Jordanië: De finale.

Wat er te lezen valt bij ‘Het weer en toerisme’ zal je verbazen! Afsluiten met een clickbait-titel. In afwachting van onze trip naar Ijsland, de grote finale!

Nu de sappige verhalen over onze trip in Jordanië achter de rug zijn, nog even een overzicht van een aantal praktische zaken zoals ons reisschema en hoe die trip goed aan te pakken. Jordanië is een veilig land om in rond te reizen en een aanrader voor iedereen! Lees: we hadden dit al veel eerder moeten doen.

Onze trip in een notendop: 

  • 16/2 – Amman naar Aqaba met de auto: vliegen op Aqaba in combinatie met autoverhuur werd te duur (Single way fee en dergelijke). Afstand is goed doenbaar.
  • 17/2 – 19/2 – Duiken in Aqaba (Advanced Open Water Certificate) 
  • 20/2 – Wadi Rum (Slapen – of bevriezen – in de woestijn)
  • 21/2 – 22/2 – Petra (de topper van Jordanië) 
  • 23/2 – Little Petra, Kerak Castle (Kleine versie van en een kasteel) 
  • 24/2 – Jerash & Dode Zee (Nog meer toppers) 
  • 25/2 – Amman (Ons eindpunt, wist ons niet meteen te overtuigen, geen afzonderlijke blogpost) 
  • 26/2 – Huiswaarts 

Heen & Weer 

Er is momenteel maar één maatschappij die rechtstreeks op Amman vliegt en dat is Ryanair. Voor mij was dit een éérste ervaring. Al bij al (na al die horrorverhalen) viel het nog wel mee. Ja, er is gezongen voor iemand die jarig was. En, ja, men scandeerde de naam van de piloot toen de wielen pas de grond raakten (Ervaren Aircrash Investigation kijkers weten dan dat er nog heel veel kan misgaan), maar dat was het dan ook.  We opteerden wel voor de extra beenruimte, dat doet ook al veel.

We gaan naar de luchthaven met de trein, dat is het gemakkelijkst en vanuit Mechelen ben je er vooraleer je het goed en wel beseft. 

Vervoer 

Het is een gewoonte om even uit te wijden over hoe mensen in een bepaald land rijden (kijk maar naar de verslagen van Taiwan en de Faeroer): ook hier valt veel over te vertellen. 

We boeken onze wagen via Connections (en via Sunny Cars) en krijgen een aftandse, naar sigaretten stinkende Nissan Sunny (Automaat, 30.000 kilometer). Daar hoeven we het verder niet over te hebben, want deze functioneerde naar behoren – buiten misschien het feit dat niemand ooit echt hard op het gaspedaal geduwd had en de motor nu al zeer lui geworden was. 

Wat wel de moeite waard is, is de manier waarop hier rondgereden wordt. Jordanië is het spreekwoordelijke Mekka voor iedereen die lak heeft aan regels. Gelieve je aan volgende regels te houden:

  • Snelheidslimieten zijn richtlijnen en lijken absoluut niet verplicht.  
  • Iedereen die je kent of niet kent en die te dicht in de buurt komt, daar mag je op toeteren. Als in, toeter gewoon op alles en iedereen. 
  • Richtingaanwijzers zijn verboden.  
  • Voorsteken, dat doe je langs alle kanten. (combineer met onder- en bovenstaande) 
  • Zijn de rijstroken op, dan maak je er toch gewoon een nieuwe? 
  • Links afdraaien op een kruispunt met drie rijstroken: per definitie vanaf het rechterbaanvak om de fun-factor te verhogen (ook hier gelden puntje 3 en 4). 

Kortom, een feest! Een paar jaar van ons leven verloren, maar weet wat extra experience punten opgedaan. 

Hotels 

Zoals gewoonlijk boekten we weer alles via onze vrienden van Booking.com. Betalingen verliepen steeds correct en op één hotel na (Wadi Rum) met virtueel geld (Met de kaart, nog geen Bitcoinhotels tegengekomen). Hotels hebben hier alles wat andere hotels op andere plekken in de wereld hebben. Alles behalve isolatie dan toch. De eerste 4 nachten dachten we dat het raam openstond, maar bleek het gewoon volledig dicht te zitten (en ja, ons hotel in Wadi Rum had geen verwarming, maar dat was een tent, dus dat is sowieso anders). 

Betalen 

We betaalden quasi overal met de kaart, dit ging zonder noemenswaardige problemen. Wanneer we toch cash geld nodig hadden, was dit een ander paar mouwen. Elvendertig banken hebben we nodig gehad om genoeg geld uit de muur te krijgen voor onze duikopleiding en Wadi Rum (best even checken met je bank op voorhand – ook al staan je kaarten geactiveerd voor het buitenland).  

Eten & Drinken 

We hebben zoveel mogelijk lokaal gegeten.  Op TripAdvisor zijn voldoende goede tips te vinden. In Aqaba leek iedereen deze uiteraard te lezen. TripAdvisor reviews van de lekkere restaurants zijn terug te vinden op ons profiel (Leve het Buffalo Wings restaurant, dat ons 10% korting gaf om influencergewijs meteen een ‘goede review’ na te laten). 

Wel een beetje opletten met wat je eet, want de heer des huizes heeft een aantal dagen serieus last gehad na iets verkeerds (?) gegeten te hebben. Geen idee wat. Het was vermoedelijk heel lekker, want we hebben over het algemeen overal een heel lekker gegeten. 

Het Weer & Toerisme 

Februari is winter en laagseizoen. Waar de Aqaba Pro Divers op een drukke zomerdag tot 70 mensen mee onder water nemen, beperkte het zich nu tot een 10-15-tal. Restaurants en hotels oogden vaak leeg en in het geval van Petra zelfs een beetje triestig. Maar je voelt dat dit puur de tijd van het jaar is en dat de drukte er nog wel aankomt. Hoe dit er in of na Corona-tijden zal gaan uitzien, niemand die het weet.  

Het voordeel van de winter in Jordanië, is de temperatuur. 15 tot 20°c elke dag en praktisch geen druppel regen gezien. Dit staat in schril contrast met de permanente 30 tot 40°c temperaturen van de zomer die ik er een een twintigtal jaar geleden meemaakte. 

Verdict!

Februari is misschien nog net iets te vroeg om altijd mooi weer te hebben, maar het is rustiger en dus aangenamer om te reizen. Jordanië is op Petra en de Dode Zee na nog vrij onbekend bij het grote publiek, maar is zeker de moeite om anderhalve tot twee weken te spenderen.

Dode boel daar aan de zee.

Een volgende hoofdstuk van onze trip naar Jordanië. Een bezoekje aan de Dode Zee mag niet ontbreken als je het land doorkruist. Petra overtreffen werd moeilijk, maar ‘never say never’. 

Stop!  

Op weg van en naar de befaamde zee was er veel politiecontrole. We werden een aantal maal gestopt, andere keren werden we aangemaand om toch maar weer vaart te maken en werd er gefocust op locals. Echte controles waren het trouwens niet. Eerder even kijken of die twee woorden Engels die ze kenden verstaanbaar waren.  

Als het een tip mag zijn: zorg dat je papieren in orde zijn en dat je paspoort ergens klaar zit (voor die ene keer dat ze deze toch willen zien). Een stop duurde nooit langer dan een paar seconden, maar onze reisgids waarschuwde om toch maar voorzichtig te zijn. 

Wat?

De Dode Zee is wat het is. Een ‘zee’ die steeds kleiner wordt. Het water verdampt helaas aan een razend tempo en de vele oplossingen die men bedacht heeft (een kanaal tussen de Rode en de Dode Zee?), daar blijkt er nog geen enkele echt van te werken. De wandeling van uit het hotel tot aan het water had een aantal jaar geleden een paar minuten minder lang geduurd. Er staan bordjes op het pad naar het water met aanduidingen tot waar het water enkele jaren geleden nog kwam. Dan slik je toch wel even. 

De hotels bouwen hard aan hun infrastructuur, aan een mooi strand met de nodige voorzieningen, maar het is duidelijk dat een aantal jaar en een heel aantal meter verder, gewoon opnieuw begonnen kan worden. 

Dobberen op het water 

Het strand van ons hotel (het gigantische Dead Sea Spa Hotel) leek net iets meer op een industriegebied waar nog volop gebouwd werd. Er werd ook effectief nog gewerkt aan een huisje met faciliteiten. Ook terwijl een 50-tal mensen zich stonden in te smeren met modder uit de Dode Zee. Of modder uit een gerecycleerde verfpot. Want dat is ‘a thing’ daar. Ieder om de beurt. Daarna allemaal onder de douche, toen nog net tegen het water, nu waarschijnlijk al wat verder … 

Op naar het water! Dobberen in het water is en blijft wel leuk, en net dat tikkeltje bizar. Je ziet het zout quasi ronddrijven en aan de oever ligt het vol ‘brokken’ zout. Tegelijk word je herinnerd aan elk klein schrammetje op je lichaam. Zwemmen is uit den boze, dat lukt trouwens amper. De Dode Zee is gemaakt om er op je rug in te gaan liggen. Na een minuutje of tien heb je het dan ook wel gezien. 

Uiteraard kan je niet vertrekken zonder de obligatoire “zie mij drijven” foto. Gevolgd door de “zie mij hier lezen in mijn reisgids van Jordanie” foto. Ook wij zijn hier deels schuldig aan (de modder lieten we aan ons passeren, de rij aan de verfpot was net iets te lang). 

De omgeving 

Het gebied rond de Dode Zee is verre van dood. Op een strook van enkele kilometers langs het water staan een tiental van die mega-resorts. Je weet wel, van die hotels waar je echt niet hoeft buiten te komen, alles is voorzien: een hele resem zwembaden, restaurants, kilometers gangen (ja, verloren lopen hoort daarbij) en spa-voorzieningen. 

We gaan er eerlijk in zijn, we zijn niet zo’n fans van dit soort hotels, maar hier in de buurt, was er weinig alternatief. Gelukkig was het nog laagseizoen en was er niet echt een drukte, een aantal van de bars en het zwembad waren zelfs nog gesloten. 

We gingen ook eens piepen in het winkelcentrum enkele kilometers verderop om te ontsnappen aan het restaurant van ons hotel (matig en veel te duur). Niet dat het eten daar veel verfijnder was (Buffalo Wings), maar als bij je dessert 4 lepeltjes krijgt in plaats van 2, dan weet je dat je goed zit. Een extra Tripadvisor review plaatsen en meteen nog eens 10% korting krijgen (Ja, influencers zonder het te willen en van die dingen). 

Voor de rest was het winkelcentrum maar een dode boel. 

Dus. 

Het is een must om hier te stoppen, als je alle ‘To-do’s’ van Jordanië wil kunnen afvinken, maar de eerlijkheid gebiedt ons wel om te zeggen dat het vooral een goudmijn is voor het bustoerisme. Gezellig kon je het daar niet noemen en het was nog niet eens hoogseizoen (voor ons een voordeel).

Topper in Jordanië: Petra!

De Dode Zee en Wadi Rum zijn hot topics in Jordanië, maar Petra is dan toch wel het toppunt van toerisme. Vage herinneringen van een dikke twintig jaar geleden wisten me nog te vertellen dat het er warm was en vergeven van de toeristen. Het Duitse koppel dat we tegenkwamen in Wadi Rum had ons wat tips meegegeven (en bevestigden dat het er nog altijd vergeven was van het volk).

Alles was een beetje moderner, dat viel meteen op. Aan de kassa kochten we een pas voor twee dagen, zo konden we ons bezoek een beetje spreiden. Wat kost dat en wat krijg je er voor in de plaats?

  • 55 JOD (Ongeveer 70€ voor een pas voor twee dagen, per persoon).
  • Eén entry per dag, niet duidelijk of binnen en buitenlopen toegestaan is. 
  • Je kan jezelf voorzien van een gids aan de ingang, maar dat leek ons niet nodig.
  • Je kan jezelf ook voorzien voor een paard voor de eerste paar kilometer, maar die zien al genoeg af, hoe hard ze deze ook proberen te verkopen.

Binnenkomen op het middaguur: de toeristen van het eerste uur (park gaat open om 6) komen het park al uitgewandelend. En ja, er is inderdaad wat volk. De smalle kloof op weg naar de bekende Treasury loopt gezellig vol en lijkt wel eeuwig te duren. Af en toe moeten we opzij springen voor een paard met kar (duidelijk voorrang). Uiteindelijk wordt ons geduld beloond met een mooi uitzicht op de Treasury.

Een foto trekken zonder andere toeristen op het plaatje is voor dag 2, simpelweg onmogelijk nu. We kijken even, ontwijken de paardenvijgen en vatten onze eerste toch naar Ad Deir aan. Moeilijkheidsgraad: ‘vervelend lang omhoog in de hitte’. Strava registreert alvast meer dan 500 hoogtemeters. De moeite, toch? We zijn blij als we af en toe een plekje schaduw tegenkomen.

Ad Deir is een indrukwekkend volledig uit de rotsen gehouwen klooster. Hoe lastig de wandeling ook was, de ‘commerce’ is hier ook al geraakt, met een groot café, zicht op het klooster (en prijzen die het dubbele zijn van elders).

OK. Misschien even tijd om terug te spoelen? Ja, correct, ik was nog altijd ziek. Dag 2 in het Petra-verhaal zou perfect opgesplitst kunnen worden in het ‘Hij’, ‘Zij’ versie. De eerste versie (de mijne) in het thema ‘Horror’, het tweede in ‘Zonnige winterdagen, tijd om te gaan wandelen’-thema.

Belangrijk detail: Ja, op dag 2 stonden we om 6 uur braaf aan de deur om eerst binnen te zijn. Helaas was er reeds één iemand voor ons. Helemaal alleen, ongelooflijk veel foto-opportuniteiten.

DCIM\100GOPRO\GOPR0646.JPG

Het Horror-verhaal: lang verhaal kort, alles ging trager op dag twee. Eerste wandeling van de dag? Een wandeling naar het uitzichtspunt op de Treasury. Wederom heel veel trappen, maar deze keer was er iets minder kracht in de benen. Mits voldoende pauzes lukt het ons toch om om boven te geraken. Onderweg komen we een hele hoop winkeltjes tegen, maar net zoals in België zijn deze nog niet open om zeven uur ‘s morgens.

Het uitzichtpunt is een absolute aanrader. Er is een klein caféetje in een tent, maar niemand is thuis, behalve een kleine kat. Pas wanneer we terug naar beneden wandelen, komen we de eerste mensen tegen. 

Er zijn tientallen kleine grote wandelingen in Petra. We spenderen nog een tiental extra kilometers om het domein verder te verkennen. Éen kenmerk kwam wel steeds terug: hoogtemeters (725 op dag 2). Hoe vermoeiend het ook was, de uitzichten waren steeds enorm de moeite en de extra stukjes schaduw waren meer dan welkom. Tombes, facades, een theater, Petra had het allemaal. Het is niet voor niets één van de hoogtepunten van Jordanië.

Traag maar zeker nam de massa toe en gingen de winkeltjes open, maar echt druk was het nooit (het hoogseizoen moest nog beginnen. Helaas zou dat in 2020 nooit echt beginnen). De Duitsers hadden dus ofwel een beetje overdreven, of waren snel onder de indruk.

Binnen het domein van Petra zijn er een aantal kleine restaurantjes, maar die hebben we niet echt uitgetest (op die frisse Cola bij Ad Deir na dan). Buiten het domein zijn er een heleboel restaurants op de hoofdstraat, vlakbij de ingang), velen zijn akelig leeg. We zullen het opnieuw maar op het laagseizoen steken. De drukker bezochte restaurants liggen wat verder van de oude site af, ongeveer een kilometer verder. Helaas ook stevig steil omhoog. En dat heb ik geweten.

Eeuwige schaamte in het restaurant: waar ik hoopte op een klein gerechtje, maar een gigantisch bord kip met rijst voorgeschoteld kreeg. De wandeling naar het restaurant had me letterlijk volledig uitgeput (als in: nog steeds wat ziek, nooit eerder meegemaakt zo uitgeput te zijn), en mijn honger die ik niet had om te beginnen, was verdwenen. 

De ober: nadat ik zoveel mogelijk rijst onder mijn kip had proberen te proppen. “Niets gegeten? Was het niet lekker? Hier, gratis dessert”. Uit beleefdheid dan maar een doggybag gevraagd (en nadien alles gedoneerd aan de straatkatten). Was ik even blij dat we weg terug volledig naar beneden liep (en langs een apotheker waar ik in twee woorden uitlegde wat mijn probleem was – de apotheker kende het probleem en ging gniffeld op zoek naar het juiste medicijn).

Het medicijn werkte wonderwel. De rust keerde terug.

Conclusie:

Petra mag niet ontbreken in het reisschema en een bezoekje in februari is zeker aan te raden. Het is nog niet te warm en de echt grote drukte is er nog niet. Vroege vogels kunnen fantastisch wandelen zonder mensen in de buurt. De amateurfotograaf komt hier serieus aan zijn trekken. Trek deftige schoenen aan, want de wandelbenen worden serieus getest.

Genoeg van het grote Petra, ga dan zeker ook eens langs “Little Petra” even verderop. Van grootte helemaal niet te vergelijken, maar ook hier huizen in de rotsen en een lekker steile klim naar een mooi uitzicht.

Wadi Rum: De Koude Woestijn

Na onze duikavonturen in Aqaba was het tijd voor een heel ander stukje natuur: Wadi Rum. De woestijn. Via Booking.com, hadden we een reservatie gemaakt bij Arabian Nights een klein tentenkamp in het spreekwoordelijke midden van de woestijn. 

Wadi Rum vinden is niet moeilijk, er lopen maar een paar echt grote wegen door Jordanië. De GPS deed het verbazend goed en bij het visitor centre draaiden we ‘onbewust’ de verkeerde parking op. Nadat we ons inkomgeld betaald hadden reden we tot aan het dorpje aan het begin van de woestijn. We gooien onze auto op de parking en worden meteen aangesproken: “waar hadden we geboekt?”. Nog geen 2 minuten later was onze gids ter plaatse die ons naar ons tentenkamp bracht. 

Een paar minuten rijden en het telefoonsignaal was verdwenen. Tijd voor 24 uur digitale detox.  

Na een simpele lunch in de hoofdtent maakten we ons klaar voor een ritje in de woestijn in de laadbak van een oude pick-up. Warm aangekleed, want er stond een aardig windje. Samen met ons ging er nog een Duits koppel met ons mee. Zij deden Jordanië in de omgekeerde richting en kwamen net van Petra. Hun tips zouden zeer waardevol blijken. 

We waren niet de enigen die ‘een ritje in de woestijn’ maakten. Het was duidelijk dat er tientallen tentenkampen en hele ladingen bustoeristen in Wadi Rum waren, ook al was het nog laagseizoen. 

Een laatste deeltje van het ritje door de woestijn was de ondergaande zon. Ondertussen hebben we er al een heleboel gezien (de zon gaat elke dag wel ergens onder heb ik van horen zeggen), maar dit was er toch weer een speciale. We waren zo goed als alleen en konden kilometers ver kijken en zien hoe de zon steeds dieper zakte en uiteindelijk helemaal onder ging. 

En toen werd het koud. 

Een algemene misvatting over de woestijn is dat er enkel zand te vinden is en dat je de hele tijd loopt te puffen van de hitte. Laten we die misvatting alvast even de kop indrukken. In februari is het nog aangenaam fris in Wadi Rum. Geen blakende zon die je ter plekke doet verbranden. Geen liters water met je meezeulen. Overdag viel het allemaal nog goed mee. 

Nog iets wat we weten over woestijnen: het kan er wel eens koud worden gedurende de nacht. In februari is het verschrikkelijk, ongelofelijk, tenenkrullend, niet om over naar huis te schrijven koud gedurende de nacht. Neen serieus. Koud. Veel te koud. Denk aan de frigo van de Colruyt, maar dan kouder en niet alleen om daar snel twee appels en een banaan te gaan nemen. 

En tegelijk ziek zijn, ja, ik was nog steeds goed ziek. 

‘s Avonds werd het buffet geserveerd in de grote tent. De hele groep, een vijftiental mensen, schoven aan bij het buffet allemaal aan. Eerst wel even het eten van onder de grond halen. Daar heeft het enkele uren liggen garen. Oh, was het maar niet zo koud buiten, want ja, we moeten toch kijken hoe dat klaargemaakt wordt? Gelukkig was het binnen in de tent lekker warm door een grote open haard. 

Slapen deden we in onze eigen frigo. Een frigo met daarin een groot bed met een dikke laag dekens. Deze warmden ons traag maar zeker op, maar mijn neus was toch wel aardig bevroren tegen de ochtend (en ja, tijdens de nacht een paar keer heel snel naar het toilet moeten lopen. Koud zeg ik u). 

En toch vond ik het fantastisch. Dit was echt weer zo’n ervaring om nog lang over na te praten. Niet dat het we nog snel eens in februari zullen doen. 

Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.