Dode boel daar aan de zee.

Een volgende hoofdstuk van onze trip naar Jordanië. Een bezoekje aan de Dode Zee mag niet ontbreken als je het land doorkruist. Petra overtreffen werd moeilijk, maar ‘never say never’. 

Stop!  

Op weg van en naar de befaamde zee was er veel politiecontrole. We werden een aantal maal gestopt, andere keren werden we aangemaand om toch maar weer vaart te maken en werd er gefocust op locals. Echte controles waren het trouwens niet. Eerder even kijken of die twee woorden Engels die ze kenden verstaanbaar waren.  

Als het een tip mag zijn: zorg dat je papieren in orde zijn en dat je paspoort ergens klaar zit (voor die ene keer dat ze deze toch willen zien). Een stop duurde nooit langer dan een paar seconden, maar onze reisgids waarschuwde om toch maar voorzichtig te zijn. 

Wat?

De Dode Zee is wat het is. Een ‘zee’ die steeds kleiner wordt. Het water verdampt helaas aan een razend tempo en de vele oplossingen die men bedacht heeft (een kanaal tussen de Rode en de Dode Zee?), daar blijkt er nog geen enkele echt van te werken. De wandeling van uit het hotel tot aan het water had een aantal jaar geleden een paar minuten minder lang geduurd. Er staan bordjes op het pad naar het water met aanduidingen tot waar het water enkele jaren geleden nog kwam. Dan slik je toch wel even. 

De hotels bouwen hard aan hun infrastructuur, aan een mooi strand met de nodige voorzieningen, maar het is duidelijk dat een aantal jaar en een heel aantal meter verder, gewoon opnieuw begonnen kan worden. 

Dobberen op het water 

Het strand van ons hotel (het gigantische Dead Sea Spa Hotel) leek net iets meer op een industriegebied waar nog volop gebouwd werd. Er werd ook effectief nog gewerkt aan een huisje met faciliteiten. Ook terwijl een 50-tal mensen zich stonden in te smeren met modder uit de Dode Zee. Of modder uit een gerecycleerde verfpot. Want dat is ‘a thing’ daar. Ieder om de beurt. Daarna allemaal onder de douche, toen nog net tegen het water, nu waarschijnlijk al wat verder … 

Op naar het water! Dobberen in het water is en blijft wel leuk, en net dat tikkeltje bizar. Je ziet het zout quasi ronddrijven en aan de oever ligt het vol ‘brokken’ zout. Tegelijk word je herinnerd aan elk klein schrammetje op je lichaam. Zwemmen is uit den boze, dat lukt trouwens amper. De Dode Zee is gemaakt om er op je rug in te gaan liggen. Na een minuutje of tien heb je het dan ook wel gezien. 

Uiteraard kan je niet vertrekken zonder de obligatoire “zie mij drijven” foto. Gevolgd door de “zie mij hier lezen in mijn reisgids van Jordanie” foto. Ook wij zijn hier deels schuldig aan (de modder lieten we aan ons passeren, de rij aan de verfpot was net iets te lang). 

De omgeving 

Het gebied rond de Dode Zee is verre van dood. Op een strook van enkele kilometers langs het water staan een tiental van die mega-resorts. Je weet wel, van die hotels waar je echt niet hoeft buiten te komen, alles is voorzien: een hele resem zwembaden, restaurants, kilometers gangen (ja, verloren lopen hoort daarbij) en spa-voorzieningen. 

We gaan er eerlijk in zijn, we zijn niet zo’n fans van dit soort hotels, maar hier in de buurt, was er weinig alternatief. Gelukkig was het nog laagseizoen en was er niet echt een drukte, een aantal van de bars en het zwembad waren zelfs nog gesloten. 

We gingen ook eens piepen in het winkelcentrum enkele kilometers verderop om te ontsnappen aan het restaurant van ons hotel (matig en veel te duur). Niet dat het eten daar veel verfijnder was (Buffalo Wings), maar als bij je dessert 4 lepeltjes krijgt in plaats van 2, dan weet je dat je goed zit. Een extra Tripadvisor review plaatsen en meteen nog eens 10% korting krijgen (Ja, influencers zonder het te willen en van die dingen). 

Voor de rest was het winkelcentrum maar een dode boel. 

Dus. 

Het is een must om hier te stoppen, als je alle ‘To-do’s’ van Jordanië wil kunnen afvinken, maar de eerlijkheid gebiedt ons wel om te zeggen dat het vooral een goudmijn is voor het bustoerisme. Gezellig kon je het daar niet noemen en het was nog niet eens hoogseizoen (voor ons een voordeel).

3x Wandelen in de Hoge Venen

Onze vakantie naar Ijsland staat nog altijd op het programma, al werd de trip wel twee dagen langer, gezien een herboeking van het vliegtuig (niet dat we dat erg vinden). We konden echter niet stil blijven zitten.

Daarom trokken we voor het verlengd weekend van onze nationale feestdag naar Luik. Luik zelf hebben we eigenlijk niet echt gezien. We brachten een bezoek aan La Boverie (museum voor moderne kunst), waar er een tentoonstelling over hyperrealisme was (namaakmensen, net echt, maar toch niet niet), aten wat wafels (Luikse) en keken eens naar die beroemde trappen waar iedereen het over heeft als het over Luik gaat (Montagne de Bueren, 374 stuks in totaal). Het was niet meteen heel druk, maar wij wilden toch vooral de streek verkennen, al wandelend.

Ijdele hoop om op een rustige manier te doen wat iedereen doet: Le Ninglinspo is de naam waar iedereen het tegenwoordig over heeft. Het wordt één van de mooiste wandelingen van de Belgische Ardennen genoemd. Het was dan ook duidelijk dat iedereen dit op hetzelfde moment van plan was (vakantieperiode + verlengd weekend, strak plan, Jonas & Anneke). Superdruk en dus net iets te druk naar onze zin. Onze bolide wordt gekeerd en we gaan op zoek naar andere wandelingen. Le Ninglinspo wordt iets voor later, buiten het seizoen, buiten de vakantieperiode.

Welke drie wandelingen hebben we dan wel gemaakt op deze twee dagen?

Rond de Venen” (8,7 km)

Deze wandeling begint bij Signal de Botrange, je weet wel, met 694 meter het hoogste punt van België (al dan niet inclusief die trap die je moet beklimmen).

Het toeristisch centrum was gesloten en gebruikten het café ernaast voor een toiletbezoek (gratis bij een consumptie, twee warme chocomelk aub!). Het is koud en mistig, maar er is toch heel wat volk op de been, al is het wel merkbaar rustiger dan onze poging bij Le Ninglinspo.

De wandeling zelf is een redelijk vlakke wandeling over gemakkelijk terrein (verharde ondergrond, houten paadjes, …). We doen er een kleine twee uur over om rond te geraken. Onze snelheid wordt onderuit gehaald door de vele mooie fotomomenten.

Eindigen doe je aan de trap naar het hoogste punt. Gezien Corona laten we de steile trap met leuning even links van ons liggen.

Waterval van de Bayehon” (12,6 km)

Geen mist hier, maar wel zelf de mist in gegaan. Laatste plek gevonden op de parking bij het pad naar de molen van Bayehon en vol goede moed begonnen aan de wandeling. De wegmarkeringen brachten ons al vrij snel naar de waterval. Even aanschuiven voor de foto en we konden onze tocht voortzetten.

Na nog geen 5 kilometer merkten we echter dat we terug bij de bewoonde wereld aankwamen en zelfs terug op de hoofdweg liepen. Na 5.5 kilometer stonden we terug bij onze wagen. Foutje?

De wegmarkeringen waren niet altijd even duidelijk, opletten dus wanneer je de volledige wandeling wil maken. Op het meest zuidelijke punt van onze wandeling (dat kleine punt daarboven), stond een pijl die niet honderd procent duidelijk was. Wij kozen links, de echte weg liep rechtdoor. Onze wandeling werd meteen een dikke 6 kilometer korter. Bij twijfel dus goed opletten (de kaart even fotograferen of zelf een kaart meenemen) en vermoedelijk gewoon rechtdoor lopen. Bij het checken van Strava bleek dat we niet de enigen waren die de fout maakten. Iedereen die de wandeling die dag geregistreerd had, maakte exact dezelfde fout.

Leuke wandeling, maar we zullen eens moeten terugkeren om de rest van de wandeling te ontdekken. Terrein is hier veel stijgen en dalen. Goed schoeisel is nodig bij slecht weer (je wandelt veel door bossen op modderige grond).

“Een andere wereld” Ternell (19,7 km)

In het uiteinde van België, even voorbij Eupen, ligt Haus Ternell, vanwaar een heel aantal wandelingen in de Hoge Venen vertrekken. Wij kozen voor een klepper (toch naar onze normen) van bijna 20 kilometer, volgens de borden zelfs 21. Het eindresultaat? 18 en een beetje. Mea Culpa, ook hier zijn de bordjes niet overal even goed (velen zijn hun kleur volledig kwijt en het was een beetje giswerk). We snijden ook hier een stuk van de wandeling af.

Bij Haus Ternell kan je nog wat eten en onderweg zijn nog een aantal plekken waar je een (korte) pitstop kan maken.

Ook deze wandeling is een absolute aanrader. Niet te druk, mooie rustige omgeving en een uitdaging voor de wandelbenen die toch vooral Mechelen en omgeving gewoon zijn.

Wel even opletten bij het oversteken van de drukke straten (geldt voor alle wandelingen. Snelheid werd niet meteen aangepast.

Topper in Jordanië: Petra!

De Dode Zee en Wadi Rum zijn hot topics in Jordanië, maar Petra is dan toch wel het toppunt van toerisme. Vage herinneringen van een dikke twintig jaar geleden wisten me nog te vertellen dat het er warm was en vergeven van de toeristen. Het Duitse koppel dat we tegenkwamen in Wadi Rum had ons wat tips meegegeven (en bevestigden dat het er nog altijd vergeven was van het volk).

Alles was een beetje moderner, dat viel meteen op. Aan de kassa kochten we een pas voor twee dagen, zo konden we ons bezoek een beetje spreiden. Wat kost dat en wat krijg je er voor in de plaats?

  • 55 JOD (Ongeveer 70€ voor een pas voor twee dagen, per persoon).
  • Eén entry per dag, niet duidelijk of binnen en buitenlopen toegestaan is. 
  • Je kan jezelf voorzien van een gids aan de ingang, maar dat leek ons niet nodig.
  • Je kan jezelf ook voorzien voor een paard voor de eerste paar kilometer, maar die zien al genoeg af, hoe hard ze deze ook proberen te verkopen.

Binnenkomen op het middaguur: de toeristen van het eerste uur (park gaat open om 6) komen het park al uitgewandelend. En ja, er is inderdaad wat volk. De smalle kloof op weg naar de bekende Treasury loopt gezellig vol en lijkt wel eeuwig te duren. Af en toe moeten we opzij springen voor een paard met kar (duidelijk voorrang). Uiteindelijk wordt ons geduld beloond met een mooi uitzicht op de Treasury.

Een foto trekken zonder andere toeristen op het plaatje is voor dag 2, simpelweg onmogelijk nu. We kijken even, ontwijken de paardenvijgen en vatten onze eerste toch naar Ad Deir aan. Moeilijkheidsgraad: ‘vervelend lang omhoog in de hitte’. Strava registreert alvast meer dan 500 hoogtemeters. De moeite, toch? We zijn blij als we af en toe een plekje schaduw tegenkomen.

Ad Deir is een indrukwekkend volledig uit de rotsen gehouwen klooster. Hoe lastig de wandeling ook was, de ‘commerce’ is hier ook al geraakt, met een groot café, zicht op het klooster (en prijzen die het dubbele zijn van elders).

OK. Misschien even tijd om terug te spoelen? Ja, correct, ik was nog altijd ziek. Dag 2 in het Petra-verhaal zou perfect opgesplitst kunnen worden in het ‘Hij’, ‘Zij’ versie. De eerste versie (de mijne) in het thema ‘Horror’, het tweede in ‘Zonnige winterdagen, tijd om te gaan wandelen’-thema.

Belangrijk detail: Ja, op dag 2 stonden we om 6 uur braaf aan de deur om eerst binnen te zijn. Helaas was er reeds één iemand voor ons. Helemaal alleen, ongelooflijk veel foto-opportuniteiten.

DCIM\100GOPRO\GOPR0646.JPG

Het Horror-verhaal: lang verhaal kort, alles ging trager op dag twee. Eerste wandeling van de dag? Een wandeling naar het uitzichtspunt op de Treasury. Wederom heel veel trappen, maar deze keer was er iets minder kracht in de benen. Mits voldoende pauzes lukt het ons toch om om boven te geraken. Onderweg komen we een hele hoop winkeltjes tegen, maar net zoals in België zijn deze nog niet open om zeven uur ‘s morgens.

Het uitzichtpunt is een absolute aanrader. Er is een klein caféetje in een tent, maar niemand is thuis, behalve een kleine kat. Pas wanneer we terug naar beneden wandelen, komen we de eerste mensen tegen. 

Er zijn tientallen kleine grote wandelingen in Petra. We spenderen nog een tiental extra kilometers om het domein verder te verkennen. Éen kenmerk kwam wel steeds terug: hoogtemeters (725 op dag 2). Hoe vermoeiend het ook was, de uitzichten waren steeds enorm de moeite en de extra stukjes schaduw waren meer dan welkom. Tombes, facades, een theater, Petra had het allemaal. Het is niet voor niets één van de hoogtepunten van Jordanië.

Traag maar zeker nam de massa toe en gingen de winkeltjes open, maar echt druk was het nooit (het hoogseizoen moest nog beginnen. Helaas zou dat in 2020 nooit echt beginnen). De Duitsers hadden dus ofwel een beetje overdreven, of waren snel onder de indruk.

Binnen het domein van Petra zijn er een aantal kleine restaurantjes, maar die hebben we niet echt uitgetest (op die frisse Cola bij Ad Deir na dan). Buiten het domein zijn er een heleboel restaurants op de hoofdstraat, vlakbij de ingang), velen zijn akelig leeg. We zullen het opnieuw maar op het laagseizoen steken. De drukker bezochte restaurants liggen wat verder van de oude site af, ongeveer een kilometer verder. Helaas ook stevig steil omhoog. En dat heb ik geweten.

Eeuwige schaamte in het restaurant: waar ik hoopte op een klein gerechtje, maar een gigantisch bord kip met rijst voorgeschoteld kreeg. De wandeling naar het restaurant had me letterlijk volledig uitgeput (als in: nog steeds wat ziek, nooit eerder meegemaakt zo uitgeput te zijn), en mijn honger die ik niet had om te beginnen, was verdwenen. 

De ober: nadat ik zoveel mogelijk rijst onder mijn kip had proberen te proppen. “Niets gegeten? Was het niet lekker? Hier, gratis dessert”. Uit beleefdheid dan maar een doggybag gevraagd (en nadien alles gedoneerd aan de straatkatten). Was ik even blij dat we weg terug volledig naar beneden liep (en langs een apotheker waar ik in twee woorden uitlegde wat mijn probleem was – de apotheker kende het probleem en ging gniffeld op zoek naar het juiste medicijn).

Het medicijn werkte wonderwel. De rust keerde terug.

Conclusie:

Petra mag niet ontbreken in het reisschema en een bezoekje in februari is zeker aan te raden. Het is nog niet te warm en de echt grote drukte is er nog niet. Vroege vogels kunnen fantastisch wandelen zonder mensen in de buurt. De amateurfotograaf komt hier serieus aan zijn trekken. Trek deftige schoenen aan, want de wandelbenen worden serieus getest.

Genoeg van het grote Petra, ga dan zeker ook eens langs “Little Petra” even verderop. Van grootte helemaal niet te vergelijken, maar ook hier huizen in de rotsen en een lekker steile klim naar een mooi uitzicht.

Wadi Rum: De Koude Woestijn

Na onze duikavonturen in Aqaba was het tijd voor een heel ander stukje natuur: Wadi Rum. De woestijn. Via Booking.com, hadden we een reservatie gemaakt bij Arabian Nights een klein tentenkamp in het spreekwoordelijke midden van de woestijn. 

Wadi Rum vinden is niet moeilijk, er lopen maar een paar echt grote wegen door Jordanië. De GPS deed het verbazend goed en bij het visitor centre draaiden we ‘onbewust’ de verkeerde parking op. Nadat we ons inkomgeld betaald hadden reden we tot aan het dorpje aan het begin van de woestijn. We gooien onze auto op de parking en worden meteen aangesproken: “waar hadden we geboekt?”. Nog geen 2 minuten later was onze gids ter plaatse die ons naar ons tentenkamp bracht. 

Een paar minuten rijden en het telefoonsignaal was verdwenen. Tijd voor 24 uur digitale detox.  

Na een simpele lunch in de hoofdtent maakten we ons klaar voor een ritje in de woestijn in de laadbak van een oude pick-up. Warm aangekleed, want er stond een aardig windje. Samen met ons ging er nog een Duits koppel met ons mee. Zij deden Jordanië in de omgekeerde richting en kwamen net van Petra. Hun tips zouden zeer waardevol blijken. 

We waren niet de enigen die ‘een ritje in de woestijn’ maakten. Het was duidelijk dat er tientallen tentenkampen en hele ladingen bustoeristen in Wadi Rum waren, ook al was het nog laagseizoen. 

Een laatste deeltje van het ritje door de woestijn was de ondergaande zon. Ondertussen hebben we er al een heleboel gezien (de zon gaat elke dag wel ergens onder heb ik van horen zeggen), maar dit was er toch weer een speciale. We waren zo goed als alleen en konden kilometers ver kijken en zien hoe de zon steeds dieper zakte en uiteindelijk helemaal onder ging. 

En toen werd het koud. 

Een algemene misvatting over de woestijn is dat er enkel zand te vinden is en dat je de hele tijd loopt te puffen van de hitte. Laten we die misvatting alvast even de kop indrukken. In februari is het nog aangenaam fris in Wadi Rum. Geen blakende zon die je ter plekke doet verbranden. Geen liters water met je meezeulen. Overdag viel het allemaal nog goed mee. 

Nog iets wat we weten over woestijnen: het kan er wel eens koud worden gedurende de nacht. In februari is het verschrikkelijk, ongelofelijk, tenenkrullend, niet om over naar huis te schrijven koud gedurende de nacht. Neen serieus. Koud. Veel te koud. Denk aan de frigo van de Colruyt, maar dan kouder en niet alleen om daar snel twee appels en een banaan te gaan nemen. 

En tegelijk ziek zijn, ja, ik was nog steeds goed ziek. 

‘s Avonds werd het buffet geserveerd in de grote tent. De hele groep, een vijftiental mensen, schoven aan bij het buffet allemaal aan. Eerst wel even het eten van onder de grond halen. Daar heeft het enkele uren liggen garen. Oh, was het maar niet zo koud buiten, want ja, we moeten toch kijken hoe dat klaargemaakt wordt? Gelukkig was het binnen in de tent lekker warm door een grote open haard. 

Slapen deden we in onze eigen frigo. Een frigo met daarin een groot bed met een dikke laag dekens. Deze warmden ons traag maar zeker op, maar mijn neus was toch wel aardig bevroren tegen de ochtend (en ja, tijdens de nacht een paar keer heel snel naar het toilet moeten lopen. Koud zeg ik u). 

En toch vond ik het fantastisch. Dit was echt weer zo’n ervaring om nog lang over na te praten. Niet dat het we nog snel eens in februari zullen doen. 

Vluggertje Normandië in de Zomer.

Wij mogen ons kot niet uit, dus even een terugblik naar vorig jaar. Vorige zomer werden we uitgenodigd voor een huwelijk in Niort in Frankrijk. Omdat dit nogal een stevig tripje met de auto is (wij zijn niet veel gewoon hé), besloten we er nog enkele dagen aan vast te breien in Normandië.

Op het programma: Caen, de befaamde stranden (Omaha Beach, …), Mont-Saint-Michel en Niort.

Eerst op de planning? Caen!

Het Caen Memorial is een uit de kluiten gewassen museum over de tweede wereldoorlog en kon niet ontbreken in het schema. We bezochten het museum op een vrije dag (verlengd weekend) en het was duidelijk dat nog wel meer mensen genoten van diezelfde vrije dag. Een enorme drukte in de eerste stukken van het museum vergalden het bezoek een beetje. Gelukkig werd het iets rustiger naarmate we vorderden en de hordes bustoeristen stukken begonnen over te slaan. Het memorial is een plek waar je urenlang in kan rondlopen en uiteindelijk wel best de moeite is (Ga eventueel op zoek naar kortingsbons, te vinden in de vele promoboekjes die Caen rijk is).

We hebben er ook getracht om lekker te eten, maar hebben het bij ‘gewoon eten’ gehouden. Er is een volwaardig restaurant in het Museum, maar dit is niet meteen een hoogvlieger.

Doorgereden naar Mont Saint Michel: Het typerende beeld van Normandië, naast dat van de stranden natuurlijk.

De parking van het ‘complex’ is groot genoeg, wat ze je ook wijsmaken. Ze kost tegelijk ook redelijk veel geld. Goed onthouden waar je jezelf geparkeerd hebt is een kleine tip.

3 manieren om na het parkeren tot aan het fameuze dorpje te geraken:

  • Met de bus: gratis opeengepakt zitten. Grote bussen rijden continu heen en weer. Je kan ze niet missen.
  • Met paard en kar: geen idee waarom deze optie bestaat, maar er is dus wel degelijk een optie om betalend en tergend traag te reizen.
  • Eigen vervoer (de fiets) of te voet: het is een uitdaging, want het is toch wel een eindje wandelen vanaf de parking, maar je raakt zo wel aan je 10.000 stappen per dag.

Het stadje zelf kan bij eb en vloed bereikt worden. Er is een perfecte weg tussen het vasetland en het heuveltje op/in het water. Het overgrote deel van de toeristen worden op enkele tientallen meters van de ingang gedropt.

Het stadje zelf kan vergeleken worden met Black Friday in Amerika. Iedereen wil op hetzelfde moment dezelfde richting uit en het is overal aanschuiven tussen ongeduldige mensen. Ongetwijfeld zeer gezellig tijdens het laagseizoen, met de vele winkeltjes en restaurants, nu toch net een beetje te veel van het goede.

Bovenaan het stadje (flink wat trappen, niet buggyvriendelijk) ligt het klooster, dat je uiteraard ook kan bezoeken. Zeker eens een bezoekje waard, maar ook hier is het op de koppen lopen (tickets op voorhand online kopen kan hier wel nuttig zijn, dan steek je de rij wachtenden voor).

Social distancing bestond nog niet:

Pointe Du Hoc

Waar de Mont Saint Michel voldoende parkeerplaats had, blinkt de Pointe Du Hoc uit in het omgekeerde. Ook hier stikt het van de toeristen, maar is de parking extreem klein in vergelijking met het aantal auto’s dat er zich probeert binnen te wurmen. Na twee rondjes voltrekt er zich een mirakel en geraken we toch geparkeerd.

De Pointe Du Hoc werd geacht een haast oninneembare militaire stelling van de Duitse militaire macht te zijn in de tweede wereldoorlog. Gelegen hoog op een klif had niemand verwacht dat de Amerikanen in staat zouden zijn om – mits grote verliezen – het punt te veroveren op de Duitsers. Even stilstaan bij de geschiedenis en toch even onder de indruk zijn.

De site van Omaha Beach & Cemetary had opnieuw een gigantische parking, maar qua toegangswegen ging het toch maar traag. Hier sta je ook weer even stil bij het aantal graven. We zijn net op tijd voor het neerhalen van de vlag. De massa haalt de GSM en fototoestellen boven om het indrukwekkende proces vast te leggen. Onder luid applaus bereikt de vlag de grond.

Niort zelf is een klein stadje waar je eens kan doorkuieren. Enkele restaurantjes, de standaard winkelstraat en een overdekte markt. Zullen we er nog eens passeren? Misschien als we nog eens uitgenodigd worden voor een trouwfeest. Helaas zijn het aantal mensen dat zou willen trouwen in Niort, nu ook wel uitgeput.

En dan nog die hele weg terug. Na een korte nacht en een acceptabel ontbijt, kropen we weer de wagen in voor een zeer lange (en dure) rit richting Mechelen (met kleine omweg naar centrum Brussel, gezien we ook deels taxi speelden). Zeker rekening houden met de vele stukken weg waar je tol dient te betalen. Dat kan allemaal met de kaart, en je bent tussen Mechelen en Niort (heen & terug) al snel 100€ kwijt. Daarnaast was het enorm druk op de baan en onze pitstops waren verre van gezellig (door die drukte, maar een tweetal uur later dan voorzien (het was verdorie al donker).

Jack’s Cat Cafe

Een tweetal jaar geleden verscheen er een bericht over katten op dit blog. We kregen namelijk een opdracht om te vervullen tijdens onze zes maanden durende trip door Australië en Azië: Ga op de foto met een kat in elk land dat je bezoekt (missie geslaagd btw).

In deze Covid-19-tijden willen we deze blog nog eens oprakelen, want niet iedereen heeft het even gemakkelijk. In Hoi An (Vietnam) bezochten we Jack’s Cat Cafe, een kattenasiel voor katten gered uit de handen van mensen die hen liever als avondmaal zagen. De opvang is een huis met een grote tuin, omgeven door metershoge muren en prikkeldraad.

Momenteel zitten er 100+ katten binnen de hoge muren, maar niemand komt nog op bezoek vanwege de lockdown. De hongerige buikjes moeten echter wel nog steeds gevoed worden en de organisatie moet het doen zonder enige subsidies.

Daarom hebben ze zelf een kleine fundraiser opgezet om het broodnodige te kunnen voorzien. Bij ons bezoek twee jaar geleden speelde het idee al, nu hebben we de woorden eindelijk in daden omgezet. Feel free to join us …

Doneer hier en help Jack’s Cat Cafe

Alvast bedankt! Alle beetjes helpen.

Meer info? Check de website, Facebook en Instagram.

Op restaurant in Mechelen?

We moeten allemaal braaf blijven binnenzitten en moeten onze wilde reisverhalen dus noodgedwongen even opzij zetten. Stiekem dromen we wel al een heel klein beetje om nog eens op restaurant te gaan. Ja, er is Deliveroo en dergelijke, maar ook dat aanbod is geslonken en eerlijk? Dat is toch ook niet hetzelfde.

Een blog over onze favoriete plekjes in Mechelen dus. Favoriet, of gewoon lekker, want de lijst is lang en dat werkt een beetje contraproductief met de term ‘favoriet’.

In de categorie ‘Aziatisch’:

Bento hebben we nog maar heel recentelijk ontdekt. Is ook niet zo gemakkelijk: er naam/uithangbord zal je niet vinden. Hoe kan je nu geen fan zijn van deze Sushi-trein. In dit sushirestaurant kan je à la carte eten, maar het overgrote deel van de gasten (wij inclusief) gaan voor de à volonté optie. Hier kan je urenlang genieten van diverse soorten sushi, sashimi en geen idee hoe al die andere dingen heten. Wel best reserveren hier, anders is teleurstelling een deel van je avondmaal.

Als je de aangedampte ruiten van de Tangthai ziet terwijl je voorbijloopt, dan weet je dat het weer gezellig vol zit. Een simpel menu (in Nederlands en Engels) aan Thaise specialiteiten en vriendelijke bediening.

In de categorie ‘Lekker vettig’:

Er was zo’n periode waar de burgerrestaurants uit de grond schoten als champignons in vochtige kelders. Beastie Burgers was er niet bij van in het prille begin, maar geniet wel onze absolute voorkeur. Heerlijke burgers (inclusief ‘addictive sauce’) in een leuke setting (denk versterkers, drumstellen en een volledige camper).

Mensen die ons kennen weten al wel langer dat Domino’s pizza onze guilty pleasure is. Ja, ooit hadden we een zogenaamde ‘Gold Card’ van Domino’s die ons 25% korting gaf op alles. Je kent dat wel: extra dingen bestellen omdat er niet geleverd wordt onder een bepaalde prijs. Uiteindelijk pas naar Mechelen verhuisd toen ons beloofd werd dat ze er ook een Domino’s zouden openen. Ons verbruik ligt wat lager nu en onze Gold Card is ondertussen verlopen, maar het blijven nog steeds onze favoriete pizza’s (in de categorie ‘Afhaal/Mechelen).

In de categorie ‘Gewoon lekker’:

In een kleine zijstraat (het is als het waren een rijhuis in een doodlopende straat) kan je restaurant Graspoort terugvinden. Zonder reservatie moet je al veel geluk hebben om hier een tafeltje te kunnen bemachtigen. Terecht ook, deze verfijnde keuken is de moeite om eens te gaan ontdekken.

Cosma is net zoals Graspoort een streling voor de tong. In een mooie setting (bij goed weer ook op het terras), kan je hier genieten van een divers menu (iets minder vegetarische opties hier).

In de categorie ‘Mexicaans’

Voor de fans van Noord-Amerikaans eten, komt er maar één naam naar boven (heeft iemand nog andere tips?): Chili Beans. In een leuk kader, wordt een beperkte, maar overheerlijke kaart geserveerd. Mijn (Jonas) absolute topper is de chili con carne (er is ook een versie voor de vegetariërs onder ons). De portie is groot genoeg om twee mensen te voeden, maar stiekem is deze chili te lekker om zomaar te delen. Reserveren kan hier niet, behalve voor grote groepen.

In de categorie ‘Dessert Heaven’:

Toegegeven, in de recent geopende winkel/bar van Kato Gâteaux hebben we nog geen voet binnengezet. Wat we wel al gedaan hebben, is genoten van de cupcakes, toen nog gewoon thuis afgehaald. Lekkere kunstwerkjes.

In de categorie ‘Ontbijten met Jonas & Anneke’:

Het gebeurt zelden dat we zomaar uit gaan eten zo ’s morgens vroeg, maar voor een ontbijt/brunch bij Foom durven we wel eens een uitzondering te maken. Gezonde en lekkere opties in een rustige, gezellige setting. Men zegge het voort!

Wat ontbreekt er hier in het lijstje? Alle tips welkom!

Dubai: Zon, auto’s en shopping malls.

Goed. Die blogpost stond hier dus al 3 jaar klaar. Ondertussen zijn we zes maand op vakantie geweest en zijn de collega’s nog drie keer teruggekeerd: Dubai.

In maart 2017 kregen we de kans om een weekje Dubai te verkennen (Incentive trips for the win!). Heel veel over gehoord, heel veel over gelezen, maar hoe zat dat nu echt? Toekomen om 2 uur ’s nachts en nog steeds 23° warm, dat beloofde alvast.

Als er één plek is waar mensen aan denken bij Dubai, dan is het wel de Burj Khalifa, het op dit moment nog steeds hoogste gebouw in de wereld. Je kiest tussen verdieping 124 + 125 (heel duur) of verdieping 124 + 125 + 148 (extreem duur) en boekt best goed op voorhand. Zelfs met de hoge prijzen (variërend tussen omgerekend toen al 60€ en 130€ per persoon), staan er lange wachtrijen en zijn tickets snel uitverkocht. De meningen over de beleving zijn zeer uiteenlopend, maar het uitzicht is alvast fenomenaal (Wolkenkrabbers, smog en woestijn).

Aan de voet van de Burj Khalifa liggen nog twee andere ‘toppers’. Enerzijds heb je de Dancing Fountains (Dansende Fonteinen), anderzijds de gigantische (en ja hoor … grootste van de wereld) Dubai Mall. De fonteinen geven ’s avonds elk half uur een show, inclusief luide muziek, de mall is er dan weer eentje om in verloren te lopen. Tijdens drukke momenten inclusief agenten om het ‘verkeer’ te regelen. Op die manier heb je ook alvast nummer 1, 2 en 3 van Tripadvisor achter de kiezen.

Het is maart en de zon schijnt? Tijd voor een waterpretpark: Aquaventura! Gelegen op de befaamde Palm Jumeirah en deel van het gigantische Atlantisch hotel. We hebben geluk, het is hier duidelijk nog geen hoogseizoen. Dit park is berekend op heel veel bezoekers, maar nu zijn we bijna alleen. Er zijn helaas ook een aantal attracties gesloten voor ‘renovatie’. Plezier verzekerd, al heb je het na een paar uur ook wel gezien.

De simpelste manier om op een snelle en efficiënte manier Dubai te verkennen is via de befaamde HOP on HOP off bussen. Twee maatschappijen bieden dit aan en rijden een nagenoeg zelfde ritje. Het contrast tussen de hoogbouw, met al z’n pracht en praal, en de stad voor de ‘normale mens’ is groot.

Het bekendste 7-sterren hotel (onofficieel) ter wereld is de Burj Al Arab. Je geraakt er niet binnen zonder boeking en er een deftige foto van trekken is ook niet gemakkelijk (Overal muren en hekken). Wij konden gelukkig wel een ander hotel binnenglippen en zo tot op het strand geraken, perfecte foto-opportuniteit! (na 3 jaar nog steeds mijn bureaubladachtergrond).

En dan zijn er nog de dingen die Dubai maken tot wat ze zijn: Alles is groot, in alles willen ze de beste zijn. In de Emirates Mall ligt er een volwaardige skipiste, in de Dubai Mall een schaatspiste. Dubai houdt van de natuur, daarom bouwen ze ‘de wereld’ na op zee (iemand interesse om een aangelegd eiland te kopen?) en je stelt niets voor als je niet met een Ferrari, Lamborghini of Rolls Royce rijdt …

Dubai is speciaal, een ware beleving. Een waar paradijs voor iemand die van zon, zee en strand (aangelegd) houdt. Moet je toch eens gedaan hebben.

Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.