Opdracht #19: Leer een lokaal gerecht klaarmaken

Toegegeven, toen ik deze opdracht voor het eerst las, kon ik alleen meer ‘uuurgh‘ denken. Als er één iets is dat ik nooit uit mezelf zou doen op vakantie dan is het wel koken. Oké, dat is een flagrante leugen: als er één iets is dat ik nooit uit mezelf zou doen op vakantie dan is het wel bungeejumpen, parachutespringen, bergbeklimmen of deelnemen aan een deathride. Maar alles met hoogtes buiten beschouwing gelaten: koken.

Daar zijn een aantal redenen voor:
  • Ik kook absoluut niet graag.
  • Ik ben een extreem moeilijke eter. Wortelen op een broodje? Oké. Wortelen in spaghettisaus? Niet oké. Tomaten op een broodje? Niet oké. Tomaten in een salade? Oké. Eten dat elkaar raakt op een bord? Niet oké. Fruitsap met pulp? Niet oké. Soep die niet volledig gemixt is? Niet oké, tenzij het vegetarische Tom Ka Kai soep is. Bon, u begrijpt het: moeilijk.
  • Ik ben extreem onhandig. Elke handeling met een mes is levensbedreigend voor mezelf en mijn omgeving. Daarom kan ik alleen ellendig traag snijden.
  • Ik eet bij voorkeur alleen vegetarisch of vis. Niet altijd even interessant voor vleeseters in de groep
Kortom: ik zag deze opdracht helemaal niet zitten. En al helemaal niet, omdat ik de Indonesische keuken maar zo-zo vond. Doodgeslagen met Mie Goreng (gefrituurde noedels) en Nasi Goreng (gefrituurde rijst). En dan de absurde hoeveelheid kipgerechten.
Bij deze opdracht had ik dan ook een groot ‘omdat het moet’ gevoel. ‘Omdat het moest’ schreven we ons bij ViaVia in voor een kookles. Omdat we de eersten waren, mochten wij de menu kiezen. Jonas – die al elf jaar mijn moeilijke eetgewoontes vanbuiten probeert te leren – duwde het kookboek onder mijn neus. De keuze viel op:
  • Terong Balado – iets dat onze kok later zou vertalen als een Indonesische variant op ratatouille.
  • Kare Udang – curry met garnalen
De kookles zelf begon met een ochtendlijk bezoek aan een zondagse markt. Intussen hadden we ook een extra leerling: een soloreiziger uit Duitsland die het bezoek aan de markt professioneel van commentaar voorzag. ‘Sometimes it is better that you don’t know‘, zei hij van de vele standjes waar het FAVV een hartaanval van zou krijgen. Dat we al een maand in Indonesië zaten en nog nooit problemen hebben gehad met het eten, zorgde voor de nodige geruststelling.
IMG_20171217_142359_651

Fruitstalletje net buiten de markt.

IMG_20171217_141129_191

Groentenstalletje in de markt.

IMG_20171217_141254_022

Visstalletje.

‘Why don’t they make it fresh‘, vroeg onze Duitse vriend bij het wafelkraam waar een Indonesiër aan sneltempo hopen wafels aan het bakken was – vooralsnog zonder klanten. Die vraag bleek zo buitenwerelds dat niemand een antwoord kon bieden. Ik stelde mij alleen vragen bij de vorm van zijn wafelijzer. Nevertheless, de wafels waren lekker.
IMG_20171217_141355_965

De Indonesische variant van wafels

IMG_20171217_141721_832

Visstalletje waar we onze garnalen gekocht hebben.

‘Why are the shallots so small, in Germany much larger‘. De Thaise sjalotten bleken groter, maar die moeten geïmporteerd worden. En waarom importeren als je ook twee kleinere sjalotten kan eten in plaats van één grote, vroeg de kok zich af. Ik vraag me af hoe zij zou denken over de afvalberg aan imperfecte groenten die in West-Europa weggegooid wordt.
IMG_20171217_141540_536

De kleine sjalotten die we en masse ingekocht hebben.

IMG_20171217_141218_079

En ook tempe (vegi)  wordt ingekocht.

Na het shoppen, was het tijd voor het koken. Ik bleek als enige fan van pikant eten. De twee heren wouden er niet van weten. Dus werd het een niet pikante lunch, met een apart potje zelfgemaakte sambal voor mezelf.
IMG_20171217_141039_597

Master Chef cooking

IMG_20171217_141005_931

Currypasta maken met verse kruiden

IMG_20171217_140911_436

Niet-pikante tomatensaus voor de mannen.

IMG_20171217_140826_898

Gefrituurde tempe in twee vormen: plain en gekarameliseerd

Tot mijn eigen grote verbazing:

  • Vond ik het best leuk om te koken. Al moet ik eerlijk toegeven dat onze kok het meeste gedaan heeft. Zij heeft bijvoorbeeld alle garnalen schoongemaakt. Thank God, want anders zouden we er uren over gedaan hebben.
  • Ging alles best vlot. Oké, drie Europeanen hebben er 15 minuten over gedaan om currypasta te maken terwijl zij later al giechelend toegaf daar ongeveer twee minuten mee bezig te zijn.
  • Heb ik niemand verwond – ook mezelf niet.
  • Heb ik maar één keer na het snijden van de chilipeper mijn oog aangeraakt. Doorsnee gebeurt dit minstens drie keer alvorens ik van mijn fouten leer.
  En het allerbeste: ik lustte het eten. Graag, zelfs. It’s a Christmas miracle.
IMG_20171217_140724_734

Een feestmaal: kroepoek, tempe, paarse rijst, terong balado, kare udang, sambal en fruitdessert

7 Dagen in Yogja

Een hele week in Yogyakarta. Zo stond het alleszins niet gepland. Nee, we zouden Yogya doen, naar Borobudur trekken en dan Java wat verder verkennen alvorens richting Jakarta te trekken voor onze vlucht.

Helaas dacht mijn lichaam daar anders over. Na een kleine week chillen op Gili Meno zag mijn lichaam het niet meer zo heel erg goed zitten. Vijf dagen niets doen is dan ook heel erg belastend voor uw gezondheid. Na urenlang sites opzoeken over malaria kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat dàt alleszins niet was wat ik had. Wat ik dan wel had leek eerder op een heel erg zware verkoudheid of sinusitis. Alleen mijn lichaam zal het zeker weten.

Dus zo kwam het dat we na vier dagen Yogya en twee dagen Borobudur opnieuw in Yogyakarta belanden. Zowel in Yogya als Borobudur zagen de dagen er ongeveer hetzelfde uit:

  • Veel te lang slapen
  • Ontbijten, zonder iets te proeven
  • Alle levenslust verliezen, want eten is écht wel supercruciaal in mijn leven
  • Nog meer rusten
  • Uitstapje doen
  • Dramalama uithangen na het uitstapje
  • Meer rusten
  • Hoop doen opleven en opnieuw eten: helaas steeds zonder te kunnen proeven
  • Nog meer dramalama uithangen

Jonas had dus zijn handen meer dan vol. Hij moest voortdurend naar cafés en restaurants waar hij wél heel de tijd superlekker at en dronk, terwijl ik vol ongeloof naar mijn smakeloos bord zat te staren. Eén keer per dag raapte ik al mijn moed bij elkaar en gingen we op daguitstap. Excuseer, ik bedoel natuurlijk: één keer per dag nam ik een pijnstiller en zodra die ingewerkt was, gingen we op daguitstap. En zo slaagden we er in zeven dagen Yogya toch in om enkele highlights te verzilveren.

1 Odong-odong

IMG_20171215_194933_326

Odong-odong, go-karts voor gevorderden.

Mijn persoonlijke favoriet. Omdat de fut om zelf dingen op te zoeken en organiseren volledig verdwenen was, tekenden we in Yogya voor een hoop activiteiten met ViaVia. Eén van deze activiteiten was een avondwandeling: Alun-Alun Walk. Een lokale gids nam ons door de straten van de culturele stad, richting stadscentrum. We liepen voorbij kleine eetkraampjes, leerden over bewakingsposten en kleine marktjes.

IMG_20171215_194646_836

Lokale snack: kokosnoot en bruine suiker gestoomd.

IMG_20171215_194719_959

Eindresultaat.

Nadat de zon verdwenen was, kwamen we op een rondpunt waar we overdag al enkele keren gepasseerd waren. Plots stond het er vol go-karts met felle lichten, populaire tekenfilmfiguurtjes en oorverdovende muziek. Onze gids lachtte zoals alleen Indonesiërs dat kunnen: of we dat ook niet wilden doen.

IMG_20171215_194821_238

Enkele brommertjes rijden voorbije de geparkeerde odong-odongs.

IMG_20171215_194857_297

Our subject of choice.

IMG_20171211_190805_416

Jonas is er al helemaal klaar voor.

We kozen ons de allergrootste go-kart uit: eentje die ze getransformeerd hadden tot Volkswagen-busje. Met Ed Sheeran op de achtergrond waagden we ons op het rondpunt. Dat je geen meter voor ogen kon zien en het rondpunt ook door échte weggebruikers werd gebruikt, kon de pret duidelijk niet bederven. Als enige westerlingen zaten we in de odong-odong en konden we niet stoppen met onszelf uitlachen: die go-karts gingen geen meter vooruit. En dan deden de passerende Indonesiërs hetgeen dat ze het best kunnen: met je meelachen.

2 Prambanan en geheime tempels

IMG_20171215_182243_413

Een daguitstap vanuit Yogya: met gids trokken we eerst naar drie geheime tempels alvorens de hoofdvogel af te schieten in Prambanan.

Ondanks de razend interessante verhalen van onze gids werd de aandacht voortdurend afgeleid. Met het nieuwe jaar in zicht hebben heel wat scholieren nu schoolreizen gepland. In grote groepen strijken de tieners neer op de religieuze sites waar ze meer aandacht hebben voor westerlingen dan de eigenlijke tempels.

IMG_20171215_195007_388

Selfies, heel erg populair.

Hier kregen we dus onze eerste kennismaking met giechelende meisjes, wijzende jongens, openvallende monden en ingestudeerde zinnetjes. ‘Misterrrrrr, can we take selfie?‘. Na een bevestigend antwoord werden we onthaald met nog meer gegiechel en ook de Oh My Gods vlogen in het rond.

IMG_20171215_193424_383

Jonas probeert mij uit de foto te blokkeren zodat hij alleen met een bende vrouwen op de foto kan.

De jongens pakten het allemaal wat anders aan. Deze voelden zich vaak wat té coolio om onmiddellijk een foto te vragen. Nee, dan was daar bijvoorbeeld ineens de leerkracht die ons een foto kwam vragen. Hoogtepunt bij de verborgen tempels: een mannelijke scholier die in zijn luidspreker de hele school optrommelde om met ons op de foto te gaan.

IMG_20171215_193342_690

Deze jongens hadden toch wat hulp nodig van hun leerkracht om hun moed bij elkaar te rapen.

Je zou bijna vergeten dat de tempels de eigenlijke attractie zijn.

IMG_20171215_182103_223

Prambanan tempelcomplex.

IMG_20171215_182720_405

Verborgen tempel.

IMG_20171215_182916_209

Ambush.

IMG_20171215_193300_074

Verborgen tempel.

IMG_20171215_193203_933

Selfie @ Prambanan. 

IMG_20171215_195046_694

Nog veel restauratiewerk aan de winkel.

IMG_20171215_195326_054

Prambanan.

IMG_20171215_195525_939

Detail Prambanan.

IMG_20171215_195633_105

Hard aan het proberen om niet ziek te lijken.

3 Het Waterkasteel

IMG_20171215_194517_992

Stilleven met duif en waterkasteel.

Twee dagen hebben we gezocht om de ingang van deze ruïnes te vinden. Het is te zeggen: twee dagen hebben we gezocht om de ticket booth te vinden. Zodra we hem gevonden hadden, hadden we het hele waterkasteel al zowat bezichtigd. Tip: ‘Exit’ betekent blijkbaar niet altijd ‘uitgang’, maar wel ‘richting tickets’.

Het Water Castle werd voor een groot deel vernietigd door aardbevingen en plunderingen. Voor de vernieling was het een royaal badcomplex waar de Sultan – Yogya heeft een aparte status in Java en wordt geleid door een Sultan – het nogal bond maakte met zijn minnaressen.

IMG_20171215_194125_589

Detail bij één van de overgebleven zwembaden.

IMG_20171215_194151_743

Het grootste deel van het bouwcomplex is verdwenen, enkel deze baden bleven overeind.

IMG_20171215_194220_972

Stairway to untreated water.

Hoogtepunt: bij het Waterkasteel was ik mijn opperste best aan het doen om artistieke weerspiegelingfoto’s te maken. Dat lukte bijster slecht: het was er zodanig warm dat mijn wenkbrauwen geen partij waren voor de stromen zweet die in mijn ogen liepen.

IMG_20171215_194349_511

Poging 345 tot artistieke foto.

Bovendien waren er voortdurend lokale toeristen die voor het beeld liepen. Zoals die ene man die nu al heel de tijd met een gigantische, lege doos rondliep in het complex. De man ging voor de ingang staan, met de lege doos in zijn handen en glimlachte richting camera. Waarom zou je in godsnaam met een doos gefotografeerd willen worden? Wel hierom:

IMG_20171215_194419_752

Who wore it better?

4 Kraton & traditionele dans uit Java

IMG_20171215_193608_472

Traditionele dans bij het Kraton

Anderhalf uur geven verschillende dansers het beste van zichzelf. We zagen vier types dans, begeleid door een gamelan orkest.

IMG_20171215_193525_616

Elfje.

IMG_20171215_193652_535

Filmpje maken.

IMG_20171215_193731_245

Ik was al lang omver gevallen.

IMG_20171215_193811_182

Subtiele voetbewegingen.

IMG_20171215_193933_286

Gamelan orkest.

Hoogtepunt: de Mexican, euh Indonesian, stand-off tussen de twee mannelijke dansers.

IMG_20171215_193852_392

De uiteindelijke winnaar.

IMG_20171215_194009_314

Indonesian stand-off met gamelan orkest

IMG_20171215_194054_762

Afscheid.

5 River Walk

IMG_20171217_165457_219

Vervuiling, iemand?

Omdat we zo tevreden waren van onze eerste avondwandeling met ViaVia boekten we uiteindelijk ook een tweede wandeling. Deze keer: een wandeling langs één van de meest bevolkte wijken van Yogya, ver weg van de toeristen. En wat een beleving! Op amper 3 uur tijd:

  • Namen we deel aan een verjaardagsfeest van een nietsvermoedend jongetje en werden er overladen met cadeaus (in de vorm van eten)
  • Speelde Jonas een partijtje badminton tegen de lokale sportleerkracht
  • Zagen we hoe lokale mensen hun wijk proberen te verbeteren door muurtekeningen aan te brengen (duurtijd: minstens 5 dagen, een huzarenstukje met echte verf, geen graffiti).
  • Leerden we dat veel plaatselijke inwoners geen toilet/douche in huis hebben. De overheid heeft dus veel geld geïnvesteerd in openbare toiletten om zo de mensen weg te houden van de rivier.
  • Zagen we vooral mensen die het minst hebben het meest geven.
IMG_20171217_165354_727

Al vijf dagen was deze jongen bezig met het beschilderen van deze muur. Thema: aanklacht tegen de vervuilde rivier.

IMG_20171217_165524_011

Avondmaal: streetfood.

IMG_20171217_165624_381

Zonsondergang in één van de dichtst bevolkte wijken in Yogya.

IMG_20171217_165656_624

Chinese tempel. Chinezen mogen geen land bezitten in Yogya en mochten ook lang niet hun eigen godsdienst uitoefenen. Dit laatste mag nu wel. 

IMG_20171217_165250_993

Klein jongetje, grote mond.

IMG_20171217_165323_678

Spoiler alert: Jonas ging zwaar af. 

 

 

My birthday abroad – Fairytale versus reality

Versie 1: De sprookjesversie

13 december 2017, lang had ik er naar uit gekeken. Mijn eerste – en mogelijks enige – exotische verjaardag. ‘s Ochtends startte de dag met een speciaal verjaardagsontbijt: macarons en een cake. Exact zoals een verjaardag hoort te starten: met desserts.

20171213_091146.jpg

Birthday breakfast!

De dag had één doel: Borobudur. We kozen voor de avontuurlijke route: het zéér lokale transport. Met een becak vertrokken we naar een busstation dat nauwelijks voor die naam door kon. Het enige Indonesisch dat we machtig zijn, hielp ons verder: Borobudur. Na een klein uur wachten was het dan zo ver. De oude man bij de bushalte werd bijna gek en duwde ons met zijn laatste krachten op de piepkleine bus.

Op de piepkleine bus waren we de enige toeristen. ‘Borobudur’, blijven we herhalen aan de ‘conducteur’. Die was weinig spraakzaam en bevestigde alleen maar. Bij aankomst in Jombor, een groot busstation in Yogyakarta, reden we niet in de laan met ‘Borobudur’ boven. Die gekke Indonesiërs toch, met hun lak aan regels. Na ongeveer een halfuur begint het hevig te regenen en start een local in zijn beste Engels een gesprek met ons. Het echte leven onderweg.

We horen de local helemaal uit en absorberen al zijn kennis. Af en toe valt er een onwennige stilte, maar algemeen blijft het gesprek goed lopen. Tot de ‘conducteur’ op een lege stellingplaats stopt en ons plots van de bus haalt en op een totaal andere bus duwt. Nog steeds geen toeristen te zien. De regen blijft stromen. We rijden naar een bestemming waarvan we hopen dat het Borobudur is.

Na een reis van meer dan drie uur komen we aan in Borobudur. Daar trekken we richting homestay. Een enorm joviale jongeman begroet ons. Hij geeft ons boeken en foto-albums. De twintiger heeft een vrouw en een zoon. Als kind woonde hij vlakbij de Borobudur tempel en hij er alleen zoete herinneringen aan. Hij volgde lokale en buitenlandse toeristen. Dat we ook ‘nee’ mogen zeggen als locals vragen om met ons op de foto te gaan, drukt hij ons op het hart. Dat Indonesiërs dat echt wel begrijpen. Oh, en dan nog een truth bom: deze twintiger blijkt bijna veertig jaar oud te zijn.

Na een lichte lunch trekken we nog even kort richting homestay. Daar bespreken we plannen voor Borobudur: we gaan op 14 december de zonsopkomst bewonderen. Maar omdat het mijn verjaardag is, is er een grote verrassing: ook vandaag trekken we al naar de tempel.

Op de tempel geniet ik van de aandacht die mij ten berde valt. Ik ga op tientallen selfies/foto’s met de lokale bevolking en word onthaald als een westerse heldin. Zodra sluitingstijd nadert, dunt het volk uit en genieten we van deze magische locatie.

Ik had me geen betere verjaardag kunnen inbeelden.

IMG_20171215_195909_402

Mediteren bij Borobudur

IMG_20171215_200014_755

Tempel – detail

IMG_20171213_182439_592

Populair op mijn verjaardag!

IMG_20171215_181700_968

Nog geen dertig en al een dikke vette ader op mijn voorhoofd, maar verder zeer elegant.

IMG_20171215_181938_922

Poseren voor een erg hautaine fotograaf. She’s doing it right.

IMG_20171215_181745_668

Uitzicht over de velden.

IMG_20171215_181833_380

Een verjaardagswonder.

Versie 2: De realiteit

13 december 2017, lang had ik er naar uit gekeken. Mijn eerste – en mogelijks enige – exotische verjaardag. ‘s Ochtends startte de dag met een speciaal verjaarsdagsontbij: macarons en een cake. Exact zoals een verjaardag hoort te starten: met Jonas die vergeten was dat ik jarig was en ik die hem onmiddellijk een immens schuldgevoel kon aanpraten. Dat deze macarons en cake het laatste voedsel zouden zijn dat ik in 48 uur zou kunnen proeven, wist ik nog niet.

20171213_091148.jpg

Kaarsen uitblazen als een baas.

De dag had één doel: Borobudur. Jonas koos voor de avontuurlijke route: het zéér lokale transport. Hij had mijn vijfenzeventig smeekbedes voor iets luxueuzer transport niet bewust verwerkt. Met een becak vertrokken we naar een busstation dat nauwelijks voor dize naam door kon. Het enige Indonesisch dat we machtig zijn, hielp ons verder: Borobudur. Na een klein uur vertwijfeld staren was het dan zo ver: we bleken écht aan een bushalte afgezet. De oude man bij de bushalte werd bijna gek en duwde ons met zijn laatste krachten op de piepkleine bus. Nergens was er ook meer een indicatie dat de bus naar Borobudur zou rijden.

Op de piepkleine bus waren we de enige toeristen. ‘Borobudur’, blijven we herhalen aan de ‘conducteur’. Die was weinig spraakzaam en bevestigde alleen maar. Bij aankomst in Jombor, een groot busstation in Yogyakarta, waarschuw ik Jonas. Onze bus negeerde de laan voor bussen richting Borobudur en stationeert zich op een perron voor een totaal andere eindbestemming. ‘Die gekke Indonesiërs toch, met hun lak aan regels‘, zegt Jonas. Na ongeveer een halfuurt begint het hevig te regenen en start een local in zijn beste Engels een gesprek met ons: ‘This is not the bus to Borobudur‘. Het echte leven onderweg.

We horen de local helemaal uit: deze bus blijkt naar een stad te rijden ten oosten van Borobudur. We moeten zo snel mogelijk van de bus af, maar dit mag niet eender waar. Hij suggereert een aantal overstapplaatsen. We proberen hem te overtuigen om met de ‘conducteur’ te spreken en het probleem uit te leggen. Hier wordt weinig gehoor aan gegeven. Tot de ‘conducteur’ op een lege stellingplaats stopt. We zien een perron met ‘Borobudur’ boven en horen de local uit. Geen goed idee, zegt-ie. Op deze plaats stoppen eigenlijk geen bussen meer die naar Borobudur gaan. De ‘conducteur’ haalt ons van de bus en duwt ons op een totaal andere bus. Nog steeds geen toeristen te zien. De regen blijft stromen. We rijden naar een bestemming waarvan we hopen dat het Borobudur is.

Na een reis van meer dan drie uur komen we tot onze eigen grote verbazing aan in Borobudur. Daar trekken we richting homestay. Een enorm joviale jongeman begroet ons. Hij geeft ons boeken en foto-albums. De twintiger heeft een vrouw en een zoon. Als kind woonde hij vlakbij de Borobudur tempel en hij er alleen zoete herinneringen aan. Hij volgde lokale en buitenlandse toeristen. Dat we ook ‘nee’ mogen zeggen als locals vragen om met ons op de foto te gaan, drukt hij ons op het hart. Dat Indonesiërs dat echt wel begrijpen. Oh, en dan nog een truth bom: deze twintiger blijkt bijna veertig jaar oud te zijn. De ironie van het leven: op mijn negenentwintigste verjaardag lijkt onze gastheer meer twintiger dan ikzelf. Ik lijk vooral op.

Na een lichte lunch – waarvan ik niets proef – trekken we nog even kort richting homestay. Daar bespreken we plannen voor Borobudur: we gaan op 14 december de zonsopkomst bewonderen. Misschien ben ik toch echt te ziek om nog iets te doen vandaag. Mijn lichaam is een klokvaste tempel: op 13 december ben ik altijd ziek. Exotische oorden of niet. De pijnstiller die ik bij het ontbijt nam verliest zijn werking. De urenlange busrit heeft meer slecht dan goed gedaan. En dan wordt mij mijn levensdoel afgenomen: eten. Door een complete verstopping van mijn neus smaak ik niets meer. Oké, ik kan plots lepels sambal naar binnen werken zonder te verpinken en ik kan eveneens zonder drama te verkopen etenswaren eten die ik niet lust. Echt veel plezier beleef ik er niet aan. Omdat ik echter niet wil slapen/rusten op mijn verjaardag zaag ik Jonas de oren van het hoofd en overtuig ik hem om mij naar Borobudur te nemen. Omdat het mijn verjaardag is.

Op de tempel geniet ik van de aandacht die voornamelijk Jonas ten berde valt. Ik ga in op honderden verzoeken tot selfies/foto’s met de lokale bevolking. Jonas wordt onthaald als een westerse held met zijn reuzengestalte. Een sneeuwbaleffect blijkt snel gecreëerd. Urenlang staan we selfies te nemen op Borobudur. Op een bepaald moment is het zo erg dat ik geen tijd krijg om mijn neus te snuiten. Tot overmaat van ramp is een neus snuiten erg not done in het openbaar in Indonesië. Ik probeer zo lang als mogelijk in te houden, maar in een groep van honderden scholieren doe ik het dan toch. Mijn neus snuiten. Het stopt hen echter niet om selfies te nemen. Zodra sluitingstijd nadert, dunt het volk uit en proberen we te genieten van deze magische locatie. Na vijf minuten worden we – net als de lokale toeristen – buitengekeerd omdat we geen duur sunset-ticket gekocht hebben.

Met bonkende hoofdpijn, een neus die het wereldrecord ‘verstopt zijn’ wilt breken en spierpijn doen we een exit through the giftshop. Deze blijkt een kilometer lang te zijn. En toch eerlijk? Ik had me geen betere verjaardag kunnen inbeelden.

IMG_20171215_182022_049

Wachten op een rustig moment om een foto te trekken.

IMG_20171215_195742_050

Rustig betekent in Azië iets anders dan in Europa.

IMG_20171215_195830_825

Groep nummer #654

IMG_20171215_200049_299

Poseren met Europeanen is een must-do.

IMG_20171215_200127_739

Pose in the right direction.

IMG_20171215_195706_545

Meer schoolgroepen, meer!

IMG_20171215_200208_295

Loading, net zoals hun gsms.

IMG_20171215_200247_763

Het normale plebs – incluis wij – wordt buitengekeerd.

Oh, en het ‘genieten van de magische locatie’ deden we dan maar uitgesteld – op 14 december lokale tijd. Maar nog steeds 13 december Belgische tijd. Loophole!

IMG_20171214_065522_272

Technisch gezien was het nog 13 december op het westelijk halfrond. It counts!

 

En toen strafte Gili Meno ons omdat we vertrokken uit het paradijs.

Gili Meno was fantastisch. We zaten vijf dagen op een semi-uitgestorven eiland zonder het lawaai van de duizenden scooters en geur van benzine. Correct, er reed een elektrische Hello Kitty scooter, maar dat tellen we even niet mee. We gingen opnieuw duiken, 6 keer. 6 keer lieten we ons weer verbazen wat voor een pracht er zich onder water bevindt.

Maar dan moesten we terug.

Theorie: Simpel. Je neemt de Public Ferry (koopje, slechts een kleine Euro per persoon!) en je staat in no time weer in Bangsal op Lombok.

Praktijk: Boten varen enkel als ze vol zitten (ongeveer 35 mensen). De eerste zou om 8 uur ‘s morgens vertrekken, dus die zouden we gewoon laten passeren. We belden onze taxi-chauffeur (we hadden het hem beloofd), die al meegaf dat hij al in Bangsal zat te wachten (Merçi beaucoup Belgium!). De volgende boot zou ergens rond het middaguur vertrekken. Aangekomen bij het ticket office op Gili Meno (11:10) konden we nog geen tickets kopen, de boot zou vertrekken rond 12:00 en dan konden we ons ticket kopen. Even nog snel iets eten dan maar. Na tergend traag gegeten te hebben (12.15), konden we dan eindelijk tickets kopen. We hadden ticket 1 en 2, dit kon nog even duren. Ondertussen (13.05) begonnen er al wel wat mensen toe te komen, vooral locals. De toeristen die we zagen passeren, namen allemaal de speedboat. Een beetje sneller, maar ook 6 keer zo duur.

En dan (13.20): Mayhem! Iemand riep dat de boot naar Gili Meno zou vertrekken. Mooi zo, dachten we.

Mooi niet dus. Van overal, van waar precies is mij nog altijd niet duidelijk, kwamen mensen toegestroomd. En onze boot, bleek de kleinste van de vier boten te zijn die al 2 uur klaarlag (nummer twee van links). Iedereen wilde tegelijk instappen, en wij lieten ons professioneel langs alle kanten voorsteken. Er zat minstens 50 man op de boot en we waren slecht geladen.

Goed, je hoort dan van die verhalen dat die public ferries zinken en dat er dan weer zoveel mensen verdrinken. Je denkt dan bij jezelf: wat kan ons dat nu overkomen, dat is toch allemaal overdreven? Neem dan eens de boot van Gili Meno naar Bangsal in de namiddag, totaal overladen, op een ruwe zee. Aanvankelijk is dat allemaal nog plezant, een boot die denkt dat ze de Marie-Louise is en vrolijk op en neer door het water gaat. Vervolgens moet je een manoeuvre maken omdat een passerende speedboat toch wel voorrang blijkt te hebben en worden de golven nog wat groter.

Het is op dat moment, wanneer de locals beginnen te gillen en de kapitein beginnen te verwensen (gokken we) dat hij een beetje voorzichtiger moet zijn, dat we denken: volgende keer de speedboat nemen. Water spat vrolijk op de mensen aan boord. De gillende locals gaan op zoek naar zwemvesten. Eén iemand vindt een zwemvest – altijd bemoedigend – en klampt er zich aan vast. Op dat moment begin je aan overlevingstechnieken te denken: Waar zit dat zakmes om dat zeil hier kapot te snijden? Langs waar kan ik het best ontsnappen? Ondertussen helt de boot steeds verder over bij elke volgende golf.

En dan plots, de haven. Er breekt nog net niet spontaan een applaus uit. Iedereen is in een mum van tijd de boot af. Wij laten wat begaan. Pattooo (ja, met Drie ‘O’s’) staat al op ons te wachten. Radja Nainggolan, Eden Hazard, Fellaini, Romelu Lukaku. Hij kende ze nog steeds allemaal. Nog nooit zo blij geweest op vaste grond onder onze voeten te hebben.

Volgende keer toch maar de speedboat?

Second date with Bali

Liefste Bali,

Ik was hard voor je toen ik je pas leerde kennen. Misschien was het cultuurshock. Misschien was het gewoon de ondraaglijke hitte die je uitstraalt. Of een mix van beide.

Ik ben graag eerlijk met je: ik ben naar een ander eiland geweest. Flores, was zijn naam. Bij mijn eerste blik op het eiland was ik stevig underwhelmed. Er werd overwogen om Indonesië voortijdig te verlaten. Toen werd ik verliefd. Op Komodo.

IMG_20171129_173051_767_1

Eén van de vele eilandjes vlakbij Labuan Bajo

Niet op de komodovaraan. Die varanen liggen in grote getale te chillen bij de keuken van de ‘rangers’. Die rangers blijken gidsen die niet graag gidsen. De varaan – die geen eten krijgt bij de keuken – blijkt een rustige diersoort die zichzelf graag kwelt. Of ze krijgen er toch eten. Kies zelf maar de meest geloofwaardige optie.

IMG_20171129_173217_011_1

Komodovaranen, vlakbij de keuken van de rangers.

Op zo’n dubieuze vorm van massatoerisme kan ik niet verliefd worden. Nee, het was aan het talrijke onderwaterleven dat ik mijn hart verloor.

Daarom, Bali, geef ik jou een tweede kans. Ik ben intussen gewend dat ik permanent nat ben van het zweet. Ik ben intussen gewend dat ik 56 keer gevraagd word om op een motorfiets te stappen. En we spreken één ding af: ik mijd jouw apen. Als toerist moet je je sowieso ethische vragen stellen bij o.a. het Ubud Sacred Monkey Forest. 

Bali, onze tweede date was beter dan de eerste. Het begon met een voorstelling van de Barong en Kris dans. Ditmaal op een minder toeristische plaats en met lokale (Indonesische) toeristen in het publiek. Vreemd soort van humor, Indonesisch, trouwens. De bric-a-brac kostuums van de bijrolspelers waren charmant; de prachtig uitgewerkte kostuums van de hoofdrolspelers onvergetelijk.

IMG_20171202_220237_104

De Barong

IMG_20171202_223007_395

Superveel zin in.

IMG_20171202_223043_652

Typische Balinese dans.

Vervolgens volgden er enkele onvergetelijke tempels. De Elephant Cave (Goa Gajah) heeft een kenmerkende Indiana Jones ingang. Het meest indrukwekkende vond ik echter de mix tussen hindoeistische en boeddhistische elementen. Een prachtig pad leidt naar een boeddhistisch schrijn.

IMG_20171202_223221_922

Goa Gajah

IMG_20171202_223321_761

Pad naar de boeddhistische tempel bij Goa Gajah

IMG_20171202_223346_675

Offers.

Gunung Kawi had mooie – lege – rijstterrassen en ook het tempelcomplex zelf werd niet overrompeld door toeristen. Verfrissend.

IMG_20171202_223625_300

Gunung Kawi.

IMG_20171202_223531_627

Van dichterbij.

IMG_20171202_223849_043

Rijstvelden vlakbij Gunung Kawi.

Even verfrissend: Pura Tirta Empul, de tempel van het heilige water. Op het moment dat wij er waren regende het stevig – wat veel toeristen misschien afschrikte. In het water zagen we hindoes het reinigingsritueel uitvoeren. Een prachtig zicht. Ik moet toegeven, Bali, ik begon je te appreciëren.

IMG_20171202_224148_228

Reinigingsritueel bij de Tempel van het Heilig Water.

IMG_20171202_224019_129

Het water is zodanig diep dat kindjes gedragen moeten worden.

IMG_20171202_224416_903

My kind of fish soup.

Toen maakten we een kapitale fout: de Tegallalang Rice Terraces. Bij aankomst werden we twee keer aangerekend (lees: één keer opgelicht). Vervolgens stonden we op het meest gefotografeerde rijstterras ter wereld (noot: niet wetenschappelijk bevestigd, louter aanvoelen). Er waren 43 Insta-fotoshoots bezig. De rijkste uitslover had z’n drone mee waardoor ik continu dacht dat ‘s werelds grootste wesp in de nabijheid was. Je moest je langs de Insta-shoots een weg naar beneden navigeren.

IMG_20171202_224755_596

Insta-shoot nummer 23.

Ik werd overmoedig. Om de perfecte foto te nemen zou ik drie meter van het pad afwijken. Ook minder toeristen in beeld dan. Minder toeristen, meer rijst én verse bananen in beeld. Missie genoteerd. Intussen ademden twee nieuwe toeristes in m”n nek. Drie stappen van het pad af, gebeurde het.

IMG_20171202_224723_402

Rijst.

Bali, I let my guard down and you took advantage of me. Na drie luttele stappen op het rijstterras voelde ik de zwaartekracht op mij inwerken. Mijn linkerbeen verloor eerst haar stabiliteit en ging met enige vorm van dramatiek de lucht in. De peperdure camera en lens die ik rond mijn nek had hangen moest gered worden van het spektakel dat zich aan het afspelen was. Met een vreemd soort spagaat probeerde mijn rechterbeen de situatie recht te trekken. Tot mijn grote horror zag ik het rechterbeen 30 centimeter diep in modder zakken tot enig teken van schoen/voet/onderbeen volledig verdwenen was. In ‘s werelds meest bevreemdende houding lag ik verzonken in de modder op het meest toeristische rijstterras ter wereld.

IMG_20171202_224615_129

‘s Werelds bekendste rijstveld. Ongeveer ter hoogte van het hutje in het midden van de foto oefende ik mijn manoeuvre uit.

De twee toeristes die achter me liepen, maakten supersnel rechtsomkeer en deden alsof ze niets gezien hadden. Toch een beetje waardigheid dat me gegund was. Ik krabbelde recht, verzekerde Jonas dat het fototoestel in orde was – ik ken zijn prioriteiten. Vervolgens ging ik – intussen lokaal bekend als het moddermonster – op zoek naar een stroompje om mij af te spoelen. Zo verbleef ik een halfuur op ‘s werelds beruchtste rijstterras. Tien minuten Insta-shoots omzeilen, 1 minuut fotograferen, 19 minuten mezelf presentabel maken.

Sindsdien leef ik in voortdurende angst. Angst dat die mottige drone mijn niet zo gracieuze val geregistreerd heeft en dat ik binnenkort op een lokale luchthaven herkend zal worden als YouTube fenomeen.

Dus Bali, yet again I think we should see other islands.

IMG_20171202_224904_871
Beeltenis van mijn gelaatsuitdrukking toen ik in de modder lag.

Rondtrekken in Indonesië

Transport in Indonesië is altijd een avontuur:

  • Hoe vaak gaan we op vijf minuten gevraagd worden of we transport nodig hebben?
  • Hoeveel gaan ze ditmaal aanrekenen?
  • Zitten we in een bonafide taxi of worden we opgelicht met onze ogen open?
  • Hoe kan je je evenwicht bewaren op een motorfiets met bamboestokken van 7 meter op je schouder?
  • Is die motard eigenlijk al twaalf of begin ik zodanig oud te worden dat iedereen er zo jong begint uit te zien?
  • Met hoeveel mensen kan je op een motorfiets?
  • Met hoeveel motorfietsen kan je op één baanvak?
  • Hoe gaat die boot er in godsnaam uitzien?
  • Is dat eigenlijk wel een boot?
  • Hoeveel boten gaan we moeten overklimmen om tot onze boot te geraken? (*)
  • Hoeveel gaan we moeten betalen om een voet op deze haven te mogen zetten?

(*) Het maximum dat we al gedaan hebben ligt voorlopig op vijf.

IMG_20171202_225350_944

Word ik oud of zijn dit écht nog kinderen?

Omwille van permanente veiligheidsproblemen met boten – zeker tijdens het regenseizoen waar we momenteel volop in zitten – gaat onze voorkeur voor lange afstanden naar het vliegtuig. Ironisch genoeg kost dit niet meer dan een (betrouwbare) boot.

IMG_20171129_174913_988_2

Zicht op de haven van Labuan Bajo; met goede, doorsnee en minder goede boten.

Voor geen geld word je van het ene eiland naar het andere gevlogen én kan je genieten van prachtige vergezichten. Je kan ook genieten van de chaos die het Indonesische luchtverkeer is: eindeloze vertragingen, twee vliegtuigen die tegelijk boarden aan dezelfde gate, geannuleerde vluchten, gates die zonder aan te kondigen wijzigen. Het went en geeft je tijd om… welja, blogposts te typen bijvoorbeeld.

IMG_20171129_175216_789_1

Indonesië telt meer dan 1000 eilanden. Altijd de moeite om over te vliegen.

IMG_20171202_225430_044

Oké, soms hangt er een motor in de weg.

Wat minder went: het gebedskaartje. In zes verschillende religies kan je je god oproepen om Haar/Hem te smeken het vliegtuig veilig te laten landen. Gewoon, voor moest je nog niet genoeg vliegangst hebben uit jezelf. Eén van de zes goden lijkt alleszins de juiste te zijn, want vliegverkeer blijft hier – net zoals wereldwijd – één van de veiligste transportmiddelen.

IMG_20171203_132356_713

Graag volgende zondag bidden voor ons.

IMG_20171129_175129_972_1

De blik van mensen met vliegangst nadat ze het gebedskaartje lezen.

44 Dagen met Gerry, de review

Zeven weken in Australïë, hoe anders kan je dat verkennen, dan met de camper? Ik herinner me nog goed hoe we wekenlang verschillende verhuurbedrijven met elkaar vergeleken en er maar niet uit geraakten: gingen we nu voor goedkoper, of toch voor comfortabeler (in de mate van het mogelijke uiteraard, ik ben nog steeds bijna 2 meter lang). De opties zijn enorm, het aantal bedrijven eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor Mighty Campers (de naam alleen al), boeken deden we via het reisagentschap dat mensen connecteert, ze hebben daar goede verkopers in het kantoor van Leuven. Deze Mighty was een Toyota-busje met frigo, keukentje, een klein bed voor 2 en een tablet met GPS en WiFi functie. We kozen dus niet voor een tent (naast of op de wagen – alles is mogelijk), een ‘Spaceship’ (een omgebouwde monovolume) of hipster/hippiebus met schunnige opschriften (sommige opschriften waren achteraf zelfs afgeplakt op de wagen omdat ze blijkbaar voor te veel commotie zorgden).

Aandachtige mensen merken nu vast op dat we al 700 foto’s van onze camper gepost hebben en dat daar altijd maar weer Britz op stond en niet Mighy. Mighty is het kleine broertje van Britz (dat op zich ook weer het kleine broertje van Maui is). Britz had dus net zijn wagenpark gedegradeerd, maar nog niet gerebrand. Onvoorzien voordeel voor ons: een langer bed (2 meter), meer opbergruimte en een automatische versnellingsbak. Na een korte rondleiding in en rond de wagen kon ons avontuur beginnen. Klaar voor ‘slechts’ 8.000 kilometer plezier en vertier. (Nvdr: het werden er 10.952)

Dus, 43 nachten later, wat onthouden we van ons avontuur? (even voor alle duidelijkheid, onze kampeerervaring beperkt zich tot de festivalzomer en die ene dubieuze kamping in Salzburg, nu ongeveer een jaar of 8 geleden).

  • Avond: lekker gezellig! Stoeltje buiten, camperlichtje aan, beetje lezen. Samen met ongeveer 3 miljoen vliegen. Krijg die maar eens buiten op het moment wanneer je effectief wil gaan slapen. Dit was vooral gelinkt aan de bosachtige omgeving en de verschrikkelijk hoge temperatuur die de camper dan ook nog eens in een zweethut veranderde.
  • Kamperen bij 35°c is niet gezellig. Op die momenten wensten we toch dat we voor een Maui met airco gegaan waren. Dat kon ons budget echter niet aan (nog eens x2) en kom, wij zijn toch avonturiers zeker! Gelukkig daalden de temperaturen naarmate we naar het zuiden reden. Tot op het punt waar je je afvraagt of je wel echt in Australië bent (een week lang 15-17°c).
  • WikiCamps Australië: de App met daarop alle kampeerplaatsen van klein tot groot inclusief reviews en prijzen. De App zelf kost een paar euro, heeft daarna zijn nut zeker bewezen. Enkel zorgen dat je af en toe ergens WiFi hebt zodat je deze comments/reviews kan inladen en je bent vertrokken. Aanrader.
  • De ongelooflijke vrijheid: Ok, in stadskernen moet je niet komen met zo’n gevaarte, daar val je een beetje op en kan je zelden gemakkelijk parkeren. Voor de rest bepaal je uiteraard zelf waar je stopt. Wij reden hier rond in het laagseizoen en er was altijd wel ergens een plaatsje voor onze Gerry (ja, wij geven alles namen).
  • De behulpzaamheid van de Britz-mensen. We stopten in elke grote stad voor een ‘linnen-change’. Alle handdoeken, lakens, kussens, donsdeken, … werd vervangen. Bij onze eerste stop in Alice Springs werden we ook voorzien van een gordijn aan de linkerkant van de wagen, dat ontbrak simpelweg. Bizar.
  • Misschien hadden we wel een week of 2 extra moeten rekenen. Darwin – Melbourne – Sydney – Cairns op zeven weken, de Australiërs verklaren ons gek, mission accomplished! Het is natuurlijk wel een straf verhaal om te vertellen in de campingkeuken tegen de andere toeristen. “Wij hebben al wel 1.000 kilometer gereden!” (2 Nederlandse vrouwen). “Wij komen uit Darwin” (daar ongeveer 4.500 kilometer vandaan). “…” (De om het verste rijden met een camper competitie hebben we altijd gewonnen).
  • Punt van onderschatting: De prijs om onze Gerry op de baan te houden + overnachting. Je hebt dan wel je eigen slaapplaats mee, maar dat wil niet zeggen dat je zomaar overal mag kamperen. Reken nog eens tussen de 25 en de 50 Australische Dollar extra per nacht (1 AUD = ongeveer 0,66 Euro). Je kan ook opteren voor de gratis kampeerplaatsen, maar daar zijn quasi nooit douches en soms zelfs geen toiletten. Het is een keuze die je maakt uiteraard. Daarnaast lustte onze Gerry ook wel aardig wat litertjes Unleaded Fuel. Met zijn 11 à 12 liter per 100 kilometer dronk hij toch iets meer dan voorzien. Prijzen variëren enorm. Wij tankten aan prijzen tussen 1,18 AUD (Darwin) en 2,20 AUD (Kings Canyon, waar er helaas weinig keuze is en dit uitgebuit wordt. Daar zijn de campings ook het duurst).
  • Het kamperen zelf was best wel leuk. Over het algemeen werden de campings goed onderhouden en bevolkt door veeleer Australische toeristen. Deze waren gemakkelijk te onderscheiden van de Europese, aangezien hun camper meestal 3 keer zo groot was. Overal campingbarbecue-toestellen, microgolfovens en bij momenten zelfs eens een echte oven. Napraten kon je in de game room, met Arcade game consoles die de jaren 80 nog meegemaakt hadden. Op warme locaties was het altijd leuk een zwembad naast de camper te hebben.

Zouden we het opnieuw doen zoals we het nu gedaan hebben? Waarschijnlijk wel.

We konden natuurlijk ook gewoon een wagen gehuurd hebben en steeds op zoek gegaan zijn  naar goedkope hostels/motels/hotels. Veel van de campings hadden ook cabins. Een auto verbruikt minder en kost qua huur veel minder dan een camper, maar je verliest wel de charme van het kamperen mee natuurlijk.

Dus ja, we hadden het vermoedelijk wel goedkoper kunnen doen, maar we zouden Gerry oneer aandoen moesten we zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben.

We miss you already Gerry!

Komaan Britz, waar zijn die flappen?

20171120_094238