Topper in Jordanië: Petra!

De Dode Zee en Wadi Rum zijn hot topics in Jordanië, maar Petra is dan toch wel het toppunt van toerisme. Vage herinneringen van een dikke twintig jaar geleden wisten me nog te vertellen dat het er warm was en vergeven van de toeristen. Het Duitse koppel dat we tegenkwamen in Wadi Rum had ons wat tips meegegeven (en bevestigden dat het er nog altijd vergeven was van het volk).

Alles was een beetje moderner, dat viel meteen op. Aan de kassa kochten we een pas voor twee dagen, zo konden we ons bezoek een beetje spreiden. Wat kost dat en wat krijg je er voor in de plaats?

  • 55 JOD (Ongeveer 70€ voor een pas voor twee dagen, per persoon).
  • Eén entry per dag, niet duidelijk of binnen en buitenlopen toegestaan is. 
  • Je kan jezelf voorzien van een gids aan de ingang, maar dat leek ons niet nodig.
  • Je kan jezelf ook voorzien voor een paard voor de eerste paar kilometer, maar die zien al genoeg af, hoe hard ze deze ook proberen te verkopen.

Binnenkomen op het middaguur: de toeristen van het eerste uur (park gaat open om 6) komen het park al uitgewandelend. En ja, er is inderdaad wat volk. De smalle kloof op weg naar de bekende Treasury loopt gezellig vol en lijkt wel eeuwig te duren. Af en toe moeten we opzij springen voor een paard met kar (duidelijk voorrang). Uiteindelijk wordt ons geduld beloond met een mooi uitzicht op de Treasury.

Een foto trekken zonder andere toeristen op het plaatje is voor dag 2, simpelweg onmogelijk nu. We kijken even, ontwijken de paardenvijgen en vatten onze eerste toch naar Ad Deir aan. Moeilijkheidsgraad: ‘vervelend lang omhoog in de hitte’. Strava registreert alvast meer dan 500 hoogtemeters. De moeite, toch? We zijn blij als we af en toe een plekje schaduw tegenkomen.

Ad Deir is een indrukwekkend volledig uit de rotsen gehouwen klooster. Hoe lastig de wandeling ook was, de ‘commerce’ is hier ook al geraakt, met een groot café, zicht op het klooster (en prijzen die het dubbele zijn van elders).

OK. Misschien even tijd om terug te spoelen? Ja, correct, ik was nog altijd ziek. Dag 2 in het Petra-verhaal zou perfect opgesplitst kunnen worden in het ‘Hij’, ‘Zij’ versie. De eerste versie (de mijne) in het thema ‘Horror’, het tweede in ‘Zonnige winterdagen, tijd om te gaan wandelen’-thema.

Belangrijk detail: Ja, op dag 2 stonden we om 6 uur braaf aan de deur om eerst binnen te zijn. Helaas was er reeds één iemand voor ons. Helemaal alleen, ongelooflijk veel foto-opportuniteiten.

DCIM\100GOPRO\GOPR0646.JPG

Het Horror-verhaal: lang verhaal kort, alles ging trager op dag twee. Eerste wandeling van de dag? Een wandeling naar het uitzichtspunt op de Treasury. Wederom heel veel trappen, maar deze keer was er iets minder kracht in de benen. Mits voldoende pauzes lukt het ons toch om om boven te geraken. Onderweg komen we een hele hoop winkeltjes tegen, maar net zoals in België zijn deze nog niet open om zeven uur ‘s morgens.

Het uitzichtpunt is een absolute aanrader. Er is een klein caféetje in een tent, maar niemand is thuis, behalve een kleine kat. Pas wanneer we terug naar beneden wandelen, komen we de eerste mensen tegen. 

Er zijn tientallen kleine grote wandelingen in Petra. We spenderen nog een tiental extra kilometers om het domein verder te verkennen. Éen kenmerk kwam wel steeds terug: hoogtemeters (725 op dag 2). Hoe vermoeiend het ook was, de uitzichten waren steeds enorm de moeite en de extra stukjes schaduw waren meer dan welkom. Tombes, facades, een theater, Petra had het allemaal. Het is niet voor niets één van de hoogtepunten van Jordanië.

Traag maar zeker nam de massa toe en gingen de winkeltjes open, maar echt druk was het nooit (het hoogseizoen moest nog beginnen. Helaas zou dat in 2020 nooit echt beginnen). De Duitsers hadden dus ofwel een beetje overdreven, of waren snel onder de indruk.

Binnen het domein van Petra zijn er een aantal kleine restaurantjes, maar die hebben we niet echt uitgetest (op die frisse Cola bij Ad Deir na dan). Buiten het domein zijn er een heleboel restaurants op de hoofdstraat, vlakbij de ingang), velen zijn akelig leeg. We zullen het opnieuw maar op het laagseizoen steken. De drukker bezochte restaurants liggen wat verder van de oude site af, ongeveer een kilometer verder. Helaas ook stevig steil omhoog. En dat heb ik geweten.

Eeuwige schaamte in het restaurant: waar ik hoopte op een klein gerechtje, maar een gigantisch bord kip met rijst voorgeschoteld kreeg. De wandeling naar het restaurant had me letterlijk volledig uitgeput (als in: nog steeds wat ziek, nooit eerder meegemaakt zo uitgeput te zijn), en mijn honger die ik niet had om te beginnen, was verdwenen. 

De ober: nadat ik zoveel mogelijk rijst onder mijn kip had proberen te proppen. “Niets gegeten? Was het niet lekker? Hier, gratis dessert”. Uit beleefdheid dan maar een doggybag gevraagd (en nadien alles gedoneerd aan de straatkatten). Was ik even blij dat we weg terug volledig naar beneden liep (en langs een apotheker waar ik in twee woorden uitlegde wat mijn probleem was – de apotheker kende het probleem en ging gniffeld op zoek naar het juiste medicijn).

Het medicijn werkte wonderwel. De rust keerde terug.

Conclusie:

Petra mag niet ontbreken in het reisschema en een bezoekje in februari is zeker aan te raden. Het is nog niet te warm en de echt grote drukte is er nog niet. Vroege vogels kunnen fantastisch wandelen zonder mensen in de buurt. De amateurfotograaf komt hier serieus aan zijn trekken. Trek deftige schoenen aan, want de wandelbenen worden serieus getest.

Genoeg van het grote Petra, ga dan zeker ook eens langs “Little Petra” even verderop. Van grootte helemaal niet te vergelijken, maar ook hier huizen in de rotsen en een lekker steile klim naar een mooi uitzicht.

Wadi Rum: De Koude Woestijn

Na onze duikavonturen in Aqaba was het tijd voor een heel ander stukje natuur: Wadi Rum. De woestijn. Via Booking.com, hadden we een reservatie gemaakt bij Arabian Nights een klein tentenkamp in het spreekwoordelijke midden van de woestijn. 

Wadi Rum vinden is niet moeilijk, er lopen maar een paar echt grote wegen door Jordanië. De GPS deed het verbazend goed en bij het visitor centre draaiden we ‘onbewust’ de verkeerde parking op. Nadat we ons inkomgeld betaald hadden reden we tot aan het dorpje aan het begin van de woestijn. We gooien onze auto op de parking en worden meteen aangesproken: “waar hadden we geboekt?”. Nog geen 2 minuten later was onze gids ter plaatse die ons naar ons tentenkamp bracht. 

Een paar minuten rijden en het telefoonsignaal was verdwenen. Tijd voor 24 uur digitale detox.  

Na een simpele lunch in de hoofdtent maakten we ons klaar voor een ritje in de woestijn in de laadbak van een oude pick-up. Warm aangekleed, want er stond een aardig windje. Samen met ons ging er nog een Duits koppel met ons mee. Zij deden Jordanië in de omgekeerde richting en kwamen net van Petra. Hun tips zouden zeer waardevol blijken. 

We waren niet de enigen die ‘een ritje in de woestijn’ maakten. Het was duidelijk dat er tientallen tentenkampen en hele ladingen bustoeristen in Wadi Rum waren, ook al was het nog laagseizoen. 

Een laatste deeltje van het ritje door de woestijn was de ondergaande zon. Ondertussen hebben we er al een heleboel gezien (de zon gaat elke dag wel ergens onder heb ik van horen zeggen), maar dit was er toch weer een speciale. We waren zo goed als alleen en konden kilometers ver kijken en zien hoe de zon steeds dieper zakte en uiteindelijk helemaal onder ging. 

En toen werd het koud. 

Een algemene misvatting over de woestijn is dat er enkel zand te vinden is en dat je de hele tijd loopt te puffen van de hitte. Laten we die misvatting alvast even de kop indrukken. In februari is het nog aangenaam fris in Wadi Rum. Geen blakende zon die je ter plekke doet verbranden. Geen liters water met je meezeulen. Overdag viel het allemaal nog goed mee. 

Nog iets wat we weten over woestijnen: het kan er wel eens koud worden gedurende de nacht. In februari is het verschrikkelijk, ongelofelijk, tenenkrullend, niet om over naar huis te schrijven koud gedurende de nacht. Neen serieus. Koud. Veel te koud. Denk aan de frigo van de Colruyt, maar dan kouder en niet alleen om daar snel twee appels en een banaan te gaan nemen. 

En tegelijk ziek zijn, ja, ik was nog steeds goed ziek. 

‘s Avonds werd het buffet geserveerd in de grote tent. De hele groep, een vijftiental mensen, schoven aan bij het buffet allemaal aan. Eerst wel even het eten van onder de grond halen. Daar heeft het enkele uren liggen garen. Oh, was het maar niet zo koud buiten, want ja, we moeten toch kijken hoe dat klaargemaakt wordt? Gelukkig was het binnen in de tent lekker warm door een grote open haard. 

Slapen deden we in onze eigen frigo. Een frigo met daarin een groot bed met een dikke laag dekens. Deze warmden ons traag maar zeker op, maar mijn neus was toch wel aardig bevroren tegen de ochtend (en ja, tijdens de nacht een paar keer heel snel naar het toilet moeten lopen. Koud zeg ik u). 

En toch vond ik het fantastisch. Dit was echt weer zo’n ervaring om nog lang over na te praten. Niet dat het we nog snel eens in februari zullen doen. 

Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.

Cat alert: opdracht #21

Trek in elk land een foto met een kat. Zij die mij kennen weten dat ik alles laat vallen als er een harige kattengod voorbij komt gewandeld.

WARNING: CUTENESS OVERLOAD!

Singapore

IMG_20180326_220311_077

Hartzeer: afgewezen door de lokale God.

In Singapore zijn er weinig straatkatten te vinden. In totaal vond ik er amper twee en ze hadden niet meteen zin om te socializen.

Gelukkig was dit exemplaar gelukkiger om mij te zien – of wacht, was ik gewoon héél gelukkig om een kat vast te houden?

IMG_20180326_212447_261

Dan maar liefde zoeken in plastic. Life in plastic, it’s fantastic.

Australië
 

IMG_20171025_191126_341_1

Campingkitties for the win!

Onze reis door Australië kenmerkte zich vooral door nationale parken en natuur. Jammer voor de poezen: In Australië worden katten gezien als een uitheemse soort die de inheemse dieren het leven lastig maakt. Katten zijn – samen met o.a. vossen en honden – verantwoordelijk voor sterfte van heel wat vogelsoorten. Ze zijn daarom niet welkom in nationale parken. Er wordt actief vergif gelegd om hen uit te roeien. In een bepaald gebied in Queensland is het probleem met straatkatten zo groot geworden, dat de lokale overheid (op moment van verblijf, november 2017) een premie uitreikt per gedoodde kat: 10 dollar of 5 dollar voor een kitten. Dierenrechtenorganisaties – zoals PETA – zetten zich in om langetermijnoplossingen na te streven en meer humane manieren om de kattenpopulatie in de hand te houden.

IMG_20171023_185920_494_1

Ondanks hun dubbele relatie met katachtigen waren er toch voldoende eerbetonen aan dit superieure ras.

Indonesië

IMG_20171204_084510_368_1

Wanneer de Goden je aanwezigheid erkennen.

Deze aanhankelijke kat was in a league of her own. Ze miauwde luid en sprong volledig uit zichzelf op mijn schoot. Dat zinde de hotel/restaurant-eigenaar niet erg, maar ik stond erop dat ze zou blijven zitten. Haar gejank was alleszins zo luid dat menig decibelmeter zou pieken. Jammer maar helaas had deze poes een klein ontlastingprobleempje en hing ik na de knuffelsessie vol met diarree. Shit happens.

IMG_20171202_224939_090_1

Verkennende cuddles.

IMG_20171208_154343_738_2

Tiger on the loose.

IMG_20171205_205833_982_1

Eyes of jade.

IMG_20171205_205911_527_1

Adorbs.

Katten in Indonesië zagen er anders uit dan in Europa: de meeste katten hadden geen staart of een heel erg korte staart. Na heel wat opzoekingswerk is de conclusie dat dit komt door inteelt op de verschillende Indonesische eilanden. Gili Meno blijft een topper:

IMG_20171205_210156_864_1

Short tail, don’t care.

IMG_20171208_154258_867_2

Toch nog een schoon poepke.

Maleisië 

IMG_20171226_220117_536

Playing hard to get.

IMG_20171226_220039_547

Beter dan eten of drank op tafel: een kat.

In Maleisië vonden we opnieuw heel weinig sociale straatkatten. Er zat dan niets anders op dan in Penang een kattencafé te zoeken.

IMG_20180326_215654_843

Toch nog een bezoekje op straat.

IMG_20171227_203008_362

Ik poseer bij een afbeelding van Onze Verlosser.

Myanmar

IMG_20180109_180948_993_1

Wurggreep.

Ik blijf erbij: Myanmar was het walhalla van sociale (!) straatkatten. Jammer genoeg waren ze met veel, maar ze leken het goed te stellen. Elke boeddhistische tempel leek wel minstens voor één kattenfamilie te zorgen. Dit contact met mensen zorgde er – volgens mij, kattenexpert 101 – voor dat de straatkatten minder schuw waren dan in de andere Aziatische landen. Heel wat kittens en volwassen katten kwamen naar je toe.

IMG_20180112_222029_267_1

Rosse katten zijn da bomb.

IMG_20180112_221443_593_1

Genieten.

IMG_20180112_221414_098_1

Vriendjes maken.

IMG_20180112_221954_312_1

Zonnestreep.

Laos

IMG_20180326_215758_145

Black panthers.

Van het walhalla naar… nu ja, niet het walhalla. Gelukkig kent Laos nog wel enkele boeddhistische tempels en jawel, daar zaten dan telkens wat katten te wachten op aandacht.

IMG_20180326_215823_095.jpg

Al mijn rugklachten zijn terug te brengen tot deze wezens.

IMG_20180211_113625_181_1

Gezelschap op het Bolaven Plateau.

IMG_20180326_215714_283

Zelfs een soort merkkat, volgens mijn ongetraind oog.

IMG_20180211_100142_338_1

Ook Jonas kan met katten omgaan.

Cambodja

IMG_20180213_220335_197_1

Siem Reap had ook wel wat katten.

Hetzelfde verhaal in Cambodja: de enige plaats om makkelijk sociale kittens/katten aan te trekken is bij tempels; waar monniken zonder eigenbelang voor de katten zorgen.

IMG_20180215_181930_302

Rosse kittens zijn pure liefde.

IMG_20180215_170926_964_1

Voet ter referentie voor ieniemienie gestalte.

Vietnam

IMG_20180326_212811_322

Nee, ik was geen vervanging voor Win aan het zoeken.

En dan even tijd voor de schrijnende waarheid in Azië. In Vietnam vonden we amper katten en daar is een goede reden voor. Katten en honden worden in Vietnam (én andere Aziatische landen) van straat gestolen. Dit geldt zowel voor huisdieren als straatdieren. In Hoi An bezochten we een kattencafé dat zich volledig richt op het redden van katten die anders in de voedselconsumptie zouden terecht komen. Jack’s Cat Café ontstond toen de eigenares een kitten vond op straat. Ze nam het dier – genaamd Jack – mee naar huis en begon ervoor te zorgen. Al snel werd duidelijk dat Jack een kattin was en zwanger. Twee weken na de bevalling verdween de kattin: cat snatchers hadden haar meegenomen. De katten in Jack’s Cat Café kenden een gelijkaardig lot, maar werden allemaal bevrijd. Nu ja: ze zitten letterlijk in een gigantische kooi. Ze kunnen vrij rondlopen op het (grote) domein van Jack’s Cat Café, maar het café is omheind en beveiligd als een militaire basis. Dit om de cat snatchers buiten te houden én de katten binnen.

IMG_20180326_215846_509

Een fractie van de katten opgevangen door Jack’s Cat Café.

IMG_20180326_212839_698

Gelukkig leiden ze er een rustig en aangenaam leven.

IMG_20180326_212908_345

Dit kitten had een grote voorliefde voor het lint van de camera.

IMG_20180326_212935_908

Vermoeiend.

IMG_20180326_213013_007

Eten versus kitten: Kitten wins.

Taiwan

IMG_20180325_222633_520_1

Genegeerd worden is een levensstijl.

Voor deze kattenliefhebster kon de reis maar op één manier afgesloten worden: met een bezoek aan een écht kattendorp. Houtong Cat Village, nabij Tapei. Dit kleine mijndorpje had z’n hoogdagen achter zich liggen tot een lokale vrouw in 2008 voor katten begon te zorgen. Het dorp is nu een toeristische trekpleister in Taiwan.

IMG_20180325_221828_340_1

Magic touch.

IMG_20180327_213419_208

Heaven’s a place on Earth: Houtung Cat Village genaamd.

IMG_20180327_213140_740

Very much alive, yet very very sleepy.

IMG_20180327_213104_203

Keep on petting, baby.

IMG_20180327_213452_539

Chilling.

IMG_20180327_213006_543

Elke twee meter een nieuwe kat? Check.

IMG_20180327_212619_008

Ook plastic poezen.

IMG_20180327_213651_926

Oranje.

IMG_20180327_212903_610

De klassieke pose.

IMG_20180327_213616_235

Familiezaakje.

IMG_20180327_213810_711

Coffee addict.

IMG_20180327_213348_173

Alles in thema.

IMG_20180327_213314_128

Ook in de cafés gaat het thema door.

IMG_20180327_212552_026

Happiness is just a kitty ignoring my existence.

IMG_20180327_213531_187

Slapen in één van de mooie houten bakken? Ain’t nobody got time for that.

BONUS voor de dog lovers die zich door dit artikel geworsteld hebben:

IMG_20180326_215912_295

Museumbezoek gone wrong.

Opdracht #2: Plant een vlag op de hoogst beklommen berg.

Het begon ’s ochtends in het Taroko National Park; één van de hoogtepunten van elke reis doorheen Taiwan. De dag voordien hadden we het park al verkend. Conclusie: geen enkele piek was hoog genoeg voor deze opdracht. Of toch: geen enkele piek waar je zonder vergunning heen kon. Daar bleken we namelijk hopeloos te laat voor.

IMG_20180325_215546_335

De beroemde Taroko Gorge.

IMG_20180325_220246_245

Eternal Spring Shrine in Taroko National Park.

IMG_20180325_215652_326

Wandeling langs de kloof.

IMG_20180325_220127_844

Helder blauw water.

IMG_20180325_215903_565

Bridge over troubled water. Sorry, ik kom ‘m niet laten liggen.

IMG_20180325_220049_407

Eén van de mooiste roadtrips ter wereld.

IMG_20180325_215619_127

Gigantische rotsblokken in de rivierbedding.

IMG_20180325_220205_761

Beautiful roads.

Dus begaven we ons verder van Taroko weg en begonnen we aan een lijdensweg als geen ander. Het eerste stuk stijgen viel best nog wel mee. Maar het pad werd hoe langer hoe smaller, de lucht elke stap een beetje ijler. Bij elke tegenligger greep angst ons hart vast: met de afgrond zo dichtbij konden we geen enkele misstap begaan.

Na 2000 meter braken we door de wolken: een fantastisch zicht en plots volle zon op onze snuit. Een boost voor het moraal. Onze eerste piek kwam dichterbij: op 3237 meter bereikten we het prachtige uitzicht dat Mt. Shihmen te bieden had. Het werd ons hier ook duidelijk hoe slecht we voorbereid waren op deze klim: Jonas in z’n korte broek; ik in m’n slechtste conditie. Dit terwijl alle Taiwanezen en Chinezen die we tegen kwamen gekleed waren alsof ze een week in de Siberische wildernis moesten doorbrengen. Als je je afvraagt hoe erg dit dan wel kan zijn? Wel, weet je wanneer iemand z’n jas uitdoet en de laag onder de jas gewoonweg een tweede jas is? Zo dus. Ik daarentegen liep er in m’n T-shirt.

IMG_20180325_221203_430

Views like these.

IMG_20180325_220817_335

T-shirt weather.

IMG_20180325_220843_686

Wandelen door de bergen.

IMG_20180325_221033_135

Easy peasy.

IMG_20180325_221059_537

Jonas maakt het pad.

IMG_20180325_220658_958

Boven de wolken.

IMG_20180325_221236_876

Keep on climbing.

IMG_20180325_221302_454

I just can’t get enough.

IMG_20180325_221345_002

Prachtig.

Zoals altijd wegen de laatste loodjes het laatst. Voor de hoogste piek moesten we nog een kleine 200 meter stijgen, naar 3417 meter: Mt. Hehuan. Met barstende koppijn worstelde ik me naar het hoogste punt. Voor de opdracht koos ik voor een digitale vlag: leave no trace, zoals ze zeggen. En als digitaal marketeer lijkt me dit ook het meest gepaste type vlag. Zo gepast zelfs dat ik mezelf er alvast de eerste prijs voor gaf:

sketch-1521989810986

Prijs voor beste vlag – gaat zoals je ziet – naar mezelf. Let ook goed op m’n sterke grip op de vlaggenstok.

P.S: Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik de beklimming van Mt. Hehuan op m’n eigen manier deed. Op de laatste 2,4 kilometer na gold het principe: I did it my way: on the highway.

NO REGRETS!!! #lazylastdays

IMG_20180325_220320_948

Het eerste deel: toen de wegen nog voldoende breed waren.

IMG_20180325_220512_025

Daar staat-ie dan beneden: onze Ford Focus.

IMG_20180325_220549_886

Zwaar werk zo’n beklimming: duizenden bochten + autoziekte = geklaag.

IMG_20180325_220441_548

Mini Cooper mag me contacteren voor dit promo-plaatje.

Spirited Away in Jiufen

We schrijven acht jaar geleden: ik zit op kot net binnen de Leuvense ring. Op dat kot speelt zich het meest zalige meesterwerk allertijden af: in bed kijk ik Studio Ghibli films. Voor mijn thesis bestudeer ik namelijk werken van deze briljante Japanse animatiestudio. Dus ja, dat lees je goed: voor mijn eindwerk zit ik dagenlang dezelfde films opnieuw en opnieuw te bekijken. Beste. Keuze. Ooit.

De liefde voor Studio Ghibli is eindeloos groot en begon ergens in de vroege jaren 2000. Een gek tijdperk waarin videotheken nog bestonden – nààst het internet. Omdat Dawson’s Creek niet meer bestond, moest ik een nieuwe obsessie vinden. En die vond ik in IMDB. Ik zou de IMDB top 250 films bekijken. Ook als dat betekende dat ik in de lokale videotheek een Japanse animatievideo moest zoeken.

En die film veranderde àlles: Spirited Away. De Oscar voor Beste Animatie in 2003. Sen to Chihiro no kamikakushi in het Japans. Of De reis van Chihiro in het Nederlands. Noem het zoals je wilt, bijvoorbeeld: een beklijvend meesterwerk van grootmeester Hayao Miyazaki dat elke Disney-film te kakken zet. Bijvoorbeeld hé.

79597l

Filmposter van Spirited Away.

Zo maakte ik in Jiufen de cirkel rond. Wat voor veel westerse toeristen allicht een overdreven toeristisch dorp is; is voor mij zo veel meer. De voorliefde die in 2003 ontstond leidde zeven jaar later tot een meesterproef met grote onderscheiding. Nog eens vijf jaar later kon ik alles dat ik daarvoor in boeken las zien met mijn eigen ogen in Japan. En nog eens drie jaar later sta ik hier, in Jiufen. Het dorp dat claimt de inspiratie te zijn voor Spirited Away.

RFOcC

Eten speelt een cruciale rol in Spirited Away.

spiritedaway-town

Jiufen claimt het dorp te zijn waarop Spirited Away gebaseerd is.

76d737b13d07b53d3ef87e6983518bac

Eindeloze voorraden voedsel.

no-face-assembled-001

No Face, een kenmerkend personage in Spirited Away (en alomtegenwoordig in Jiufen).

Hayao Miyazaki heeft dit nooit bevestigd (integendeel), maar in Jiufen had ik maar één doel: mezelf bewust laten betoveren door de magie. Dat tientallen bussen Koreanen, Japanners en Chinezen met hetzelfde doel komen dat stoort dan niet; dat verbindt.

IMG_20180326_203156_337

Jiufen ligt vlakbij een fantastische kustlijn.

IMG_20180326_204357_990

Jiufen wordt ook wel eens het Santorini van Azië genoemd; net zoals Brugge het Venetië van het noorden is.

IMG_20180326_203123_941

Ochtend in Jiufen: de bussen toeristen zijn nog niet gearriveerd (en de kraampjes zijn dus nog niet allemaal open).

IMG_20180326_203313_301

Nog tijd om rustig souvenirs te zoeken.

IMG_20180326_203348_957

Uitgebreid thee drinken in het iconische A Mei theehuis.

IMG_20180326_203443_019

Traditionele Oolong thee.

IMG_20180326_203527_632

Theeblaadjes.

IMG_20180326_203556_268

Dorayaki, befaamde Japanse pannenkoek.

IMG_20180326_203631_647

Ice cream dorayaki; want alles is beter met ijs.

IMG_20180326_203712_452

Visballetjes; een Taiwanese specialiteit.

IMG_20180326_203755_164

10/10 – lekkerste gerecht van de dag: shrimp balls.

IMG_20180326_203925_214

Slakken!

IMG_20180326_204251_679

Nigiri en hand rolls.

IMG_20180326_204217_176

Maki.

IMG_20180326_205143_569

Onfortuinlijke kippen.

IMG_20180326_203956_321

Lucky cats op één van de vele trappen in Jiufen.

IMG_20180326_203850_853

Geen gebrek aan tourbussen in Jiufen.

IMG_20180325_222438_229_1

Het befaamde A Mei theehuis wordt ’s avonds mooi verlicht en is een symbool geworden voor Jiufen.

IMG_20180326_205006_206

Avondlijke drukte.

IMG_20180326_204538_271

Straten worden mooi verlicht.

IMG_20180326_204443_565

Dumpling winkeltje.

IMG_20180326_205101_431

Eindeloos veel lantaarns.

IMG_20180326_205238_673

En hiermee is de cirkel écht helemaal rond: een No Face poppetje – made in China – uit een wel heel erg eerlijk Taiwanees grijpertjesmachine. De machine gaf eerlijk aan hoeveel geld onze voorgangers al geïnvesteerd hadden en hoe weinig wij nog zouden moeten bijstoppen om het grijpertje écht te doen grijpen. 

4.000 eilanden en 2 Belgen

‘False advertising‘, zouden de Amerikanen roepen bij het aanschouwen van Si Phan Don – oftewel: de 4.000 eilanden bij Laos. Laos is het enige Zuid-Oost Aziatiche land dat volledig omgeven is door land. Omdat een mens altijd wil hebben wat hij niet krijgen kan, heeft Laos een inventieve oplossing bedacht: ze hebben hun eigen stukje kustklimaat gemaakt bij de 4.000 eilanden in de Mekong.

IMG_20180215_161645_719

Hopelijk zit Leonardo er ook nog.

IMG_20180211_112152_780

Leonardo nergens te bespeuren.

Voor u uw strandstoel en badhanddoek begint in te pakken: de meeste van deze eilanden zijn rotsblokken of bomen. Mijn favoriet eiland is het datgene waar er in het midden van de kolkende Mekong een schofel tentje staat. Dit is het Temptation Island van Laos: alle scheefpoepers moeten hier overnachten. Een twist die de televisieversie ook kan gebruiken. 

IMG_20180211_100030_787

Ontmoet: de Mekong met haar vele eilandjes.

IMG_20180211_112050_217.jpg

Ontmoet ook: De Hut der Verderf.

Verder beschikken de 4.000 eilanden ook over chille inwoners. Erg chill. Zodanig chill dat wij in ons hotel eigenlijk nooit iemand hebben gezien. Na twee dagen hadden we dan toch door dat we de permanent slapende uitbaatster best mochten wekken met onze vragen. Rechtstaan of gaan zitten deed ze niet, antwoorden wel. Zo praten tegen een balie is toch best maar vreemd. Ook vreemd: restaurants/cafés binnenwandelen en uiteindelijk vijf minuten later opnieuw buitenwandelen omdat er niemand – maar dan ook echt niemand – te vinden is. Niet achter de toog, niet in het restaurant zelf, niet in de toiletten, niet in de tuin, even heel luid kuchen, nee, nog altijd niemand, beetje stampen met de voeten en luidruchtig praten, nope, niets, volgend café.

De eilanden hebben ook veel fietsen, het ‘makkelijkste’ transportmiddel. Er zijn geen asfaltwegen, dus je fietst met de goedkoopste Chinese fiets ter wereld over zandwegen. En als je dan van het pad begint af te wijken dan worden de zandwegen een soort mountainbikepad avant la lettre. 48 uur later was ons achterste nog aan het revalideren van deze aanslag op het menselijk lichaam.

IMG_20180211_112344_842

SO MUCH PAIN.

IMG_20180211_112256_590

EN DAN NA AL DIE PIJN EEN DOOD EIND.

IMG_20180211_112504_684

Gelukkig werken andere bruggen nog wel.

En ik denk dat dit onze weken in Laos voor mij een beetje samenvat: het was niet altijd even makkelijk, de Laotianen waren in niets te vergelijken met hun Myanmarese buren, maar zodra je het prachtige landschap voor jezelf had, vergat je dit allemaal in een vingerknip.

IMG_20180210_122859_032

Wat? Een pijne poep? Ik weet er niks meer van: alles vergeven!

IMG_20180210_122645_008

De slechtste bediening ter wereld? Wie heeft er bediening nodig met dit uitzicht? Allemaal vergeven!

IMG_20180210_122726_329

Can’t be mad at animals.

IMG_20180210_122803_645

Vriendelijkste boat driver ter wereld. Leek nergens weg te willen en genoot 110% van elk uitzicht.

IMG_20180211_095945_409

Boten in de Mekong.

IMG_20180211_111804_033

Gebrek aan hotelpersoneel ook onmiddellijk vergeven met zo’n uitzicht.

IMG_20180211_095746_508

Tyler, wherever you may be, Laos has got your back.

IMG_20180211_111920_791

Vissers zijn altijd fotogeniek.

IMG_20180211_112535_523

Zelfs als het alleen hun attributen zijn.

IMG_20180211_112621_394

100% net zoals de schilderijen die ze op hun avondmarkten verkopen aan toeristen.

IMG_20180211_112703_830

Twee irrawaddydolfijnen in de Mekong. Deze walvis wordt met uitsterven bedreigd. In de Mekong leven er amper een 80-tal.

Het revalideren van de pijne fietspoepen deden we trouwens in Champasak – waar we ons mentaal en cultureel al voorbereiden op de volgende bestemming: Cambodja.

IMG_20180211_113726_173

De Angkoriaanse ruïne van Wat Phou nabij Champasak.

IMG_20180211_114435_393

Intrige.

IMG_20180211_114241_535

No listening.

IMG_20180211_113947_332

Frangipani-bloemen.

IMG_20180211_114107_382

Detail van de Angkoriaanse stijl.

IMG_20180211_113920_069

De tempel wordt vandaag nog steeds zeer actief gebruikt door de Laotianen.

IMG_20180211_113625_181

Afscheid nemen van een land doe je best met goed gezelschap.

IMG_20180211_112746_125

Overexcited.

Mieren eten op het Bolaven Plateau

Na 48 slapeloze uren was het zo ver: Jonas en ik stapten op onze gedeelde motorbike richting Bolaven Plateau. Dit was de allereerste keer dat we een motor huurden – op de e-bike in Bagan na. In Bagan deelden we eveneens één e-bike: de elektrische machine zag nogal zwaar af van ons gedeeld gewicht en een topsnelheid van 30 km/u was exceptioneel. Nu was het tijd voor the real deal: een semi-automatische Honda met Jonas achter het stuur en ik achterop.

IMG_20180211_105601_925.jpg

It’s not a big motorcycle, just a groovy little motorbike – of dat zingen de Beach Boys alvast over Honda.

Jammer genoeg was dit ook het moment waarop we toch maar eens onze voorraad anti-malariapillen begonnen te nemen. Dit verklaart de 48 wakkere uren: elke keer ik het waagde mijn ogen dicht te doen, begonnen er plots doemscenario’s in mijn hoofd te spoken. Dus hield ik mij ’s nachts bezig met het verzinnen van 68 motorongelukken, 32 plotwendingen over onze verloren Go Pro en moest ik ook plots alle vlaggen van de wereld vanbuiten leren via de Flags of the World Quiz van Sporcle.

Na 48 slapeloze – maar dus ook best leerzame – uren kon ik niet alleen alle vlaggen benoemen, maar kon de motorrit mij ook geen ruk meer schelen. Een soort therapie in rust, maar dan helemaal anders dan ik me had ingebeeld.

IMG_20180211_105333_001

Het Bolaven Plateau: verzameling van watervallen.

IMG_20180211_110716_795

Sooo pretty.

IMG_20180211_111530_802

Meer watervallen, meer!

Het Bolaven Plateau staat bekend om z’n koffie, z’n watervallen en z’n etnische minderheden. We reden de Big Loop en onze eerste niet-waterval-stop was bij Mr. Vieng. Deze koffieboer spreekt behoorlijk Engels (zeer zeldzaam hier) en zag wel brood in het toerisme. Hij zet zijn boerderij dus open voor bezoekers en leidt falang rond. Zijn tour focust zich voor 95% op koffie. De overige 5% laat hij toeristen dingen proeven die ze helemaal niet willen proeven. Heerlijke kerel. Bij een opgerold koffieblad hield hij halt en vertelde ons dat het blad propvol mieren zat. Vervolgens gaf hij een tik tegen het blad en zagen we honderden mieren panikeren. Terecht, want 1 seconde later nam Mr. Vieng het blad vast met beide handen, plette hij het blad met de honderden mieren erin en liet ons vervolgens het bloedbad aanschouwen. En dat stonk: naar een mix tussen azijn en citroen, maar dan toch vooral azijn. Proeven? Mnee, liever niet. Mr. Vieng had alle mieren voor zichzelf.

IMG_20180215_152254_015

Mr Vieng, een goedlachse koffieboer.

IMG_20180215_152509_316

Koffievrucht aan de boom.

IMG_20180215_152403_615

Gedroogde koffiebonen.

We zetten onze reis verder richting practige watervallen, mooie jungle en koffieboerderijen. We beslissen om toch ook de tour bij Mr. Hook te volgen. Hoewel ik zelf geen koffie drink, leek dit me wel een interessante tour: Mr. Hook spreekt niet alleen over koffie, maar ook over het leven in zijn dorp/stam. En het leven van Mr. Hook leest als een telenovelle: telkens je denkt dat het niet absurder kan, weet hij je te verrassen.

IMG_20180211_100652_298.jpg

Mr. Hook tijdens zijn tour.

Mr. Hook is de enige Laotiaan in zijn dorp die Engels spreekt. Hij heeft de Wikipedia-pagina over koffie dan ook helemaal vanbuiten geleerd en kan urenlang vertellen over de origine van de koffieboon, de naam ‘koffie’ of de drank zelf. Wanneer hij uitverteld is over koffie, spreekt hij graag over het leven in zijn dorp. Zijn dorp leefde nog niet zo lang geleden volledig afgezonderd van de wereld: geen elektriciteit, geen contact met andere dorpen, geen televisie: niets. Ze hadden volledig hun eigen wetten – die ze nu nog steeds naleven: kinderen worden uitgehuwelijkt vanaf achtjarige leeftijd, meisjes zijn vaak zwanger rond hun twaalf/dertien. Er zijn drie kerkhoven: eentje voor mensen die ‘goed’ gestorven zijn (ouderdom, ziekte,…), eentje voor mensen die ‘slecht’ gestorven zijn (ongeluk) en eentje voor zwangere vrouwen die tijdens hun bevalling sterven. Zwangere vrouwen die op het punt staan te bevallen, moeten het dorp verlaten en naar dit laatste kerkhof gaan. Overleven ze de bevalling dan nemen ze het kind na plusminus tien dagen terug mee naar het dorp. Daar moeten ze over vuur stappen om vervolgens het kind te presenteren aan de vader. Vervolgens vraagt die of het een ‘goed’ of ‘slecht’ kind is: goede kinderen worden geaccepteerd, ‘slechte’ kinderen worden weggedaan. Volgens Mr. Hook antwoorden de vrouwen steeds dat het een ‘goed’ kind is. Heeft de vrouw minder geluk en overleeft ze de bevalling niet dan wordt ze rechtopstaand begraven. Dit duurt drie dagen: de eerste dag wordt ze begraven tot de knieën, de tweede dag tot het middel en de derde dag volledig.

Bon, je leest het al: een bezoek aan Mr. Hook laat je niet onbewogen. Zijn stam gelooft nog heel erg in goede en kwade geesten en alles dat ze doen staat in teken hiervan. Zo offeren ze bijvoorbeeld puppies. Het is een hele eer wanneer je puppy verkozen wordt als offer. Vervolgens stampen ze de puppy tot hij sterft: door hem pijn te doen, gaan de ‘kwade geesten’ in de puppy en als hij dood is, worden ze verdreven.

Alsof het leven daar nog niet hard genoeg klinkt, is Mr. Hook een echte outcast. Hoewel mannen een nogal luxe-bestaan leiden in de stam (ze mogen meerdere vrouwen hebben, moeten niet echt werken,…), zag Mr. Hook het toch allemaal niet zo goed zitten. Bij zijn eerste uithuwelijking overtuigde hij zijn jongere broer om met het meisje te trouwen. Zo kon Mr. Hook zelf school blijven lopen. Eenmaal getrouwd mag dit namelijk niet meer. Bij zijn tweede uithuwelijking overtuigde hij zijn neef om met de nieuwe uitverkorene te trouwen. Zo kon hij uiteindelijk naar de universiteit. Toen vonden zijn ouders het wel genoeg. Via het dorpshoofd – er bestaat namelijk geen geschreven of gesproken taal in hun gemeenschap – contacteerden ze een professor in Paksé. Die bracht vreselijk nieuws aan Mr. Hook: zijn oma lag op sterven. Als hij haar nog wilde zien, moest hij onmiddellijk naar zijn dorp terugkeren. Eens aangekomen bleek oma springlevend en stond er een bruid en ultimatum klaar: Mr. Hook zou onmiddellijk trouwen of nooit nog welkom zijn.

Alsof menig script writer voor zo’n verhaal geen tonnen LSD nodig heeft, wordt het allemaal nog zotter wanneer blijkt dat Mr. Hook na zijn huwelijk de bloemetjes toch nog wat heeft buitengezet. Mr. Hook had seksuele betrekkingen met een buitenlandse vrouw: een big no-no in de gemeenschap. Na heel wat ontkenningen, kwam dit uiteindelijk toch uit bij een soort waarzeggerij die de moderne rechtstaat te kakken zet. Alle mannen van het dorp moesten een stok in rijst zetten en alleen de stok van Mr. Hook bleef rechtstaan in de rijst. Hij was dus de man die het ongeluk naar het dorp bracht.

Sindsdien is Mr. Hook bijna nergens meer welkom in zijn eigen dorp. Hij mag het dorp echter ook niet meer verlaten, omdat z’n dorpsgenoten geloven dat hij ongeluk brengt telkens hij weggaat. Bovendien krijgt hij dagelijks tientallen toeristen over de vloer – iets dat zijn gemeenschap niet apprecieert. Daar komt bij dat Mr. Hook probeert de jongere generatie bij te scholen – zo stuurde hij bijvoorbeeld z’n jongere zus weg uit het dorp naar school. Hij leert kinderen dat de aarde rond is, dat deze rond de zon draait en dat niet alle toeristen Amerikanen zijn die oorlog komen zaaien. Hij heeft ook ethische bezwaren bij het uithuwelijken van jonge meisjes, zeker aan oude mannen. Mr. Hook is er dan ook van overtuigd dat hij op een dag vermoord zal worden door de dorpsoudste.

Voor zo’n verhaal bestaat er maar één woord: SHOOK. En als een man met zo’n intriest levensverhaal mieren bovenhaalt dan kan je alleen maar instemmen om ze op te eten. Dus zo kwam ik te weten dat mieren smaken zoals ze ruiken: naar azijn en citroen. Een smaak die volledig overeenstemt met het zure leven van Mr. Hook: gevangen in een gemeenschap waar hij niet weg kan, maar ook niet thuis is.

IMG_20180211_100607_355

Mieren: niet mijn favoriete voedingsbron, maar toch nog 100x beter dan bijvoorbeeld rode biet. Bij deze ook weer een #ehsaldmc-opdracht volbracht!

IMG_20180211_105940_341

Na de verhalen van Mr. Hook krijgt het Bolaven Plateau toch een andere kleur.

IMG_20180211_110133_106

De natuur blijft wel wondermooi.

IMG_20180211_110230_184

Geen gevaarlijke slangen gespot, wel creepy crawlies.

IMG_20180211_111647_999

De creepy crawlies zijn het allemaal waard met een zicht als dit.

IMG_20180211_111610_701

Zo veel watervallen dat je over de ene naar de andere kan wandelen.

IMG_20180211_110852_879

Genieten van het zicht.

IMG_20180211_110422_417

Mooier gezelschap dan de spin.

IMG_20180211_110514_003

NOG mooier gezelschap.

IMG_20180211_110933_599

Favoriete waterval.

IMG_20180211_110015_685

De hippies zijn ook gepasseerd.

IMG_20180211_100142_338

Jonas kwelt graag kleine, hongerige katten.

5 redenen om van Myanmar te houden

Myanmar stond al enkele jaren op mijn travel wishlist. Door de inbreuken op de mensenrechten in het noordwesten van het land twijfelde ik echter of ik wel zou gaan: kan je zo’n regime wel steunen door toerisme? Ik denk dat dit een vraag is die elk individu anders zal beantwoorden. Na lang twijfelen, hakten we de knoop door en besloten we toch te gaan. En daar hebben we geen seconde spijt van gehad. Na amper vier dagen Myanmar was m’n hart gestolen – en wel om deze vijf redenen:

1. De mensen van Myanmar

De gastvriendelijkheid van de Myanmarezen is als een bodemloze put. Hoewel Zuid-Oost Azië sowieso bekend staat om z’n gastvrijheid, laat Myanmar z’n buren met schaamrood op de wangen achter. De meest oprecht vriendelijke mensen ter wereld wonen hier. Loop je door de straten? Dan word je om de vijf minuten begroet met een enthousiaste ‘Mingalabar‘. Niet om je iets te verkopen, maar gewoon: omdat het kan. Wil je ergens naartoe? In Myanmar bewegen ze hemel en aarde om hun land te tonen, op een authentieke manier. Zelfs in Bagan – het toonbeeld van ‘onecht’ Myanmar volgens veel Myanmarezen – laten verkopers alles vallen als je problemen hebt met je e-bike of als je iets te snel richting toilet stuift: ‘oooh noo, everything okay? I help you‘. En nogmaals: nooit om je iets te verkopen.

Je kan geen zaak binnenwandelen of iedereen staat voor je recht. Er is geen beginnen aan om zelf je rugzak ergens in een laadruim te leggen, want zeven mannen vechten om deze eer. En als je – zoals ik – zwaar op je muil gaat in een tempel dan staat de hele lokale gemeenschap klaar om je te helpen. Niet omdat je blank bent: deze gastvrijheid delen ze gratis uit aan iedereen: locals én toeristen.

De Myanmarezen houden dan ook stevig vast aan hun traditie: vrouwen én mannen lopen in longyi over straat. Nivea bestaat hier, maar ziet z’n marktaandeel volledig opgesnoept door de thanaka boom waarmee de lokale bevolking een geelachtige pasta maakt (tegen zonnebrand en als gezichtscreme). We hopen dan ook dat Myanmar z’n traditie, gastvrijheid en glimlach kan bewaren, terwijl steeds meer westerse invloeden zich opdringen.

IMG_20180119_205854_682

Elke Myanmarees gaat in z’n leven twee keer naar het klooster: één keer als kind en één keer als twintiger.

IMG_20180114_132314_401

Hoewel de vissers al lang niet meer op deze traditionele manier vissen, komen enkele locals dagelijks een show geven op het Inle Lake – in de hoop zo inkomsten uit het toerisme te halen.

IMG_20180119_210551_068

Kinderen spelen op straat en dat gebeurt zowel in voetbalshirt als in traditionele klederdracht.

IMG_20180119_210629_538

Twee monniken lopen over straat.

IMG_20180102_212856_197_1

De lokale bevolking vaart door de velden en verdient op die manier extra geld aan toerisme.

IMG_20180109_194801_335

‘De jeugd’ houdt een feestje – in longyi. Hoewel de jongen centraal in de foto er eerder een ‘shortyi’ van gemaakt heeft.

IMG_20180109_202726_780

Thanaka op neus en wangen, bidden in het hart.

IMG_20180112_221542_607

Eindeloos veel geduld.

2. Het Gouden Land

Een bijnaam die het alle eer aandoet: niet alleen omwille van z’n ontelbaar aantal gouden stupa, maar vooral omwille van de niet te evenaren zonsopgangen/ondergangen. Nog nooit eerder zag ik onze zon zo dramatisch op het toneel verschijnen om twaalf uur laten met dezelfde elegantie terug achter de coulissen te gaan.

IMG_20180119_210350_571

When the sun goes down.

IMG_20180120_202006_145

Zonsopgang in Bagan.

IMG_20180121_204432_348

Een tweede zonsopgang in Bagan.

IMG_20180120_202159_101

Zelfs zonder ballonnen eindeloos mooi.

IMG_20180121_205417_822

De kleuren van zonsondergang: geel, oranje, rood, paars.

IMG_20180112_221806_417

Echte vissers op het Inle Meer vissen bij zonsopgang en (hier) zonsondergang. Dan is het meer op z’n kalmst. Ze verdienen per week ongeveer 20.000 Kyat met vissen (12 euro, ofwel bijna 2 euro per dag).

IMG_20171230_133851_884

En als de zon niet voldoende goudgloed voorziet dan doen de tempels het wel.

3. De tempels en de natuur

Myanmar heeft een eindeloze voorraad tempels, zo veel dat de befaamde ‘temple fatigue‘ soms om de hoek loert. Geen nood though: de meeste tempels worden omgeven door prachtige natuur. Ben je de tempels even beu? Dan hoef je soms maar vijf minuten te wandelen om in een prachtig, onaangeroerd landschap te mijmeren. De mooiste tempels van Myanmar combineren bovendien religie en natuur: in de befaamde grottempels zie je niet alleen duizenden boeddha beelden, maar ook mooie stalactieten.

IMG_20180102_211906_397_1

De exacte plaats waar ik na vier dagen verliefd werd op Myanmar: in het ‘platteland’ nabij Hpa-an.

IMG_20180102_211829_112_1

‘Bat Cave’ nabij Hpa-an: miljoenen vleermuizen vliegen bij zonsondergang uit hun grot.

IMG_20180102_212028_477_1

Just a road.

IMG_20180102_212641_995_1

Stoepa’s op de meest ontoegankelijke plaatsen.

IMG_20180112_222603_819

Eeuwenoude tempels.

IMG_20180121_204951_568

Een ander beeld van Bagan.

IMG_20180119_205614_268

Maak anders nog mooiere, meer gedetailleerde houten tempels. Ah nee, wacht, mooier kan letterlijk niet.

IMG_20180119_210442_179

Is het een grot? Is het een tempel? Zijn het eeuwenoude muurschilderingen? Yes! Yes! Yes!

4. Alle toeristen zitten in Thailand

Enerzijds hoop je dat het massatoerisme Myanmar nooit echt bereikt. Anderzijds besef je dat dit slechts een kwestie van tijd is. Hopelijk kunnen de Myanmarezen ooit voldoende geld verdienen met toerisme, zonder hun waarden en cultuur te verguisen. Op dit moment lukt hen dat behoorlijk goed: het ‘massatoerisme’ houdt zich aan één bepaalde route en is hierdoor makkelijk te vermijden. In plaatsen die nog maar ‘recent’ vrij zijn gegeven voor toerisme, ben je zelf nog een attractie. In heel Hpa-an zaten er welgeteld twintig toeristen. Maar ook op de meest toeristische locaties, zoals Bagan, is het makkelijk om het betreden pad te verlaten. De toeristen in Myanmar lijken ook van een ander kaliber dan deze in bijvoorbeeld Thailand: geen bars, geen full moon parties en geen korte broeken in Myanmar. Ben je dus op zoek naar booze cruises dan kijk je beter even verder.

IMG_20180119_210736_759

Monywa: een stad tussen Bagan en Mandalay. Aantal gespotte toeristen in deze stad: drie. De tourbussen van Bagan naar Mandalay stoppen hier even bij de belangrijkste tempels als break, maar het loont de moeite om hier langer te blijven.

IMG_20180121_204339_267

Wanneer de locals je vertellen over een ‘geheime’ tempel waar je helemaal alleen naar zonsopgang/ondergang kan kijken en je niet kan stoppen met lachen – omdat ze 100% gelijk hebben.

IMG_20180121_204544_209

Bagan: bij de populairste tempels staan twintig tourbussen, bij de ‘mindere’ tempels staan gewoon twee mensen Titanic na te doen. Your choice.

IMG_20180102_211447_736_1

Totaal aantal toeristen in Hpa-an stad: ongeveer twintig. Totaal aantal toeristen op deze tempel: onze groep van zes.

IMG_20180109_203001_497

Pidaya Caves met meer dan 8000 boeddhabeelden, een doolhof (!), een geheime grot (hier afgebeeld) en toch bijna geen enkele toerist.

5. De dieren in Myanmar

Myanmar is straatarm. We hebben mensen zien leven op straat (heel veel), in hun wagen, in een ambulance of in hun winkelkraampje. Deze mensen hebben niets: geen toilet, geen douche, geen bed. Ondanks het feit dat de meerderheid van de Myanmarezen in armoede leeft, hebben we nergens zo’n weldoorvoerde straatdieren gespot. Dit zegt volgens mij ook iets over de plaatselijke bevolking: hoewel ze zelf niets hebben, laten ze de weinige rijst die ze ‘over’ hebben op straat staan voor de dieren. Nabije elke tempel (en dat is zowat om de 100 meter) staat er een kommetje met water. Waar straatkatten in Indonesië en Maleisië schichtig wegschieten als je dichterbij komt, komen de kittens in Myanmar naar je toe gelopen. Ze zijn dus helemaal niet bang van mensen, zoals de doorsnee straatkat. En dit kan je als de vreemdste reden ooit zien om verliefd te worden op een land, maar voor mij zegt dit alles. Een bevolking die weinig heeft, altijd lacht en waar zelfs de straatdieren met je komen knuffelen.

IMG_20180119_210109_663

Strike a pose: veel straatdieren cirkelen rond tempels omdat monniken hen hier dagelijks voorzien van voedsel.

IMG_20180120_201610_211

Zonsopgang in Bagan op een ‘drukke tempel’: veertien personen, vier pups en één volwassen hond.

IMG_20180109_180948_993

Katten zijn mijn ware liefde.

IMG_20180112_221954_312

Beste diersoort ter wereld.