Hiking in de Faeröer!

Begin juli trokken we voor een weekje naar de Faeröer. Gras, schapen, mist en wandelen zouden de codewoorden worden. En ja, ook een huisje met gras op het dak.

Wandelen dus – over de rest later meer ! Laten we eens overlopen waar we ons doorgeploeterd hebben. Zes wandelingen en 3 die het (net) niet gehaald hebben (Links klikken voor nerdy statistieken!)

  1. Saksun (4,77 km – 1u 11 min)
Laat het gras maar groeien.

Nadat we het kleine dorpje verkenden, trokken we via een asfaltweg en grindpad richting de zee. Het was onze eerste echte wandeling op de Faeröer en gemakkelijk beginnen leek ons niet verkeerd. Het water leek heel rustig te zijn en vrij laag te staan. De bedding van de rivier was zeer breed. Een local stond te vissen met z’n zoon, geen idee of ze succesvol waren. Wij beschouwen onze eerste wandeling wel zeker als geslaagd!

Saksun
Saksun
  1. Mykinesholmur (5,83 km – 2u 8 min)

Vermoedelijk de bekendste wandeling op de Faeröer. Bekend vooral om z’n vele “puffins”, vogeltjes die hun nesten maken op de wanden van het eiland. Daarnaast – zoals op zovele eilanden, staat hier uiteraard ook een vuurtoren.

Je geraakt op twee manieren op het eiland: per helikopter, of per boot. Wij kozen voor de boot die slechts enkele keren per dag vaart en waar je dus best op voorhand dient te boeken (120 kronen voor een heen/terug-ticket). In de drukke periodes varen er extra boten, en betaal je ook net iets meer helaas (300 kronen – ongeveer 40 Euro – voor een heen/terug).

Er zijn een aantal wandelingen op het eiland, maar zowat iedereen kiest voor de wandeling naar de vuurtoren. Hiervoor dien je op voorhand online nog een ticket kopen (enkel tijdens de zomerperiode).

De wandeling gaat meteen steil naar boven. Gelukkig zit het daar boven vol met de beloofde puffins. Het verdere uitzicht is maar matig (mistig), De grote telelenzen worden bovengehaald en zorgen voor files.

Gelukkig staat er plots (ongeveer halverwege, net voor het punt waar je weer helemaal naar beneden moet klungelen) een ticketcontrole. Iedereen die tijdens de zomerperiode aan deze wandeling moet beginnen, moet online een ticket kopen (100 kronen). Sneu voor de mensen die dit vergeten waren, al hebben we wel niemand zien tegenhouden.

De weg naar beneden is een beproeving. Het weer van de afgelopen dagen (altijd?) had het pad zeer glad en glibberig gemaakt en het ging dan nog eens zeer steil naar beneden. Er geldt een verbod om te blijven stilstaan om foto’s te nemen. Begrijpelijk. Mensen vallen omver als ze hun focus verkeerd leggen (letterlijk).

Dan loop je weer helemaal tot beneden, is je volgende opdracht toch wel niet om weer helemaal tot boven te lopen (het laatste stuk naar de vuurtoren). Gelukkig is dit gewoon gras met enkele (vele) goedgeplaatste schapenmijnen.

Het zicht aan de vuurtoren is onbestaande. Na de obligatoire selfie (de vuurtoren is nog net zichtbaar) trekken we terug naar ons beginpunt. Het is verbazend hoe snel dit gaat (inclusief één keer spectaculair uitschuiven). We hebben dan ook nog een zee van tijd over en drinken nog iets in het enige cafeetje dat het dorp rijk is.

De zee is zeer wild bij onze terugvaart. Er komt zelfs een beetje zeeziekte bij kijken!

  1. Trollanes (Kalsoy) (3,68 km – 2u 34 minuten)

“Er is een wandeling naar een vuurtoren, maar daarvoor moeten we wel om 4u opstaan”. Ik was een beetje weigerachtig. We zijn al zoveel vroeg opgestaan voor die ‘perfecte zonsopgang’. Dit had echter niets met een zonsopgang te maken (om 4 uur ben je al drie eeuwen te laat), maar met een beperkte beschikbaarheid.

Voor deze wandeling op het eiland Kalsoy dienen we een boot te nemen en de plaatsen op deze boot zijn nogal schaars (tijdstabel boot). De verslagen die we vonden op het internet zeiden vrijwel allemaal dat haast en spoed hier kon helpen. Er pasten slechts 17 auto’s op de boot. Geen extra boten hier. We mikten om de boot van 6.40 om desnoods pas de boot van 8.00 te halen. Alle verhalen van mensen die de boot misten en zich dan urenlang moesten vervelen, die wilden we voor zijn!

Goed. Dat is dan een uur rijden, je bent dan 40 minuten te vroeg bij de boot, sta je daar … alleen. Helemaal alleen in rij nummer 2. Rij nummer 1 is voor locals en was ook nog helemaal leeg. Al die haast en spoed was dus misschien net dat tikkeltje overdreven? De boot vertrekt uiteindelijk met 4 auto’s (2 locals, 2 toeristen). Niet getreurd, plek genoeg voor ons op de parking (“ER IS MAAR PARKING VOOR 8 AUTO’s) en niet te veel volk in “DE VERSCHRIKKELIJK ANGSTAANJAGENDE TUNNELS”.

Goed. 1 auto op de parking: de onze. En die tunnels, dat was ook serieus overdreven. De Faeröer hebben dit allemaal zeer goed georganiseerd (De tunnels in Taiwan waren van een ander niveau). We beginnen helemaal alleen aan de wandeling. Het is mooi weer en de uitzichten zijn zelfs beneden al de moeite.

Via het ochtend-, middag- en avondmaal (voor de schapen dan toch) trekken we helemaal tot boven. Enkele stukken zijn nog lekker klad, maar we weten ons nog recht te houden. Af en toe kijken we eens achterom, maar we blijven nog steeds helemaal alleen. De berg is van ons!

Bovenaan, bij de vuurtoren hebben we het zicht dat we wilden: geen wolkje te bespeuren en zalig mooie vergezichten. Nog steeds geen andere wandelaars te bekennen.

Er is nog een optie om via twee smalle paadjes verder te gaan, maar die zien er wel echt heel smal, steil en glad uit. We houden het voor bekeken en vatten onze terugweg aan. Halverwege komen we dan eindelijk wat levende zielen tegen. Tegen het einde ben ik zo onder de indruk van het aantal toeristen dat ik me verstap, een mooie wenteling maak, tevergeefs grabbel naar iets dat er niet is en het fototoestel half in de modder plant. Gelukkig zijn er overal toiletten en kunnen we de schade beperken. Het fototoestel overleeft het.

Op Kalsoy kan je in het dorpje Mikladalur ook nog een wandeling maken naar het standbeeld van Kopakonan (Seal Woman), maar die is vooral heel steil naar beneden en niet erg lang. Het beeld is het bezoekje waard.

Varia: voor de rest is er eigenlijk niet echt wat te doen op het eiland. We komen een dikke twee uur te vroeg aan bij het kleine haventje. Eens de boot er is zien we wel wat ze bedoelen met de kunst van het ’17 auto’s op een auto krijgen’. Links, rechts, vooraan en achteraan slechts een aantal centimeter op overschot. Uitstappen zit er niet meer in.

Topwandeling, aanrader!

  1. Oyndarfjordur – Elduvik (9,86 km – 3u 56 min)

Een wandeling tussen twee dorpjes met onuitspreekbare namen (die tweede valt nog wel mee, dat geef ik toe). De zichtbaarheid is beperkt, het gras is nat en de schapen hebben goed hun werk gedaan. Wij naar boven!

Na een stevig klimmetje met een aantal poortjes die de schapen bij hun correcte eigenaar moeten houden, komen we bij een tamelijk plat stuk. Daar geraken we dus snel voorbij. Daarna begint het meer spannende stuk. We lopen langs de bergwand op een smal stukje waar het gras volledig kapotgelopen is. Er lijkt geen einde aan te komen, temeer omdat de zichtbaarheid nog steeds minimaal is. Een keertje te ver stappen en je houdt er een groene en/of bruine broek aan over.

We waren het al even vergeten, maar we hadden Elduvik al eerder kort bezocht. Een klein dorpje, waar niemand thuis lijkt te zijn en we voor de tweede keer quasi alleen rondlopen. Ook hier is een toilet naast het informatiebord (superhandig hier).

Na ons middagmaal (broodjes), trekken we nog even naar het water, de plek waar de boten (of eerder bootjes?) arriveren, een serieuze bergaf, helaas gevolgd door een serieuze bergop.

De terugweg is altijd sneller dan de heenweg en dat is deze keer niet anders. Net voor ons lopen twee Amerikaanse vrouwen. Ze houden er een stevige tred op na, maar sportief als we zijn, kunnen we hen toch bijhouden. Wanneer ze even stoppen, worden we aangesproken met de simpele vraag: “Waar gaat deze wandeling naartoe?”. Blijkbaar waren ze aan de wandeling begonnen zonder echt goed te weten waar ze naartoe liep. Daarenboven waren ze niet gekleed op slecht weer en hadden ze niets van drank of eten mee voor de wandeling die al snel 8 kilometer was heen en terug en meer dan 500 hoogtemeters kende. Ze vielen dus een beetje uit de lucht toen we hen droogweg konden vertellen dat we al aan onze terugweg bezig waren. Na een bedankje voor de info, liepen we weer verder en hebben we hen eigenlijk nooit meer teruggezien … We hebben ons nog dagen afgevraagd of ze het nu gehaald hebben of niet?

Bijna 10 kilometer later staan we terug aan onze auto, moe maar voldaan. We krijgen nog even gezelschap van een loslopende hond en rijden dan door naar onze volgende wandeling.

  1. Kollfjardardalur – Leynar (6,55 km – 2u 4 minuten)

Twee wandelingen op één dag, waarom ook niet (het was nog klaar buiten, echt de moeite niet om al naar huis te gaan). Het miezerde en we wisten niet goed waar te beginnen, maar uiteindelijk moeten we onze GPS geloven. De wandeling begint aan Kollafjorour bij de plaatselijke dienst voor landbouw (Straat: Frammi i Dal). Het was absoluut niet duidelijk waar de wandeling begon, maar gelukkig waren er enkele landgenoten die ons op het kaartje wezen dat op de deur van één van de gebouwen hing. Echt veel duidelijker was het nog niet, gezien onze omweg (zie link), maar de wandeling was vrij heftig. Een driehonderdtal hoogtemeters op ongeveer 3 kilometer. Nergens echt een pad te bekennen, we moesten ons focussen op hopen stenen om de weg te vinden. Onze schoenen werden al aardig nat, het zicht was nihil, maar we gaven niet op.

Opnieuw viel op dat de Faeröer het zo niet hadden met het correct weergeven van afstanden. Op papier was deze wandeling veel korter. Alles is steeds een beetje onderschat.

Op het tweede stuk van de wandeling was de weg duidelijker aangegeven en minder steil. We begonnen echter te twijfelen of we het einde wel zouden halen. Die schoenen werden nu wel heel nat. Toch besloten we nog even door te zetten. We kwamen aan bij een klein meertje met in de achtergrond een heuveltje met de mooie naam: Satan. We hadden het moeten weten.

We zijn nog een klein half uurtje doorgestapt, maar Leynar kwam maar niet dichterbij. Uiteindelijk kwamen we tot bij een riviertje waar het water zo hoog stond dat het quasi onmogelijk was om er heelhuids en semi-droog over te geraken. Toch maar terugkeren dan.

Aan een sneltreintempo lopen we de berg af. Onderweg spelen we onze rugzakhoes (tegen de regen) kwijt zonder het op te merken. Letterlijk één keer dienst gedaan. Spijtig!

Terug aan de auto zijn we doorweekt, gelukkig is het lekker warm in ons huisje en doet de airco wonderen om onze schoenen terug droog te krijgen. Speciale wandeling, maar wel de moeite.

  1. Klaksvik – Klakkur (10,75 km – 4u 4 minuten)

Een laatste volle dag op de eilandengroep en tijd voor een laatste wandeling. We trekken opnieuw naar Klasvik en parkeren ons bij de plaatselijke supermarkt (wat de wandeling wel wat langer maakt).

Deze wandeling zal ons naar de top van de Klakkur brengen, vanwaar we een mooi 360° zicht zouden moeten hebben. Je kiest zelf hoe lang je de wandeling maakt.

  1. Parkeren aan de FK supermarkt: Dit deden wij, reken ongeveer een extra kilometer.
  2. Parkeren aan de Kerk: het startpunt ‘volgens de boekjes’
  3. Parkeren helemaal bovenaan aan het einde van het grindpad: voor mensen met beperkte conditie, met een hoop kinderen, of mensen die het gezien willen hebben zonder al te veel moeite (al gaat het nog wel aardig omhoog). Wandeling is heen en terug nog een drietal kilometer.

De langste versie (nummer 1) brengt je al zigzaggend naar boven. We wandelen door de straten van Klaksvik waar duidelijk blijkt dat hier wel wat geld vertegenwoordig zit. Er worden mooie huizen gebouwd. Nog opvallend (en dat geldt voor heel de Faeröer): Overal zijn voetbalvelden en trampolines.

Waar het eerste deel gewoon gezapig omhoog gaat, gaat in deel twee het percentage omhoog. De asfaltweg gaat over in een grindweg. We krijgen er wel een mooi zicht op Klaksvik voor terug.

Je komt terecht op parking (Optie nummer 3 start hier), waarna de grindweg stopt en overgaat in een modderpaadje, plassen en hier en daar een trapconstructie opgevuld met kiezelsteentjes. Er lijkt geen einde te komen aan de weg naar boven en met dat stijgingspercentage (de laatste 500 meter stijgen we er nog 110), komt de vermoeidheid snel opzetten. We blijven steeds waakzaam: geen zin om enkele tientallen meter door het gras te rollen (ook al zijn hier slechts een zeer beperkt aantal schapen).

Het zicht is prachtig, en 360° zoals beloofd inclusief een mooi zicht op Klasksvik en het eiland Kalsoy. Een ideale plek om ons middagmaal te verorberen. Halverwege dat middagmaal slaat het weer om en verschijnen er grote wolken. Het zicht verdwijnt volledig en het begint te druppelen. De mensen die nu pas naar boven komen zijn er aan voor de moeite of zullen wat geduld moeten uitoefenen.

We wagen ons aan de weg terug (gelukkig niet al rollend) en staan vrij snel terug op de grindweg. Eens we terug in Klaksvik zijn, nemen we een aantal shortcuts (leve de gps op de gsm) en snijden we enkele honderden meters van de wandeling af.

We belonen onszelf met een donut. De verkoper is blij dat hij z’n Engels nog eens kan testen. Wij zijn blij dat we volledig van ons wisselgeld af zijn.

Hebben het niet gehaald …

Saksun – Tjornuvik

De wandeling tussen deze twee dorpjes, samen vermoedelijk nog geen twintig inwoners groot, stond  in de officiële gids van de Faeröer, maar daar stond ook dat het niet 100% veilig was zonder gids. Gezien de lengte, lieten we deze links liggen (ook al logeerden we in Tjornuvik)

Midvagur- Bosdalafossur

Als je deze wandeling Googelt, dan krijgt je zeer diverse resultaten. Prachtige foto’s en verheerlijkende reviews. Vanaf April 2019 veranderen die reviews echter allemaal in haatboodschappen en wel om deze reden: de eigenaar van het stukje land waarop deze wandeling zich bevindt, vraagt sinds dan de volle 200 Kronen per persoon (26 Euro!) om de wandeling van 45 minuten te mogen maken. Sorry, maar bedankt.

Villingardalsfjall

Heel lang getwijfeld over deze wandeling, gezien deze bij velen op nummer één staat. Daarna vooral naar onszelf gekeken: het was de laatste dag, we waren beide al redelijk moegewandeld van de voorbije week en net bij deze stonden de woorden “Diffucult” en “Slippery”. Wijselijk voor een andere wandeling gekozen (Deze: Klaksvik – Klakkur).

Meer weten over deze wandelingen? Laat een berichtje achter!

Een jaar geleden zaten we in Australië

Ondertussen zijn we reeds 7 maanden terug in België. Dat betekent dat we langer terug zijn dan dat we onderweg waren. En laat ons eerlijk zijn, het begint weer te kriebelen.

Mensen zeggen altijd dat eens je een huis gekocht hebt (ja, dingen kunnen snel gaan – dit was absoluut het plan niet) je het wel kan vergeten om nog snel op vakantie te gaan. Al die kosten, de banken die meteen achter hun geld zitten en die verdomde boiler die het al na twee maanden liet afweten. Niet dat we dit allemaal niet konden voorzien, maar toch, het pikt een beetje.

Het heeft enkele maanden geduurd vooraleer we weer volledig onze draai vonden. Terug aan het werk gaan verliep vrij vlot, maar vooral ik kreeg toch nog zeer lange tijd semi-koude rillingen van de woorden ‘rijst’ en ‘noedels’.

Het leven kabbelde voort. Het grootste deel van onze tijd werd toch opgeslorpt door werken en de inrichting van ons huis (#2800love enzo).

Nu echter, voelen we voor het eerst sinds meer dan een jaar wat ‘koud hebben’ betekent. Daarnaast kregen we van Wegwijzer VZW ook weer de vraag of we ook dit jaar een reisverslag zouden schrijven. Het korte antwoord daarop is: “Ja”, het lange: “ja, maar dat gaat toch nog even duren, want zes maanden in kaart brengen is toch wel wat lang en vooral veel werk”. Een verslag komt er zeker.

We zijn er nog niet honderd procent uit hoe dat verslag er zal uitzien, maar dat het lijvig zal zijn en dat het vol met foto’s zal staan, dat is wel duidelijk. Het zal een groot werk worden, met als begin het selecteren van de foto’s uit de collectie van 28.870 foto’s. Het verwerken van alle voorgaande bestaande blogposts maakt het dan allemaal weer wat gemakkelijker.

Daarna gaan we op zoek naar een nieuwe vakantiebestemming. Geen zes maanden deze keer (tenzij we plots met de Lotto gaan spelen en nog gaan winnen ook), een avontuurlijke 2 tot 3 weken moeten volstaan. Het zal nooit hetzelfde zijn, maar we hebben er dus wel zin in. Enig probleem: waar moeten we in hemelsnaam heen?

In ons hoofd zitten de volgende vereisten:

  • Niet te koud, zeg maar liever: warm
  • Een snuifje cultuur
  • Een snuifje natuur
  • Een hele zak duiken, want dat was toch wel de beste ‘nieuwe’ ervaring van onze trip.
  • En dit alles op een budgetvriendelijke manier (maar alles hierboven weegt zwaarder door)

Alle ideeën zijn welkom, want wij hebben er zin in! Laat maar weten we heen moeten!

IMG_20180325_211935_939

Opdracht: Doe vrijwilligerswerk of lever een positieve bijdrage aan iemands leven

‘Nooit nee kunnen zeggen’; dat is volgens menig vriend, vijand en psycholoog mijn zwakste punt. Soms vraag ik me af of anderen deze eigenschap van ver ruiken. Of misschien doe ik het mezelf altijd aan.

Toen Lukas me aansprak en ik besloot het gesprek aan te gaan, wist ik dus al lang hoe laat het was. Daar stond hij dan; in zijn witte T-shirt en met z’n lichtrood aangebrand gezicht. Hij leek zo van de Scouts weggelopen.

Heeft u zelf  al kinderen?’vroeg hij me.
‘Nee‘, mijn antwoorden blaken altijd van efficiëntie.
‘Ah nee, te jong‘, slijmde hij.
‘Als ik aan de andere kant van de wereld geboren was, had ik uw moeder kunnen zijn‘, sprak mijn innerlijke stem.

‘Wilt u later kinderen?’, ging hij verder.
‘Niet echt‘.

Ik zag de paniek in Lukas’ ogen toen zijn draaiboek door mijn antwoord in duigen viel.

‘Maar we zijn wel allemaal kind geweest‘. Een dooddoener die me er bijna toe aanzette om toch eens ‘nee’ te kiezen op de vraag die in de lucht hing. Maar zelfkennis is het begin van alle wijsheid en ik wist dat ik al te diep in het drijfzand weggezakt was.

Bij het vervolledigen van het domiciliëringsformulier kreeg Lukas het voor een laatste keer Spaans benauwd. De jeugdige enthousiasteling dacht even dat ik geboren was in 1998 – en dat ik dus wettelijk gezien geen maandelijkse donatie kon doen aan z’n goede doel.

‘Als 19-jarige zou ik hier nooit staan met twee zakken vol interieurparfum en geurstokken ter waarde van een half heelal‘, dacht ik bij mezelf.

‘Ah nee, 1988. Oef, oké. Ik dacht even 1998, dan ben ik geboren‘. Zo gaf Lukas toch nog wat informatie over zichzelf mee.

En zo verdubbel ik vanaf nu mijn maandelijkse bijdragen aan het goede doel. Een belofte die ik mezelf gemaakt had tijdens onze reis. Lukas wist niet dat hij zijn makkelijkste verkoop ooit zou doen vandaag. Ik wist niet dat het eindelijk tijd was om met de neus op de feiten gedrukt te worden: ondanks al het opzoekwerk had ik zelf nog geen extra domicilie gedaan.

Als er één opdracht is waar ik naar uitkeek dan was het deze wel: ‘Doe vrijwilligerswerk of lever een positieve bijdrage aan iemands leven‘. Als er één opdracht was waar ik het zélf Spaans benauwd van kreeg dan bleek het wel deze te zijn.

Urenlang heb ik vrijwilligersorganisaties opgezocht.
Enkele keren hebben we geld gegeven aan mensen die beweerden een plaatselijke charity te zijn.
Tientallen prulletjes heb ik gekocht van lokale eerlijke initiatieven.
Honderden keren heb ik geslapen in kamers die misschien niet prachtig waren, maar waarvan we het idee hadden dat we zo toch iets bijdroegen aan een plaatselijke familie.
En één keer leidde het tot een voedselvergiftiging.

Maar nooit had ik het idee dat het voldoende was. Stress kreeg ik ervan. Ik wil dan ook graag herinnerd worden als de uitvinder van first world stress, de opvolger van first world problems. Het bleek moeilijker om bonafide vrijwilligersorganisaties te vinden dan ik had gedacht. We hadden vonoldoende geld te hebben om structureel verschillen te maken. En soms bleken goede doelen helemaal niet zo goed te zijn. Wist je bijvoorbeeld dat je in Cambodja beter niet aan weeshuizen schenkt, omdat hier een hele weesindustrie achter draait?

Dus besloot ik tijdens De Grote Reis om in België mijn donaties te verhogen. Een (te) gemakkelijke oplossing, maar wel de oplossing waar ik me het best bij voel. Misschien vraagt Lukas zich nu nog altijd af waarom een vrouw zonder kinderwens toch zo snel inging op zijn vraag om ‘aan de kinderen te denken’. Wel Lukas, omdat jouw dooddoener klopt. We zijn allemaal kinderen. Alleen krijgen we niet allemaal dezelfde kansen.

IMG_20180327_213452_539

Dierenmishandeling en -diefstal is een probleem in Azië. We kozen er dus voor om enkele plaatselijke kattencafés te bezoeken om zo hun strijd tegen de (illegale) vleesindustrie te steunen.

IMG_20171210_103819_350

Happy fish should remain happy. De gigantische (plastic) vervuiling greep me naar de keel. Ik ben nog steeds op zoek naar een goed initiatief om hier te steunen. Voorlopig neig ik naar The Ocean Clean-Up. Om een klein steentje bij te dragen, probeer ik mijn consumptie plastic flessen te beperken.

IMG_20180119_210551_068

Kansen worden nooit gelijk verdeeld. En hoewel dat besef me versteende tijdens mijn reis, hoop ik alsnog dat ik vanuit België wél verschil kan maken.

Boodschap van algemeen nut voor wie een auto huurt in Taiwain.

We hebben heel lang getwijfeld over hoe we wilden rondreizen in Taiwan. Opties: Auto, openbaar vervoer of te voet. We zaten eigenlijk al door ons budget heen en een auto huren was nu ook niet zo goedkoop (50-60 Euro per dag voor een auto type Ford Fiesta; Sporteditie; automaat; grote spoiler achteraan; letterlijk het kleinste model dat je kan krijgen).

Er is de trein als alternatief en die brengt je echt wel op de meeste plekken waar je wil zijn. Vrij snel en vrij efficiënt als ik de reviews online mag geloven. De trein brengt je echter niet overal. Niet in die kleine stukjes natuur, niet in die afgelegen gebieden, niet op de plekken die we eigenlijk het liefst wilden zien. We kozen dus toch voor de auto.

Na enorm veel geklungel (websites die tegenwerken enzo) kregen we een wagen (de kleine Ford Fiesta!) geboekt en kon het avontuur enkele dagen later echt beginnen.

We waren nu al een tijdje doorheen Azië aan het reizen en hadden al heel wat verkeerssituaties meegemaakt. Eigenlijk verklaarden we ons op voorhand gek dat we aan dit laatste avontuur wilden beginnen, maar de reviews online op Lonely Planet en Tripadvisor gaven aan dat het allemaal doenbaar zou moeten zijn.

De infrastructuur is geweldig. In de rest van Azië kregen we te maken met zandwegjes of wegjes waar ooit wel eens een laag asfalt op lag. Hier lagen alle wegen er in quasi onberispelijke staat bij. In Tapei rijden bleef wel een uitdaging. Overvolle straten, stroken die enkel voor brommers/scooters waren en kruispunten zonder enige vorm van verkeerslicht.

Wat maakte dit auto-avontuur dan een echt avontuur om niet snel te vergeten?

  • Taiwan van Noord naar Zuid is ruwweg 490 kilometer. Beetje België, maar dan toch een beetje groter. Dat allemaal met nagenoeg perfecte wegen.
  • Parkeren: Thank God voor die kleine wagen. Er zijn twee soorten parkings in Taiwan: de eerste is vrij logisch. Een gratis/betaalparking met duidelijke parkeervakken. Herkenbaar aan de grote ‘P’. Vooral in grote steden was dit welgekomen. Betaalautomaten spraken gelukkig wel Engels (en prijzen waren te herkennen aan het feit dat men een westers schrift voor cijfers gebruikt). De tweede parking is de parking van “Ik zet mij hier en de mensen zullen wel rond mij heen rijden”. Drukke baan? Spitsuur? Overal stopten auto’s. In kleine steden geen probleem, in grote was het vaak slalommen.
  • Snelheidslimieten: Niemand leek zich er aan te houden, ook al stond het daar vol flitspalen. De snelheidslimieten lagen dan ook bedroevend laag en onze witte Ford Fiesta (sporteditie, remember), vond 40km/uur een beetje traag, zeker als dit echt kilometers lang de aangewezen snelheid was (andere limieten lagen tussen 50-70 km/uur op gewone wegen).
  • Regelgeving: Welke regels? We vroegen ons meermaals af of er wel regels waren voor bijvoorbeeld brommers/scooters (en eigenlijk ook auto’s). Het oranje verkeerslicht betekent hier duidelijk “geef nog maar wat extra gas” en het rode “het is eigenlijk al terug groen, ik vertrek al”.
  • Taroko National Park en de wegen errond: Taroko moet één van de bekendste natuurparken van Taiwan zijn (en terecht). Er zijn veel werken aan de gang die het de auto-, bus-, vrachtwagen-bestuurder gemakkelijker moeten maken om door het park te rijden. Wat echter nooit wende waren de tunnels (de oudere, niet de nieuwe) en de weg naar Mount Shimen. Tunnels hadden vaak slechts één baanvak en waren bij momenten honderden meters lang. De weg werd gebruikt door alle eerder vernoemde voertuigen. Elke bocht kon je laatste zijn. Tot overmaat van ramp zaten de wolken bij onze terugkeer zo laag dat we ongeveer anderhalf uur letterlijk NIETS gezien hebben.
  • Rijdende discoballen: Overal, maar dan ook echt overal staan lichten te pinken die om aandacht schreeuwen. Zo staan er aan de verkeerslichten vaak groene en rode lichten te pinken, wat het allemaal zeer verwarrend maakt. Vrachtwagens hebben overal LED-lichten gemonteerd om op te vallen en overal staan rood/blauwe lichten. De politie is overal, maar meestal ook nergens (politie rijdt ook altijd met brandende rood/blauwe lichten).
  • Waarschuwingslichten: naast de overdaad aan flitsend licht viel ons nog iets op. Mensen reden vaak door het rood, maar soms was dat heel normaal. Op vele plaatsen stond er een groen/oranje/rood licht een honderdtal meter voor het echte rode licht (meestal voor een bocht) als waarschuwing. De eerste keer stop je dan nog braaf voor het rode licht, maar dan merk je dat mensen beginnen te toeteren en je langs alle kanten beginnen voor te steken …

Maar dat is allemaal niets tegenover het laatste argument: Het rijgedrag van de gemiddelde Taiwanees. Zoals eerder aangehaald: snelheidslimieten of lichten zijn niet zo belangrijk. Maar wat dacht je van:

  • Bussen die je haast van de weg rammen omdat de chauffeur op zijn GSM bezig is.
  • Scooters die van een bergpas afrazen en je voorsteken in een bocht zonder enig zicht op wat er zich achter de bocht bevindt … ohja, langs rechts (en ja, we hebben er eentje geraakt, zonder veel gevolgen gelukkig).
  • Richtingsaanwijzers zijn hier overal optioneel.
  • Iedereen steekt langs rechts voor. Overal. Op wegen met één rijstrook geldt dit ook trouwens (gewoon hopen dat niemand zich geparkeerd had).
  • Never Forget: De vrachtwagen die 80km/uur reed op een baan van 70km/uur, in ons gat kwam hangen, met zijn lichten knipperde en claxoneerde. Om dan toch bij voorkeur langs rechts voor te steken omdat we enkel naar links konden uitwijken. Bij het volgende licht week hij dan toch uit voor een voorligger en moest dan ‘noodgedwongen’ door het rood rijden omdat hij niet meer kon stoppen.
  • Never Forget 2 – Jiufen: één van de drukstbezochte oude steden in Taiwan. Letterlijk één straat lang (in vele kronkels). Toen we onze afslag naar de parking misten zijn we zonder overdrijven 10 kilometer omgereden omdat het zo druk was en we nergens meer konden draaien (uiteraard was het op dat moment al pikdonker, voor extra effect!)

Toch zijn we zeer tevreden dat we een auto hadden. We hebben zoveel meer gedaan en gezien. Dingen die we anders nooit gezien zouden hebben. Rondrijden in Taiwan is een goede leerschool, vooral in steden. Buiten de steden is het eigenlijk verbazend rustig.

Screenshot_20180327-215103

Niets te zien hier!

IMG_20180325_220549_886

Veel te zien!

Cat alert: opdracht #21

Trek in elk land een foto met een kat. Zij die mij kennen weten dat ik alles laat vallen als er een harige kattengod voorbij komt gewandeld.

WARNING: CUTENESS OVERLOAD!

Singapore

IMG_20180326_220311_077

Hartzeer: afgewezen door de lokale God.

In Singapore zijn er weinig straatkatten te vinden. In totaal vond ik er amper twee en ze hadden niet meteen zin om te socializen.

Gelukkig was dit exemplaar gelukkiger om mij te zien – of wacht, was ik gewoon héél gelukkig om een kat vast te houden?

IMG_20180326_212447_261

Dan maar liefde zoeken in plastic. Life in plastic, it’s fantastic.

Australië
 

IMG_20171025_191126_341_1

Campingkitties for the win!

Onze reis door Australië kenmerkte zich vooral door nationale parken en natuur. Jammer voor de poezen: In Australië worden katten gezien als een uitheemse soort die de inheemse dieren het leven lastig maakt. Katten zijn – samen met o.a. vossen en honden – verantwoordelijk voor sterfte van heel wat vogelsoorten. Ze zijn daarom niet welkom in nationale parken. Er wordt actief vergif gelegd om hen uit te roeien. In een bepaald gebied in Queensland is het probleem met straatkatten zo groot geworden, dat de lokale overheid (op moment van verblijf, november 2017) een premie uitreikt per gedoodde kat: 10 dollar of 5 dollar voor een kitten. Dierenrechtenorganisaties – zoals PETA – zetten zich in om langetermijnoplossingen na te streven en meer humane manieren om de kattenpopulatie in de hand te houden.

IMG_20171023_185920_494_1

Ondanks hun dubbele relatie met katachtigen waren er toch voldoende eerbetonen aan dit superieure ras.

Indonesië

IMG_20171204_084510_368_1

Wanneer de Goden je aanwezigheid erkennen.

Deze aanhankelijke kat was in a league of her own. Ze miauwde luid en sprong volledig uit zichzelf op mijn schoot. Dat zinde de hotel/restaurant-eigenaar niet erg, maar ik stond erop dat ze zou blijven zitten. Haar gejank was alleszins zo luid dat menig decibelmeter zou pieken. Jammer maar helaas had deze poes een klein ontlastingprobleempje en hing ik na de knuffelsessie vol met diarree. Shit happens.

IMG_20171202_224939_090_1

Verkennende cuddles.

IMG_20171208_154343_738_2

Tiger on the loose.

IMG_20171205_205833_982_1

Eyes of jade.

IMG_20171205_205911_527_1

Adorbs.

Katten in Indonesië zagen er anders uit dan in Europa: de meeste katten hadden geen staart of een heel erg korte staart. Na heel wat opzoekingswerk is de conclusie dat dit komt door inteelt op de verschillende Indonesische eilanden. Gili Meno blijft een topper:

IMG_20171205_210156_864_1

Short tail, don’t care.

IMG_20171208_154258_867_2

Toch nog een schoon poepke.

Maleisië 

IMG_20171226_220117_536

Playing hard to get.

IMG_20171226_220039_547

Beter dan eten of drank op tafel: een kat.

In Maleisië vonden we opnieuw heel weinig sociale straatkatten. Er zat dan niets anders op dan in Penang een kattencafé te zoeken.

IMG_20180326_215654_843

Toch nog een bezoekje op straat.

IMG_20171227_203008_362

Ik poseer bij een afbeelding van Onze Verlosser.

Myanmar

IMG_20180109_180948_993_1

Wurggreep.

Ik blijf erbij: Myanmar was het walhalla van sociale (!) straatkatten. Jammer genoeg waren ze met veel, maar ze leken het goed te stellen. Elke boeddhistische tempel leek wel minstens voor één kattenfamilie te zorgen. Dit contact met mensen zorgde er – volgens mij, kattenexpert 101 – voor dat de straatkatten minder schuw waren dan in de andere Aziatische landen. Heel wat kittens en volwassen katten kwamen naar je toe.

IMG_20180112_222029_267_1

Rosse katten zijn da bomb.

IMG_20180112_221443_593_1

Genieten.

IMG_20180112_221414_098_1

Vriendjes maken.

IMG_20180112_221954_312_1

Zonnestreep.

Laos

IMG_20180326_215758_145

Black panthers.

Van het walhalla naar… nu ja, niet het walhalla. Gelukkig kent Laos nog wel enkele boeddhistische tempels en jawel, daar zaten dan telkens wat katten te wachten op aandacht.

IMG_20180326_215823_095.jpg

Al mijn rugklachten zijn terug te brengen tot deze wezens.

IMG_20180211_113625_181_1

Gezelschap op het Bolaven Plateau.

IMG_20180326_215714_283

Zelfs een soort merkkat, volgens mijn ongetraind oog.

IMG_20180211_100142_338_1

Ook Jonas kan met katten omgaan.

Cambodja

IMG_20180213_220335_197_1

Siem Reap had ook wel wat katten.

Hetzelfde verhaal in Cambodja: de enige plaats om makkelijk sociale kittens/katten aan te trekken is bij tempels; waar monniken zonder eigenbelang voor de katten zorgen.

IMG_20180215_181930_302

Rosse kittens zijn pure liefde.

IMG_20180215_170926_964_1

Voet ter referentie voor ieniemienie gestalte.

Vietnam

IMG_20180326_212811_322

Nee, ik was geen vervanging voor Win aan het zoeken.

En dan even tijd voor de schrijnende waarheid in Azië. In Vietnam vonden we amper katten en daar is een goede reden voor. Katten en honden worden in Vietnam (én andere Aziatische landen) van straat gestolen. Dit geldt zowel voor huisdieren als straatdieren. In Hoi An bezochten we een kattencafé dat zich volledig richt op het redden van katten die anders in de voedselconsumptie zouden terecht komen. Jack’s Cat Café ontstond toen de eigenares een kitten vond op straat. Ze nam het dier – genaamd Jack – mee naar huis en begon ervoor te zorgen. Al snel werd duidelijk dat Jack een kattin was en zwanger. Twee weken na de bevalling verdween de kattin: cat snatchers hadden haar meegenomen. De katten in Jack’s Cat Café kenden een gelijkaardig lot, maar werden allemaal bevrijd. Nu ja: ze zitten letterlijk in een gigantische kooi. Ze kunnen vrij rondlopen op het (grote) domein van Jack’s Cat Café, maar het café is omheind en beveiligd als een militaire basis. Dit om de cat snatchers buiten te houden én de katten binnen.

IMG_20180326_215846_509

Een fractie van de katten opgevangen door Jack’s Cat Café.

IMG_20180326_212839_698

Gelukkig leiden ze er een rustig en aangenaam leven.

IMG_20180326_212908_345

Dit kitten had een grote voorliefde voor het lint van de camera.

IMG_20180326_212935_908

Vermoeiend.

IMG_20180326_213013_007

Eten versus kitten: Kitten wins.

Taiwan

IMG_20180325_222633_520_1

Genegeerd worden is een levensstijl.

Voor deze kattenliefhebster kon de reis maar op één manier afgesloten worden: met een bezoek aan een écht kattendorp. Houtong Cat Village, nabij Tapei. Dit kleine mijndorpje had z’n hoogdagen achter zich liggen tot een lokale vrouw in 2008 voor katten begon te zorgen. Het dorp is nu een toeristische trekpleister in Taiwan.

IMG_20180325_221828_340_1

Magic touch.

IMG_20180327_213419_208

Heaven’s a place on Earth: Houtung Cat Village genaamd.

IMG_20180327_213140_740

Very much alive, yet very very sleepy.

IMG_20180327_213104_203

Keep on petting, baby.

IMG_20180327_213452_539

Chilling.

IMG_20180327_213006_543

Elke twee meter een nieuwe kat? Check.

IMG_20180327_212619_008

Ook plastic poezen.

IMG_20180327_213651_926

Oranje.

IMG_20180327_212903_610

De klassieke pose.

IMG_20180327_213616_235

Familiezaakje.

IMG_20180327_213810_711

Coffee addict.

IMG_20180327_213348_173

Alles in thema.

IMG_20180327_213314_128

Ook in de cafés gaat het thema door.

IMG_20180327_212552_026

Happiness is just a kitty ignoring my existence.

IMG_20180327_213531_187

Slapen in één van de mooie houten bakken? Ain’t nobody got time for that.

BONUS voor de dog lovers die zich door dit artikel geworsteld hebben:

IMG_20180326_215912_295

Museumbezoek gone wrong.

Opdracht #2: Plant een vlag op de hoogst beklommen berg.

Het begon ‘s ochtends in het Taroko National Park; één van de hoogtepunten van elke reis doorheen Taiwan. De dag voordien hadden we het park al verkend. Conclusie: geen enkele piek was hoog genoeg voor deze opdracht. Of toch: geen enkele piek waar je zonder vergunning heen kon. Daar bleken we namelijk hopeloos te laat voor.

IMG_20180325_215546_335

De beroemde Taroko Gorge.

IMG_20180325_220246_245

Eternal Spring Shrine in Taroko National Park.

IMG_20180325_215652_326

Wandeling langs de kloof.

IMG_20180325_220127_844

Helder blauw water.

IMG_20180325_215903_565

Bridge over troubled water. Sorry, ik kom ‘m niet laten liggen.

IMG_20180325_220049_407

Eén van de mooiste roadtrips ter wereld.

IMG_20180325_215619_127

Gigantische rotsblokken in de rivierbedding.

IMG_20180325_220205_761

Beautiful roads.

Dus begaven we ons verder van Taroko weg en begonnen we aan een lijdensweg als geen ander. Het eerste stuk stijgen viel best nog wel mee. Maar het pad werd hoe langer hoe smaller, de lucht elke stap een beetje ijler. Bij elke tegenligger greep angst ons hart vast: met de afgrond zo dichtbij konden we geen enkele misstap begaan.

Na 2000 meter braken we door de wolken: een fantastisch zicht en plots volle zon op onze snuit. Een boost voor het moraal. Onze eerste piek kwam dichterbij: op 3237 meter bereikten we het prachtige uitzicht dat Mt. Shihmen te bieden had. Het werd ons hier ook duidelijk hoe slecht we voorbereid waren op deze klim: Jonas in z’n korte broek; ik in m’n slechtste conditie. Dit terwijl alle Taiwanezen en Chinezen die we tegen kwamen gekleed waren alsof ze een week in de Siberische wildernis moesten doorbrengen. Als je je afvraagt hoe erg dit dan wel kan zijn? Wel, weet je wanneer iemand z’n jas uitdoet en de laag onder de jas gewoonweg een tweede jas is? Zo dus. Ik daarentegen liep er in m’n T-shirt.

IMG_20180325_221203_430

Views like these.

IMG_20180325_220817_335

T-shirt weather.

IMG_20180325_220843_686

Wandelen door de bergen.

IMG_20180325_221033_135

Easy peasy.

IMG_20180325_221059_537

Jonas maakt het pad.

IMG_20180325_220658_958

Boven de wolken.

IMG_20180325_221236_876

Keep on climbing.

IMG_20180325_221302_454

I just can’t get enough.

IMG_20180325_221345_002

Prachtig.

Zoals altijd wegen de laatste loodjes het laatst. Voor de hoogste piek moesten we nog een kleine 200 meter stijgen, naar 3417 meter: Mt. Hehuan. Met barstende koppijn worstelde ik me naar het hoogste punt. Voor de opdracht koos ik voor een digitale vlag: leave no trace, zoals ze zeggen. En als digitaal marketeer lijkt me dit ook het meest gepaste type vlag. Zo gepast zelfs dat ik mezelf er alvast de eerste prijs voor gaf:

sketch-1521989810986

Prijs voor beste vlag – gaat zoals je ziet – naar mezelf. Let ook goed op m’n sterke grip op de vlaggenstok.

P.S: Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik de beklimming van Mt. Hehuan op m’n eigen manier deed. Op de laatste 2,4 kilometer na gold het principe: I did it my way: on the highway.

NO REGRETS!!! #lazylastdays

IMG_20180325_220320_948

Het eerste deel: toen de wegen nog voldoende breed waren.

IMG_20180325_220512_025

Daar staat-ie dan beneden: onze Ford Focus.

IMG_20180325_220549_886

Zwaar werk zo’n beklimming: duizenden bochten + autoziekte = geklaag.

IMG_20180325_220441_548

Mini Cooper mag me contacteren voor dit promo-plaatje.

Spirited Away in Jiufen

We schrijven acht jaar geleden: ik zit op kot net binnen de Leuvense ring. Op dat kot speelt zich het meest zalige meesterwerk allertijden af: in bed kijk ik Studio Ghibli films. Voor mijn thesis bestudeer ik namelijk werken van deze briljante Japanse animatiestudio. Dus ja, dat lees je goed: voor mijn eindwerk zit ik dagenlang dezelfde films opnieuw en opnieuw te bekijken. Beste. Keuze. Ooit.

De liefde voor Studio Ghibli is eindeloos groot en begon ergens in de vroege jaren 2000. Een gek tijdperk waarin videotheken nog bestonden – nààst het internet. Omdat Dawson’s Creek niet meer bestond, moest ik een nieuwe obsessie vinden. En die vond ik in IMDB. Ik zou de IMDB top 250 films bekijken. Ook als dat betekende dat ik in de lokale videotheek een Japanse animatievideo moest zoeken.

En die film veranderde àlles: Spirited Away. De Oscar voor Beste Animatie in 2003. Sen to Chihiro no kamikakushi in het Japans. Of De reis van Chihiro in het Nederlands. Noem het zoals je wilt, bijvoorbeeld: een beklijvend meesterwerk van grootmeester Hayao Miyazaki dat elke Disney-film te kakken zet. Bijvoorbeeld hé.

79597l

Filmposter van Spirited Away.

Zo maakte ik in Jiufen de cirkel rond. Wat voor veel westerse toeristen allicht een overdreven toeristisch dorp is; is voor mij zo veel meer. De voorliefde die in 2003 ontstond leidde zeven jaar later tot een meesterproef met grote onderscheiding. Nog eens vijf jaar later kon ik alles dat ik daarvoor in boeken las zien met mijn eigen ogen in Japan. En nog eens drie jaar later sta ik hier, in Jiufen. Het dorp dat claimt de inspiratie te zijn voor Spirited Away.

RFOcC

Eten speelt een cruciale rol in Spirited Away.

spiritedaway-town

Jiufen claimt het dorp te zijn waarop Spirited Away gebaseerd is.

76d737b13d07b53d3ef87e6983518bac

Eindeloze voorraden voedsel.

no-face-assembled-001

No Face, een kenmerkend personage in Spirited Away (en alomtegenwoordig in Jiufen).

Hayao Miyazaki heeft dit nooit bevestigd (integendeel), maar in Jiufen had ik maar één doel: mezelf bewust laten betoveren door de magie. Dat tientallen bussen Koreanen, Japanners en Chinezen met hetzelfde doel komen dat stoort dan niet; dat verbindt.

IMG_20180326_203156_337

Jiufen ligt vlakbij een fantastische kustlijn.

IMG_20180326_204357_990

Jiufen wordt ook wel eens het Santorini van Azië genoemd; net zoals Brugge het Venetië van het noorden is.

IMG_20180326_203123_941

Ochtend in Jiufen: de bussen toeristen zijn nog niet gearriveerd (en de kraampjes zijn dus nog niet allemaal open).

IMG_20180326_203313_301

Nog tijd om rustig souvenirs te zoeken.

IMG_20180326_203348_957

Uitgebreid thee drinken in het iconische A Mei theehuis.

IMG_20180326_203443_019

Traditionele Oolong thee.

IMG_20180326_203527_632

Theeblaadjes.

IMG_20180326_203556_268

Dorayaki, befaamde Japanse pannenkoek.

IMG_20180326_203631_647

Ice cream dorayaki; want alles is beter met ijs.

IMG_20180326_203712_452

Visballetjes; een Taiwanese specialiteit.

IMG_20180326_203755_164

10/10 – lekkerste gerecht van de dag: shrimp balls.

IMG_20180326_203925_214

Slakken!

IMG_20180326_204251_679

Nigiri en hand rolls.

IMG_20180326_204217_176

Maki.

IMG_20180326_205143_569

Onfortuinlijke kippen.

IMG_20180326_203956_321

Lucky cats op één van de vele trappen in Jiufen.

IMG_20180326_203850_853

Geen gebrek aan tourbussen in Jiufen.

IMG_20180325_222438_229_1

Het befaamde A Mei theehuis wordt ‘s avonds mooi verlicht en is een symbool geworden voor Jiufen.

IMG_20180326_205006_206

Avondlijke drukte.

IMG_20180326_204538_271

Straten worden mooi verlicht.

IMG_20180326_204443_565

Dumpling winkeltje.

IMG_20180326_205101_431

Eindeloos veel lantaarns.

IMG_20180326_205238_673

En hiermee is de cirkel écht helemaal rond: een No Face poppetje – made in China – uit een wel heel erg eerlijk Taiwanees grijpertjesmachine. De machine gaf eerlijk aan hoeveel geld onze voorgangers al geïnvesteerd hadden en hoe weinig wij nog zouden moeten bijstoppen om het grijpertje écht te doen grijpen.