Faeröer – Praktisch!

Een derde en laatste deel in onze Faeröer-saga. We hebben het al over onze wandelingen gehad en onze ‘perfecte’ reisroute uitgestippeld. Nu resten er ons nog wat praktische tips & tricks.

Dorpje

We vlogen met de combinatie KLM (naar Kopenhagen) – Atlantic Airways (de lokale luchtvaartmaatschappij) vanuit Amsterdam, naar Vagar dit in combinatie met een hotelovernachting + parking voor een week in het Marriott Courtyard Amsterdam Airport. Dit alles werd voor ons geregeld door de broer die voor een reisbureau werkt dat connecties legt. Tickets kosten aardig wat, het hotel + parking zijn betrekkelijk goedkoop (Aanrader als je vanuit Amsterdam vertrekt).

We huurden een gezellige kleine AirBnB in Tjornuvik, maanden op voorhand. Gezien elk beschikbaar huisje in elk klein dorpje een AirBnB bleek te zijn, geen rare keuze. Geen eigenaar gezien, maar wel vlot meer dan 100€ per nacht betaald. Alles werd online geregeld en dit ging vlot.

Tjornuvik, ons dorpje.

Verplaatsingen op de eilanden:

Je kan alles met het openbaar vervoer doen (of alles te voet, maar dat is voor echte avonturiers), maar het beste vervoer is toch wel de wagen. Zeggen dat wagens schaars zijn, is overdreven, maar de prijs doet het wel vermoeden. We betalen ons blauw voor de vele kilometers die we afleggen bij de auto die we huren bij Budget (via rentalcars.com), vooral omdat er een limiet van 100 kilometer per dag opgelegd wordt (en we daar vlot 450 kilometer overgaan).

Heel veel toeristen komen met hun eigen mobilhome. Niet altijd even evident op de soms heel smalle wegen, maar dus ook wel een optie.

Naadloos naar het volgende puntje: hoe veilig met de auto rijden in de Faeröer? (filmpje, link klikken!) Over het algemeen zijn de regels hetzelfde, maar je moet rekening houden met mist (lichten van de auto moeten altijd branden!), schapen, lange tunnels en tegenliggers (ook in tunnels). Van zodra je op zoek gaat naar de kleine dorpjes, veranderen de wegen allemaal in éénvaksbanen. Op deze smalle baantjes hebben stijgers altijd voorrang (tenzij het een bus of vrachtwagen is). Elke paar honderd meter zijn er plekken waar je de auto even opzij kan zetten om tegenliggers te laten passeren (deze dienen niet om zelf te parkeren!). Hetzelfde geldt voor tunnels. Iets schrikwekkender, maar alles verloopt steeds gecontroleerd.

Onze bolide.

Kledingvoorschriften:

Op voorhand hadden we ons voldoende ingelezen over een aantal zaken. Zo ook over de kleding die we dienden mee te nemen. Tijdens ons verblijf was de temperatuur steeds tussen de 10°c en de 15°c, niet bijster warm dus (maar normaal voor de Faeröer). We voorzagen ons dus van een aantal extra laagjes, maar we gingen niet zover als sommige andere toeristen (sommigen leken alsof ze naar de Noordpool gingen). Dit bleek voldoende. Houd wel rekening met mist en miezer die alles nat maken in geen tijd. Zolang je goed voorzien bent, is er geen probleem.

Voorschriften gevolgd.

Eten & Drinken :

In de meeste dorpjes die enige grootte hebben, heb je wel een lokale supermarkt. Vele daarvan zijn ook open op zondag. Het grote winkelcentrum waarover je veel leest als je een beetje Googelt (SMS), is dit niet en is eigenlijk ook niet echt de moeite om te bezoeken.

Restaurants zijn een grotere uitdaging. Wij hebben veeleer zelf gekookt om onze maagjes te vullen. In de grotere steden heb je wel een aantal deftige restaurants, in de kleinere is het vaak goed zoeken, of is er wel een lokaal “wafelkraam”. Tjornuvik had een kleine snackbar en het wafelkraam stond voor ons huisje (openingsuren al naargelang het weer en de goesting).

Wat is ons nog opgevallen?

Naast het occasionele wafelkraam hier en daar waren er een aantal zaken die steeds terugkwamen:

  • Het werd daar letterlijk nooit donker (je hebt ‘donker’ en ‘donker, donker’ uiteraard, en ja, de tijd van het jaar had er veel mee te maken.
  • Hoe klein een dorpje ook was, van zodra er meer dan 22 mensen woonde, leek het verplicht te zijn om een voetbalveld te hebben, steeds in uitstekende staat (velen ook met kunstgras).
  • Elk huis, waar er ook kinderen wonen, heeft een trampoline. Elk. Huis. We hebben er maar eentje zien wegwaaien.

Conclusie: 

Het leven is duur in de Faeröer, op zowat alle fronten! De wondermooie natuur krijg je er gratis bij. Een weekje is net lang genoeg om de meest belangrijke punten te bezoeken en het is een aanrader voor iedereen!

Nog meer vragen? Stel ze gerust!

Boottocht: Mist, schapen en rotsen
Seal Woman
Inwoner van de Faeröer
Klein dorpje.