Vluggertje Normandië in de Zomer.

Wij mogen ons kot niet uit, dus even een terugblik naar vorig jaar. Vorige zomer werden we uitgenodigd voor een huwelijk in Niort in Frankrijk. Omdat dit nogal een stevig tripje met de auto is (wij zijn niet veel gewoon hé), besloten we er nog enkele dagen aan vast te breien in Normandië.

Op het programma: Caen, de befaamde stranden (Omaha Beach, …), Mont-Saint-Michel en Niort.

Eerst op de planning? Caen!

Het Caen Memorial is een uit de kluiten gewassen museum over de tweede wereldoorlog en kon niet ontbreken in het schema. We bezochten het museum op een vrije dag (verlengd weekend) en het was duidelijk dat nog wel meer mensen genoten van diezelfde vrije dag. Een enorme drukte in de eerste stukken van het museum vergalden het bezoek een beetje. Gelukkig werd het iets rustiger naarmate we vorderden en de hordes bustoeristen stukken begonnen over te slaan. Het memorial is een plek waar je urenlang in kan rondlopen en uiteindelijk wel best de moeite is (Ga eventueel op zoek naar kortingsbons, te vinden in de vele promoboekjes die Caen rijk is).

We hebben er ook getracht om lekker te eten, maar hebben het bij ‘gewoon eten’ gehouden. Er is een volwaardig restaurant in het Museum, maar dit is niet meteen een hoogvlieger.

Doorgereden naar Mont Saint Michel: Het typerende beeld van Normandië, naast dat van de stranden natuurlijk.

De parking van het ‘complex’ is groot genoeg, wat ze je ook wijsmaken. Ze kost tegelijk ook redelijk veel geld. Goed onthouden waar je jezelf geparkeerd hebt is een kleine tip.

3 manieren om na het parkeren tot aan het fameuze dorpje te geraken:

  • Met de bus: gratis opeengepakt zitten. Grote bussen rijden continu heen en weer. Je kan ze niet missen.
  • Met paard en kar: geen idee waarom deze optie bestaat, maar er is dus wel degelijk een optie om betalend en tergend traag te reizen.
  • Eigen vervoer (de fiets) of te voet: het is een uitdaging, want het is toch wel een eindje wandelen vanaf de parking, maar je raakt zo wel aan je 10.000 stappen per dag.

Het stadje zelf kan bij eb en vloed bereikt worden. Er is een perfecte weg tussen het vasetland en het heuveltje op/in het water. Het overgrote deel van de toeristen worden op enkele tientallen meters van de ingang gedropt.

Het stadje zelf kan vergeleken worden met Black Friday in Amerika. Iedereen wil op hetzelfde moment dezelfde richting uit en het is overal aanschuiven tussen ongeduldige mensen. Ongetwijfeld zeer gezellig tijdens het laagseizoen, met de vele winkeltjes en restaurants, nu toch net een beetje te veel van het goede.

Bovenaan het stadje (flink wat trappen, niet buggyvriendelijk) ligt het klooster, dat je uiteraard ook kan bezoeken. Zeker eens een bezoekje waard, maar ook hier is het op de koppen lopen (tickets op voorhand online kopen kan hier wel nuttig zijn, dan steek je de rij wachtenden voor).

Social distancing bestond nog niet:

Pointe Du Hoc

Waar de Mont Saint Michel voldoende parkeerplaats had, blinkt de Pointe Du Hoc uit in het omgekeerde. Ook hier stikt het van de toeristen, maar is de parking extreem klein in vergelijking met het aantal auto’s dat er zich probeert binnen te wurmen. Na twee rondjes voltrekt er zich een mirakel en geraken we toch geparkeerd.

De Pointe Du Hoc werd geacht een haast oninneembare militaire stelling van de Duitse militaire macht te zijn in de tweede wereldoorlog. Gelegen hoog op een klif had niemand verwacht dat de Amerikanen in staat zouden zijn om – mits grote verliezen – het punt te veroveren op de Duitsers. Even stilstaan bij de geschiedenis en toch even onder de indruk zijn.

De site van Omaha Beach & Cemetary had opnieuw een gigantische parking, maar qua toegangswegen ging het toch maar traag. Hier sta je ook weer even stil bij het aantal graven. We zijn net op tijd voor het neerhalen van de vlag. De massa haalt de GSM en fototoestellen boven om het indrukwekkende proces vast te leggen. Onder luid applaus bereikt de vlag de grond.

Niort zelf is een klein stadje waar je eens kan doorkuieren. Enkele restaurantjes, de standaard winkelstraat en een overdekte markt. Zullen we er nog eens passeren? Misschien als we nog eens uitgenodigd worden voor een trouwfeest. Helaas zijn het aantal mensen dat zou willen trouwen in Niort, nu ook wel uitgeput.

En dan nog die hele weg terug. Na een korte nacht en een acceptabel ontbijt, kropen we weer de wagen in voor een zeer lange (en dure) rit richting Mechelen (met kleine omweg naar centrum Brussel, gezien we ook deels taxi speelden). Zeker rekening houden met de vele stukken weg waar je tol dient te betalen. Dat kan allemaal met de kaart, en je bent tussen Mechelen en Niort (heen & terug) al snel 100€ kwijt. Daarnaast was het enorm druk op de baan en onze pitstops waren verre van gezellig (door die drukte, maar een tweetal uur later dan voorzien (het was verdorie al donker).

Jack’s Cat Cafe

Een tweetal jaar geleden verscheen er een bericht over katten op dit blog. We kregen namelijk een opdracht om te vervullen tijdens onze zes maanden durende trip door Australië en Azië: Ga op de foto met een kat in elk land dat je bezoekt (missie geslaagd btw).

In deze Covid-19-tijden willen we deze blog nog eens oprakelen, want niet iedereen heeft het even gemakkelijk. In Hoi An (Vietnam) bezochten we Jack’s Cat Cafe, een kattenasiel voor katten gered uit de handen van mensen die hen liever als avondmaal zagen. De opvang is een huis met een grote tuin, omgeven door metershoge muren en prikkeldraad.

Momenteel zitten er 100+ katten binnen de hoge muren, maar niemand komt nog op bezoek vanwege de lockdown. De hongerige buikjes moeten echter wel nog steeds gevoed worden en de organisatie moet het doen zonder enige subsidies.

Daarom hebben ze zelf een kleine fundraiser opgezet om het broodnodige te kunnen voorzien. Bij ons bezoek twee jaar geleden speelde het idee al, nu hebben we de woorden eindelijk in daden omgezet. Feel free to join us …

Doneer hier en help Jack’s Cat Cafe

Alvast bedankt! Alle beetjes helpen.

Meer info? Check de website, Facebook en Instagram.

Op restaurant in Mechelen?

We moeten allemaal braaf blijven binnenzitten en moeten onze wilde reisverhalen dus noodgedwongen even opzij zetten. Stiekem dromen we wel al een heel klein beetje om nog eens op restaurant te gaan. Ja, er is Deliveroo en dergelijke, maar ook dat aanbod is geslonken en eerlijk? Dat is toch ook niet hetzelfde.

Een blog over onze favoriete plekjes in Mechelen dus. Favoriet, of gewoon lekker, want de lijst is lang en dat werkt een beetje contraproductief met de term ‘favoriet’.

In de categorie ‘Aziatisch’:

Bento hebben we nog maar heel recentelijk ontdekt. Is ook niet zo gemakkelijk: er naam/uithangbord zal je niet vinden. Hoe kan je nu geen fan zijn van deze Sushi-trein. In dit sushirestaurant kan je à la carte eten, maar het overgrote deel van de gasten (wij inclusief) gaan voor de à volonté optie. Hier kan je urenlang genieten van diverse soorten sushi, sashimi en geen idee hoe al die andere dingen heten. Wel best reserveren hier, anders is teleurstelling een deel van je avondmaal.

Als je de aangedampte ruiten van de Thangtai ziet terwijl je voorbijloopt, dan weet je dat het weer gezellig vol zit. Een simpel menu (in Nederlands en Engels) aan Thaise specialiteiten en vriendelijke bediening.

In de categorie ‘Lekker vettig’:

Er was zo’n periode waar de burgerrestaurants uit de grond schoten als champignons in vochtige kelders. Beastie Burgers was er niet bij van in het prille begin, maar geniet wel onze absolute voorkeur. Heerlijke burgers (inclusief ‘addictive sauce’) in een leuke setting (denk versterkers, drumstellen en een volledige camper).

Mensen die ons kennen weten al wel langer dat Domino’s pizza onze guilty pleasure is. Ja, ooit hadden we een zogenaamde ‘Gold Card’ van Domino’s die ons 25% korting gaf op alles. Je kent dat wel: extra dingen bestellen omdat er niet geleverd wordt onder een bepaalde prijs. Uiteindelijk pas naar Mechelen verhuisd toen ons beloofd werd dat ze er ook een Domino’s zouden openen. Ons verbruik ligt wat lager nu en onze Gold Card is ondertussen verlopen, maar het blijven nog steeds onze favoriete pizza’s (in de categorie ‘Afhaal/Mechelen).

In de categorie ‘Gewoon lekker’:

In een kleine zijstraat (het is als het waren een rijhuis in een doodlopende straat) kan je restaurant Graspoort terugvinden. Zonder reservatie moet je al veel geluk hebben om hier een tafeltje te kunnen bemachtigen. Terecht ook, deze verfijnde keuken is de moeite om eens te gaan ontdekken.

Cosma is net zoals Graspoort een streling voor de tong. In een mooie setting (bij goed weer ook op het terras), kan je hier genieten van een divers menu (iets minder vegetarische opties hier).

In de categorie ‘Mexicaans’

Voor de fans van Noord-Amerikaans eten, komt er maar één naam naar boven (heeft iemand nog andere tips?): Chili Beans. In een leuk kader, wordt een beperkte, maar overheerlijke kaart geserveerd. Mijn (Jonas) absolute topper is de chili con carne (er is ook een versie voor de vegetariërs onder ons). De portie is groot genoeg om twee mensen te voeden, maar stiekem is deze chili te lekker om zomaar te delen. Reserveren kan hier niet, behalve voor grote groepen.

In de categorie ‘Dessert Heaven’:

Toegegeven, in de recent geopende winkel/bar van Kato Gâteaux hebben we nog geen voet binnengezet. Wat we wel al gedaan hebben, is genoten van de cupcakes, toen nog gewoon thuis afgehaald. Lekkere kunstwerkjes.

In de categorie ‘Ontbijten met Jonas & Anneke’:

Het gebeurt zelden dat we zomaar uit gaan eten zo ’s morgens vroeg, maar voor een ontbijt/brunch bij Foom durven we wel eens een uitzondering te maken. Gezonde en lekkere opties in een rustige, gezellige setting. Men zegge het voort!

Wat ontbreekt er hier in het lijstje? Alle tips welkom!

Dubai: Zon, auto’s en shopping malls.

Goed. Die blogpost stond hier dus al 3 jaar klaar. Ondertussen zijn we zes maand op vakantie geweest en zijn de collega’s nog drie keer teruggekeerd: Dubai.

In maart 2017 kregen we de kans om een weekje Dubai te verkennen (Incentive trips for the win!). Heel veel over gehoord, heel veel over gelezen, maar hoe zat dat nu echt? Toekomen om 2 uur ’s nachts en nog steeds 23° warm, dat beloofde alvast.

Als er één plek is waar mensen aan denken bij Dubai, dan is het wel de Burj Khalifa, het op dit moment nog steeds hoogste gebouw in de wereld. Je kiest tussen verdieping 124 + 125 (heel duur) of verdieping 124 + 125 + 148 (extreem duur) en boekt best goed op voorhand. Zelfs met de hoge prijzen (variërend tussen omgerekend toen al 60€ en 130€ per persoon), staan er lange wachtrijen en zijn tickets snel uitverkocht. De meningen over de beleving zijn zeer uiteenlopend, maar het uitzicht is alvast fenomenaal (Wolkenkrabbers, smog en woestijn).

Aan de voet van de Burj Khalifa liggen nog twee andere ‘toppers’. Enerzijds heb je de Dancing Fountains (Dansende Fonteinen), anderzijds de gigantische (en ja hoor … grootste van de wereld) Dubai Mall. De fonteinen geven ’s avonds elk half uur een show, inclusief luide muziek, de mall is er dan weer eentje om in verloren te lopen. Tijdens drukke momenten inclusief agenten om het ‘verkeer’ te regelen. Op die manier heb je ook alvast nummer 1, 2 en 3 van Tripadvisor achter de kiezen.

Het is maart en de zon schijnt? Tijd voor een waterpretpark: Aquaventura! Gelegen op de befaamde Palm Jumeirah en deel van het gigantische Atlantisch hotel. We hebben geluk, het is hier duidelijk nog geen hoogseizoen. Dit park is berekend op heel veel bezoekers, maar nu zijn we bijna alleen. Er zijn helaas ook een aantal attracties gesloten voor ‘renovatie’. Plezier verzekerd, al heb je het na een paar uur ook wel gezien.

De simpelste manier om op een snelle en efficiënte manier Dubai te verkennen is via de befaamde HOP on HOP off bussen. Twee maatschappijen bieden dit aan en rijden een nagenoeg zelfde ritje. Het contrast tussen de hoogbouw, met al z’n pracht en praal, en de stad voor de ‘normale mens’ is groot.

Het bekendste 7-sterren hotel (onofficieel) ter wereld is de Burj Al Arab. Je geraakt er niet binnen zonder boeking en er een deftige foto van trekken is ook niet gemakkelijk (Overal muren en hekken). Wij konden gelukkig wel een ander hotel binnenglippen en zo tot op het strand geraken, perfecte foto-opportuniteit! (na 3 jaar nog steeds mijn bureaubladachtergrond).

En dan zijn er nog de dingen die Dubai maken tot wat ze zijn: Alles is groot, in alles willen ze de beste zijn. In de Emirates Mall ligt er een volwaardige skipiste, in de Dubai Mall een schaatspiste. Dubai houdt van de natuur, daarom bouwen ze ‘de wereld’ na op zee (iemand interesse om een aangelegd eiland te kopen?) en je stelt niets voor als je niet met een Ferrari, Lamborghini of Rolls Royce rijdt …

Dubai is speciaal, een ware beleving. Een waar paradijs voor iemand die van zon, zee en strand (aangelegd) houdt. Moet je toch eens gedaan hebben.

Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.

Citytripje Lissabon.

Onze trip in Portugal stopte niet bij het kleine weekje Azoren: tijd voor Lissabon, de stad van de Azulejos, de tegeltjes met typische print, maar van nog zoveel meer!

Azulejos
Azulejos

Ook hier zochten en vonden we een AirBnB in Bairro Alto, het oude stadsgedeelte van Lissabon. Een eerste tip van de eigenaar: huur géén auto voor vervoer in Lissabon zelf: een voltreffer. Kleine straatjes en veel te druk op de andere straten. Uber doet hier gouden zaken: veel goedkoper dan een gewone taxi en even snel. Misschien wel net dat tikkeltje avontuurlijker, gezien ze op de luchthaven allemaal op de zelfde plaats stoppen en vertrekken en zowat alle toeristen hetzelfde plan hebben. Ons appartement heeft geen airco en ramen moeten dicht wat betreft potentiële diefstal: welkom in de sauna! Gelukkig is er een ventilator. Het is middernacht voorbij, tijd voor een bed.

De komende drie dagen ontbijten we bij Fauna & Flora, de ultieme ontbijtplaats voor de lokale en niet zo lokale hipster vlakbij ons appartementje. Een uitgebreide kaart met pannenkoeken (mijn favoriet!) en boterhammen vol lekkere, gezonde zaken, smoothies en sapjes: lekker! (al was niet alles even vers – zoals bijvoorbeeld de sapjes). Andere winkeltjes in de buurt zijn supergoedkoop in vergelijking met het toeristische centrum. Dat kan wel eens handig blijken met het warme weer: de waterprijzen swingen de pan uit naarmate je dichten bij het centrum komt.

De rage van de steps is hier ook al toegeslagen: Vooral aan het water staat het vol stepjes van allerhande merken. Het fietspad lijkt er wel voor aangelegd. Wij kiezen ervoor om alles te voet, de trein of de bus (je kan dagtickets kopen) te nemen. Een ja, één keer nemen we ook heel decadent de Uber voor een paar kilometer naar de wondere wereld van het Oceanario. (Onderwaterwerelden: we krijgen er nooit genoeg van).

Elke stad die zichzelf een beetje respecteert, heeft z’n eigen foodmarket, zo ook Lissabon: de Time Out Market. Een grote hal met tientallen standjes met letterlijk alle soort eten. Van simpele snacks tot uitgebreide maaltijden. Dit alles in een modern kader, met voldoende zitplaats. En voor de mensen met kleine blaas: hier kan je een gratis toilet scoren.

Praca Do Comercio met z’n Arco do Triunfo is waarschijnlijk zowat het bekendste plein van de stad, maar de rest van Alfama is ook zwaar de moeite. In Alfama rijdt de befaamde Tram 28. Dit is een tram gelijk een ander, ziet er wel een beetje anders uit (ouder, authentieker), maar heeft vooral het nummer 28 op zich geplakt gekregen. Blijkbaar voldoende om heel de dag door stampvol te zitten. Wij laten hem keer op keer passeren, maar niet zonder er een aantal foto’s van te nemen: we blijven toeristen en de straten zijn hier zo fotogeniek. 

Tram 28
Alfama

De straten gaan steil omhoog en leiden naar het Castelo de São Jorge, het kasteel op de heuvel met een zeer mooi uitzicht over de hele stad. Leuk extraatje (wij zijn fotografiestudenten!) is de camera obscura die heel de stad in beeld brengt. Wel even opletten, want er zijn sessies elke twintig minuten in het Spaans, Portugees en het Engels en de plaatsen zijn beperkt. Wij zaten uiteraard in de Spaanse (geen zin om nog eens 20 minuten extra te wachten!), maar konden al bij al nog wel volgen.

Volgende stop: Belem! Een wijk die elke toerist in Lissabon moet afvinken:

  • Vinkje 1: Padrao dos Descobrimentos: Een monument met beelden van alle mensen die Portugal de laatste paar honderd jaar groot gemaakt hebben. Je kan er niet naast kijken als je uit de trein stapt. Dit was dan ook onze eerste stop.
  • Vinkje 2: Santa Maria de Belem: De bekende toren, die veel kleiner uitvalt dan wat we verwacht hadden. Twee keer zijn we langsgeweest, de eerste keer was er een festival aan de gang, de tweede keer was dit gelukkig opgeruimd en konden we daadwerkelijk tot bij de toren. 
  • Vinkje 3: Mosteiro dos Jeronimos: Het klooster dat je gezien moet hebben. Bij ons bleef het bij de buitenkant. De ene keer was het gesloten, de andere keer was de rij net wat te lang. De buitenkant was zeker de moeite en de reviews op TripAdvisor deden ons sowieso wat twijfelen.
  • Vinkje 4: Pastéis de Belém: Voor de echte moet je bij de Confeitaria de Belém zijn. Op het internet las ik ergens dat ze daar op topmomenten tot 20.000 pastéis per dag verkopen. Het is artisanaal bandwerk. In meerdere rijen staan mensen tot op straat aan te schuiven voor de Portugese lekkernij. Liefst zo snel mogelijk op te eten (lekker vers en nog een beetje warm), een heerlijkheid!
  • Extra Vinkje: Het Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts: een klein (je bent snel rond) museum met hedendaagse kunst. Op zich vonden we het niet meteen spectaculair, maar de kaartjes waren gratis op zaterdag, dus mooi meegenomen.
Padrao dos Descobrime
Santa Maria de Belem
Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts

Een laatste aanrader hoor ik je zeggen? Voor mensen die van Streetart houden? Lissabon staat/hangt vol Streetart. Je kan er haast niet naastkijken. We vonden een aantal wandelingen terug, maar uiteindelijk hielden we het bij ‘rondwandelen’ en een bezoekje aan de Underdogs Gallery (kunst aan de muur, bij ons bezoekje helaas wel net enkel de winkelruimte open wegen het installeren van een nieuwe tentoonstelling).

Het verdict: In Lissabon kan je gemakkelijk 3 à 4 dagen rondlopen (en dan heb je Syntra nog niet gedaan) en samen met de massa’s toeristen genieten van de pracht en praal. Ideale citytrip. Veel te lang uitgesteld.