Onderweg in IJsland: Auto’s en Campers

Ons vervoer: Naamloos – Danny – Linda.

Voor onze quarantaine huurden we een gewone auto (het was goedkoper om een auto 5 dagen aan de kant te zetten en 1 dag mee rond te rijden, dan een taxi te boeken aan de luchthaven van Keflavik (sad but true – 99€ enkele reis), het echte werk deden we met een camper.

We huurden een camper bij Campervan Iceland (deel van Renti.is – matige customer service). De website zag er professioneel uit en de prijs/kwaliteit was meer dan OK. Door onze quarantaine en wisselende vluchten, dienden we onze reservatie aan te passen. Aanpassen bleek ineens enorm veel meer te gaan kosten. Hier pasten we voor (we huurden opnieuw een wagen). Ter plaatste bleek dat we dan toch een correcte prijs betaalden (letterlijk honderden euro minder). In combinatie met de zwakke IJslandse kroon werd onze slaapplaats een pak goedkoper.

De wagen zelf, een Volkswagen California Beach 4×4 uit 2018 met bijna 80.000 kilometer op de teller, had duidelijk al heel wat huurders gehad en vertoonde wel wat mankementjes (redelijk wat foutmeldingen en de eerste 4 dagen zat er een vijs in één van de banden waardoor die leegliep, onze frigo die het na 3 dagen begaf, …). We doopten onze wagen Danny (Dan-Ni-He, als er weer eens iets niet werkte). Onze Gerry uit Australië blijft wel nog steeds onze favoriet, iets groter, iets praktischer (al kon Danny wel over veel ruwer terrein rijden).

Wel even opletten wat inclusief is bij het huren van een camper. Er is een hele lijst verzekeringen die de prijs van een huurwagen nagenoeg kunnen verdubbelen (schade aan auto, gravel, stormschade, …). Wij namen de basisverzekering + gravel (gezien we veel op niet-geasfalteerde stukken weg zouden rijden).

Kijk ook even na wat mag en niet mag, om extra kosten te vermijden: mag ik een rivier oversteken? Mogen we op de F-roads (niet-geasfalteerde wegen) rijden? Sommige F-roads zijn zelfs verboden voor alle huurwagens, zo bleek.

De laatste 3 dagen van ons verblijf schakelden we opnieuw over naar een auto (meerkost voor 3 extra dagen camper was exuberant): een Hyundai i20 die we Linda doopten. Linda had iets meer moeite met het bergop rijden en F-roads rijden zat er niet meer in, maar we zijn er overal mee geraakt. Goed zo, Linda!

Rondrijden in IJsland 

Voor mensen die een drukke E40 gewoon zijn, is de Ring Road (met nummer 1) een verademing. Toegegeven, in Reykjavik is het al wel eens wat drukker, maar dat is niets vergeleken met centrum Brussel – toch ook een hoofdstad – op een doordeweekse ochtend. Op de Ring Road was het vrij rustig. Geen idee of het met Corona te maken had, maar dit was alvast zeer aangenaam. De grote (lege) parkings doen ons vermoeden dat het hier wel drukker kan zijn.

Geen gekke bedoening hier trouwens. De meeste mensen houden zich braaf aan de regels (35, 50, 70 of 90 naargelang waar je rijdt). Geen wilde verhalen zoals in Jordanië dus.

Kamperen 

Online wordt de Camping Card aangeprezen voor 159€. Hiermee kan je (binnen het zomerseizoen) 28 nachten overnachten op de campings aangesloten bij de kaart. Door de waardedaling van de IJslandse Kroon, betaalden we echter maar 132€ (je betaalt de kaart in ISK).

Helaas. Voor ons was het geen succes. Het einde van het seizoen kwam er aan (15 september) en van onze 12 nachten konden we slechts 5 keer logeren met onze kaart. Verscheidene campings werden reeds vroegtijdig (corona, letterlijk geen volk) gesloten. Als je dan rekent dat een reguliere camping tussen de 7 en de 20 euro per persoon kost, dan reken je al snel uit dat er zeer weinig profijt uit gehaald hebben. Betekent dit dat de Camping Card een slecht idee is? Zeker niet, Tijdens de zomermaanden haal je dit er zeker uit (al ben je minder vrij in het kiezen van je campings).

Kamperen zelf hangt enorm af van waar je logeert. Campings gaan van ‘een tuinhuisje met een toilet’ tot ‘een restaurant met alles er op en er aan, inclusief warme douches’. Douches zijn niet altijd even warm (ook al betaal je hier extra voor bij). De ijsberenclub zou hier zijn gading wel vinden. Reserveren kan niet, op geen enkele camping. Het first come, first serve principe geldt overal.

De campings zelf waren extra rustig, vaak zelfs bijna helemaal verlaten. Maar altijd is er wel ergens een receptie en tegen het vallen van de avond sijpelden er altijd nog wel wat extra kampeerders binnen.

Onze persoonlijke favoriet was de camping in Skjoll, uiteraard die met het restaurant en de warme douches. De zelfgemaakte verse pizza’s zijn een aanrader.

Het verdict 

Met een gewone auto kom je niet op alle plekken die je gezien wil hebben. Een 4×4 huren is du echt wel een must. Verhuurbedrijven zijn heel streng op waar je rijdt met je wagen, Beter die extra kosten vermijden en dus gewoon voor die stoere Dacia Duster gaan (IJsland rijdt er vol mee).

Zouden we opnieuw een camper huren? Achteraf gezien waarschijnlijk niet tijdens deze periode van het jaar (September). Het weer is te wisselvallig en koud en af en toe een echt bed kan wel eens deugd doen voor een man van om en bij de twee meter. Een iets comfortabelere camper kan wel wonderen doen uiteraard. IJsland is op zich niet zo groot en de hoofdwegen zijn goed onderhouden. Op de gravel- en F-roads is het al eens wat hobbeliger, maar dat hoort er bij.

IJsland met de 4×4? Doen! 

Warm water in IJsland

De naam “IJsland” doet vermoeden dat het land koud en kil is, maar er zijn behoorlijk wat warme plekjes met geothermische activiteit, pruttelende gaten, warme baden of zelfs rivieren. De meningen waren verdeeld: wat is nu de mooiste plek om in dat water te gaan dobberen?

Disclaimer: Er is zoveel keuze en diversiteit dat het moeilijk is om te beslissen welke nu echt de leukste/beste is. Er zijn dus niet echt winnaars of verliezers.

Disclaimer 2: Wij bezochten IJsland gedurend de Coronaperiode, waar het land zware quarantaine regels oplegde aan de toeristen. Dit resulteerde in een extreem kleine groep toeristen ter plaatste en meer plek voor ons.

Een kleine greep uit het aanbod …

Blue Lagoon

  • Prijs: afhankelijk van het uur en de periode wil dat al wel eens variëren. wij betaalden 43€ per persoon (inclusief: handdoeken, drankje, silica-masker). In het echte hoogseizoen lopen de prijzen op tot het dubbele of meer.
  • Locatie: Laten we eerlijk zijn, de Blue Lagoon is dan wel de bekendste, maar het is tegelijk ook de minst sexy locatie. Even de verkeerde kant opkijken en je kijkt tegen de fabrieken aan. Wel gemakkelijk bereikbaar vanuit Reykjavik en Keflavik.
  • Review: Een hele hoop websites waarschuwden ons om op voorhand te boeken, weken of maanden zelf. De grootte van de infrastructuur deed ons ook vermoeden dat deze plek soms grote hoeveelheden toeristen ontvangt. Nu boekten we echter twee dagen op voorhand (verplicht) zonder problemen en was het verbazend kalm in de verschillende baden. Het gratis drankje en het silica-masker waren leuke extra’s, maar het leukst was toch dat we er quasi alleen waren.

Myvatn Nature Baths

  • Prijs: om en bij de 35€ (5.500 ISK). Inclusief is warm water en een douche, handdoeken en dergelijke dien je zelf mee te brengen of bij te betalen voor de extra service.
  • Locatie: In Myvatn met alvast een veel mooier uitzicht vergeleken met de Blue Lagoon.
  • Review: Waar je in de Blue Lagoon het water gewoon inwandelt vanuit het hoofdgebouw, moet je hier een aantal ijskoude meters overbruggen (10 seconden bevriezen in ons geval) vooraleer je in het water zit. De baden zijn relatief klein en minder spectaculair, maar lijken authentieker (ook deze zijn echter aangelegd). Ook hier is het aantal toeristen laag en lijken er meer locals in het water te zitten.

Vök Baths

  • Prijs: om en bij de 32€ (5.000 ISK). Idem aan de Myvatn Nature Baths dien je hier alles zelf te voorzien of bij te betalen.
  • Locatie: Dit is zonder twijfelen de mooiste locatie. Het splinternieuwe gebouw lijkt te verdwijnen in de natuur. Je vindt de baden vlakbij Egilstadir aan een afslag van de Ring Road.
  • Review: Deze baden zijn aangelegd en men heeft niet geprobeerd dit te verdoezelen (zoals bij de Blue Lagoon / Myvatn Nature Baths), maar de setting is zo perfect dat dit er allemaal niet toe doet. De drie baden (met oplopende temperatuur) liggen mooi naast elkaar als een soort infinity pool naar het meer dat er naast ligt. Het meer zelf is ook in de prijs inbegrepen, maar net dat ietsje frisser natuurlijk (redelijk wat ijsberen in IJsland, inclusief Anneke). Deze baden zijn onze absolute favoriet.

Seljavallalaug Swimming Pool

  • Prijs: Helemaal gratis. Wel alles zelf voorzien uiteraard.
  • Locatie: In the middle of nowhere. Google Maps: 63.5655° N, 19.6079° W
  • Review: Het oudste zwembad van IJsland, met warm water (het water is niet zo warm als in de andere hot springs omdat dit zwembad ‘aangevuld’ wordt met water uit een hot spring en niet gewoon de hot spring zelf is). Gelegen in het midden van de natuur en enkel te voet te bereiken. Verwacht geen zwembad met faciliteiten. Op je blote voeten rondlopen aan het zwembad is pure horror (Fotograaf van dienst Jonas kan er van meespreken) en de ‘kleedhokjes’ zijn vies en vuil. Toch heeft deze plaats iets magisch. Een groot deel van de tijd hadden we het hele zwembad voor ons. Dat gecombineerd met het feit dat je in het midden van de natuur zit, in een zwembad met water van om en bij de 30-35°c, is fantastisch.

Reykjadalur Hot Spring Thermal River

  • Prijs: Helemaal gratis, je moet er enkel een stevige wandeling voor overhebben.
  • Locatie: Naast het stadje Hveragerði. Parkeren om de daarvoor voorziene parking (er werd een nieuwe faciliteit met toiletten gebouwd) en een wandeling van een dikke 3 kilometer de ‘bergen’ in. Vrij pittig en quasi de hele tijd bergop.
  • Review: Na de wandeling kom je aan bij een houten pad dat naast de rivier loopt. Er zijn niet echt voorzieningen buiten wat wanden waar je jezelf kan achter verschuilen. Hoe hoger je gaat op het pad (het hele pad is enkele honderden meters lang), hoe dichter je bij de bron komt, hoe warmer het water is. Het is een beetje een raar zicht, een hoopje toeristen die naast en echter elkaar zitten in een ondiep riviertje, maar leuk was het wel. Ook hier was het vrij rustig omdat het nog zo vroeg was. We hadden de rivier zelfs even voor onszelf. Eenmaal we echter terug de berg afdaalden, kwam er een massa de berg opgewandeld en moet het bovenaan serieus druk geworden zijn.

Op zoek naar de F-35


Onze eerste grote uitdaging (na het ons eindeloos vervelen tijdens de quarantaine) was het zoeken en overwinnen van de F-35. Geen straaljager in dit geval, maar wel een gravelroad van een kleine 200 kilometer (mits wat omwegen, je kent ons) die door de Highlands van IJsland loopt.

Disclaimer: deze weg is voorbehouden aan 4WD auto’s en bij voorkeur de grotere versies. Wij, met onze VW Calfifornia werden al eens raar bekeken toen we de lokale 4WD met immense banden tegenkwamen. En eerlijk? Bepaalde stukken vreesden we stiekem een beetje voor een minder goede afloop (maar kijk, onze auto heeft het helemaal overleefd). Bij het bekijken van onze huurovereenkomst stond er eigenlijk zelfs dat we deze weg beter konden vermijden a.k.a verboden. Uiteraard te laat gelezen. Misschien.

Kjölur, zoals deze weg heet, begint van zodra je Gulfoss voorbijrijdt. Het eerste stuk is een lachertje. Geasfalteerd en dergelijke. Na 15 kilometer begint de fun: gravel en niet onderhouden bovendien. Maar wij kunnen een beetje gravel toch wel aan zeker? Daarvoor hadden we deze wagen gehuurd!

Er werd op voorhand meermaals gewaarschuwd om voorzichtig te zijn bij het openen en sluiten van de autodeuren. Het weer in de Highlands (en bij uitbreiding heel Ijsland) kon nogal onvoorspelbaar zijn, net zoals de wind. Op die enkele kilometers rijden (en talrijke hoogtemeters) zien we de temperatuur dalen tot bijna aan het vriespunt, de wind waait ongenadig hard. Instappen en uitstappen voor een snelle foto valt dik tegen. We beperken ons tot het minimale.

Een eerste zijsprong is Hvitarvatn. Dit is een groot gletsjermeer. We nemen de afslag van de F-35 en zien de weg veranderen van een ‘niet onderhouden gravelroad’ naar een ‘zeker nooit onderhouden gravelroad vol stenen, plassen en diepe putten’. Alles wat ook maar een beetje loszit in de wagen wordt danig door elkaar geschud en de diepe plassen zorgen ervoor dat onze auto een leuke bruine kleur krijgt. Aangekomen aan het meer, vinden we een vervallen hutje, een afgesloten berging en een toilet in betere staat dan de meeste toiletten van de Belgische snelwegrestaurants. Het zicht vinden we ook, en dat is meer dan gewoon OK. Gelukkig ontbreekt hier de wind en is de temperatuur ook wat aangenamer.

We trekken verder naar Kerlingarfjöll. Dit is een 1477 m hoge bergketen, gelegen in de Highlands. We klimmen hoger en hoger, gaan verder landinwaarts en we merken dat het weer omslaat. Van groen en winderig, gaan we naar bedekt met sneeuw en ijzig koud. Op sommige plekken ligt de sneeuw iets te hoog naar onze goesting, maar we zetten door en komen uiteindelijk aan in het kleine dorpje. Je kan geen 10 meter ver kijken, het sneeuwt, en de wind doet geen deugd. Een local raadt ons af om hierin te gaan wandelen. Het kost hem niet veel moeite om ons te overtuigen. Wandelen in Kerlingarfjöll zal voor een volgende keer zijn.

Tegen de vroege namiddag komen we aan in Hveravellir. Er staan nog twee andere wagens op de parking van het Guesthouse/Service Station: Twee 4×4’s met grote banden. We betalen onze service fee en kiezen wat uit om te eten. Beetje duur, maar wel lekker.

Na het eten bezoeken we Hveravellir zelf: blubberende warmwaterbronnen met dat oh zo typische geurtje. De wandelpaden zijn helemaal voor ons. Ondertussen zijn de andere gasten uit het guesthouse vertrokken, samen met de man die achter de balie zat. Er worden geen gasten meer verwacht blijkbaar.

Er was wat twijfel over waar te overnachten. Het weerbericht gaf een ‘Code Geel’ aan, waar je rekening moet houden met slechtere weersomstandigheden. Daarom besloten we door te rijden naar Akureyri (slechts een kleine drie uur rijden verder, wij zitten graag in de auto …).

En dat was een beetje zielig, laten we daar eerlijk in zijn.

Zielig in de zin dat het onmogelijk leek om een camping te vinden die nog open was in dit stuk van het land. Hier bleek dat de Camping Card vooral nuttig is tijdens de zomer. De Camping die oorspronkelijk op onze planning stond was al dicht. De volgende ook, en op die daarna was het onduidelijk waar de camping was (faciliteiten ontbraken volledig). Uiteindelijk vonden we een camping in Akureyri, maar deze was zo zielig, dat we besloten eens zot te doen (en ja het was koud en we waren moe en het was al veel later dan verwacht).

Wij met de camper richting hotel. Goed geslapen. No shame.

Niet op de camping gegeten, maar in wat blijkt één van de beste restaurants van Akureyri: Rub 23. Veel te veel geld aan betaald, maar zo’n lekker menu gegeten. No regrets!

Kjolur was een succes, met vele uitersten, maar volgende keer toch met een grotere 4×4. Bespaart ons wat liters angstzweet. Het is een absolute aanrader voor mensen die wat buiten de lijntjes willen kleuren, een dagje extra op de planning willen zetten en willen afwijken van de standaard Ring Road.

Stokksnes, de parel van Oost-IJsland

Tien lijntjes in de Lonely Planet, meer was het niet. We twijfelden zelfs nog of we het wel zouden doen, maar het was een welgekomen stopplaats op onze wel erg lange rit van Seydisfjordur naar Skaftafell. De mooiste herinneringen worden altijd gemaakt op plaatsen waar je ze het minst verwacht.

Prachtige route

Schoon stukje Ring Road

Het oosten van IJsland is absoluut prachtig: desolate landschappen, fijne wandelroutes en mooie fjorden. Wanneer we dus vertrokken richting zuid-oosten, wisten we wel dat we prachtige vergezichten zouden hebben. Een rit van in totaal bijna vijf uur: Seydisfjordur – Skaftafell. We maakten korte wandelingen bij stopplaatsen, sloten vriendschappen met een trio schapen en genoten van een prachtig blauwe hemel.

IJslandse schapen, altijd per drie. Serieus, het is zelfs a thing, waarbij IJslanders in YouTube video’s en blogposts uitleggen waarom schapen altijd per drie zijn. Long story short: een moeder en twee lammeren.

Vestrahorn

Na drie uur rijden kwamen we aan bij het Viking Café. Een beetje sceptisch gingen we de zaak binnen. TripAdvisor is niet zo mals voor het café en de Vestrahorn. Een kleine bloemlezing: onvriendelijk, duur, afzetters, verschrikkelijk, rip-off. Zo’n omschrijvingen leggen de lat der verwachtingen wel enorm laag. Maar na drie uur rijden was benen strekken wel eens aangenaam, het landschap zag er prachtig uit en we besloten dus om niet alleen iets te eten in het café, maar om ook nog eens de fooi te betalen om naar Vestrahorn te wandelen. Blijkbaar een breekpunt voor vele TripAdvisor-leden, maar ik kan begrijpen dat de eigenaars van het café (en dat stuk weg/landgoed) meer dan werk genoeg hebben om alles te onderhouden en zichzelf ook te voeden. De vrouw die ons bediende was alleszins erg vriendelijk en gaf ons uitgebreid uitleg over het landschap.

Uitzicht op de Vestrahorn

Luiheid is een doodzonde

Als je vertrekt bij het café zijn er twee opties om Vestrahorn te verkennen:

  • Je rijdt met de wagen tot enkele uitzichtpunten (op 500 meter en +/- 1km). Extreem handig als je minder mobiel bent of als je, bijvoorbeeld als fotograaf, heel wat materiaal bij hebt
  • Je maakt één of meerdere van de kleine wandelingen op het terrein > absoluut the way to go als je niet beperkt bent.
    Tot onze grote verbazing zagen we dat de de meeste bezoekers kozen om met de wagen tot aan de uitzichtspunten te rijden. Een echte doodzonde als je fysiek in staat bent om te wandelen, want zodra we voorbij de uitkijkpunten waren, werd de wandeling alleen mooier (en waren we ook de enige levende ziel – al zal dat in een niet-COVID-jaar allicht niet het geval zijn).
The only tourist at Vestrahorn

Het water zorgde elke minuut voor mooiere weerspiegelingen, dus we bleven wandelen. En eerlijkheidshalve: ik wou dat we nog meer tijd hadden genomen om dit stukje IJsland te leren kennen. Door de lange rit hadden we maar een dikke twee uur om hier rond te wandelen. Niet alleen de strandwandeling naar Vestrahorn is prachtig, ook de wandeling door de weilanden is de moeite waarde.

We wanen ons bijna op de Salar de Uyuni
We wanen ons bijna op de Salar de Uyuni – Part II
Is het een schapenspoor of een wandelpad? Hopeloos verloren lopen bij Vestrahorn.
Wandeling terug naar het Viking Café.
Is het een schapenspoor of een wandelpad? Hopeloos verloren lopen bij Vestrahorn.

Conclusie: geloof Tripadvisor niet blindelings

Ik vond Stokksnes en Vestrahorn één van de hoogtepunten in IJsland. Bijna had ik het overgeslagen door de slechte reviews en dat zou een absolute zonde geweest zijn. Wil je principieel niet betalen voor een natuurwandeling en uitzichten? Dan moet je hier inderdaad niet zijn. Is het slecht weer en kan je geen meter voor ogen zien? Dan betaal je inderdaad ook best geen entree. Is het vloed en kan je geen vijf centimeter bewegen? Hou je portemonnee dan dicht. Zijn de omstandigheden goed? Dan zou ik zeker opnieuw gaan. Wandel gewoon voorbij de filmset en je hebt een prachtige plek voor je. Je mag gewoon niet te lui zijn om 500 meter verder te wandelen dan de doorsnee Ring Roadtripper.

Van Halong Bay tot Landmannalaugar

Landmannalaugar, dat stond op nummer twee van mijn IJsland Bucket List. Nummer één was gereserveerd voor Silfra, maar als voorbereiding op deze topper gingen we proeven van Landmannalaugar.

Te veel stress

Voor we naar IJsland vertrokken stond ik stijf van de stress. Letterlijk, als je het aan mijn kinesist vraagt. Figuurlijk, als je het aan mijn geest vraagt. De maanden voor de reis waren lang: vele overuren, veel onzekerheid , weinig hoop. Toen ik op het vliegtuig zat, dacht ik dat ik al deze stress in Zaventem zou kunnen achterlaten. Achteraf bekeken bleek niets minder waar. In volle projectmodus bracht ik de quarantaine in Reykjavik door: ik bestudeerde weerberichten, routeplanners, zoekresultaten. Ik kwam maar tot één conclusie: Landmannalaugar moest zo snel mogelijk gedaan worden, in dat kleine venster wanneer het klimaat er nog acceptabel zou zijn. Dus trokken we de dag na de quarantaine onmiddellijk richting bergen.


River crossing vlakbij de camping. Wij parkeerden onze wagen voor deze river crossing
De camping, informatiehutjes en sanitaire blokken bij Landmannalaugar

Managing expectations

Miljaar, die bergen, die lagen echt wel ver. Drie uur rijden, volgens Google Maps. In realiteit toch net nog ietsje langer, want pitstops en gravel roads zijn geen goede combinatie om tot een snelle reistijd te komen. Naarmate dat de weg slechter werd, werd het weer ook slechter en de toestand van mijn blaas ook. Toen ik eindelijk het bord zag dat de river crossing aanduidde, was ik dan ook dolgelukkig en zette ik het op een spurt richting hutjes. We gingen op zoek naar de plaatselijke rangers om hen te informeren over onze hikes. Het plan was de Blahnukur Brennisteinsalda Loop. Daar was de ranger het niet zo mee eens. Door het slechte weer van de afgelopen dagen was de Mt. Blahnukur amper toegankelijk en werd-ie ten stelligste afgeraden. Mt. Brennisteinsalda was wel goed toegankelijk, maar het uitzicht zat volledig in de wolken. Het advies was duidelijk: een lus op begane grond en als we dan nog zin hadden – of als het weer zou opklaren (hahahahaha!) dan konden we Mt. Brennisteinsalda nog doen. De gids deed wat ze moest doen: managing expectations. Helaas word ik niet zo makkelijk gemanaged.

Helemaal klaar voor prachtige vergezichten
Lavavelden met prachtig mos en een zeer goede aanduiding

A little thing called Hope

In het begin van de wandeling leefde ik nog in een illusie. Ik dacht dat de opmerking over de opklaringen (hahahaha) een voet in de waarheid zou hebben en had dus een virus opgedaan dat ook bekend staat als Hoop. Ik volgde de oranje pijltjes tot ze zouden overgaan in groen. Ik was vastberaden de Mt. Brennisteinsalda te beklimmen en van het uitzicht te genieten. Wist die ranger dan niet dat dit de nummer twee van mijn Bucket List was en dat niets mij zou stoppen? Het begin van de wandeling had alle prachtige uitzichten waar de ranger vol vreugde over sprak. We volgden de rivierbedding, door lavavelden vol mossige brokstukken.

Mos zo zacht als een dons

Road to nowhere

Het begon omhoog te gaan. We waren begonnen aan de beklimming van Mr. Brennisteinsalda. Ik zag helemaal hoe het zou gaan: we zouden los door het wolkendek gaan en een prachtig zicht hebben. We zouden wolken voorbij zien waaien en bergtoppen zien zo ver de horizon reikt.

Beklimming van Mr. Brennisteinsalda

Die voorspelling kwam deels uit. We zagen wolken voorbij waaien. Daar bleef het bij. De wolken waaiden langs ons hoofd en lieten ons zeiknat achter. Eenmaal aangekomen op de top van Mr. Brennisteinsalda was dit het uitzicht waar we zo hard voor gewerkt hadden – inclusief pauzes om het ‘weer te laten opklaren’ (hahahaha):

Bijna op de top Mr. Brennisteinsalda
Uitzicht vanop Mr. Brennisteinsalda

Het Halong Bay effect

Enkele jaren geleden dacht ik ook boven de natuur te staan; in Halong Bay. Tijdens een meerdaagse boottocht zagen we de befaamde rotsen van Halong Bay welgeteld… 0 keer. Mist achtervolgde ons en ik bleef teleurgesteld achter. Tot de laatste dag van de boottocht. Toen ik het surrealistische landschap besloot te appreciëren. De mist ging toch niet weggaan – en wij wel. Daarom leek het me toen beter vrede te nemen met de situatie en de schoonheid van de mist te appreciëren.
Op de top van Mt. Brennisteinsalda dacht ik terug aan die boottocht. Het voortdurende mysterie van wat er zich achter de mist zou bevinden. Het gevoel van deel uit te maken van iets groot en er toch zo weinig van te zien. Dat gevoel had ik ook in Landmannalaugar. En af en toe, wanneer de wind hard genoeg waaide – of wanneer we ons op begane grond bevonden, zoals de gids had aanbevolen – dan werd er een tipje van de sluier opgelicht en zagen we de pracht van dit stukje IJsland:

Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike
Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Landmannalaugar Hike

Seljavallalaug, het mooiste zwembad van IJsland

Shit, er komt volk aan’. Een zin die we tijdens onze reis in IJsland niet vaak uitspraken. Natuurlijk komt deze zin net uit mijn mond op een moment dat ik in mijn bloot gat in onze Volkswagen California camper zit. In recordtempo probeer ik alle gordijnen alsnog te sluiten. Wie lui is, moet beboet worden voor obsceniteit.

Tweede kans

Hoe komen we hier terecht, op een plaats die echt het midden van nergens lijkt? Seljavallalaug was een Instagram-begrip toen ik deze reis plande. Het was een uitgemaakte zaak dat we er niet naartoe zouden gaan: ik had geen zin om een Insta-shoot te doorbreken en nog minder om in een vies zwembad baantjes te trekken. Het zwembad wordt maar één keer per jaar schoongemaakt en als ik één iets geleerd heb uit South Park dan is het wel dit: ‘It’s all P, no H.’.

Maar ik kreeg een berichte van een vriendin, die het echt aanraadde. Blijkbaar wegen recommendations zwaarder door dan tekenfilmfiguren. Mijn curiositeit werd gewekt. Was dit zwembad echt zo smerig? En hoe warm was het water nu? De helft van het internet beweerde dat het water heet was, de andere helft bleek bevroren uit het water te komen. Dat triggert.

Skogar

De avond voorheen waren we in Skogar beland, waar we kampeerden op vlakbij Skogafoss. De camping was niet meteen het toonbeeld van een Mr. Proper reclamespotje – tenzij dan misschien van de ‘before’- beelden – en na 400 ISK te betalen voor een ijskoude douche ging ik teleurgesteld terug de campervan in.

Skogafoss in de ochtendzon

De volgende ochtend begonnen we vroeg aan onze Fimmvorduhals wandeling. Tot mijn grote teleurstelling hadden we beslist dat de omstandigheden niet opportuun waren om de wandeling volledig te maken – en zouden we dus een lus maken in plaats van helemaal door te stappen naar Thorsmork. Dat de omstandigheden niet zo ideaal waren, werd bewezen toen ik de strijd met de zwaartekracht niet één, maar wel twéé keer verloor tijdens wat overal bekend stond als ‘het gemakkelijke stuk’. Na een dag vol onderbroken regen lag het pad er extreem glad bij en ik was het slachtoffer bij voorkeur.

Begin van de Fimmvorduhals hike, toen ik nog recht kon staan

Veiliger activiteiten

Op uw muil gaan, dat doet iets met uw geest. De eerste keer maakte het me vastberaden om verder te wandelen – ik ging niet voor niks in de modder gelegen hebben. Mijn knie ging niet voor niks pijn doen. Toen mijn gat de tweede keer kennis maakte met de grond, sprong ik er wat rationeler mee om. Dat ik het gevecht met de zwaartekracht bleef verliezen leek me eerder een teken om te luisteren naar mijn lichaam (lees: knie) – dat zou immers de volgende dagen nog méér wandelingen moeten maken. Mijn vastberadenheid vond een nieuw doel: zo snel mogelijk relaxen in Seljavallalaug. De koude en het gezichtsverlies wegspoelen.

Zo kwamen we dus aan bij Seljavallalaug, in plaats van in Thorsmork. Op een open vlakte waar twee voertuigen geparkeerd stonden; de enige aanduiding dat er achter de heuvels iets te ontdekken was. Een koppeltje baande zich een weg terug naar hun wagen; ik probeerde mijn privacy toch enigszins te bewaren. Na minutenlang gewriemel had ik een badpak aan onder mijn modderige trekkingbroek. En tot mijn grote verbazing had Het Lief plots ook een zwembroek aan.

‘Ja, ik ben solidair. Ik doe mijn zwembroek aan, maar ik ga daar niet in. Dat gaat ijskoud zijn.’

Aankomst bij het zwembad

Na een héél korte wandeling zagen we teken van leven: een pomp, een soort opvangcocon, een gebouwtje, een zwembad en een verliefd stel in het zwembad. Dat was het. We kozen één van de drie omkleedruimtes uit en hingen onze kleren omhoog op wat kapstokken.

Eén van de oudste zwembaden in IJsland

Nadat het stel ons informeerde dat de hoek achteraan het zwembad, bij het trapje, het warmst was, verlieten ze het zwembad en hadden we het bad dus voor ons alleen. En zo bevonden we ons dus plots, ironie oh ironie, in een situatie waar we zelf een soort Insta-shoot hielden, want oh mijn god: wat een zwembad. Zelfs scepticus Het Lief zat binnen de kortste keren in het water, mijn verbazing ligt nog steeds ergens op de bodem van Seljavallalaug.

Privé-zwembad

Alleen maar goesting

If you do not like this pool, you do not belong in nature.’, las één van de reviews die ik las voor onze aankomst bij het zwembad. Met mijn naar smetvrees neigende hang naar properheid vreesde ik dan ook dat het verdict zou zijn dan ik niet thuis zou horen in de natuur. Maar eens aangekomen bij het zwembad kon niets me nog schelen. Zoals ik als tienjarige vol anticipatie naar het zwembad in Heist-op-den-Berg keek, zo keek ik nu als dertiger naar dit zwembad nabij Seljavellir. Al mijn zorgen had ik achtergelaten op de Fimmvorduhals en alleen mijn goesting was nog wakker. Het was daar in dat zwembad dat alle puzzelstukjes in elkaar vielen.

Eén van mijn mooiste reisherinneringen ooit

Ik leef voor het water. In leef in het water. Soms denk ik dat ik alleen in water mijn zorgen en angsten achter kan laten. Dus toen het volgende koppel arriveerde – en dat duo al snel een kwartet bleek te zijn – kon ik maar één iets doen: hen hetzelfde geschenk geven als wat deze plaats aan mij had gegeven.

De vrouw keek wat angstig naar de verlaten plaats en het zwembad. De rekensommen in haar gedachten stonden af te lezen op haar gezicht: was dit water wel proper, was het wel warm, is het het allemaal wel waard? Ook het oudere stel dat in hun kielzog volgde bleek één en al rationaliteit. Ze analyseerden het water – letterlijk, want ze waren bezig met een vreemd proefbuisje. Bedenkelijk keken ze naar de waterkwaliteit. De vier bespraken een resultaat. Ik bleef speels baantjes trekken. Rationeel ben ik nooit geweest. Het jongere stel ging alsnog een kleedhokje binnen; het oudere stel hield al hun kleren aan en blies de aftocht.

Toen het jonge koppel het water in ging, wou ik hen de vrijheid geven die ik op deze plek heb gevonden. Ik gaf hen de tip van de warmwaterbron en verliet het bad. Tijd voor een nieuw duo om de magie van deze plaats te proeven.

Vlakbij de warmwaterbron

PRAKTISCHE INFO

  • Seljavallalaug ligt tussen twee toeristische toppers: Skogafoss en Seljalandsfoss. Volg de Ring Road tot je aanduidingen ziet van Road 242 Raufarfell. Volg deze weg, tot je aan een aanduiding komt voor Seljavellir. Daar kan je je wagen parkeren (63.5655° N, 19.6079° W).
  • Vanaf deze parking is het ongeveer 20 minuten wandelen tot het zwembad. De wandelroute is niet aangeduid. Wanneer je je wagen parkeert, volg dan de (quasi droge) rivierbedding. Je moet soms even door de rivier: dit is zeer goed te doen, maar draag waterbestendige schoenen. Altijd blijven doorgaan tot je het zwembad ziet.
  • Seljavallalaug is gebouwd in 1923 en daarmee één van de oudste zwembaden in IJsland.
  • Het zwembad meet 10 op 25 meter.
  • Het zwembad is, voor volwassenen, ondiep bij de kleedkamers en wordt diep naar het eind toe. Op het eind kan je niet meer rechtstaan.
  • De toegang is gratis, verwacht dus ook geen vijfsterrenbehandeling. De drie kleedkamers zijn afgeleefd. Hoe deze kleedkamers eruit zien bepaal je zelf: neem je afval mee en laat niets achter. Wanneer wij in Seljavallalaug waren, waren er amper toeristen (COVID-19) en lagen de kleedkamers er ook redelijk goed bij. Op het internet kan je beelden vinden van andere omstandigheden.
  • De in- en uitvoer van water is beperkt. De algen in het water maken het oppervlak (de bodem en zijkanten) glad, let dus op bij je bewegingen in en nabij het bad.
  • Het zwembad wordt één keer per jaar gekuist, ergens in de zomer. Het is dus zeker niet de meest hygiënische plek in IJsland. Ik ondervond geen enkel probleem tijdens of na het zwemmen (atopisch eczeem).
  • En dan de vraag die iedereen zich stelt: is het water nu koud? Nee, het water is lauwwarm – en voor Noord-Europeanen zeker warm genoeg om aangenaam in te kunnen zwemmen. Voor inwoners van pakweg Florida kan het mogelijks wel eens tegenvallen. Ik schat het water op 35°C bij de bron tot 25-30°C afhankelijk van waar in het zwembad je je bevindt.
Getest en meer dan goedgekeurd: Seljavallalaug

[Noot: wij gingen naar IJsland in september 2020 waardoor er weinig toerisme was wegens COVID-19. Houd er rekening mee dat dit een populaire plaats is en dat je deze plaats allicht niet voor je alleen zal hebben tijdens het hoogseizoen.]

Foto’s en Graffiti in Antwerpen

Een zaterdag met dat laatste beetje zon en geen regen (alvast niet in het begin)? Tijd om onze gratis Railpas van de overheid eens te nuttigen (ons voornemen is om die ook effectief te gebruiken) en een bezoekje te brengen aan de stad die de rest van het land tot parking degradeert (wat wordt toch gezegd): Antwerpen.

Twee dingen op de planning: een bezoek aan het fotomuseum (FOMU) en een street art wandeling.

Omwille van Corona dienen musea op voorhand geboekt te worden. Oorspronkelijk stond het MAS ook nog op de planning, maar dat was al hopeloos uitverkocht. Bij het fotomuseum hadden we meer succes.

We zijn beide nogal fans van fotografie en omwille van de maatregelen was het rustig en hadden we dus alle tijd van de wereld om van al het moois (en speciaals) te genieten.

Naast werk van jong en opkomend talent, waren er ook nog twee exposities: Martine Franck (1938 – 2012) en Lynne Cohen (1944 – 2014), beide een soort overzichtstentoonstelling, beide zeer verschillend, dus moeilijk te vergelijken. Ik (Jonas) had een lichte voorkeur voor het werk van Cohen. Zij maakte foto’s van ‘lege kamers’ die door de opstelling van de camera en het aanwezige licht geweldige intrigerende beelden opleveren.

Lynne Cohen

Na de obligatoire stop in de museumshop, een heerlijk stukje cheesecake in het Museumcafé Pixel (en dan nog eens de museumshop, want wij zijn twijfelaars) gingen we op zoek naar onze tweede passie: Street art.

Via de Antwerp Museum App (gevonden op het wereldwijde web en best nog wel handig) vonden we een aantal leuke wandelingen gerelateerd aan street art: ééntje in Antwerpen, Berchem, Deurne en Merksem. Gezien de locatie, kozen we voor de wandeling in Antwerpen (4,5 kilometer). De andere drie hielden we voor een andere keer.

De wandeling bracht ons door het centrum van Antwerpen en bevatte een heel aantal diverse werken. Sommige plekjes waren goed verstopt, bij anderen werden we dan weer onder de voet gelopen. Eéntje vonden we helaas niet terug. Hieronder alvast een overzicht van wat de street art in Antwerpen ons te bieden had.

Helaas nog een laatste iets op de planning: sneller stappen omwille van de opkomende regen. Guilty pleasure: ‘per ongeluk’ een bekende koffiezaak binnenlopen en al koffie (en thee) slurpend de trein terug naar huis nemen. Geslaagde namiddag!

Om af te sluiten, even nog een aantal beelden ‘buiten categorie’:

37 Omwegen in Myvatn.

Ons bezoek aan Myvatn (vertrekkende vanuit Akureyri) en omgeving kan in het kort ‘chaotisch maar mooi’ genoemd worden. We reden aardig wat heen en weer. Erg praktisch was het niet, die extra kilometers (slechts één uur rijden enkel) naar de camping in de hoop dat ze open zou zijn (dat was ze), een band die beslist had om even professioneel leeg te lopen (gelukkig op die camping) en verdorie, zat het daar even vol met muggen?

Je zou van Akureyri onmiddellijk kunnen doorrijden naar Myvatn, maar mits een goede 4×4 (of goede wandelbenen), is het de moeite om ter hoogte van Godafoss een omweg naar Aldeyjarfoss te maken. Via een gravelbaan (842 of 844 afhankelijk welke kant van het water je kiest) rijdt je tot aan een gesloten poortje (poortje sluiten!). Van daaruit kan je ofwel te voet (best nog wel een eindje) of met de 4×4 verder. Wij vonden het alvast één van de meer indrukwekkende watervallen van IJsland en het was z’n omweg dus meer dan waard.

Myvatn dus! Zoals eerder aangegeven werden we in Myvatn verwelkomd door een horde vliegen. Geen idee van waar ze kwamen of waarom wij zo interessant waren, maar onze eerste stop werd serieus ingekort (mooi uitzicht wel!).

Vindbelgur is met voorsprong de plek die je moet beklimmen voor het beste uitzicht over de hele streek. Er is een kleine parking van waaruit de klim begint. Reken op ongeveer anderhalf uur tot twee uur. Ook hier moesten we helaas rekening houden met hele zwermen vliegen (niet dat zij rekening hielden met ons …), maar het uitzicht bovenaan op de top van de heuvel was top. Een 360° view over de hele omgeving (en geen wolk te bekennen!)

En dan begon dus dat stuk waar we heen en weer begonnen te rijden. Na nog even gestopt te zijn bij Skútustaðagígar (Pseudo-kraters, met alweer die vervelende vliegen), beslisten we om eerst onze slaapplaats voor de avond vast te leggen. Daar kozen we voor Möðrudalur, een kleine nederzetting op een klein uurtje rijden van Myvatn. Het dorpje is de hoogst bewoonde plaats in Ijsland en de camping is volledig gehuld in de sneeuw. Myvatn was nog helemaal groen, maar op een uurtje rijden veranderde het landschap volledig. Het uitzicht van op de camping was fantastisch.

Möðrudalur

Na een snelle hap op de camping boekten we onze tickets voor de Myvatn Nature Baths. De kleinere tegenhanger van de Blue Lagoon is iets kleinschaliger en wat minder luxueus, maar de setting is alvast veel mooier (lijkt ook wat ‘echter’). Ook hier is het aantal bezoekers beperkt, en zitten er vooral locals in het warme water.

De volgende dag begon met een drukprobleem op onze linkerachterband. Jawel, na dagen van “jeetje, staat die band nu niet een beetje plat?”, kwam er een eind aan ons vraagstuk: “ja hij stond plat. Oorzaak? Een vijs die duidelijk al wat kilometers meeging. De Service Desk van de camperverhuur gaf aan dat het best was om de band te vervangen door het reservewiel en een garage op te zoeken. Met mijn twee linkerhanden kreeg ik dat wiel echter niet los en Anneke besloot hulp te gaan zoeken. Ik probeerde mijn cool te bewaren toen ik even later een zware motor hoorde starten en een zwarte pick-up truck onze riching zag komen uitrijden. Lang verhaal kort: dat reservewiel was op 2 seconden los. Bleek dan niet nodig te zijn. Wiek in wiel. Opgelost. Veel tijd bespaard. Eeuwig dankbaar.

En dan twee minuten rijden vooraleer de volgende foutmelding op het dashboard verscheen “drukverlies rechterachterband”. Er zijn geen foto’s van de grimas op mijn gezicht, maar wij dus terug naar Möðrudalur, voor wat extra lucht (en gelukkig geen problemen meer gehad).

Tijd om Selfoss, Dettifos en Hafragilsfoss te bezoeken (3 grote watervallen, de grotere van IJsland). Als je nog wat extra tijd hebt, rijdt dan zeker ook tot in Ásbyrgi en geniet onderweg van het Jökulsárgljúfur en Hljóðaklettar nationaal park dat je passeert.

Tot slot voegden we Hverir (geothermische activiteit) en Krafla (een enorme krater in een voor ons besneewd landschap) aan ons ritje toe. Door het hele omrijden skipten we helaas de oostkant van het meer (Dimmuborgir, Hverfjall, Grjótagjá cave), maar al bij al konden we daar nog wel mee leven.

Conclusie: Omgeving: 10 op 10, omstandigheden 5 op tien. Volgende keer iets minder omrijden, hopen op minder autopech en uitzoeken wanneer de vliegen minder actief zijn.

Rondje Reykjavik.

In totaal zaten we meer dan een week in en rond Reykjavik. Een groot deel daarvan was uiteraard binnen de vier muren van ons quarantaine-appartement, maar toch hebben we de stad een beetje kunnen ontdekken.

We ontdekten dat de plaatselijke Deliveroo (aha.is) tegen een rijkelijke vergoeding eten tot bij het appartement kon krijgen (restaurants en warenhuis), maar dat het eten op restaurant toch nog altijd net iets leuker (en lekkerder is). 3 restaurants werden gewikt, gewogen en positief bevonden:

  • Messin Restaurant: een visrestaurant, waar je heerlijke vispannetjes kan eten (letterlijk geserveerd in de pan). Zeer snelle en goede service en goede prijs/kwaliteit.
  • Reykjavik Kitchen: een familierestaurant met een gevarieerde kaart (vis en vlees).
  • Sushi Social: het meest hippe restaurant van de drie. Sushi en andere overheerlijke gerechten (en een overdreven groot dessert om te eindigen). Zeer lekker, maar ook wel prijzig. Reserveren aangeraden, zelfs tijdens minder drukke toeristische periodes.

Uiteraard is er meer dan gewoon eten en drinken. Het voordeel is dat je Reykjavik perfect te voet te bezoeken is. De stad en het centrum zijn op zich vrij klein en met brede voetpaden en stukken autovrije zone, is het wel gezellig wandelen. Wat meteen opvalt is de grote hoeveelheid Street art die her en der verspreid is. Het maakt de stad hip en trendy en automatisch ga je op zoek naar andere (grote werken).

In de categorie ‘gebouwen/zaken die er toch wel even uitspringen’ hebben we:

  • Hallgrímskirkja, de grote kerk die je van quasi overal in en rond Reykjavik zien. Geen traditionele vormen hier. Modern denk je dan, tot je weet waarom ze er zo uit ziet (Spoiler: Basaltzuilen, vulkanen, lava, Google: ‘Studlagil’)
  • Harpa: het muziek- en congrescentrum, genoemd naar het muziekinstrument, de harp. Groots in omvang, leuk om ’s avonds naar te kijken (Spoiler: lichtshow!)
  • Perlan: watertorens hoeven niet saai te zijn. Deze komt wel heel prominent in beeld, temeer omdat het heden ten dage ook dienst doet als winkelcentrum, bioscoop en uitzicht (tegen betaling) over de stad (enkel de buitenkant gezien, dus over de binnenkant kunnen we niet oordelen!)
  • The Sun Voyager: een kunstwerk in de vorm van een boot, een ode aan de zon.
  • Icelandic Phallological Museum: misschien wat buiten categorie en door de beperkte openingsuren (covid) niet kunnen bezoeken, maar een museum dat meer dan 280 penissen op sterk water heeft staan, dat moet je toch bezoeken? Eigenlijk wel he?

En ja, dan is het nog het deeltje ‘nightlife’ waar Reyjkavik om bekend staat. Wij zijn niet zo’n nachtuilen (al spreek ik – Jonas – dan wel vooral voor mezelf), dus daar hebben we maar weinig van gemerkt. Reykjavik leek door het hele covid-gebeuren nogal uitgestorven na de reguliere sluitingstijden.

En in de buurt, nog iets te doen?

Iedereen die wat tijd (en geld) op overschot heeft (of gewoon een Instagram-influencer is), brengt wel een bezoekje aan de Blue Lagoon. Dit zijn de meest populaire warmwaterbaden in Ijsland. Wij vonden dit een aanrader en aangename ervaring, maar dat had vooral te maken met het ontbreken van andere toeristen. Boek deze activiteit best weken/maanden op voorhand tijdens drukke periodes (Juni – Augustus).

Het Noorderlicht zelf zal je niet spotten in Reykjavik, gezien je daar best niet te veel lichtvervuiling voor hebt. Even een half uurtje verder rijden en je hebt de optie om in quasi volledige duisternis te zitten. Daarna is het gewoon geduld hebben uiteraard. Veel geduld in sommige gevallen (en dan moet het er uiteindelijk nog komen).

Reykjavik is de start en einde van de ‘Golden Circle’. Technisch gezien kan je deze op één dag doen, als je maar op tijd vertrekt ’s morgens. Aan te raden is om natuurlijk je tijd te nemen en af en toe eens uit te stappen.

Op een paar kilometer van Reykjavik ligt Mount Esjan, die je kan beklimmen. Toen wij bij de berg aankwamen, was hij echter nergens te bespeuren omwille van een hele hoop mist. We hebben deze dus even overgeslagen.

En nog iets? Overal willen mensen je overtuigen om paard te gaan rijden in de natuur (op een authentiek IJslands paard!)

Hoe het noorderlicht (niet) te spotten

Drie Britten, twee Italianen en twee Belgen… Het zou het begin kunnen zijn van een middelmatige mop, maar voor ons zijn het de ingrediënten die nodig waren om het noorderlicht te spotten.

Eerste pogingen

Zodra het vliegtuig touchdown had met Reykjavik Airport, zat ik voortdurend op de site van het Icelandic Met Office. Niet alleen om het weer als een maniak te volgen, maar ook om de aurora voorspellingen vanbuiten te leren.

Dat vanbuiten leren ging erg makkelijk, want verder dan Quiet en Low kwamen de voorspellingen niet. De leek in mezelf vertaalde deze voorspellingen als: ‘er is geen scheet te zien’. Tot de forecast wijzigde naar Moderate – plots zeiden IJslanders en plaatselijke gidsen ons dat we héél zeker het noorderlicht zouden zien. Als leek zou ik ‘moderate’ vertalen als ‘meh’, maar blijkbaar was het a big thing. En, zeiden ze al troostend, als we het de avond dat het moderate was niet zouden zien, dan zeker wel tegen het eind van onze vakantie.

Dus de avond dat het ‘moderate’ was, verliet ik ’s nachts de campervan om naar het toilet te gaan. Dat was al een hele prestatie, want het was al 48u code geel en ik had al even veel uur geen oog dicht gedaan door de hevige windstoten die onze camper heen en weer schudden. Ik keek naar de lucht en waar er bij het slapengaan nog geen enkele wolk te zien was, zag ik nu wat wolken. Ik keek nog wat verder naar de wolken; het was wel wat vreemd. Ik zag nergens felgroene dansende lichten, dus ik besloot ASAP de camper terug in te sprinten. De wind gaf de uitdrukking freezing my tits of een iets te letterlijke invulling voor mij. Bovendien waren we verzekerd dat we het zeker zouden zien.

Elke avond ging ik naar de lucht kijken, maar de voorspellingen bleven hangen op Quiet en Low. En de lucht, nu ja, die bleef zwart.

Vidgelmir Cave Tour

De sleutel tot het zien van het noorderlicht bleek helemaal niet te liggen in het kijken naar de lucht, maar wel in het volgen van een groepstour door een lavagrot in Zuid-IJsland. Nu ja, groepstour: we waren met acht – gids incluis – en waren hiermee ook de enige toeristen van de dag. Voor een tour waar normaal dagelijks 150 personen aan deelnamen, waren we dus een erg kleine groep. Dat maakte interactie niet alleen gemakkelijk, maar ook noodzakelijk. Niets zo awkward als acht mensen die niets tegen elkaar zeggen maar wel anderhalf uur samen door moeten brengen.

En zo kwam het dus dat we na heel wat corona-gerelateerde klachten tot leukere gesprekken kwamen en leerden dat het Italiaanse koppel op huwelijksreis was. Ze waren niet alleen op huwelijksreis: ze hadden hun vijfdaagse quarantaine afgesloten met het zien van het noorderlicht. Per ongeluk, want de man was uit hun camper gestapt om naar het toilet te gaan en had het noorderlicht zomaar gespot. Exact zoals ik dacht dat het zou verlopen bij ons. Tot overmaat van ramp had de vrouw er zevenduizend foto’s van gemaakt en begon ze deze spontaan te tonen.

In coronacontext is het héél moeilijk om foto’s te bekijken als je maar 1m64 bent. Maar de glimpsen van het camerascherm die ik tussen alle ruggen door zag waren zo groen als een kikker. En niet zomaar eender welke kikker, maar zo groen als onderstaande Glass Frog.

(Afbeelding: Wikipedia)

Ik zag ondertussen even groen van jaloezie als bovenstaande kikker. Haar man bleef intussen maar herhalen dat de foto’s helemaal niet overeenkwamen met de realiteit en dat de camera kleuren anders ziet. In al mijn verblindende jaloezie dacht ik dat hij bedoelde dat hun foto’s de werkelijkheid geen eer aandeden.

Tot onze Britse gids plots vroeg of het ook groen was. Beetje onhandig om kleurenblind te zijn als geoloog, dacht ik. De foto’s waren toch overduidelijk helgroen? Wat een vraag. Het antwoord van de twee Italianen was plots minder eenduidig. Ja, het was wel een beetje groen, misschien, ja, een hint, een vleugje, iets.

I’ve seen the Northern Lights a lot, but for me they almost always appear as a milky white substance, not green’, zei de Britse geoloog. En hij voegde er nog iets aan toe: ‘In mijn ervaring tonen de lichten zich het vaakst tussen 23u30 en 00u30 en dan nog eens rond 02u00. En meestal tonen ze zich zo ongeveer vijf dagen na elkaar’.

De voorlaatste avond

Het spreekt dus voor zich dat het plan onmiddellijk gemaakt werd om die avond te gaan spotten, ondanks de ‘low’ voorspelling. De Italianen hadden het licht namelijk de dag ervoor gezien, dus volgens de gids hadden we een verhoogde kans om het ook te zien.

Dus reden we om 21u30 naar een meer vlakbij Reykjavik waar geen lichten waren. En we wachten. En wachten. En bleven maar voor ons uit kijken in de auto. En we zagen niets. Letterlijk niets. Zelden reed er een wagen voorbij en werden we verblind door autolichten. Wat niet zo erg was, want er was toch niets te zien.

De laatste twee Britten

Nog vijf minuten, gingen we het geven. In die vijf minuten gebeurde er iets vreemd. Een wagen parkeerde zich naast ons. Twee mensen sprongen uit de wagen en begonnen dingen op hun wagen te plaatsen. De dingen… ze wezen naar achter ons. Was er daar iets te zien?

‘Gaan we uitstappen en ook kijken?’, vroeg ik.
‘Nee’, kreeg ik.

Hoe langer ik naar de vreemde objecten op de wagen keek, hoe zekerder ik was dat het fototoestellen waren. Waar neem je in godsnaam in het midden van de nacht foto’s van?

‘Ik ga uitstappen’, zei ik. Geen vragen meer.

Twee uur lang was ik al voor me uit aan het kijken in de auto. Nu stond ik naast de wagen naar de andere kant te kijken. En daar waren ze weer. Die rare wolken die ik ook had gezien op die ijskoude avond met code geel op de camping.

‘Ik zie alleen maar rare wolken, maar ze zijn wel echt heel raar en ze bewegen wel redelijk snel voor een wolk, misschien moet je eens komen kijken’.

En zo stonden we dan plots te kijken naar wat rare wolken, die voor onze ogen echt begonnen te dansen en zo onmiskenbaar na enkele minuten geen wolk meer waren.

En zo realiseerde ik mij: ‘Shit, als ik die avond op de camping drie Britten en twee Italianen had ontmoet, dan had ik de vreemde wolken die avond ook herkend voor wat ze waren: strepen noorderlicht’.