Van Halong Bay tot Landmannalaugar

Landmannalaugar, dat stond op nummer twee van mijn IJsland Bucket List. Nummer één was gereserveerd voor Silfra, maar als voorbereiding op deze topper gingen we proeven van Landmannalaugar.

Te veel stress

Voor we naar IJsland vertrokken stond ik stijf van de stress. Letterlijk, als je het aan mijn kinesist vraagt. Figuurlijk, als je het aan mijn geest vraagt. De maanden voor de reis waren lang: vele overuren, veel onzekerheid , weinig hoop. Toen ik op het vliegtuig zat, dacht ik dat ik al deze stress in Zaventem zou kunnen achterlaten. Achteraf bekeken bleek niets minder waar. In volle projectmodus bracht ik de quarantaine in Reykjavik door: ik bestudeerde weerberichten, routeplanners, zoekresultaten. Ik kwam maar tot één conclusie: Landmannalaugar moest zo snel mogelijk gedaan worden, in dat kleine venster wanneer het klimaat er nog acceptabel zou zijn. Dus trokken we de dag na de quarantaine onmiddellijk richting bergen.


River crossing vlakbij de camping. Wij parkeerden onze wagen voor deze river crossing
De camping, informatiehutjes en sanitaire blokken bij Landmannalaugar

Managing expectations

Miljaar, die bergen, die lagen echt wel ver. Drie uur rijden, volgens Google Maps. In realiteit toch net nog ietsje langer, want pitstops en gravel roads zijn geen goede combinatie om tot een snelle reistijd te komen. Naarmate dat de weg slechter werd, werd het weer ook slechter en de toestand van mijn blaas ook. Toen ik eindelijk het bord zag dat de river crossing aanduidde, was ik dan ook dolgelukkig en zette ik het op een spurt richting hutjes. We gingen op zoek naar de plaatselijke rangers om hen te informeren over onze hikes. Het plan was de Blahnukur Brennisteinsalda Loop. Daar was de ranger het niet zo mee eens. Door het slechte weer van de afgelopen dagen was de Mt. Blahnukur amper toegankelijk en werd-ie ten stelligste afgeraden. Mt. Brennisteinsalda was wel goed toegankelijk, maar het uitzicht zat volledig in de wolken. Het advies was duidelijk: een lus op begane grond en als we dan nog zin hadden – of als het weer zou opklaren (hahahahaha!) dan konden we Mt. Brennisteinsalda nog doen. De gids deed wat ze moest doen: managing expectations. Helaas word ik niet zo makkelijk gemanaged.

Helemaal klaar voor prachtige vergezichten
Lavavelden met prachtig mos en een zeer goede aanduiding

A little thing called Hope

In het begin van de wandeling leefde ik nog in een illusie. Ik dacht dat de opmerking over de opklaringen (hahahaha) een voet in de waarheid zou hebben en had dus een virus opgedaan dat ook bekend staat als Hoop. Ik volgde de oranje pijltjes tot ze zouden overgaan in groen. Ik was vastberaden de Mt. Brennisteinsalda te beklimmen en van het uitzicht te genieten. Wist die ranger dan niet dat dit de nummer twee van mijn Bucket List was en dat niets mij zou stoppen? Het begin van de wandeling had alle prachtige uitzichten waar de ranger vol vreugde over sprak. We volgden de rivierbedding, door lavavelden vol mossige brokstukken.

Mos zo zacht als een dons

Road to nowhere

Het begon omhoog te gaan. We waren begonnen aan de beklimming van Mr. Brennisteinsalda. Ik zag helemaal hoe het zou gaan: we zouden los door het wolkendek gaan en een prachtig zicht hebben. We zouden wolken voorbij zien waaien en bergtoppen zien zo ver de horizon reikt.

Beklimming van Mr. Brennisteinsalda

Die voorspelling kwam deels uit. We zagen wolken voorbij waaien. Daar bleef het bij. De wolken waaiden langs ons hoofd en lieten ons zeiknat achter. Eenmaal aangekomen op de top van Mr. Brennisteinsalda was dit het uitzicht waar we zo hard voor gewerkt hadden – inclusief pauzes om het ‘weer te laten opklaren’ (hahahaha):

Bijna op de top Mr. Brennisteinsalda
Uitzicht vanop Mr. Brennisteinsalda

Het Halong Bay effect

Enkele jaren geleden dacht ik ook boven de natuur te staan; in Halong Bay. Tijdens een meerdaagse boottocht zagen we de befaamde rotsen van Halong Bay welgeteld… 0 keer. Mist achtervolgde ons en ik bleef teleurgesteld achter. Tot de laatste dag van de boottocht. Toen ik het surrealistische landschap besloot te appreciëren. De mist ging toch niet weggaan – en wij wel. Daarom leek het me toen beter vrede te nemen met de situatie en de schoonheid van de mist te appreciëren.
Op de top van Mt. Brennisteinsalda dacht ik terug aan die boottocht. Het voortdurende mysterie van wat er zich achter de mist zou bevinden. Het gevoel van deel uit te maken van iets groot en er toch zo weinig van te zien. Dat gevoel had ik ook in Landmannalaugar. En af en toe, wanneer de wind hard genoeg waaide – of wanneer we ons op begane grond bevonden, zoals de gids had aanbevolen – dan werd er een tipje van de sluier opgelicht en zagen we de pracht van dit stukje IJsland:

Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Seljavallalaug, het mooiste zwembad van IJsland

Shit, er komt volk aan’. Een zin die we tijdens onze reis in IJsland niet vaak uitspraken. Natuurlijk komt deze zin net uit mijn mond op een moment dat ik in mijn bloot gat in onze Volkswagen California camper zit. In recordtempo probeer ik alle gordijnen alsnog te sluiten. Wie lui is, moet beboet worden voor obsceniteit.

Tweede kans

Hoe komen we hier terecht, op een plaats die echt het midden van nergens lijkt? Seljavallalaug was een Instagram-begrip toen ik deze reis plande. Het was een uitgemaakte zaak dat we er niet naartoe zouden gaan: ik had geen zin om een Insta-shoot te doorbreken en nog minder om in een vies zwembad baantjes te trekken. Het zwembad wordt maar één keer per jaar schoongemaakt en als ik één iets geleerd heb uit South Park dan is het wel dit: ‘It’s all P, no H.’.

Maar ik kreeg een berichte van een vriendin, die het echt aanraadde. Blijkbaar wegen recommendations zwaarder door dan tekenfilmfiguren. Mijn curiositeit werd gewekt. Was dit zwembad echt zo smerig? En hoe warm was het water nu? De helft van het internet beweerde dat het water heet was, de andere helft bleek bevroren uit het water te komen. Dat triggert.

Skogar

De avond voorheen waren we in Skogar beland, waar we kampeerden op vlakbij Skogafoss. De camping was niet meteen het toonbeeld van een Mr. Proper reclamespotje – tenzij dan misschien van de ‘before’- beelden – en na 400 ISK te betalen voor een ijskoude douche ging ik teleurgesteld terug de campervan in.

Skogafoss in de ochtendzon

De volgende ochtend begonnen we vroeg aan onze Fimmvorduhals wandeling. Tot mijn grote teleurstelling hadden we beslist dat de omstandigheden niet opportuun waren om de wandeling volledig te maken – en zouden we dus een lus maken in plaats van helemaal door te stappen naar Thorsmork. Dat de omstandigheden niet zo ideaal waren, werd bewezen toen ik de strijd met de zwaartekracht niet één, maar wel twéé keer verloor tijdens wat overal bekend stond als ‘het gemakkelijke stuk’. Na een dag vol onderbroken regen lag het pad er extreem glad bij en ik was het slachtoffer bij voorkeur.

Begin van de Fimmvorduhals hike, toen ik nog recht kon staan

Veiliger activiteiten

Op uw muil gaan, dat doet iets met uw geest. De eerste keer maakte het me vastberaden om verder te wandelen – ik ging niet voor niks in de modder gelegen hebben. Mijn knie ging niet voor niks pijn doen. Toen mijn gat de tweede keer kennis maakte met de grond, sprong ik er wat rationeler mee om. Dat ik het gevecht met de zwaartekracht bleef verliezen leek me eerder een teken om te luisteren naar mijn lichaam (lees: knie) – dat zou immers de volgende dagen nog méér wandelingen moeten maken. Mijn vastberadenheid vond een nieuw doel: zo snel mogelijk relaxen in Seljavallalaug. De koude en het gezichtsverlies wegspoelen.

Zo kwamen we dus aan bij Seljavallalaug, in plaats van in Thorsmork. Op een open vlakte waar twee voertuigen geparkeerd stonden; de enige aanduiding dat er achter de heuvels iets te ontdekken was. Een koppeltje baande zich een weg terug naar hun wagen; ik probeerde mijn privacy toch enigszins te bewaren. Na minutenlang gewriemel had ik een badpak aan onder mijn modderige trekkingbroek. En tot mijn grote verbazing had Het Lief plots ook een zwembroek aan.

‘Ja, ik ben solidair. Ik doe mijn zwembroek aan, maar ik ga daar niet in. Dat gaat ijskoud zijn.’

Aankomst bij het zwembad

Na een héél korte wandeling zagen we teken van leven: een pomp, een soort opvangcocon, een gebouwtje, een zwembad en een verliefd stel in het zwembad. Dat was het. We kozen één van de drie omkleedruimtes uit en hingen onze kleren omhoog op wat kapstokken.

Eén van de oudste zwembaden in IJsland

Nadat het stel ons informeerde dat de hoek achteraan het zwembad, bij het trapje, het warmst was, verlieten ze het zwembad en hadden we het bad dus voor ons alleen. En zo bevonden we ons dus plots, ironie oh ironie, in een situatie waar we zelf een soort Insta-shoot hielden, want oh mijn god: wat een zwembad. Zelfs scepticus Het Lief zat binnen de kortste keren in het water, mijn verbazing ligt nog steeds ergens op de bodem van Seljavallalaug.

Privé-zwembad

Alleen maar goesting

If you do not like this pool, you do not belong in nature.’, las één van de reviews die ik las voor onze aankomst bij het zwembad. Met mijn naar smetvrees neigende hang naar properheid vreesde ik dan ook dat het verdict zou zijn dan ik niet thuis zou horen in de natuur. Maar eens aangekomen bij het zwembad kon niets me nog schelen. Zoals ik als tienjarige vol anticipatie naar het zwembad in Heist-op-den-Berg keek, zo keek ik nu als dertiger naar dit zwembad nabij Seljavellir. Al mijn zorgen had ik achtergelaten op de Fimmvorduhals en alleen mijn goesting was nog wakker. Het was daar in dat zwembad dat alle puzzelstukjes in elkaar vielen.

Eén van mijn mooiste reisherinneringen ooit

Ik leef voor het water. In leef in het water. Soms denk ik dat ik alleen in water mijn zorgen en angsten achter kan laten. Dus toen het volgende koppel arriveerde – en dat duo al snel een kwartet bleek te zijn – kon ik maar één iets doen: hen hetzelfde geschenk geven als wat deze plaats aan mij had gegeven.

De vrouw keek wat angstig naar de verlaten plaats en het zwembad. De rekensommen in haar gedachten stonden af te lezen op haar gezicht: was dit water wel proper, was het wel warm, is het het allemaal wel waard? Ook het oudere stel dat in hun kielzog volgde bleek één en al rationaliteit. Ze analyseerden het water – letterlijk, want ze waren bezig met een vreemd proefbuisje. Bedenkelijk keken ze naar de waterkwaliteit. De vier bespraken een resultaat. Ik bleef speels baantjes trekken. Rationeel ben ik nooit geweest. Het jongere stel ging alsnog een kleedhokje binnen; het oudere stel hield al hun kleren aan en blies de aftocht.

Toen het jonge koppel het water in ging, wou ik hen de vrijheid geven die ik op deze plek heb gevonden. Ik gaf hen de tip van de warmwaterbron en verliet het bad. Tijd voor een nieuw duo om de magie van deze plaats te proeven.

Vlakbij de warmwaterbron

PRAKTISCHE INFO

  • Seljavallalaug ligt tussen twee toeristische toppers: Skogafoss en Seljalandsfoss. Volg de Ring Road tot je aanduidingen ziet van Road 242 Raufarfell. Volg deze weg, tot je aan een aanduiding komt voor Seljavellir. Daar kan je je wagen parkeren (63.5655° N, 19.6079° W).
  • Vanaf deze parking is het ongeveer 20 minuten wandelen tot het zwembad. De wandelroute is niet aangeduid. Wanneer je je wagen parkeert, volg dan de (quasi droge) rivierbedding. Je moet soms even door de rivier: dit is zeer goed te doen, maar draag waterbestendige schoenen. Altijd blijven doorgaan tot je het zwembad ziet.
  • Seljavallalaug is gebouwd in 1923 en daarmee één van de oudste zwembaden in IJsland.
  • Het zwembad meet 10 op 25 meter.
  • Het zwembad is, voor volwassenen, ondiep bij de kleedkamers en wordt diep naar het eind toe. Op het eind kan je niet meer rechtstaan.
  • De toegang is gratis, verwacht dus ook geen vijfsterrenbehandeling. De drie kleedkamers zijn afgeleefd. Hoe deze kleedkamers eruit zien bepaal je zelf: neem je afval mee en laat niets achter. Wanneer wij in Seljavallalaug waren, waren er amper toeristen (COVID-19) en lagen de kleedkamers er ook redelijk goed bij. Op het internet kan je beelden vinden van andere omstandigheden.
  • De in- en uitvoer van water is beperkt. De algen in het water maken het oppervlak (de bodem en zijkanten) glad, let dus op bij je bewegingen in en nabij het bad.
  • Het zwembad wordt één keer per jaar gekuist, ergens in de zomer. Het is dus zeker niet de meest hygiënische plek in IJsland. Ik ondervond geen enkel probleem tijdens of na het zwemmen (atopisch eczeem).
  • En dan de vraag die iedereen zich stelt: is het water nu koud? Nee, het water is lauwwarm – en voor Noord-Europeanen zeker warm genoeg om aangenaam in te kunnen zwemmen. Voor inwoners van pakweg Florida kan het mogelijks wel eens tegenvallen. Ik schat het water op 35°C bij de bron tot 25-30°C afhankelijk van waar in het zwembad je je bevindt.
Getest en meer dan goedgekeurd: Seljavallalaug

[Noot: wij gingen naar IJsland in september 2020 waardoor er weinig toerisme was wegens COVID-19. Houd er rekening mee dat dit een populaire plaats is en dat je deze plaats allicht niet voor je alleen zal hebben tijdens het hoogseizoen.]

Foto’s en Graffiti in Antwerpen

Een zaterdag met dat laatste beetje zon en geen regen (alvast niet in het begin)? Tijd om onze gratis Railpas van de overheid eens te nuttigen (ons voornemen is om die ook effectief te gebruiken) en een bezoekje te brengen aan de stad die de rest van het land tot parking degradeert (wat wordt toch gezegd): Antwerpen.

Twee dingen op de planning: een bezoek aan het fotomuseum (FOMU) en een street art wandeling.

Omwille van Corona dienen musea op voorhand geboekt te worden. Oorspronkelijk stond het MAS ook nog op de planning, maar dat was al hopeloos uitverkocht. Bij het fotomuseum hadden we meer succes.

We zijn beide nogal fans van fotografie en omwille van de maatregelen was het rustig en hadden we dus alle tijd van de wereld om van al het moois (en speciaals) te genieten.

Naast werk van jong en opkomend talent, waren er ook nog twee exposities: Martine Franck (1938 – 2012) en Lynne Cohen (1944 – 2014), beide een soort overzichtstentoonstelling, beide zeer verschillend, dus moeilijk te vergelijken. Ik (Jonas) had een lichte voorkeur voor het werk van Cohen. Zij maakte foto’s van ‘lege kamers’ die door de opstelling van de camera en het aanwezige licht geweldige intrigerende beelden opleveren.

Lynne Cohen

Na de obligatoire stop in de museumshop, een heerlijk stukje cheesecake in het Museumcafé Pixel (en dan nog eens de museumshop, want wij zijn twijfelaars) gingen we op zoek naar onze tweede passie: Street art.

Via de Antwerp Museum App (gevonden op het wereldwijde web en best nog wel handig) vonden we een aantal leuke wandelingen gerelateerd aan street art: ééntje in Antwerpen, Berchem, Deurne en Merksem. Gezien de locatie, kozen we voor de wandeling in Antwerpen (4,5 kilometer). De andere drie hielden we voor een andere keer.

De wandeling bracht ons door het centrum van Antwerpen en bevatte een heel aantal diverse werken. Sommige plekjes waren goed verstopt, bij anderen werden we dan weer onder de voet gelopen. Eéntje vonden we helaas niet terug. Hieronder alvast een overzicht van wat de street art in Antwerpen ons te bieden had.

Helaas nog een laatste iets op de planning: sneller stappen omwille van de opkomende regen. Guilty pleasure: ‘per ongeluk’ een bekende koffiezaak binnenlopen en al koffie (en thee) slurpend de trein terug naar huis nemen. Geslaagde namiddag!

Om af te sluiten, even nog een aantal beelden ‘buiten categorie’:

37 Omwegen in Myvatn.

Ons bezoek aan Myvatn (vertrekkende vanuit Akureyri) en omgeving kan in het kort ‘chaotisch maar mooi’ genoemd worden. We reden aardig wat heen en weer. Erg praktisch was het niet, die extra kilometers (slechts één uur rijden enkel) naar de camping in de hoop dat ze open zou zijn (dat was ze), een band die beslist had om even professioneel leeg te lopen (gelukkig op die camping) en verdorie, zat het daar even vol met muggen?

Je zou van Akureyri onmiddellijk kunnen doorrijden naar Myvatn, maar mits een goede 4×4 (of goede wandelbenen), is het de moeite om ter hoogte van Godafoss een omweg naar Aldeyjarfoss te maken. Via een gravelbaan (842 of 844 afhankelijk welke kant van het water je kiest) rijdt je tot aan een gesloten poortje (poortje sluiten!). Van daaruit kan je ofwel te voet (best nog wel een eindje) of met de 4×4 verder. Wij vonden het alvast één van de meer indrukwekkende watervallen van IJsland en het was z’n omweg dus meer dan waard.

Myvatn dus! Zoals eerder aangegeven werden we in Myvatn verwelkomd door een horde vliegen. Geen idee van waar ze kwamen of waarom wij zo interessant waren, maar onze eerste stop werd serieus ingekort (mooi uitzicht wel!).

Vindbelgur is met voorsprong de plek die je moet beklimmen voor het beste uitzicht over de hele streek. Er is een kleine parking van waaruit de klim begint. Reken op ongeveer anderhalf uur tot twee uur. Ook hier moesten we helaas rekening houden met hele zwermen vliegen (niet dat zij rekening hielden met ons …), maar het uitzicht bovenaan op de top van de heuvel was top. Een 360° view over de hele omgeving (en geen wolk te bekennen!)

En dan begon dus dat stuk waar we heen en weer begonnen te rijden. Na nog even gestopt te zijn bij Skútustaðagígar (Pseudo-kraters, met alweer die vervelende vliegen), beslisten we om eerst onze slaapplaats voor de avond vast te leggen. Daar kozen we voor Möðrudalur, een kleine nederzetting op een klein uurtje rijden van Myvatn. Het dorpje is de hoogst bewoonde plaats in Ijsland en de camping is volledig gehuld in de sneeuw. Myvatn was nog helemaal groen, maar op een uurtje rijden veranderde het landschap volledig. Het uitzicht van op de camping was fantastisch.

Möðrudalur

Na een snelle hap op de camping boekten we onze tickets voor de Myvatn Nature Baths. De kleinere tegenhanger van de Blue Lagoon is iets kleinschaliger en wat minder luxueus, maar de setting is alvast veel mooier (lijkt ook wat ‘echter’). Ook hier is het aantal bezoekers beperkt, en zitten er vooral locals in het warme water.

De volgende dag begon met een drukprobleem op onze linkerachterband. Jawel, na dagen van “jeetje, staat die band nu niet een beetje plat?”, kwam er een eind aan ons vraagstuk: “ja hij stond plat. Oorzaak? Een vijs die duidelijk al wat kilometers meeging. De Service Desk van de camperverhuur gaf aan dat het best was om de band te vervangen door het reservewiel en een garage op te zoeken. Met mijn twee linkerhanden kreeg ik dat wiel echter niet los en Anneke besloot hulp te gaan zoeken. Ik probeerde mijn cool te bewaren toen ik even later een zware motor hoorde starten en een zwarte pick-up truck onze riching zag komen uitrijden. Lang verhaal kort: dat reservewiel was op 2 seconden los. Bleek dan niet nodig te zijn. Wiek in wiel. Opgelost. Veel tijd bespaard. Eeuwig dankbaar.

En dan twee minuten rijden vooraleer de volgende foutmelding op het dashboard verscheen “drukverlies rechterachterband”. Er zijn geen foto’s van de grimas op mijn gezicht, maar wij dus terug naar Möðrudalur, voor wat extra lucht (en gelukkig geen problemen meer gehad).

Tijd om Selfoss, Dettifos en Hafragilsfoss te bezoeken (3 grote watervallen, de grotere van IJsland). Als je nog wat extra tijd hebt, rijdt dan zeker ook tot in Ásbyrgi en geniet onderweg van het Jökulsárgljúfur en Hljóðaklettar nationaal park dat je passeert.

Tot slot voegden we Hverir (geothermische activiteit) en Krafla (een enorme krater in een voor ons besneewd landschap) aan ons ritje toe. Door het hele omrijden skipten we helaas de oostkant van het meer (Dimmuborgir, Hverfjall, Grjótagjá cave), maar al bij al konden we daar nog wel mee leven.

Conclusie: Omgeving: 10 op 10, omstandigheden 5 op tien. Volgende keer iets minder omrijden, hopen op minder autopech en uitzoeken wanneer de vliegen minder actief zijn.

Rondje Reykjavik.

In totaal zaten we meer dan een week in en rond Reykjavik. Een groot deel daarvan was uiteraard binnen de vier muren van ons quarantaine-appartement, maar toch hebben we de stad een beetje kunnen ontdekken.

We ontdekten dat de plaatselijke Deliveroo (aha.is) tegen een rijkelijke vergoeding eten tot bij het appartement kon krijgen (restaurants en warenhuis), maar dat het eten op restaurant toch nog altijd net iets leuker (en lekkerder is). 3 restaurants werden gewikt, gewogen en positief bevonden:

  • Messin Restaurant: een visrestaurant, waar je heerlijke vispannetjes kan eten (letterlijk geserveerd in de pan). Zeer snelle en goede service en goede prijs/kwaliteit.
  • Reykjavik Kitchen: een familierestaurant met een gevarieerde kaart (vis en vlees).
  • Sushi Social: het meest hippe restaurant van de drie. Sushi en andere overheerlijke gerechten (en een overdreven groot dessert om te eindigen). Zeer lekker, maar ook wel prijzig. Reserveren aangeraden, zelfs tijdens minder drukke toeristische periodes.

Uiteraard is er meer dan gewoon eten en drinken. Het voordeel is dat je Reykjavik perfect te voet te bezoeken is. De stad en het centrum zijn op zich vrij klein en met brede voetpaden en stukken autovrije zone, is het wel gezellig wandelen. Wat meteen opvalt is de grote hoeveelheid Street art die her en der verspreid is. Het maakt de stad hip en trendy en automatisch ga je op zoek naar andere (grote werken).

In de categorie ‘gebouwen/zaken die er toch wel even uitspringen’ hebben we:

  • Hallgrímskirkja, de grote kerk die je van quasi overal in en rond Reykjavik zien. Geen traditionele vormen hier. Modern denk je dan, tot je weet waarom ze er zo uit ziet (Spoiler: Basaltzuilen, vulkanen, lava, Google: ‘Studlagil’)
  • Harpa: het muziek- en congrescentrum, genoemd naar het muziekinstrument, de harp. Groots in omvang, leuk om ’s avonds naar te kijken (Spoiler: lichtshow!)
  • Perlan: watertorens hoeven niet saai te zijn. Deze komt wel heel prominent in beeld, temeer omdat het heden ten dage ook dienst doet als winkelcentrum, bioscoop en uitzicht (tegen betaling) over de stad (enkel de buitenkant gezien, dus over de binnenkant kunnen we niet oordelen!)
  • The Sun Voyager: een kunstwerk in de vorm van een boot, een ode aan de zon.
  • Icelandic Phallological Museum: misschien wat buiten categorie en door de beperkte openingsuren (covid) niet kunnen bezoeken, maar een museum dat meer dan 280 penissen op sterk water heeft staan, dat moet je toch bezoeken? Eigenlijk wel he?

En ja, dan is het nog het deeltje ‘nightlife’ waar Reyjkavik om bekend staat. Wij zijn niet zo’n nachtuilen (al spreek ik – Jonas – dan wel vooral voor mezelf), dus daar hebben we maar weinig van gemerkt. Reykjavik leek door het hele covid-gebeuren nogal uitgestorven na de reguliere sluitingstijden.

En in de buurt, nog iets te doen?

Iedereen die wat tijd (en geld) op overschot heeft (of gewoon een Instagram-influencer is), brengt wel een bezoekje aan de Blue Lagoon. Dit zijn de meest populaire warmwaterbaden in Ijsland. Wij vonden dit een aanrader en aangename ervaring, maar dat had vooral te maken met het ontbreken van andere toeristen. Boek deze activiteit best weken/maanden op voorhand tijdens drukke periodes (Juni – Augustus).

Het Noorderlicht zelf zal je niet spotten in Reykjavik, gezien je daar best niet te veel lichtvervuiling voor hebt. Even een half uurtje verder rijden en je hebt de optie om in quasi volledige duisternis te zitten. Daarna is het gewoon geduld hebben uiteraard. Veel geduld in sommige gevallen (en dan moet het er uiteindelijk nog komen).

Reykjavik is de start en einde van de ‘Golden Circle’. Technisch gezien kan je deze op één dag doen, als je maar op tijd vertrekt ’s morgens. Aan te raden is om natuurlijk je tijd te nemen en af en toe eens uit te stappen.

Op een paar kilometer van Reykjavik ligt Mount Esjan, die je kan beklimmen. Toen wij bij de berg aankwamen, was hij echter nergens te bespeuren omwille van een hele hoop mist. We hebben deze dus even overgeslagen.

En nog iets? Overal willen mensen je overtuigen om paard te gaan rijden in de natuur (op een authentiek IJslands paard!)

Hoe het noorderlicht (niet) te spotten

Drie Britten, twee Italianen en twee Belgen… Het zou het begin kunnen zijn van een middelmatige mop, maar voor ons zijn het de ingrediënten die nodig waren om het noorderlicht te spotten.

Eerste pogingen

Zodra het vliegtuig touchdown had met Reykjavik Airport, zat ik voortdurend op de site van het Icelandic Met Office. Niet alleen om het weer als een maniak te volgen, maar ook om de aurora voorspellingen vanbuiten te leren.

Dat vanbuiten leren ging erg makkelijk, want verder dan Quiet en Low kwamen de voorspellingen niet. De leek in mezelf vertaalde deze voorspellingen als: ‘er is geen scheet te zien’. Tot de forecast wijzigde naar Moderate – plots zeiden IJslanders en plaatselijke gidsen ons dat we héél zeker het noorderlicht zouden zien. Als leek zou ik ‘moderate’ vertalen als ‘meh’, maar blijkbaar was het a big thing. En, zeiden ze al troostend, als we het de avond dat het moderate was niet zouden zien, dan zeker wel tegen het eind van onze vakantie.

Dus de avond dat het ‘moderate’ was, verliet ik ’s nachts de campervan om naar het toilet te gaan. Dat was al een hele prestatie, want het was al 48u code geel en ik had al even veel uur geen oog dicht gedaan door de hevige windstoten die onze camper heen en weer schudden. Ik keek naar de lucht en waar er bij het slapengaan nog geen enkele wolk te zien was, zag ik nu wat wolken. Ik keek nog wat verder naar de wolken; het was wel wat vreemd. Ik zag nergens felgroene dansende lichten, dus ik besloot ASAP de camper terug in te sprinten. De wind gaf de uitdrukking freezing my tits of een iets te letterlijke invulling voor mij. Bovendien waren we verzekerd dat we het zeker zouden zien.

Elke avond ging ik naar de lucht kijken, maar de voorspellingen bleven hangen op Quiet en Low. En de lucht, nu ja, die bleef zwart.

Vidgelmir Cave Tour

De sleutel tot het zien van het noorderlicht bleek helemaal niet te liggen in het kijken naar de lucht, maar wel in het volgen van een groepstour door een lavagrot in Zuid-IJsland. Nu ja, groepstour: we waren met acht – gids incluis – en waren hiermee ook de enige toeristen van de dag. Voor een tour waar normaal dagelijks 150 personen aan deelnamen, waren we dus een erg kleine groep. Dat maakte interactie niet alleen gemakkelijk, maar ook noodzakelijk. Niets zo awkward als acht mensen die niets tegen elkaar zeggen maar wel anderhalf uur samen door moeten brengen.

En zo kwam het dus dat we na heel wat corona-gerelateerde klachten tot leukere gesprekken kwamen en leerden dat het Italiaanse koppel op huwelijksreis was. Ze waren niet alleen op huwelijksreis: ze hadden hun vijfdaagse quarantaine afgesloten met het zien van het noorderlicht. Per ongeluk, want de man was uit hun camper gestapt om naar het toilet te gaan en had het noorderlicht zomaar gespot. Exact zoals ik dacht dat het zou verlopen bij ons. Tot overmaat van ramp had de vrouw er zevenduizend foto’s van gemaakt en begon ze deze spontaan te tonen.

In coronacontext is het héél moeilijk om foto’s te bekijken als je maar 1m64 bent. Maar de glimpsen van het camerascherm die ik tussen alle ruggen door zag waren zo groen als een kikker. En niet zomaar eender welke kikker, maar zo groen als onderstaande Glass Frog.

(Afbeelding: Wikipedia)

Ik zag ondertussen even groen van jaloezie als bovenstaande kikker. Haar man bleef intussen maar herhalen dat de foto’s helemaal niet overeenkwamen met de realiteit en dat de camera kleuren anders ziet. In al mijn verblindende jaloezie dacht ik dat hij bedoelde dat hun foto’s de werkelijkheid geen eer aandeden.

Tot onze Britse gids plots vroeg of het ook groen was. Beetje onhandig om kleurenblind te zijn als geoloog, dacht ik. De foto’s waren toch overduidelijk helgroen? Wat een vraag. Het antwoord van de twee Italianen was plots minder eenduidig. Ja, het was wel een beetje groen, misschien, ja, een hint, een vleugje, iets.

I’ve seen the Northern Lights a lot, but for me they almost always appear as a milky white substance, not green’, zei de Britse geoloog. En hij voegde er nog iets aan toe: ‘In mijn ervaring tonen de lichten zich het vaakst tussen 23u30 en 00u30 en dan nog eens rond 02u00. En meestal tonen ze zich zo ongeveer vijf dagen na elkaar’.

De voorlaatste avond

Het spreekt dus voor zich dat het plan onmiddellijk gemaakt werd om die avond te gaan spotten, ondanks de ‘low’ voorspelling. De Italianen hadden het licht namelijk de dag ervoor gezien, dus volgens de gids hadden we een verhoogde kans om het ook te zien.

Dus reden we om 21u30 naar een meer vlakbij Reykjavik waar geen lichten waren. En we wachten. En wachten. En bleven maar voor ons uit kijken in de auto. En we zagen niets. Letterlijk niets. Zelden reed er een wagen voorbij en werden we verblind door autolichten. Wat niet zo erg was, want er was toch niets te zien.

De laatste twee Britten

Nog vijf minuten, gingen we het geven. In die vijf minuten gebeurde er iets vreemd. Een wagen parkeerde zich naast ons. Twee mensen sprongen uit de wagen en begonnen dingen op hun wagen te plaatsen. De dingen… ze wezen naar achter ons. Was er daar iets te zien?

‘Gaan we uitstappen en ook kijken?’, vroeg ik.
‘Nee’, kreeg ik.

Hoe langer ik naar de vreemde objecten op de wagen keek, hoe zekerder ik was dat het fototoestellen waren. Waar neem je in godsnaam in het midden van de nacht foto’s van?

‘Ik ga uitstappen’, zei ik. Geen vragen meer.

Twee uur lang was ik al voor me uit aan het kijken in de auto. Nu stond ik naast de wagen naar de andere kant te kijken. En daar waren ze weer. Die rare wolken die ik ook had gezien op die ijskoude avond met code geel op de camping.

‘Ik zie alleen maar rare wolken, maar ze zijn wel echt heel raar en ze bewegen wel redelijk snel voor een wolk, misschien moet je eens komen kijken’.

En zo stonden we dan plots te kijken naar wat rare wolken, die voor onze ogen echt begonnen te dansen en zo onmiskenbaar na enkele minuten geen wolk meer waren.

En zo realiseerde ik mij: ‘Shit, als ik die avond op de camping drie Britten en twee Italianen had ontmoet, dan had ik de vreemde wolken die avond ook herkend voor wat ze waren: strepen noorderlicht’.

Reizen tijdens Corona

De informatie in deze blogpost dateert van eind augustus 2020 en heeft betrekking op de reisvoorwaarden die op dat moment van toepassing waren. Wil je zelf op reis vertrekken? Check dan zeker de actuele stand van zaken.

En jullie hebben dan beslist om toch nog naar IJsland te gaan?’ – het was één van de meest gestelde vragen vlak voor ons vertrek. Tot onze eigen grote verbazing hebben we inderdaad zelf beslist om onze reis (toch) door te laten gaan.

Waar we in maart dachten dat ‘de problemen’ in september toch opgelost zouden zijn; waar we in mei geloofden dat alles wel geannuleerd zou worden voor ons en waar we in juli nachtmerries hadden van bubbels, rode zones en eeuwigdurende quarantaines… Nooit hadden we gedacht dat de beslissing in onze eigen handen zou liggen. En dat we er toch vollenbak voor zouden gaan.

Pre-registration Form: Twee tests én verplichte quarantaine

Op 19 augustus 2020 verstrengde de IJslandse overheid haar toegangscriteria voor toeristen. Maximaal 72 uur op voorhand moet je een formulier invullen waarin je verklaart geen COVID19 symptomen te ervaren en waarbij je je persoonlijke gegevens én verblijfsgegevens nalaat. Je geeft hier ook aan of je opteert voor 14 dagen quarantaine of voor twee coronatests met daartussen een verkorte quarantaine (5 à 6 dagen). Wanneer je hier al opteert voor die tweede optie dan zijn de tests goedkoper dan als je ter plaatse pas de beslissing neemt.

Wij opteren voor de twee tests en tussentijdse quarantaine. We hebben in totaal drie weken IJsland geboekt, dus twee weken volledig kwijtspelen is voor ons net iets te veel van het goede. We duiden dit al aan in het pre-registration form en betalen hiervoor ISK 9000 per persoon (omgerekend +/- €112 voor ons samen).

We kregen een bevestigingsmail en barcode toegestuurd. Die barcode is essentieel en we moesten deze verschillende keren tonen tijdens onze reis (zowel in de luchthaven van Brussel, als in Frankfurt en Keflavik).

De vlucht

Onze vlucht zou oorspronkelijk verzorgd worden door Icelandair en vertrekken vanuit Zaventem naar Keflavik (IJsland). Twee dagen voor vertrek werden we echter overgeplaatst naar een vlucht vertrekkende vanuit Frankfurt (Duitsland). Daardoor werd onze korte vliegreis serieus verlengd.

We werden ’s ochtends vroeg (+/- 07u45) door een fantastische schoonbroer (en met mondmasker!) naar de luchthaven gebracht. Daar ging de controle heel vlot. Er waren bijzonder weinig reizigers. Alle procedures verliepen zoals gekend. De enige bijzonderheden waren het opnemen van de temperatuur (in een aparte container met warmtecamera’s), het voortdurend dragen van mondmaskers en de aanwezigheid van extra wasbakken en handgels.

Onze vlucht naar Frankfurt zat – tegen onze verwachtingen in – toch voor 75% vol. In Frankfurt aangekomen waren er verschillende terminals dicht. Eén van de drukste luchthavens op het Europese vasteland lag er uitzonderlijk leeg bij – en dat tijdens een vakantieperiode. In Frankfurt werd ook meteen duidelijk waarom we overgeboekt werden: de vlucht naar IJsland was bijzonder leeg. Enkele IJslandse gezinnen die terugkeerden en vijf toeristen vulden de Icelandair vlucht.

Aankomst in de luchthaven (en COVID19-test)

Ook hier een mondmaskerplicht en de langverwachte coronatest. Dit was de eerste horde die we moesten nemen: nog voor het afhalen van de bagage of de grenscontrole werden we naar een grote zaal geleid waar verschillende cabines gebouwd waren. In elke cabine zit een verpleger met medisch materiaal. Hij scant je barcode en voert het onderzoek vervolgens uit.

Er worden twee swipes genomen: één uit de keel en één uit de neus. Beide stalen zijn niet pijnlijk; enkel de staal uit de neus is onaangenaam. De staaf irriteert en kan zorgen voor hoestbuien en je moet er ook van snuiten. Pro tip: snuit dus zeker je neus voor je eraan begint.

Al bij al duurt het onderzoek zo’n twee minuten. Vervolgens ga je door naar de paspoortcontrole en ga je het land binnen.

Quarantaine

Het is de bedoeling dat je na aankomst in de luchthaven onmiddellijk naar de plaats gaat waar je in quarantaine zal gaan zitten. Deze plaats moet aan een hoop vereisten voldoen. Er is een lijst beschikbaar met alle accommodaties die personen in quarantaine mogen en kunnen ontvangen. Het mag dus geen camping, campervan, tent,… zijn. Het moet een vaste verblijfsplaats zijn waar je gescheiden leeft van anderen (en dus eigen sanitair hebt). Je mag niet gaan winkelen en moet er dus voor zorgen dat je leeft op een plaats waar het voedsel tot bij jou kan komen (zonder contact). Daarom besloten we uit de lijst een appartement in Reykjavik te kiezen.

Tijdens de quarantaine zijn er een hoop zaken die je wel en niet mag doen. Deze wijzigen regelmatig, maar op het moment van schrijven waren deze maatregelen van kracht:

  • Enkel telefonisch contact met gezondheidsdiensten
  • Enkel wandelen op niet-toeristische plaatsen, buiten het stadscentrum en ten alle tijden 2 meter afstand bewaren
  • Geen contact met personen die behoren tot een ander huishouden
  • Geen gebruik maken van bussen, enkel privé-vervoer toegestaan (eigen wagen, taxi of huurwagen)
  • Je mag niet met de wagen rijden, behalve om van de luchthaven naar je plaats van quarantaine te gaan (en naar de plaats van je tweede test)
  • Je mag geen toeristische attracties bezoeken
  • Je mag geen restaurants, bars, fitnesscentra, zwembaden, cinema’s, theaters bezoeken
  • Je mag geen supermarkten, apotheken of andere winkels bezoeken
  • Je mag niet naar school of het werk

Testresultaten

De resultaten van je eerste test krijg je binnen de 24u. Wij deden onze test rond 16u00 woensdagnamiddag en hadden diezelfde dag om 22u30 een sms met onze resultaten in (negatief, geen COVID19). Je krijgt de resultaten per sms. Je wordt ook sterk aangemoedigd om de Rakning C-19 app te downloaden, een contact tracing app die voortdurend je locatie bijhoudt. Als je deze app hebt, verschijnt het resultaat ook in deze app.

Na het ontvangen van de testresultaten, krijg je ook een mail met de locatie en het tijdstip van de opvolgtest. Onze opvolgtest vindt plaats 5 dagen na aankomst (dus aankomst op woensdag en tweede test op maandag). Als je na 24u nog geen telefoon hebt gehad na het afnemen van deze 2e test dan wordt je quarantaine opgeheven. Test je positief? Dan word je opgebeld en moet je de instructies van de IJslandse overheid volgen.

Het quarantaine appartement

Het appartement dat we uitkozen ligt vlak naast het centrum van Reykjavik. Daar hebben we momenteel weinig aan, ware het niet dat eten hier makkelijk bezorgd kan worden. We verblijven in één van de Mjölnir Appartments en dat bevalt goed.

  • 2 Slaapkamers
  • Badkamer met douche en wasmachine
  • Grote keuken met oven en vaatwasser (whaaaat?)
  • Grote leefruimte waar we ook makkelijk nog enkele dagen van ‘thuis’ uit konden werken in alle comfort
  • Snellere WiFi dan in België, ik wou dat al mijn Teams-calls zo goed gingen de afgelopen maanden. @Telenet: DOE BETER UW BEST.
  • Enige nadeel: onze bel werkt niet dus we moeten als haviken op uitkijk staan bij leveringen. Nu ja, we hebben toch niets beter te doen.

Boodschappen doen tijdens je quarantaine

Je kan makkelijk boodschappen doen online via aha.is. Dit is een verzamelwebsite waar je zowel boodschappen kan doen als afhaalmaaltijden op kan bestellen. Een soort Delhaize Collect meets Deliveroo.

Het boodschappen doen zelf is niet mega handig. Je kan alleen zoeken op IJslandse zoekwoorden dus Google Translate is je beste vriend. Of je kan zoals ons gewoon door eindeloze lijsten scrollen en op prentjes klikken die je leuk vindt.

Het bezorgen is gratis boven een bepaald bedrag en daar zaten we snel aan. We hebben voor vijf dagen eten besteld en zaten hiermee aan +/- €100. Voor die €100 hebben we minder dan wat we in België voor €100 zouden kopen in de Delhaize. Het leven is hier dus inderdaad duurder dan bij ons. Hou daar zeker rekening mee bij het budgetteren van je reis.

Verder hebben we hier ook al een restaurantmaaltijd laten bezorgen (Indisch: 2 curries, 2 naans en 1 portie samosa). Hiervoor hebben we €63 betaald: beduidend meer dan in België. De supermarkt leverde echter al niet meer en we hadden verdomd honger. Er werden €9 bezorgkosten aangerekend en gelukkig hadden we wel voldoende eten om ook de dag daarna nog middagmaal te hebben.  

Het leveren en bestellen via aha.is verloopt dus erg vlot en is volledig te vertrouwen.

Veilig reizen

Dus ja, we houden ons hier scherp aan alle regels. Geen Belgische foefjes waarbij we regels en wetten proberen te omzeilen. We zitten hier nu, op moment van schrijven, in ons appartement.

We voelen ons hier zeer veilig. De besmettingsgraad in IJsland ligt lager dan het Europese vasteland, momenteel ligt er niemand in het ziekenhuis en onze plannen zijn om een 4×4 campervan te huren en daarmee door de highlands te reizen. In hindsight zou ik deze quarantaine nog altijd verkiezen boven een quarantaine-loze vakantie op het vasteland Europa, waar de zones elke vijf minuten lijken te veranderen. Zodra we de deur van dit quarantaine-appartement achter ons dichttrekken kunnen we, voor het eerst in maanden, zorgeloos het binnenland verkennen.

Reisadvies

Schuldig.

Dat ik dat thuisblijven wel fijn vind.
Dat ik te veel werk.
Dat ik niet graag facetime.
Dat ik geen coronakilo’s krijg.
Dat ik puzzelen dan toch niet leuk vind.

Schuldig.

Dat ik nog gelukkig ben.  
Dat ik te weinig werk.
Dat ik elke dag eindeloos wandel.
Dat ik het kantoor nog niet mis.
Dat ik nog niemand verloor.

Schuldig.

Dat ik nog werk heb.
Dat ik te veel commentaarsecties lees.
Dat ik te veel mondmasker draag.
Dat ik te weinig mondmasker draag.
Dat ik jou niet bel.

Schuldig.

Dat ik angstig ben.
Dat ik het koffiemachine mis waar ik nooit koffie dronk.
Dat ik toch nog op reis wil.
Dat ik die coronakilo’s er dan toch maar bij doe.
Dat ik mezelf verloren ben.  

Schuldig.

Op zoek naar compromis.
A friend to all is a friend to none, klinkt het door mijn oortjes.
Ik zoek mijn geluk in anderen.
Daar ligt het niet.
Ik voel me schuldig dat ik niet aan hun verwachtingen kan voldoen.
Alle verwachtingen conflicteren, ik vind geen compromis.
Ik loop verloren in hun wensen.

Met schuldgevoel het vliegtuig op.
Iedereen heeft plots een mening over alles.  
‘In case of emergency, oxygen masks will drop down in front of you. Please attend to yourself first, then help others’.

Het meest zinnige dat ik het afgelopen jaar heb horen omroepen.

Jordanië: De finale.

Wat er te lezen valt bij ‘Het weer en toerisme’ zal je verbazen! Afsluiten met een clickbait-titel. In afwachting van onze trip naar Ijsland, de grote finale!

Nu de sappige verhalen over onze trip in Jordanië achter de rug zijn, nog even een overzicht van een aantal praktische zaken zoals ons reisschema en hoe die trip goed aan te pakken. Jordanië is een veilig land om in rond te reizen en een aanrader voor iedereen! Lees: we hadden dit al veel eerder moeten doen.

Onze trip in een notendop: 

  • 16/2 – Amman naar Aqaba met de auto: vliegen op Aqaba in combinatie met autoverhuur werd te duur (Single way fee en dergelijke). Afstand is goed doenbaar.
  • 17/2 – 19/2 – Duiken in Aqaba (Advanced Open Water Certificate) 
  • 20/2 – Wadi Rum (Slapen – of bevriezen – in de woestijn)
  • 21/2 – 22/2 – Petra (de topper van Jordanië) 
  • 23/2 – Little Petra, Kerak Castle (Kleine versie van en een kasteel) 
  • 24/2 – Jerash & Dode Zee (Nog meer toppers) 
  • 25/2 – Amman (Ons eindpunt, wist ons niet meteen te overtuigen, geen afzonderlijke blogpost) 
  • 26/2 – Huiswaarts 

Heen & Weer 

Er is momenteel maar één maatschappij die rechtstreeks op Amman vliegt en dat is Ryanair. Voor mij was dit een éérste ervaring. Al bij al (na al die horrorverhalen) viel het nog wel mee. Ja, er is gezongen voor iemand die jarig was. En, ja, men scandeerde de naam van de piloot toen de wielen pas de grond raakten (Ervaren Aircrash Investigation kijkers weten dan dat er nog heel veel kan misgaan), maar dat was het dan ook.  We opteerden wel voor de extra beenruimte, dat doet ook al veel.

We gaan naar de luchthaven met de trein, dat is het gemakkelijkst en vanuit Mechelen ben je er vooraleer je het goed en wel beseft. 

Vervoer 

Het is een gewoonte om even uit te wijden over hoe mensen in een bepaald land rijden (kijk maar naar de verslagen van Taiwan en de Faeroer): ook hier valt veel over te vertellen. 

We boeken onze wagen via Connections (en via Sunny Cars) en krijgen een aftandse, naar sigaretten stinkende Nissan Sunny (Automaat, 30.000 kilometer). Daar hoeven we het verder niet over te hebben, want deze functioneerde naar behoren – buiten misschien het feit dat niemand ooit echt hard op het gaspedaal geduwd had en de motor nu al zeer lui geworden was. 

Wat wel de moeite waard is, is de manier waarop hier rondgereden wordt. Jordanië is het spreekwoordelijke Mekka voor iedereen die lak heeft aan regels. Gelieve je aan volgende regels te houden:

  • Snelheidslimieten zijn richtlijnen en lijken absoluut niet verplicht.  
  • Iedereen die je kent of niet kent en die te dicht in de buurt komt, daar mag je op toeteren. Als in, toeter gewoon op alles en iedereen. 
  • Richtingaanwijzers zijn verboden.  
  • Voorsteken, dat doe je langs alle kanten. (combineer met onder- en bovenstaande) 
  • Zijn de rijstroken op, dan maak je er toch gewoon een nieuwe? 
  • Links afdraaien op een kruispunt met drie rijstroken: per definitie vanaf het rechterbaanvak om de fun-factor te verhogen (ook hier gelden puntje 3 en 4). 

Kortom, een feest! Een paar jaar van ons leven verloren, maar weet wat extra experience punten opgedaan. 

Hotels 

Zoals gewoonlijk boekten we weer alles via onze vrienden van Booking.com. Betalingen verliepen steeds correct en op één hotel na (Wadi Rum) met virtueel geld (Met de kaart, nog geen Bitcoinhotels tegengekomen). Hotels hebben hier alles wat andere hotels op andere plekken in de wereld hebben. Alles behalve isolatie dan toch. De eerste 4 nachten dachten we dat het raam openstond, maar bleek het gewoon volledig dicht te zitten (en ja, ons hotel in Wadi Rum had geen verwarming, maar dat was een tent, dus dat is sowieso anders). 

Betalen 

We betaalden quasi overal met de kaart, dit ging zonder noemenswaardige problemen. Wanneer we toch cash geld nodig hadden, was dit een ander paar mouwen. Elvendertig banken hebben we nodig gehad om genoeg geld uit de muur te krijgen voor onze duikopleiding en Wadi Rum (best even checken met je bank op voorhand – ook al staan je kaarten geactiveerd voor het buitenland).  

Eten & Drinken 

We hebben zoveel mogelijk lokaal gegeten.  Op TripAdvisor zijn voldoende goede tips te vinden. In Aqaba leek iedereen deze uiteraard te lezen. TripAdvisor reviews van de lekkere restaurants zijn terug te vinden op ons profiel (Leve het Buffalo Wings restaurant, dat ons 10% korting gaf om influencergewijs meteen een ‘goede review’ na te laten). 

Wel een beetje opletten met wat je eet, want de heer des huizes heeft een aantal dagen serieus last gehad na iets verkeerds (?) gegeten te hebben. Geen idee wat. Het was vermoedelijk heel lekker, want we hebben over het algemeen overal een heel lekker gegeten. 

Het Weer & Toerisme 

Februari is winter en laagseizoen. Waar de Aqaba Pro Divers op een drukke zomerdag tot 70 mensen mee onder water nemen, beperkte het zich nu tot een 10-15-tal. Restaurants en hotels oogden vaak leeg en in het geval van Petra zelfs een beetje triestig. Maar je voelt dat dit puur de tijd van het jaar is en dat de drukte er nog wel aankomt. Hoe dit er in of na Corona-tijden zal gaan uitzien, niemand die het weet.  

Het voordeel van de winter in Jordanië, is de temperatuur. 15 tot 20°c elke dag en praktisch geen druppel regen gezien. Dit staat in schril contrast met de permanente 30 tot 40°c temperaturen van de zomer die ik er een een twintigtal jaar geleden meemaakte. 

Verdict!

Februari is misschien nog net iets te vroeg om altijd mooi weer te hebben, maar het is rustiger en dus aangenamer om te reizen. Jordanië is op Petra en de Dode Zee na nog vrij onbekend bij het grote publiek, maar is zeker de moeite om anderhalve tot twee weken te spenderen.

Dode boel daar aan de zee.

Een volgende hoofdstuk van onze trip naar Jordanië. Een bezoekje aan de Dode Zee mag niet ontbreken als je het land doorkruist. Petra overtreffen werd moeilijk, maar ‘never say never’. 

Stop!  

Op weg van en naar de befaamde zee was er veel politiecontrole. We werden een aantal maal gestopt, andere keren werden we aangemaand om toch maar weer vaart te maken en werd er gefocust op locals. Echte controles waren het trouwens niet. Eerder even kijken of die twee woorden Engels die ze kenden verstaanbaar waren.  

Als het een tip mag zijn: zorg dat je papieren in orde zijn en dat je paspoort ergens klaar zit (voor die ene keer dat ze deze toch willen zien). Een stop duurde nooit langer dan een paar seconden, maar onze reisgids waarschuwde om toch maar voorzichtig te zijn. 

Wat?

De Dode Zee is wat het is. Een ‘zee’ die steeds kleiner wordt. Het water verdampt helaas aan een razend tempo en de vele oplossingen die men bedacht heeft (een kanaal tussen de Rode en de Dode Zee?), daar blijkt er nog geen enkele echt van te werken. De wandeling van uit het hotel tot aan het water had een aantal jaar geleden een paar minuten minder lang geduurd. Er staan bordjes op het pad naar het water met aanduidingen tot waar het water enkele jaren geleden nog kwam. Dan slik je toch wel even. 

De hotels bouwen hard aan hun infrastructuur, aan een mooi strand met de nodige voorzieningen, maar het is duidelijk dat een aantal jaar en een heel aantal meter verder, gewoon opnieuw begonnen kan worden. 

Dobberen op het water 

Het strand van ons hotel (het gigantische Dead Sea Spa Hotel) leek net iets meer op een industriegebied waar nog volop gebouwd werd. Er werd ook effectief nog gewerkt aan een huisje met faciliteiten. Ook terwijl een 50-tal mensen zich stonden in te smeren met modder uit de Dode Zee. Of modder uit een gerecycleerde verfpot. Want dat is ‘a thing’ daar. Ieder om de beurt. Daarna allemaal onder de douche, toen nog net tegen het water, nu waarschijnlijk al wat verder … 

Op naar het water! Dobberen in het water is en blijft wel leuk, en net dat tikkeltje bizar. Je ziet het zout quasi ronddrijven en aan de oever ligt het vol ‘brokken’ zout. Tegelijk word je herinnerd aan elk klein schrammetje op je lichaam. Zwemmen is uit den boze, dat lukt trouwens amper. De Dode Zee is gemaakt om er op je rug in te gaan liggen. Na een minuutje of tien heb je het dan ook wel gezien. 

Uiteraard kan je niet vertrekken zonder de obligatoire “zie mij drijven” foto. Gevolgd door de “zie mij hier lezen in mijn reisgids van Jordanie” foto. Ook wij zijn hier deels schuldig aan (de modder lieten we aan ons passeren, de rij aan de verfpot was net iets te lang). 

De omgeving 

Het gebied rond de Dode Zee is verre van dood. Op een strook van enkele kilometers langs het water staan een tiental van die mega-resorts. Je weet wel, van die hotels waar je echt niet hoeft buiten te komen, alles is voorzien: een hele resem zwembaden, restaurants, kilometers gangen (ja, verloren lopen hoort daarbij) en spa-voorzieningen. 

We gaan er eerlijk in zijn, we zijn niet zo’n fans van dit soort hotels, maar hier in de buurt, was er weinig alternatief. Gelukkig was het nog laagseizoen en was er niet echt een drukte, een aantal van de bars en het zwembad waren zelfs nog gesloten. 

We gingen ook eens piepen in het winkelcentrum enkele kilometers verderop om te ontsnappen aan het restaurant van ons hotel (matig en veel te duur). Niet dat het eten daar veel verfijnder was (Buffalo Wings), maar als bij je dessert 4 lepeltjes krijgt in plaats van 2, dan weet je dat je goed zit. Een extra Tripadvisor review plaatsen en meteen nog eens 10% korting krijgen (Ja, influencers zonder het te willen en van die dingen). 

Voor de rest was het winkelcentrum maar een dode boel. 

Dus. 

Het is een must om hier te stoppen, als je alle ‘To-do’s’ van Jordanië wil kunnen afvinken, maar de eerlijkheid gebiedt ons wel om te zeggen dat het vooral een goudmijn is voor het bustoerisme. Gezellig kon je het daar niet noemen en het was nog niet eens hoogseizoen (voor ons een voordeel).