Dubai: Zon, auto’s en shopping malls.

Goed. Die blogpost stond hier dus al 3 jaar klaar. Ondertussen zijn we zes maand op vakantie geweest en zijn de collega’s nog drie keer teruggekeerd: Dubai.

In maart 2017 kregen we de kans om een weekje Dubai te verkennen (Incentive trips for the win!). Heel veel over gehoord, heel veel over gelezen, maar hoe zat dat nu echt? Toekomen om 2 uur ‘s nachts en nog steeds 23° warm, dat beloofde alvast.

Als er één plek is waar mensen aan denken bij Dubai, dan is het wel de Burj Khalifa, het op dit moment nog steeds hoogste gebouw in de wereld. Je kiest tussen verdieping 124 + 125 (heel duur) of verdieping 124 + 125 + 148 (extreem duur) en boekt best goed op voorhand. Zelfs met de hoge prijzen (variërend tussen omgerekend toen al 60€ en 130€ per persoon), staan er lange wachtrijen en zijn tickets snel uitverkocht. De meningen over de beleving zijn zeer uiteenlopend, maar het uitzicht is alvast fenomenaal (Wolkenkrabbers, smog en woestijn).

Aan de voet van de Burj Khalifa liggen nog twee andere ‘toppers’. Enerzijds heb je de Dancing Fountains (Dansende Fonteinen), anderzijds de gigantische (en ja hoor … grootste van de wereld) Dubai Mall. De fonteinen geven ‘s avonds elk half uur een show, inclusief luide muziek, de mall is er dan weer eentje om in verloren te lopen. Tijdens drukke momenten inclusief agenten om het ‘verkeer’ te regelen. Op die manier heb je ook alvast nummer 1, 2 en 3 van Tripadvisor achter de kiezen.

Het is maart en de zon schijnt? Tijd voor een waterpretpark: Aquaventura! Gelegen op de befaamde Palm Jumeirah en deel van het gigantische Atlantisch hotel. We hebben geluk, het is hier duidelijk nog geen hoogseizoen. Dit park is berekend op heel veel bezoekers, maar nu zijn we bijna alleen. Er zijn helaas ook een aantal attracties gesloten voor ‘renovatie’. Plezier verzekerd, al heb je het na een paar uur ook wel gezien.

De simpelste manier om op een snelle en efficiënte manier Dubai te verkennen is via de befaamde HOP on HOP off bussen. Twee maatschappijen bieden dit aan en rijden een nagenoeg zelfde ritje. Het contrast tussen de hoogbouw, met al z’n pracht en praal, en de stad voor de ‘normale mens’ is groot.

Het bekendste 7-sterren hotel (onofficieel) ter wereld is de Burj Al Arab. Je geraakt er niet binnen zonder boeking en er een deftige foto van trekken is ook niet gemakkelijk (Overal muren en hekken). Wij konden gelukkig wel een ander hotel binnenglippen en zo tot op het strand geraken, perfecte foto-opportuniteit! (na 3 jaar nog steeds mijn bureaubladachtergrond).

En dan zijn er nog de dingen die Dubai maken tot wat ze zijn: Alles is groot, in alles willen ze de beste zijn. In de Emirates Mall ligt er een volwaardige skipiste, in de Dubai Mall een schaatspiste. Dubai houdt van de natuur, daarom bouwen ze ‘de wereld’ na op zee (iemand interesse om een aangelegd eiland te kopen?) en je stelt niets voor als je niet met een Ferrari, Lamborghini of Rolls Royce rijdt …

Dubai is speciaal, een ware beleving. Een waar paradijs voor iemand die van zon, zee en strand (aangelegd) houdt. Moet je toch eens gedaan hebben.

Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.

Opdracht: Doe vrijwilligerswerk of lever een positieve bijdrage aan iemands leven

‘Nooit nee kunnen zeggen’; dat is volgens menig vriend, vijand en psycholoog mijn zwakste punt. Soms vraag ik me af of anderen deze eigenschap van ver ruiken. Of misschien doe ik het mezelf altijd aan.

Toen Lukas me aansprak en ik besloot het gesprek aan te gaan, wist ik dus al lang hoe laat het was. Daar stond hij dan; in zijn witte T-shirt en met z’n lichtrood aangebrand gezicht. Hij leek zo van de Scouts weggelopen.

Heeft u zelf  al kinderen?’vroeg hij me.
‘Nee‘, mijn antwoorden blaken altijd van efficiëntie.
‘Ah nee, te jong‘, slijmde hij.
‘Als ik aan de andere kant van de wereld geboren was, had ik uw moeder kunnen zijn‘, sprak mijn innerlijke stem.

‘Wilt u later kinderen?’, ging hij verder.
‘Niet echt‘.

Ik zag de paniek in Lukas’ ogen toen zijn draaiboek door mijn antwoord in duigen viel.

‘Maar we zijn wel allemaal kind geweest‘. Een dooddoener die me er bijna toe aanzette om toch eens ‘nee’ te kiezen op de vraag die in de lucht hing. Maar zelfkennis is het begin van alle wijsheid en ik wist dat ik al te diep in het drijfzand weggezakt was.

Bij het vervolledigen van het domiciliëringsformulier kreeg Lukas het voor een laatste keer Spaans benauwd. De jeugdige enthousiasteling dacht even dat ik geboren was in 1998 – en dat ik dus wettelijk gezien geen maandelijkse donatie kon doen aan z’n goede doel.

‘Als 19-jarige zou ik hier nooit staan met twee zakken vol interieurparfum en geurstokken ter waarde van een half heelal‘, dacht ik bij mezelf.

‘Ah nee, 1988. Oef, oké. Ik dacht even 1998, dan ben ik geboren‘. Zo gaf Lukas toch nog wat informatie over zichzelf mee.

En zo verdubbel ik vanaf nu mijn maandelijkse bijdragen aan het goede doel. Een belofte die ik mezelf gemaakt had tijdens onze reis. Lukas wist niet dat hij zijn makkelijkste verkoop ooit zou doen vandaag. Ik wist niet dat het eindelijk tijd was om met de neus op de feiten gedrukt te worden: ondanks al het opzoekwerk had ik zelf nog geen extra domicilie gedaan.

Als er één opdracht is waar ik naar uitkeek dan was het deze wel: ‘Doe vrijwilligerswerk of lever een positieve bijdrage aan iemands leven‘. Als er één opdracht was waar ik het zélf Spaans benauwd van kreeg dan bleek het wel deze te zijn.

Urenlang heb ik vrijwilligersorganisaties opgezocht.
Enkele keren hebben we geld gegeven aan mensen die beweerden een plaatselijke charity te zijn.
Tientallen prulletjes heb ik gekocht van lokale eerlijke initiatieven.
Honderden keren heb ik geslapen in kamers die misschien niet prachtig waren, maar waarvan we het idee hadden dat we zo toch iets bijdroegen aan een plaatselijke familie.
En één keer leidde het tot een voedselvergiftiging.

Maar nooit had ik het idee dat het voldoende was. Stress kreeg ik ervan. Ik wil dan ook graag herinnerd worden als de uitvinder van first world stress, de opvolger van first world problems. Het bleek moeilijker om bonafide vrijwilligersorganisaties te vinden dan ik had gedacht. We hadden vonoldoende geld te hebben om structureel verschillen te maken. En soms bleken goede doelen helemaal niet zo goed te zijn. Wist je bijvoorbeeld dat je in Cambodja beter niet aan weeshuizen schenkt, omdat hier een hele weesindustrie achter draait?

Dus besloot ik tijdens De Grote Reis om in België mijn donaties te verhogen. Een (te) gemakkelijke oplossing, maar wel de oplossing waar ik me het best bij voel. Misschien vraagt Lukas zich nu nog altijd af waarom een vrouw zonder kinderwens toch zo snel inging op zijn vraag om ‘aan de kinderen te denken’. Wel Lukas, omdat jouw dooddoener klopt. We zijn allemaal kinderen. Alleen krijgen we niet allemaal dezelfde kansen.

IMG_20180327_213452_539

Dierenmishandeling en -diefstal is een probleem in Azië. We kozen er dus voor om enkele plaatselijke kattencafés te bezoeken om zo hun strijd tegen de (illegale) vleesindustrie te steunen.

IMG_20171210_103819_350

Happy fish should remain happy. De gigantische (plastic) vervuiling greep me naar de keel. Ik ben nog steeds op zoek naar een goed initiatief om hier te steunen. Voorlopig neig ik naar The Ocean Clean-Up. Om een klein steentje bij te dragen, probeer ik mijn consumptie plastic flessen te beperken.

IMG_20180119_210551_068

Kansen worden nooit gelijk verdeeld. En hoewel dat besef me versteende tijdens mijn reis, hoop ik alsnog dat ik vanuit België wél verschil kan maken.

Boodschap van algemeen nut voor wie een auto huurt in Taiwain.

We hebben heel lang getwijfeld over hoe we wilden rondreizen in Taiwan. Opties: Auto, openbaar vervoer of te voet. We zaten eigenlijk al door ons budget heen en een auto huren was nu ook niet zo goedkoop (50-60 Euro per dag voor een auto type Ford Fiesta; Sporteditie; automaat; grote spoiler achteraan; letterlijk het kleinste model dat je kan krijgen).

Er is de trein als alternatief en die brengt je echt wel op de meeste plekken waar je wil zijn. Vrij snel en vrij efficiënt als ik de reviews online mag geloven. De trein brengt je echter niet overal. Niet in die kleine stukjes natuur, niet in die afgelegen gebieden, niet op de plekken die we eigenlijk het liefst wilden zien. We kozen dus toch voor de auto.

Na enorm veel geklungel (websites die tegenwerken enzo) kregen we een wagen (de kleine Ford Fiesta!) geboekt en kon het avontuur enkele dagen later echt beginnen.

We waren nu al een tijdje doorheen Azië aan het reizen en hadden al heel wat verkeerssituaties meegemaakt. Eigenlijk verklaarden we ons op voorhand gek dat we aan dit laatste avontuur wilden beginnen, maar de reviews online op Lonely Planet en Tripadvisor gaven aan dat het allemaal doenbaar zou moeten zijn.

De infrastructuur is geweldig. In de rest van Azië kregen we te maken met zandwegjes of wegjes waar ooit wel eens een laag asfalt op lag. Hier lagen alle wegen er in quasi onberispelijke staat bij. In Tapei rijden bleef wel een uitdaging. Overvolle straten, stroken die enkel voor brommers/scooters waren en kruispunten zonder enige vorm van verkeerslicht.

Wat maakte dit auto-avontuur dan een echt avontuur om niet snel te vergeten?

  • Taiwan van Noord naar Zuid is ruwweg 490 kilometer. Beetje België, maar dan toch een beetje groter. Dat allemaal met nagenoeg perfecte wegen.
  • Parkeren: Thank God voor die kleine wagen. Er zijn twee soorten parkings in Taiwan: de eerste is vrij logisch. Een gratis/betaalparking met duidelijke parkeervakken. Herkenbaar aan de grote ‘P’. Vooral in grote steden was dit welgekomen. Betaalautomaten spraken gelukkig wel Engels (en prijzen waren te herkennen aan het feit dat men een westers schrift voor cijfers gebruikt). De tweede parking is de parking van “Ik zet mij hier en de mensen zullen wel rond mij heen rijden”. Drukke baan? Spitsuur? Overal stopten auto’s. In kleine steden geen probleem, in grote was het vaak slalommen.
  • Snelheidslimieten: Niemand leek zich er aan te houden, ook al stond het daar vol flitspalen. De snelheidslimieten lagen dan ook bedroevend laag en onze witte Ford Fiesta (sporteditie, remember), vond 40km/uur een beetje traag, zeker als dit echt kilometers lang de aangewezen snelheid was (andere limieten lagen tussen 50-70 km/uur op gewone wegen).
  • Regelgeving: Welke regels? We vroegen ons meermaals af of er wel regels waren voor bijvoorbeeld brommers/scooters (en eigenlijk ook auto’s). Het oranje verkeerslicht betekent hier duidelijk “geef nog maar wat extra gas” en het rode “het is eigenlijk al terug groen, ik vertrek al”.
  • Taroko National Park en de wegen errond: Taroko moet één van de bekendste natuurparken van Taiwan zijn (en terecht). Er zijn veel werken aan de gang die het de auto-, bus-, vrachtwagen-bestuurder gemakkelijker moeten maken om door het park te rijden. Wat echter nooit wende waren de tunnels (de oudere, niet de nieuwe) en de weg naar Mount Shimen. Tunnels hadden vaak slechts één baanvak en waren bij momenten honderden meters lang. De weg werd gebruikt door alle eerder vernoemde voertuigen. Elke bocht kon je laatste zijn. Tot overmaat van ramp zaten de wolken bij onze terugkeer zo laag dat we ongeveer anderhalf uur letterlijk NIETS gezien hebben.
  • Rijdende discoballen: Overal, maar dan ook echt overal staan lichten te pinken die om aandacht schreeuwen. Zo staan er aan de verkeerslichten vaak groene en rode lichten te pinken, wat het allemaal zeer verwarrend maakt. Vrachtwagens hebben overal LED-lichten gemonteerd om op te vallen en overal staan rood/blauwe lichten. De politie is overal, maar meestal ook nergens (politie rijdt ook altijd met brandende rood/blauwe lichten).
  • Waarschuwingslichten: naast de overdaad aan flitsend licht viel ons nog iets op. Mensen reden vaak door het rood, maar soms was dat heel normaal. Op vele plaatsen stond er een groen/oranje/rood licht een honderdtal meter voor het echte rode licht (meestal voor een bocht) als waarschuwing. De eerste keer stop je dan nog braaf voor het rode licht, maar dan merk je dat mensen beginnen te toeteren en je langs alle kanten beginnen voor te steken …

Maar dat is allemaal niets tegenover het laatste argument: Het rijgedrag van de gemiddelde Taiwanees. Zoals eerder aangehaald: snelheidslimieten of lichten zijn niet zo belangrijk. Maar wat dacht je van:

  • Bussen die je haast van de weg rammen omdat de chauffeur op zijn GSM bezig is.
  • Scooters die van een bergpas afrazen en je voorsteken in een bocht zonder enig zicht op wat er zich achter de bocht bevindt … ohja, langs rechts (en ja, we hebben er eentje geraakt, zonder veel gevolgen gelukkig).
  • Richtingsaanwijzers zijn hier overal optioneel.
  • Iedereen steekt langs rechts voor. Overal. Op wegen met één rijstrook geldt dit ook trouwens (gewoon hopen dat niemand zich geparkeerd had).
  • Never Forget: De vrachtwagen die 80km/uur reed op een baan van 70km/uur, in ons gat kwam hangen, met zijn lichten knipperde en claxoneerde. Om dan toch bij voorkeur langs rechts voor te steken omdat we enkel naar links konden uitwijken. Bij het volgende licht week hij dan toch uit voor een voorligger en moest dan ‘noodgedwongen’ door het rood rijden omdat hij niet meer kon stoppen.
  • Never Forget 2 – Jiufen: één van de drukstbezochte oude steden in Taiwan. Letterlijk één straat lang (in vele kronkels). Toen we onze afslag naar de parking misten zijn we zonder overdrijven 10 kilometer omgereden omdat het zo druk was en we nergens meer konden draaien (uiteraard was het op dat moment al pikdonker, voor extra effect!)

Toch zijn we zeer tevreden dat we een auto hadden. We hebben zoveel meer gedaan en gezien. Dingen die we anders nooit gezien zouden hebben. Rondrijden in Taiwan is een goede leerschool, vooral in steden. Buiten de steden is het eigenlijk verbazend rustig.

Screenshot_20180327-215103

Niets te zien hier!

IMG_20180325_220549_886

Veel te zien!

Cat alert: opdracht #21

Trek in elk land een foto met een kat. Zij die mij kennen weten dat ik alles laat vallen als er een harige kattengod voorbij komt gewandeld.

WARNING: CUTENESS OVERLOAD!

Singapore

IMG_20180326_220311_077

Hartzeer: afgewezen door de lokale God.

In Singapore zijn er weinig straatkatten te vinden. In totaal vond ik er amper twee en ze hadden niet meteen zin om te socializen.

Gelukkig was dit exemplaar gelukkiger om mij te zien – of wacht, was ik gewoon héél gelukkig om een kat vast te houden?

IMG_20180326_212447_261

Dan maar liefde zoeken in plastic. Life in plastic, it’s fantastic.

Australië
 

IMG_20171025_191126_341_1

Campingkitties for the win!

Onze reis door Australië kenmerkte zich vooral door nationale parken en natuur. Jammer voor de poezen: In Australië worden katten gezien als een uitheemse soort die de inheemse dieren het leven lastig maakt. Katten zijn – samen met o.a. vossen en honden – verantwoordelijk voor sterfte van heel wat vogelsoorten. Ze zijn daarom niet welkom in nationale parken. Er wordt actief vergif gelegd om hen uit te roeien. In een bepaald gebied in Queensland is het probleem met straatkatten zo groot geworden, dat de lokale overheid (op moment van verblijf, november 2017) een premie uitreikt per gedoodde kat: 10 dollar of 5 dollar voor een kitten. Dierenrechtenorganisaties – zoals PETA – zetten zich in om langetermijnoplossingen na te streven en meer humane manieren om de kattenpopulatie in de hand te houden.

IMG_20171023_185920_494_1

Ondanks hun dubbele relatie met katachtigen waren er toch voldoende eerbetonen aan dit superieure ras.

Indonesië

IMG_20171204_084510_368_1

Wanneer de Goden je aanwezigheid erkennen.

Deze aanhankelijke kat was in a league of her own. Ze miauwde luid en sprong volledig uit zichzelf op mijn schoot. Dat zinde de hotel/restaurant-eigenaar niet erg, maar ik stond erop dat ze zou blijven zitten. Haar gejank was alleszins zo luid dat menig decibelmeter zou pieken. Jammer maar helaas had deze poes een klein ontlastingprobleempje en hing ik na de knuffelsessie vol met diarree. Shit happens.

IMG_20171202_224939_090_1

Verkennende cuddles.

IMG_20171208_154343_738_2

Tiger on the loose.

IMG_20171205_205833_982_1

Eyes of jade.

IMG_20171205_205911_527_1

Adorbs.

Katten in Indonesië zagen er anders uit dan in Europa: de meeste katten hadden geen staart of een heel erg korte staart. Na heel wat opzoekingswerk is de conclusie dat dit komt door inteelt op de verschillende Indonesische eilanden. Gili Meno blijft een topper:

IMG_20171205_210156_864_1

Short tail, don’t care.

IMG_20171208_154258_867_2

Toch nog een schoon poepke.

Maleisië 

IMG_20171226_220117_536

Playing hard to get.

IMG_20171226_220039_547

Beter dan eten of drank op tafel: een kat.

In Maleisië vonden we opnieuw heel weinig sociale straatkatten. Er zat dan niets anders op dan in Penang een kattencafé te zoeken.

IMG_20180326_215654_843

Toch nog een bezoekje op straat.

IMG_20171227_203008_362

Ik poseer bij een afbeelding van Onze Verlosser.

Myanmar

IMG_20180109_180948_993_1

Wurggreep.

Ik blijf erbij: Myanmar was het walhalla van sociale (!) straatkatten. Jammer genoeg waren ze met veel, maar ze leken het goed te stellen. Elke boeddhistische tempel leek wel minstens voor één kattenfamilie te zorgen. Dit contact met mensen zorgde er – volgens mij, kattenexpert 101 – voor dat de straatkatten minder schuw waren dan in de andere Aziatische landen. Heel wat kittens en volwassen katten kwamen naar je toe.

IMG_20180112_222029_267_1

Rosse katten zijn da bomb.

IMG_20180112_221443_593_1

Genieten.

IMG_20180112_221414_098_1

Vriendjes maken.

IMG_20180112_221954_312_1

Zonnestreep.

Laos

IMG_20180326_215758_145

Black panthers.

Van het walhalla naar… nu ja, niet het walhalla. Gelukkig kent Laos nog wel enkele boeddhistische tempels en jawel, daar zaten dan telkens wat katten te wachten op aandacht.

IMG_20180326_215823_095.jpg

Al mijn rugklachten zijn terug te brengen tot deze wezens.

IMG_20180211_113625_181_1

Gezelschap op het Bolaven Plateau.

IMG_20180326_215714_283

Zelfs een soort merkkat, volgens mijn ongetraind oog.

IMG_20180211_100142_338_1

Ook Jonas kan met katten omgaan.

Cambodja

IMG_20180213_220335_197_1

Siem Reap had ook wel wat katten.

Hetzelfde verhaal in Cambodja: de enige plaats om makkelijk sociale kittens/katten aan te trekken is bij tempels; waar monniken zonder eigenbelang voor de katten zorgen.

IMG_20180215_181930_302

Rosse kittens zijn pure liefde.

IMG_20180215_170926_964_1

Voet ter referentie voor ieniemienie gestalte.

Vietnam

IMG_20180326_212811_322

Nee, ik was geen vervanging voor Win aan het zoeken.

En dan even tijd voor de schrijnende waarheid in Azië. In Vietnam vonden we amper katten en daar is een goede reden voor. Katten en honden worden in Vietnam (én andere Aziatische landen) van straat gestolen. Dit geldt zowel voor huisdieren als straatdieren. In Hoi An bezochten we een kattencafé dat zich volledig richt op het redden van katten die anders in de voedselconsumptie zouden terecht komen. Jack’s Cat Café ontstond toen de eigenares een kitten vond op straat. Ze nam het dier – genaamd Jack – mee naar huis en begon ervoor te zorgen. Al snel werd duidelijk dat Jack een kattin was en zwanger. Twee weken na de bevalling verdween de kattin: cat snatchers hadden haar meegenomen. De katten in Jack’s Cat Café kenden een gelijkaardig lot, maar werden allemaal bevrijd. Nu ja: ze zitten letterlijk in een gigantische kooi. Ze kunnen vrij rondlopen op het (grote) domein van Jack’s Cat Café, maar het café is omheind en beveiligd als een militaire basis. Dit om de cat snatchers buiten te houden én de katten binnen.

IMG_20180326_215846_509

Een fractie van de katten opgevangen door Jack’s Cat Café.

IMG_20180326_212839_698

Gelukkig leiden ze er een rustig en aangenaam leven.

IMG_20180326_212908_345

Dit kitten had een grote voorliefde voor het lint van de camera.

IMG_20180326_212935_908

Vermoeiend.

IMG_20180326_213013_007

Eten versus kitten: Kitten wins.

Taiwan

IMG_20180325_222633_520_1

Genegeerd worden is een levensstijl.

Voor deze kattenliefhebster kon de reis maar op één manier afgesloten worden: met een bezoek aan een écht kattendorp. Houtong Cat Village, nabij Tapei. Dit kleine mijndorpje had z’n hoogdagen achter zich liggen tot een lokale vrouw in 2008 voor katten begon te zorgen. Het dorp is nu een toeristische trekpleister in Taiwan.

IMG_20180325_221828_340_1

Magic touch.

IMG_20180327_213419_208

Heaven’s a place on Earth: Houtung Cat Village genaamd.

IMG_20180327_213140_740

Very much alive, yet very very sleepy.

IMG_20180327_213104_203

Keep on petting, baby.

IMG_20180327_213452_539

Chilling.

IMG_20180327_213006_543

Elke twee meter een nieuwe kat? Check.

IMG_20180327_212619_008

Ook plastic poezen.

IMG_20180327_213651_926

Oranje.

IMG_20180327_212903_610

De klassieke pose.

IMG_20180327_213616_235

Familiezaakje.

IMG_20180327_213810_711

Coffee addict.

IMG_20180327_213348_173

Alles in thema.

IMG_20180327_213314_128

Ook in de cafés gaat het thema door.

IMG_20180327_212552_026

Happiness is just a kitty ignoring my existence.

IMG_20180327_213531_187

Slapen in één van de mooie houten bakken? Ain’t nobody got time for that.

BONUS voor de dog lovers die zich door dit artikel geworsteld hebben:

IMG_20180326_215912_295

Museumbezoek gone wrong.

Opdracht #2: Plant een vlag op de hoogst beklommen berg.

Het begon ‘s ochtends in het Taroko National Park; één van de hoogtepunten van elke reis doorheen Taiwan. De dag voordien hadden we het park al verkend. Conclusie: geen enkele piek was hoog genoeg voor deze opdracht. Of toch: geen enkele piek waar je zonder vergunning heen kon. Daar bleken we namelijk hopeloos te laat voor.

IMG_20180325_215546_335

De beroemde Taroko Gorge.

IMG_20180325_220246_245

Eternal Spring Shrine in Taroko National Park.

IMG_20180325_215652_326

Wandeling langs de kloof.

IMG_20180325_220127_844

Helder blauw water.

IMG_20180325_215903_565

Bridge over troubled water. Sorry, ik kom ‘m niet laten liggen.

IMG_20180325_220049_407

Eén van de mooiste roadtrips ter wereld.

IMG_20180325_215619_127

Gigantische rotsblokken in de rivierbedding.

IMG_20180325_220205_761

Beautiful roads.

Dus begaven we ons verder van Taroko weg en begonnen we aan een lijdensweg als geen ander. Het eerste stuk stijgen viel best nog wel mee. Maar het pad werd hoe langer hoe smaller, de lucht elke stap een beetje ijler. Bij elke tegenligger greep angst ons hart vast: met de afgrond zo dichtbij konden we geen enkele misstap begaan.

Na 2000 meter braken we door de wolken: een fantastisch zicht en plots volle zon op onze snuit. Een boost voor het moraal. Onze eerste piek kwam dichterbij: op 3237 meter bereikten we het prachtige uitzicht dat Mt. Shihmen te bieden had. Het werd ons hier ook duidelijk hoe slecht we voorbereid waren op deze klim: Jonas in z’n korte broek; ik in m’n slechtste conditie. Dit terwijl alle Taiwanezen en Chinezen die we tegen kwamen gekleed waren alsof ze een week in de Siberische wildernis moesten doorbrengen. Als je je afvraagt hoe erg dit dan wel kan zijn? Wel, weet je wanneer iemand z’n jas uitdoet en de laag onder de jas gewoonweg een tweede jas is? Zo dus. Ik daarentegen liep er in m’n T-shirt.

IMG_20180325_221203_430

Views like these.

IMG_20180325_220817_335

T-shirt weather.

IMG_20180325_220843_686

Wandelen door de bergen.

IMG_20180325_221033_135

Easy peasy.

IMG_20180325_221059_537

Jonas maakt het pad.

IMG_20180325_220658_958

Boven de wolken.

IMG_20180325_221236_876

Keep on climbing.

IMG_20180325_221302_454

I just can’t get enough.

IMG_20180325_221345_002

Prachtig.

Zoals altijd wegen de laatste loodjes het laatst. Voor de hoogste piek moesten we nog een kleine 200 meter stijgen, naar 3417 meter: Mt. Hehuan. Met barstende koppijn worstelde ik me naar het hoogste punt. Voor de opdracht koos ik voor een digitale vlag: leave no trace, zoals ze zeggen. En als digitaal marketeer lijkt me dit ook het meest gepaste type vlag. Zo gepast zelfs dat ik mezelf er alvast de eerste prijs voor gaf:

sketch-1521989810986

Prijs voor beste vlag – gaat zoals je ziet – naar mezelf. Let ook goed op m’n sterke grip op de vlaggenstok.

P.S: Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik de beklimming van Mt. Hehuan op m’n eigen manier deed. Op de laatste 2,4 kilometer na gold het principe: I did it my way: on the highway.

NO REGRETS!!! #lazylastdays

IMG_20180325_220320_948

Het eerste deel: toen de wegen nog voldoende breed waren.

IMG_20180325_220512_025

Daar staat-ie dan beneden: onze Ford Focus.

IMG_20180325_220549_886

Zwaar werk zo’n beklimming: duizenden bochten + autoziekte = geklaag.

IMG_20180325_220441_548

Mini Cooper mag me contacteren voor dit promo-plaatje.