De Faeröer – Praktisch!

Een derde en laatste deel in onze Faeröer-saga. We hebben het al over onze wandelingen gehad en onze ‘perfecte’ reisroute uitgestippeld. Nu resten er ons nog wat praktische tips & tricks.

Dorpje

We vlogen met de combinatie KLM (naar Kopenhagen) – Atlantic Airways (de lokale luchtvaartmaatschappij) vanuit Amsterdam, naar Vagar dit in combinatie met een hotelovernachting + parking voor een week in het Marriott Courtyard Amsterdam Airport. Dit alles werd voor ons geregeld door de broer die voor een reisbureau werkt dat connecties legt. Tickets kosten aardig wat, het hotel + parking zijn betrekkelijk goedkoop (Aanrader als je vanuit Amsterdam vertrekt).

We huurden een gezellige kleine AirBnB in Tjornuvik, maanden op voorhand. Gezien elk beschikbaar huisje in elk klein dorpje een AirBnB bleek te zijn, geen rare keuze. Geen eigenaar gezien, maar wel vlot meer dan 100€ per nacht betaald. Alles werd online geregeld en dit ging vlot.

Tjornuvik, ons dorpje.

Verplaatsingen op de eilanden:

Je kan alles met het openbaar vervoer doen (of alles te voet, maar dat is voor echte avonturiers), maar het beste vervoer is toch wel de wagen. Zeggen dat wagens schaars zijn, is overdreven, maar de prijs doet het wel vermoeden. We betalen ons blauw voor de vele kilometers die we afleggen bij de auto die we huren bij Budget (via rentalcars.com), vooral omdat er een limiet van 100 kilometer per dag opgelegd wordt (en we daar vlot 450 kilometer overgaan).

Heel veel toeristen komen met hun eigen mobilhome. Niet altijd even evident op de soms heel smalle wegen, maar dus ook wel een optie.

Naadloos naar het volgende puntje: hoe veilig met de auto rijden in de Faeröer? (filmpje, link klikken!) Over het algemeen zijn de regels hetzelfde, maar je moet rekening houden met mist (lichten van de auto moeten altijd branden!), schapen, lange tunnels en tegenliggers (ook in tunnels). Van zodra je op zoek gaat naar de kleine dorpjes, veranderen de wegen allemaal in éénvaksbanen. Op deze smalle baantjes hebben stijgers altijd voorrang (tenzij het een bus of vrachtwagen is). Elke paar honderd meter zijn er plekken waar je de auto even opzij kan zetten om tegenliggers te laten passeren (deze dienen niet om zelf te parkeren!). Hetzelfde geldt voor tunnels. Iets schrikwekkender, maar alles verloopt steeds gecontroleerd.

Onze bolide.

Kledingvoorschriften:

Op voorhand hadden we ons voldoende ingelezen over een aantal zaken. Zo ook over de kleding die we dienden mee te nemen. Tijdens ons verblijf was de temperatuur steeds tussen de 10°c en de 15°c, niet bijster warm dus (maar normaal voor de Faeröer). We voorzagen ons dus van een aantal extra laagjes, maar we gingen niet zover als sommige andere toeristen (sommigen leken alsof ze naar de Noordpool gingen). Dit bleek voldoende. Houd wel rekening met mist en miezer die alles nat maken in geen tijd. Zolang je goed voorzien bent, is er geen probleem.

Voorschriften gevolgd.

Eten & Drinken :

In de meeste dorpjes die enige grootte hebben, heb je wel een lokale supermarkt. Vele daarvan zijn ook open op zondag. Het grote winkelcentrum waarover je veel leest als je een beetje Googelt (SMS), is dit niet en is eigenlijk ook niet echt de moeite om te bezoeken.

Restaurants zijn een grotere uitdaging. Wij hebben veeleer zelf gekookt om onze maagjes te vullen. In de grotere steden heb je wel een aantal deftige restaurants, in de kleinere is het vaak goed zoeken, of is er wel een lokaal “wafelkraam”. Tjornuvik had een kleine snackbar en het wafelkraam stond voor ons huisje (openingsuren al naargelang het weer en de goesting).

Wat is ons nog opgevallen?

Naast het occasionele wafelkraam hier en daar waren er een aantal zaken die steeds terugkwamen:

  • Het werd daar letterlijk nooit donker (je hebt ‘donker’ en ‘donker, donker’ uiteraard, en ja, de tijd van het jaar had er veel mee te maken.
  • Hoe klein een dorpje ook was, van zodra er meer dan 22 mensen woonde, leek het verplicht te zijn om een voetbalveld te hebben, steeds in uitstekende staat (velen ook met kunstgras).
  • Elk huis, waar er ook kinderen wonen, heeft een trampoline. Elk. Huis. We hebben er maar eentje zien wegwaaien.

Conclusie: 

Het leven is duur in de Faeröer, op zowat alle fronten! De wondermooie natuur krijg je er gratis bij. Een weekje is net lang genoeg om de meest belangrijke punten te bezoeken en het is een aanrader voor iedereen!

Nog meer vragen? Stel ze gerust!

Boottocht: Mist, schapen en rotsen
Seal Woman
Inwoner van de Faeröer
Klein dorpje.

Hiking in de Faeröer!

Begin juli trokken we voor een weekje naar de Faeröer. Gras, schapen, mist en wandelen zouden de codewoorden worden. En ja, ook een huisje met gras op het dak.

Wandelen dus – over de rest later meer ! Laten we eens overlopen waar we ons doorgeploeterd hebben. Zes wandelingen en 3 die het (net) niet gehaald hebben (Links klikken voor nerdy statistieken!)

  1. Saksun (4,77 km – 1u 11 min)
Laat het gras maar groeien.

Nadat we het kleine dorpje verkenden, trokken we via een asfaltweg en grindpad richting de zee. Het was onze eerste echte wandeling op de Faeröer en gemakkelijk beginnen leek ons niet verkeerd. Het water leek heel rustig te zijn en vrij laag te staan. De bedding van de rivier was zeer breed. Een local stond te vissen met z’n zoon, geen idee of ze succesvol waren. Wij beschouwen onze eerste wandeling wel zeker als geslaagd!

Saksun
Saksun
  1. Mykinesholmur (5,83 km – 2u 8 min)

Vermoedelijk de bekendste wandeling op de Faeröer. Bekend vooral om z’n vele “puffins”, vogeltjes die hun nesten maken op de wanden van het eiland. Daarnaast – zoals op zovele eilanden, staat hier uiteraard ook een vuurtoren.

Je geraakt op twee manieren op het eiland: per helikopter, of per boot. Wij kozen voor de boot die slechts enkele keren per dag vaart en waar je dus best op voorhand dient te boeken (120 kronen voor een heen/terug-ticket). In de drukke periodes varen er extra boten, en betaal je ook net iets meer helaas (300 kronen – ongeveer 40 Euro – voor een heen/terug).

Er zijn een aantal wandelingen op het eiland, maar zowat iedereen kiest voor de wandeling naar de vuurtoren. Hiervoor dien je op voorhand online nog een ticket kopen (enkel tijdens de zomerperiode).

De wandeling gaat meteen steil naar boven. Gelukkig zit het daar boven vol met de beloofde puffins. Het verdere uitzicht is maar matig (mistig), De grote telelenzen worden bovengehaald en zorgen voor files.

Gelukkig staat er plots (ongeveer halverwege, net voor het punt waar je weer helemaal naar beneden moet klungelen) een ticketcontrole. Iedereen die tijdens de zomerperiode aan deze wandeling moet beginnen, moet online een ticket kopen (100 kronen). Sneu voor de mensen die dit vergeten waren, al hebben we wel niemand zien tegenhouden.

De weg naar beneden is een beproeving. Het weer van de afgelopen dagen (altijd?) had het pad zeer glad en glibberig gemaakt en het ging dan nog eens zeer steil naar beneden. Er geldt een verbod om te blijven stilstaan om foto’s te nemen. Begrijpelijk. Mensen vallen omver als ze hun focus verkeerd leggen (letterlijk).

Dan loop je weer helemaal tot beneden, is je volgende opdracht toch wel niet om weer helemaal tot boven te lopen (het laatste stuk naar de vuurtoren). Gelukkig is dit gewoon gras met enkele (vele) goedgeplaatste schapenmijnen.

Het zicht aan de vuurtoren is onbestaande. Na de obligatoire selfie (de vuurtoren is nog net zichtbaar) trekken we terug naar ons beginpunt. Het is verbazend hoe snel dit gaat (inclusief één keer spectaculair uitschuiven). We hebben dan ook nog een zee van tijd over en drinken nog iets in het enige cafeetje dat het dorp rijk is.

De zee is zeer wild bij onze terugvaart. Er komt zelfs een beetje zeeziekte bij kijken!

  1. Trollanes (Kalsoy) (3,68 km – 2u 34 minuten)

“Er is een wandeling naar een vuurtoren, maar daarvoor moeten we wel om 4u opstaan”. Ik was een beetje weigerachtig. We zijn al zoveel vroeg opgestaan voor die ‘perfecte zonsopgang’. Dit had echter niets met een zonsopgang te maken (om 4 uur ben je al drie eeuwen te laat), maar met een beperkte beschikbaarheid.

Voor deze wandeling op het eiland Kalsoy dienen we een boot te nemen en de plaatsen op deze boot zijn nogal schaars (tijdstabel boot). De verslagen die we vonden op het internet zeiden vrijwel allemaal dat haast en spoed hier kon helpen. Er pasten slechts 17 auto’s op de boot. Geen extra boten hier. We mikten om de boot van 6.40 om desnoods pas de boot van 8.00 te halen. Alle verhalen van mensen die de boot misten en zich dan urenlang moesten vervelen, die wilden we voor zijn!

Goed. Dat is dan een uur rijden, je bent dan 40 minuten te vroeg bij de boot, sta je daar … alleen. Helemaal alleen in rij nummer 2. Rij nummer 1 is voor locals en was ook nog helemaal leeg. Al die haast en spoed was dus misschien net dat tikkeltje overdreven? De boot vertrekt uiteindelijk met 4 auto’s (2 locals, 2 toeristen). Niet getreurd, plek genoeg voor ons op de parking (“ER IS MAAR PARKING VOOR 8 AUTO’s) en niet te veel volk in “DE VERSCHRIKKELIJK ANGSTAANJAGENDE TUNNELS”.

Goed. 1 auto op de parking: de onze. En die tunnels, dat was ook serieus overdreven. De Faeröer hebben dit allemaal zeer goed georganiseerd (De tunnels in Taiwan waren van een ander niveau). We beginnen helemaal alleen aan de wandeling. Het is mooi weer en de uitzichten zijn zelfs beneden al de moeite.

Via het ochtend-, middag- en avondmaal (voor de schapen dan toch) trekken we helemaal tot boven. Enkele stukken zijn nog lekker klad, maar we weten ons nog recht te houden. Af en toe kijken we eens achterom, maar we blijven nog steeds helemaal alleen. De berg is van ons!

Bovenaan, bij de vuurtoren hebben we het zicht dat we wilden: geen wolkje te bespeuren en zalig mooie vergezichten. Nog steeds geen andere wandelaars te bekennen.

Er is nog een optie om via twee smalle paadjes verder te gaan, maar die zien er wel echt heel smal, steil en glad uit. We houden het voor bekeken en vatten onze terugweg aan. Halverwege komen we dan eindelijk wat levende zielen tegen. Tegen het einde ben ik zo onder de indruk van het aantal toeristen dat ik me verstap, een mooie wenteling maak, tevergeefs grabbel naar iets dat er niet is en het fototoestel half in de modder plant. Gelukkig zijn er overal toiletten en kunnen we de schade beperken. Het fototoestel overleeft het.

Op Kalsoy kan je in het dorpje Mikladalur ook nog een wandeling maken naar het standbeeld van Kopakonan (Seal Woman), maar die is vooral heel steil naar beneden en niet erg lang. Het beeld is het bezoekje waard.

Varia: voor de rest is er eigenlijk niet echt wat te doen op het eiland. We komen een dikke twee uur te vroeg aan bij het kleine haventje. Eens de boot er is zien we wel wat ze bedoelen met de kunst van het ’17 auto’s op een auto krijgen’. Links, rechts, vooraan en achteraan slechts een aantal centimeter op overschot. Uitstappen zit er niet meer in.

Topwandeling, aanrader!

  1. Oyndarfjordur – Elduvik (9,86 km – 3u 56 min)

Een wandeling tussen twee dorpjes met onuitspreekbare namen (die tweede valt nog wel mee, dat geef ik toe). De zichtbaarheid is beperkt, het gras is nat en de schapen hebben goed hun werk gedaan. Wij naar boven!

Na een stevig klimmetje met een aantal poortjes die de schapen bij hun correcte eigenaar moeten houden, komen we bij een tamelijk plat stuk. Daar geraken we dus snel voorbij. Daarna begint het meer spannende stuk. We lopen langs de bergwand op een smal stukje waar het gras volledig kapotgelopen is. Er lijkt geen einde aan te komen, temeer omdat de zichtbaarheid nog steeds minimaal is. Een keertje te ver stappen en je houdt er een groene en/of bruine broek aan over.

We waren het al even vergeten, maar we hadden Elduvik al eerder kort bezocht. Een klein dorpje, waar niemand thuis lijkt te zijn en we voor de tweede keer quasi alleen rondlopen. Ook hier is een toilet naast het informatiebord (superhandig hier).

Na ons middagmaal (broodjes), trekken we nog even naar het water, de plek waar de boten (of eerder bootjes?) arriveren, een serieuze bergaf, helaas gevolgd door een serieuze bergop.

De terugweg is altijd sneller dan de heenweg en dat is deze keer niet anders. Net voor ons lopen twee Amerikaanse vrouwen. Ze houden er een stevige tred op na, maar sportief als we zijn, kunnen we hen toch bijhouden. Wanneer ze even stoppen, worden we aangesproken met de simpele vraag: “Waar gaat deze wandeling naartoe?”. Blijkbaar waren ze aan de wandeling begonnen zonder echt goed te weten waar ze naartoe liep. Daarenboven waren ze niet gekleed op slecht weer en hadden ze niets van drank of eten mee voor de wandeling die al snel 8 kilometer was heen en terug en meer dan 500 hoogtemeters kende. Ze vielen dus een beetje uit de lucht toen we hen droogweg konden vertellen dat we al aan onze terugweg bezig waren. Na een bedankje voor de info, liepen we weer verder en hebben we hen eigenlijk nooit meer teruggezien … We hebben ons nog dagen afgevraagd of ze het nu gehaald hebben of niet?

Bijna 10 kilometer later staan we terug aan onze auto, moe maar voldaan. We krijgen nog even gezelschap van een loslopende hond en rijden dan door naar onze volgende wandeling.

  1. Kollfjardardalur – Leynar (6,55 km – 2u 4 minuten)

Twee wandelingen op één dag, waarom ook niet (het was nog klaar buiten, echt de moeite niet om al naar huis te gaan). Het miezerde en we wisten niet goed waar te beginnen, maar uiteindelijk moeten we onze GPS geloven. De wandeling begint aan Kollafjorour bij de plaatselijke dienst voor landbouw (Straat: Frammi i Dal). Het was absoluut niet duidelijk waar de wandeling begon, maar gelukkig waren er enkele landgenoten die ons op het kaartje wezen dat op de deur van één van de gebouwen hing. Echt veel duidelijker was het nog niet, gezien onze omweg (zie link), maar de wandeling was vrij heftig. Een driehonderdtal hoogtemeters op ongeveer 3 kilometer. Nergens echt een pad te bekennen, we moesten ons focussen op hopen stenen om de weg te vinden. Onze schoenen werden al aardig nat, het zicht was nihil, maar we gaven niet op.

Opnieuw viel op dat de Faeröer het zo niet hadden met het correct weergeven van afstanden. Op papier was deze wandeling veel korter. Alles is steeds een beetje onderschat.

Op het tweede stuk van de wandeling was de weg duidelijker aangegeven en minder steil. We begonnen echter te twijfelen of we het einde wel zouden halen. Die schoenen werden nu wel heel nat. Toch besloten we nog even door te zetten. We kwamen aan bij een klein meertje met in de achtergrond een heuveltje met de mooie naam: Satan. We hadden het moeten weten.

We zijn nog een klein half uurtje doorgestapt, maar Leynar kwam maar niet dichterbij. Uiteindelijk kwamen we tot bij een riviertje waar het water zo hoog stond dat het quasi onmogelijk was om er heelhuids en semi-droog over te geraken. Toch maar terugkeren dan.

Aan een sneltreintempo lopen we de berg af. Onderweg spelen we onze rugzakhoes (tegen de regen) kwijt zonder het op te merken. Letterlijk één keer dienst gedaan. Spijtig!

Terug aan de auto zijn we doorweekt, gelukkig is het lekker warm in ons huisje en doet de airco wonderen om onze schoenen terug droog te krijgen. Speciale wandeling, maar wel de moeite.

  1. Klaksvik – Klakkur (10,75 km – 4u 4 minuten)

Een laatste volle dag op de eilandengroep en tijd voor een laatste wandeling. We trekken opnieuw naar Klasvik en parkeren ons bij de plaatselijke supermarkt (wat de wandeling wel wat langer maakt).

Deze wandeling zal ons naar de top van de Klakkur brengen, vanwaar we een mooi 360° zicht zouden moeten hebben. Je kiest zelf hoe lang je de wandeling maakt.

  1. Parkeren aan de FK supermarkt: Dit deden wij, reken ongeveer een extra kilometer.
  2. Parkeren aan de Kerk: het startpunt ‘volgens de boekjes’
  3. Parkeren helemaal bovenaan aan het einde van het grindpad: voor mensen met beperkte conditie, met een hoop kinderen, of mensen die het gezien willen hebben zonder al te veel moeite (al gaat het nog wel aardig omhoog). Wandeling is heen en terug nog een drietal kilometer.

De langste versie (nummer 1) brengt je al zigzaggend naar boven. We wandelen door de straten van Klaksvik waar duidelijk blijkt dat hier wel wat geld vertegenwoordig zit. Er worden mooie huizen gebouwd. Nog opvallend (en dat geldt voor heel de Faeröer): Overal zijn voetbalvelden en trampolines.

Waar het eerste deel gewoon gezapig omhoog gaat, gaat in deel twee het percentage omhoog. De asfaltweg gaat over in een grindweg. We krijgen er wel een mooi zicht op Klaksvik voor terug.

Je komt terecht op parking (Optie nummer 3 start hier), waarna de grindweg stopt en overgaat in een modderpaadje, plassen en hier en daar een trapconstructie opgevuld met kiezelsteentjes. Er lijkt geen einde te komen aan de weg naar boven en met dat stijgingspercentage (de laatste 500 meter stijgen we er nog 110), komt de vermoeidheid snel opzetten. We blijven steeds waakzaam: geen zin om enkele tientallen meter door het gras te rollen (ook al zijn hier slechts een zeer beperkt aantal schapen).

Het zicht is prachtig, en 360° zoals beloofd inclusief een mooi zicht op Klasksvik en het eiland Kalsoy. Een ideale plek om ons middagmaal te verorberen. Halverwege dat middagmaal slaat het weer om en verschijnen er grote wolken. Het zicht verdwijnt volledig en het begint te druppelen. De mensen die nu pas naar boven komen zijn er aan voor de moeite of zullen wat geduld moeten uitoefenen.

We wagen ons aan de weg terug (gelukkig niet al rollend) en staan vrij snel terug op de grindweg. Eens we terug in Klaksvik zijn, nemen we een aantal shortcuts (leve de gps op de gsm) en snijden we enkele honderden meters van de wandeling af.

We belonen onszelf met een donut. De verkoper is blij dat hij z’n Engels nog eens kan testen. Wij zijn blij dat we volledig van ons wisselgeld af zijn.

Hebben het niet gehaald …

Saksun – Tjornuvik

De wandeling tussen deze twee dorpjes, samen vermoedelijk nog geen twintig inwoners groot, stond  in de officiële gids van de Faeröer, maar daar stond ook dat het niet 100% veilig was zonder gids. Gezien de lengte, lieten we deze links liggen (ook al logeerden we in Tjornuvik)

Midvagur- Bosdalafossur

Als je deze wandeling Googelt, dan krijgt je zeer diverse resultaten. Prachtige foto’s en verheerlijkende reviews. Vanaf April 2019 veranderen die reviews echter allemaal in haatboodschappen en wel om deze reden: de eigenaar van het stukje land waarop deze wandeling zich bevindt, vraagt sinds dan de volle 200 Kronen per persoon (26 Euro!) om de wandeling van 45 minuten te mogen maken. Sorry, maar bedankt.

Villingardalsfjall

Heel lang getwijfeld over deze wandeling, gezien deze bij velen op nummer één staat. Daarna vooral naar onszelf gekeken: het was de laatste dag, we waren beide al redelijk moegewandeld van de voorbije week en net bij deze stonden de woorden “Diffucult” en “Slippery”. Wijselijk voor een andere wandeling gekozen (Deze: Klaksvik – Klakkur).

Meer weten over deze wandelingen? Laat een berichtje achter!

Een jaar geleden zaten we in Australië

Ondertussen zijn we reeds 7 maanden terug in België. Dat betekent dat we langer terug zijn dan dat we onderweg waren. En laat ons eerlijk zijn, het begint weer te kriebelen.

Mensen zeggen altijd dat eens je een huis gekocht hebt (ja, dingen kunnen snel gaan – dit was absoluut het plan niet) je het wel kan vergeten om nog snel op vakantie te gaan. Al die kosten, de banken die meteen achter hun geld zitten en die verdomde boiler die het al na twee maanden liet afweten. Niet dat we dit allemaal niet konden voorzien, maar toch, het pikt een beetje.

Het heeft enkele maanden geduurd vooraleer we weer volledig onze draai vonden. Terug aan het werk gaan verliep vrij vlot, maar vooral ik kreeg toch nog zeer lange tijd semi-koude rillingen van de woorden ‘rijst’ en ‘noedels’.

Het leven kabbelde voort. Het grootste deel van onze tijd werd toch opgeslorpt door werken en de inrichting van ons huis (#2800love enzo).

Nu echter, voelen we voor het eerst sinds meer dan een jaar wat ‘koud hebben’ betekent. Daarnaast kregen we van Wegwijzer VZW ook weer de vraag of we ook dit jaar een reisverslag zouden schrijven. Het korte antwoord daarop is: “Ja”, het lange: “ja, maar dat gaat toch nog even duren, want zes maanden in kaart brengen is toch wel wat lang en vooral veel werk”. Een verslag komt er zeker.

We zijn er nog niet honderd procent uit hoe dat verslag er zal uitzien, maar dat het lijvig zal zijn en dat het vol met foto’s zal staan, dat is wel duidelijk. Het zal een groot werk worden, met als begin het selecteren van de foto’s uit de collectie van 28.870 foto’s. Het verwerken van alle voorgaande bestaande blogposts maakt het dan allemaal weer wat gemakkelijker.

Daarna gaan we op zoek naar een nieuwe vakantiebestemming. Geen zes maanden deze keer (tenzij we plots met de Lotto gaan spelen en nog gaan winnen ook), een avontuurlijke 2 tot 3 weken moeten volstaan. Het zal nooit hetzelfde zijn, maar we hebben er dus wel zin in. Enig probleem: waar moeten we in hemelsnaam heen?

In ons hoofd zitten de volgende vereisten:

  • Niet te koud, zeg maar liever: warm
  • Een snuifje cultuur
  • Een snuifje natuur
  • Een hele zak duiken, want dat was toch wel de beste ‘nieuwe’ ervaring van onze trip.
  • En dit alles op een budgetvriendelijke manier (maar alles hierboven weegt zwaarder door)

Alle ideeën zijn welkom, want wij hebben er zin in! Laat maar weten we heen moeten!

IMG_20180325_211935_939

7 onvergetelijke ervaringen in Sardinië

Begin juni doorkruiste ik samen met 4 vrienden het Italiaanse eiland. Een hoogmis van prachtige landschappen, lekkere gelati en vriendschap. Hieronder mijn persoonlijke zeven hoogtepunten.

La Maddalena

We mochten ook allemaal 5 minuutjes varen naar de ‘vuurtoren op het eiland’ waar de kapitein gretig heen wijst. FC De Kampioenen gewijs bleken er twee vuurtorens te zijn.

1. Zeiltocht in La Maddalena Archipelago

Toegegeven, op het moment zelf niet meteen mijn moment suprême. Na een uitgebreide risicoanalyse besloot ik mijn doodsangsten op het dek uit te zweten. Vastbesloten dat mijn overlevingskansen daar hoger zouden zijn dan in de kajuit. Terwijl de boot vervaarlijk horizontaal boven het water zweefde, nam ik afscheid van mijn vrienden en stuurde ik een sms aan Het Lief. Ik nam mentaal afscheid van al mijn aardse bezittingen: die fotocamera zou een val in het water beslist niet overleven en met mijn smartphone had ik met het smsje naar Het Lief net mijn laatste wapenfeit gepleegd. Laat één ding duidelijk zijn: I have no chill. Intussen schaterden mijn collega-passagiers en beleefden zij de tijd van hun leven. Die tijd beleefde ik ook zodra ik van de zeilboot in het zalige Mediterraanse water sprong.

Maddalena

Gouden Tip: In het water kan niemand zien hoeveel doodsangsten je al uitgezweet hebt die dag.

2. Tocht door Gola di Gorropu

De marketing van de Gola di Gorropu zit alleszins goed in elkaar: de kloof wordt aangeprezen als de Grand Canyon van Europa. Die titel moet het dan wel delen met een resem andere Europese kloven, zoals de Gorges du Verdon of de Tara River Canyon. Slechts één manier om te weten hoe deze kloof zich verhoudt met zijn Amerikaanse broer: op onderzoek uit gaan.

Waar ik in de echte Grand Canyon nog op topniveau was en Het Lief gezwind achter mij liet tijdens afdaling én beklimming had de Europese Grand Canyon een ander effect op mij. Tijdens het beklimmen van de vele rotsblokken stak mijn hoogtevrees onverwacht snel de kop op en begon ik ongewild een Griekse tragikomedie uit te beelden. Dramalama on the loose. Ik zou kunnen zeggen dat ik ‘gewoon de stalen zenuwen van mijn vrienden’ wou testen, maar in realiteit was het allemaal helemaal niet stoer. Wel stoer: de half-man, half-berggeit die op zijn moccasins door de kloof dartelde. Op het moment zelf haalde deze halfmens/halfgod het tikkeltje zelfvertrouwen dat nog overbleef compleet naar beneden.

Gola di Gorropu

Een geboren berggeit? Dan is de Gola di Gorropu jouw natuurlijke habitat. Een gewone menselijke sterveling? Dan doe je best stevige wandelschoenen aan met voldoende grip. De stenen kunnen spekglad zijn.

Ondanks het drama dat zich afspeelde in de kloof bleef de natuurpracht overeind. En hoewel de Gola di Gorropu mij eerder aan Zion National Park deed denken dan aan de Grand Canyon blijft het een grootse canyon.

3. De mooiste straatkatten van Europa

Als je door de vorige twee verhalen denkt dat ik de grootste angsthaas van België ben… dan heb je waarschijnlijk gelijk. Maar één ding doe ik onbesuisd: het zoeken naar (straat)katten. Smalle, louche, slecht belichte steegjes? Geen probleem als er een kat huist! Een verticale klim van 1000m? Geen probleem als er op het einde een kat zit*.

* In theorie; gelieve mij hier niet in realiteit aan te houden.

Eén conclusie: Sardinië heeft prachtige straatkatten. Een absolute meerwaarde in het straatbeeld. Geen fan van katten? Kijk dan zeker niet hieronder.

Kat

Een doodgewone straatkat in Sardinië. 10/10 voor fluffynessfotogeniekheid en die groene ogen. +1 voor sassyness: kijken mocht, aanraken absoluut niet.

4. Roadtrippin’

Wat maakt Sardinië zo mooi? De ruwe kustlijn, de stranden, de kliffen… het landschap. Hoewel de afstanden in Sardinië niet te onderschatten zijn (op vele wegen mag je maximaal 50 km/u rijden) word je beloond met prachtige vergezichten. De auto regelmatig aan de kant zetten en zoeken naar een uitzichtpunt loont dus.

Kust

Af en toe moet je het meekelen met Adele stoppen. Als je dan stopt bij een prachtig uitzichtpunt hebben niet alleen de oren van je medepassagiers de nodige rust, maar krijgen hun ogen er ook nog wat voor.

5. De charmante Italiaanse straatjes

Of we nu op een regenachtige dag stopten in Castelsardo of op een zonnige dag in Bosa: de straatjes streden telkens om de titel ‘het meest pittoresk’. Nog een pluspunt: de straten werden niet overspoeld door een horde toeristen. Je kon dus 100% genieten van hun charme. Zowel in Castelsardo als in Bosa waren de huizen bovendien in prachtige kleuren geschilderd.

Bosa

Typisch straatje in Bosa. En nee: ik heb geen mensen moeten weg ‘shoppen.

6. Food, drinks en gelati

Een gebied waar ik wel op mijn sterkst ben: food, drinks en ijsjes. Véél ijsjes. Mijn favoriet? Nocciola. Mocht ‘t Galetje in Leuven dit lezen: als jullie Nocciola maken, bel mij en ik koop al jullie voorraad in. IJs met hazelnootsmaak is Gods geschenk op aarde en als het dan nog écht Italiaans ijs is dan heb je dubbel geluk. Drie weken later heb ik nog steeds afkickverschijnselen. Los van het ijs heb ik ook enorm genoten van de lekkere pasta’s, visfilets en mocktails. En heb ik ontdekt dat pizza niet typisch Sardiens is. Wat me er niet van weerhouden heeft om er toch meer dan genoeg van te eten.

Drankje

Als ik een ijsje vast heb, moet ik dat onmiddellijk oplikken. Gelukkig is er wel beeldmateriaal van deze lekkere mocktail. Al had dat ook niet veel gescheeld.

7. Friends en fun

Oké, een beetje cheesy, maar het reisgezelschap maakt een groot deel uit van de reis. En hier had ik geluk om herenigd te zijn met oud-klasgenoten. Gelukkig ging het niet heel de reis over SEO, affiliate marketing of data marketing. Er werd lustig meegezongen in de auto, verhalen uitgewisseld over een stuk pizza of rustig op me ingepraat op momenten dat ik het nodig had (cfr. Gola di Gorropu). En hiervoor kan ik alleen maar zeggen: bedankt!

Friends

Friends + sun = fun.

Praktisch

  • Vliegen kan makkelijk met Brussels Airlines vanaf Zaventem naar Sardinië. Wij vlogen op Olbia en maakten zo een lus doorheen heel Sardinië. We deden dit op acht dagen.
  • Voor de zeiltocht naar La Maddalena boekten we in Palau een kleine zeilboot (8 passagiers; 2 bemanningsleden). De zeilboot doet dezelfde eilandjes aan als de grotere toeristische boten, maar dan in omgekeerde volgorde. Zo mijden ze overbevolking op de kleine eilandjes. Wij vaarden met Il Botta Dritta V. Tip: zorg voor cash geld als je in Palau een boot wilt boeken.
  • De Gola di Gorropu kan je via twee aanvangsroutes beginnen. Een makkelijke (vrij platte) route van 6 km of een zwaardere route (met +/- 700m hoogteverschil) van 4 km. Eens aangekomen in de kloof betaal je 5 euro om de kloof zelf te verkennen. Daar kan je makkelijk de groene (makkelijke) en gele (iets moeilijkere) route volgen. De rode rode is voor experts, incluis gear. Zorg voor voldoende water. Bij de Gola di Gorropu zelf kan je je waterfles vullen met drinkbaar water.
  • De wegen in Sardinië zijn goed onderhouden. Hoewel de afstanden meestal niet lang zijn, moet je voldoende tijd rekenen om van punt A naar punt B te rijden. Op vele wegen geldt een maximumsnelheid van 50 of 80 km/u. We kozen ook steeds voor de scenic routes. Hou er rekening mee dat de wegen in Sardinië zeer bochtig kunnen zijn. Last van wagenziekte? Neem dan zeker medicatie mee (of koop deze ter plaatse).

72 Uur in Bilbao

Stilzitten is moeilijk tijdens een verlengd weekend. Het stond dan ook al een tijdje vast dat we het Paasweekend zouden doorbrengen in Bilbao. Een stad in Spaans Baskenland. Geen tijd om in slaap te vallen op het vliegtuig (flagrante leugen!), op dik anderhalf uur sta je al in Bilbao. Met de bus en de metro geraakten we al snel tot bij ons hotel (Sercotel Hotel Gran Bilbao) dat even buiten het echte centrum lag. De stad heeft een goed metrosysteem, maar alles is zeer bewandelbaar. Op een dik half uurtje kan je de stad grotendeels doorwandelen. We kopen een enkeltje om tot bij het het hotel te geraken, maar doen voor de rest alles te voet.

Vampire Weekend

Het hoeft echter niet altijd wandelen te zijn. Via het internet boekten we, dankzij een tip van Annekes collega, een ‘Underground’ fietstocht bij Tourné. Zij verzorgen gegidste fietstochten langs plekken waar je anders vermoedelijk niet zou passeren. De Underground tour deed daar nog een schepje bovenop en ging ook echt langs plaatsen waar toeristen eigenlijk nooit passeren. Een dikke 16 kilometer op 3 uur, overgoten met een laagje cultuur/uitleg door onze gids Laura. Een aanrader.

IMG_6060_2

IMG_6108_2

Bij Pasen horen Paasprocessies. Indrukwekkend is een understatement. Het Paasgebeuren leeft echt wel in Bilbao. Gemaskerde (Punthoedjes en volledig in kostuum) mannen en vrouwen, jong en oud, velen ook nog blootsvoets, marcheerden door de straten, onder begeleiding van luid tromgeroffel en trompetgeschal. Het leken steeds weer eindeloze stoeten.

IMG_5590_2

Vele reviews beweren dat het Guggenheim museum mooier is langs buiten dan langs binnen, maar ook de binnenkant is zeker de moeite. Zowel vaste als tijdelijke collecties wisten ons te bekoren (al stonden er ook wel een aantal zeer bedenkelijke ‘kunstwerken’ – een geverfde kartonnen doos, kan je wat ons betreft moeilijk een topper noemen). Exit through the gift shop, maar wij laten ons niet vangen. De Bar is ook best wel goed.

Guggenheim

Portugalete is een stadsdeel aan de kust (toch even de metro nemen), vooral bekend om de Vizcaya Bridge (Unesco). Deze brug werkt met een soort gondel (zowel voor fietsers, voetgangers en wagens) en pendelt de hele tijd heen en weer. Voor 40 cent neemt de gondel ons mee naar de overkant.

UNESCO

Eten! Pinxtos: waarom een volledig gerecht eten als je dit ook kan opdelen in een aantal kleine tapas-achtige snacks? Te verkrijgen aan de bar van zowat elk café, en er lijkt geen einde te komen aan de combinaties van vlees, vis, kaas en groenten. En dat alles voor een zeer schappelijke prijs. Needless to say: we hebben ons niet ingehouden. Aanraders hier zijn Plaza Nueva (groot marktplein met talloze bars) en La Ribera Market (een overdekte markt).

Gemist: Dagtrips San Sebastian en Guernica.

Conclusie: 3 dagen is misschien net dat ietsje te kort om de stad en de omgeving volledig te verkennen, maar het tripje was zeker de moeite. De weegschaal kreunt (een beetje).

Top places to find street art in London

One of my favourite things to do (and see) in London is its street art. London has amazing street artists and a great artistic vibe. If you’re looking for a great experience and you want to go off the beaten track, make sure to include street art in your London schedule.

We took two great street art tours in London:

  • London Alternative Tour: We took the walking tour (in English) and had a great guide. The tour lasted about two hours and took us to all the highlights.
  • London Street Art Tour: We also opted for the English walking tour. This tour ended after about four hours (including a lunch break). The pace was a bit slower, we saw all the same highlights as in the London Alternative Tour and some other streets we hadn’t visited yet.

Both tours are a great option, depending on how much time you have to spare.

Not into tours? All tours booked up? Want to explore on your own?

Although we had so much fun during our tours, we saw the most amazing things when we went to explore to city on our own. Are you planning a visit to London? Visit Shoreditch / Hackney Wick to make the most of your visit. Make sure these streets are on your list:

  • Brick Lane
  • Redchurch Street
  • Hackney Road
  • Fashion Street
  • Rivington Street

Want to get to know some of the most famous street artists you can spot in London? Here are some of my favs:

  • ROA: Belgium’s first, graffiti artist from Ghent. Can be spotted in Hanbury Street, Chance street,…
  • Mobstr: Always funny or thoughtful. Can be spotted in Hanbury Street, Tabernacle street,…
  • Ben Wilson: Genius who turns chewing gum into little pieces of art. Can be spotted on Millenium Bridge and throughout London.
  • C215: France’s answer to Bansky. Can be spotted in Brick Lane, Blackall Street,…
  • CityZen Kane: 3D pieces which can be spotted in Brick Lane, Redchurch Street,…
  • Eine: His iconic font can be found in Middlesex Street, Old Street,…
  • Jimmy C: Make sure to spot his iconic pieces in Whitby Street.
  • Obey: Nowadays known as a clothing designer but also a great street artist. Can be spotted in Batemans Row.
  • Borondo: True art. Can be found alongside Regent’s Canal.
  • Phlegm: So pretty. Can be found in Rivington Street.
  • Pure Evil: Can be found throughout London and has his own gallery in Leonard Street.
  • Space Invaders: 80s back, in Brick Lane, City Road,…
  • Stik: KISS, Whitecross Street, Redchurch Street,…
  • and lots more

If you want to spot a Banksy, you can track his work on Google Maps. It tells you in which condition his street art is. Some of his work is preserved behind plexi glass, such as two pieces in a beer garden in Rivington Street. Always a save shot.

Interested in free (street) art galleries?

London: 10x off the beaten track

London is my absolute favourite European city. I like to visit at least twice a year, just to see what changed. I like to go by train (Eurostar) since I only live across the English channel. Arriving in St. Pancras: it gives me goosebumps every time.

I still have a lot of exploring to do, but I’ll sum up some of my favourite off the beaten track things to do/see. No Big Ben, Madame Tussauds or London Eye in this list.

  1. Alternative Walks London: I cannot stress this one enough. I talk about it with everyone I meet, regardless of their interest. A colleague recommended this tour in 2014 and we did the walking tour straight away. It took us to a less known neighbourhood and gave us the chance to get to know a ‘new’ side of London. We saw really amazing street art, the guide was friendly and entertaining and we discovered new restaurants and shops. We went back to the neighbourhood (near Spitalfields Market) in 2015 and were surprised by how much the neighbourhood (and street art) had already changed. The neighbourhood is definitely being upmarketed so if you’re planning on visiting: be quick. Sooner or later the neighbourhood will be a hipster hangout and the real underground vibe will probably shift to another neighbourhood.
  2. The Book of Mormon:  Okay… Visiting a musical in London isn’t really going off the beaten track, but this isn’t a musical like The Lion King or Mamma Mia. It’s created by the South Park team so you know you’ll be in for a great night. Great show, great actors and voices. Side note: If you do not like South Park humour, you should probably not visit.
  3. Greenwich: Most tourists don’t take the time to visit Greenwich, but you can easily go there by public transport. It’s a great escape from the busy London vibe. If it’s sunny you should jump on the train and go picnic on one of the lawns of Greenwich Park (near the world-famous Observatory).
  4. The O2 Arena: Also in Greenwich, but feel I must make this a new item. This concert hall isn’t only a concert hall but a whole artificial city. It used to house the amazing British Music Experience (which was unfortunately closed in April 2014). Even without the BME the O2 Arena is an experience in itself and chances are there’s a great show on while you’re in London. Not for the fainthearted though, the tribunes are steeeeep.
  5. Anthropologie: I must admit I am a sucker for this chain of clothing stores. Their shop on Regent Street has a beautiful hanging garden. You can dump your more conventional travel friends at Hamleys which is not far away. If you like a less crowded shopping experience there’s always the shop on Kings Road (and other shops I haven’t visited yet).
  6. The Comedy Store: If musicals aren’t your thing you can always catch a nice comedy show in London. We were recommended the Comedy Store and it truly was a great experience. In high season shows can be sold out, but there are lots of other comedy joints.
  7. Just walk: my best London experience was the time we just walked for hours. We didn’t enter any museums, churches or shops… we just walked. We went past all the well-known monuments and enjoyed them from a distance. No long queues, no noisy people and no rip-offs. Do wear appropriate footwear, since you ca easily walk for hours straight in this lovely city. We went past the London Eye, Buckingham Palace, Trafalgar Square, Parliament, Piccadilly Circus,… They’re all walking distance so no need for The Underground, just enjoy the view. You can also easily walk along the Thames!
  8. Highgate Cemetery: We visited the East and West Cemetery. You can only visit the West Cemetery by tour (worth it!). We had a really funny tour guide (in an appropriate way, since you’re still visiting a graveyard) and learnt a lot about the history of the cemetery and London in general. Better than Pere Lachaise (Paris) and Kerepesi Cemetery (Budapest).
  9. Huntarian Museum: Weird yet beautiful. A museum full of animals and human body parts, mostly preserved in jars. If you’re not a medical professional it does require some time to get used to seeing some of the abnormalities but in its core the museum just shows how beautiful nature can be.
  10. Kew Gardens: Not necessarily off the beaten track, but often left aside due to time restrictions. If you have time the gardens are worth the visit. If you don’t have time you should make time.

I’ll be visiting London again in July. We’ll probably (hopefully) visit the Sir John Soane’s Museum, but I’d love to hear about some other hidden gems if you know some!