Dat we eind mei in Imbros zouden zijn, was niet meteen onze eerste keuze. Op veel vlakken. Oorspronkelijk wilden we op het vasteland zijn, maar EsteVan begaf het begin mei waardoor we wéér op Kreta waren. Dan maar de befaamde Samaria Gorge opnieuw proberen bedwingen. Alweer te slecht weer. Dus besloten we op de laatste zondag van mei dan maar om onze eieren in een ander mandje te leggen: dat van de Imbros kloof.
Of het weer voor de Imbros kloof voldoende goed zou zijn, was een dubbeltje op z’n kant. Voor eens besloot het dubbeltje op de geprefereerde kant te vallen. De tocht door de acht kilometer lange kloof kon beginnen.
Een eerste ervaring met wandelstokken
Speciaal voor die andere kloof – Samaria Nooit Open Kloof – had ik me een paar wandelstokken aangeschaft. Deze mochten hun vuurdoop dan maar meemaken in het kleine broertje van de grote kloof. In tegenstelling tot de meeste wandelaars die stokken gebruiken om sneller te wandelen of hun hele lichaam aan het werk te zetten, gebruikt bibi haar stokken om haar hoogtevrees te temmen. Nu hoef ik niet langer bij elke steen hoger dan 30 centimeter het geduld van Jonas op de proef te stellen. Het hoéft niet meer, maar ik doe het toch nog.
Want waar ik dankzij de wandelstokken wel gemakkelijker naar beneden durf, heb ik nu een nieuw probleem: mijn coördinatievermogen is blijkbaar zo beperkt dat ik gewoonweg onmogelijk iets anders kan doen dan die stokken vasthouden. Foto’s nemen – wat zowat mijn fulltime bezigheid is – wordt een hele opdracht waarbij na lang gesukkel een grote zucht te horen is en mijn stokken vervolgens toch in Jonas zijn handen terecht komen.



De wandeling doorheen de kloof
De tocht door de kloof is eerder gemakkelijk – allicht zelfs zonder stokken, want Jonas ging slechts éénmaal op zijn muil en dat is toch 50% minder dan tijdens moeilijke wandelingen. Bovendien maakte hij een prachtige pirouette waardoor hij gewoon gracieus verder kon wandelen alsof er niets gebeurd was.
Een ander voordeel van deze kloof is dat-ie heel wat schaduwrijke plekken bevat waar je even kan pauzeren of lunchen. De omgeving was zeer mooi, zeker de stukken waar de kloof op haar smalste was.





De terugweg van de kloof
Wij kozen ervoor om de kloof bergaf te wandelen, beginnend bij Imbros en eindigend in Komitades. Eenmaal daar aangekomen werden we aangesproken door een meisje waarvan we eerst dachten dat ze twaalf was, vervolgens veertien en toen we vertrokken dachten we toch eerder zestien of zeventien. Bon, dit kind – of deze jongvolwassene – vroeg ons hoe we terug naar onze auto dachten te gaan. Daarvoor hadden we nog twee opties over: (1) de kloof bergopwaarts opnieuw afwandelen of (2) met de taxi terug naar het begin.
Omdat iemand – kuch, ik – een obsessie heeft met nieuwe dingen doen en zien was er een zeer uitgesproken voorkeur voor die laatste optie. Dit stelde ons immers in staat om nog wat verder rond te rijden en andere vergezichten te bewonderen. Dus de keuze was simpel: ofwel negeerden we alle rode vlaggen die erop wezen dat we in een scam terecht gekomen waren, ofwel wandelden we nog wat door.
Rode vlaggen werden genegeerd alsof ze gênante stiltes in een gesprek waren. We vroeg het kind/het meisje/ de vrouw hoeveel een rit zou kosten. Ofwel betaalden we 30 euro voor een taxirit met ons alleen, ofwel deelden we een taxi en betaalden we slechts vijf euro per persoon. We kozen voor de meest voordelige optie en begonnen terug enkele rekensommen uit de lagere school naar boven te halen.






Rekenlessen uit de lagere school
De eerste les: “Als je voor een voertuig 30 euro betaalt en een voertuig kent vier plaatsen, hoeveel betaal je dan per passagier”. Het antwoord is alleszins niet vijf euro. Misschien komt er wel een mini-busje aan waar er minimaal zes plaatsen zijn. Dat leek de enige logische oplossing.
Na een twintigtal minuten wachten werden we gesommeerd: “Is everybody ready?”, werd er met een bepaalde urgentie geroepen. Er was een witte Volkswagen Caddy gearriveerd.
Een tweede rekenles drong zich op: “Als een Volkswagen Caddy beschikt over vijf zitplaatsen en de chauffeur neemt er zeker één in beslag, hoeveel passagiers kunnen dan nog plaatsnemen in het voertuig?”.
Aan alle leerkrachten wiskunde: het juiste antwoord is niet langer vier, maar acht. En in het hoogseizoen: twaalf.
We hadden namelijk blijkbaar de verkeerde vragen gesteld bij het boeken van de taxi. We hadden niet naar de prijs moeten vragen, maar naar de waarschijnlijkheid waarmee we een gordel zouden kunnen dragen. Laat dit een tip zijn voor jouw volgende reis naar Kreta: vraag steeds na of je met 100% zekerheid een gordel zal hebben in je voertuig.
En als je dan toch vragen aan het stellen bent, kan je ook best navragen of de bestuurder van het voertuig over twee ongebroken benen beschikt. Wij waren zo dom om die vraag niet te stellen en merkten al snel dat het antwoord op die vraag niet altijd positief is.

Een doodswens in Imbros, Kreta
Daar zaten we dan, in de kofferbak van een Volkswagen Caddy (zie overduidelijk gepikte internetafbeelding hierboven ter illustratie), zonder gordel – want waarom zou een autofabrikant gordels voorzien in een koffer – maar wél met chauffeur die zes schroeven uit zijn bovenbeen had steken en waarvan de enkel ingepakt was.
Ken je die mop van die twee Belgen, één Duitser en vijf Oost-Europeanen in een Volkswagen Caddy? Ik ook niet. Wat ik wel kan zeggen is dat het een klucht was in de kofferbak. Met al mijn kracht moest ik mij vasthouden aan de houten bank waarop ik zat. Waarom die behandeld was met de meest gladde vernis, ontgaat me. Waarom de chauffeur elke bocht moest nemen aan bovenmenselijke snelheid ontgaat me ook.
Want oh ja – nog vergeten te vermelden – de weg van Komitades naar Imbros is een bergpas, vol haarspeldbochten. Met al mijn mentale – en fysieke – kracht probeerde ik de Duitse jongeman tegenover mij niet helemaal onder te kotsen.
“Amai, gij zijt echt aan het zweten, maar echt“, sprak Jonas me toe, terwijl het zweet van mijn gezicht liep. Naast gordels installeert men ook geen airco in een kofferbak. Bovendien was ik misselijk en zeer zware krachttraining aan het uitoefenen om toch niet elke hoek van de vermelde kofferbak van dichtbij te zien.
Onze chauffeur ambieerde bovendien een vakantie in Engeland, waarop hij overtuigend oefende door voornamelijk links te rijden. Helaas waren de andere weggebruikers niet op de hoogte van deze oefening. Ik vermoed dat hij goed en wel besefte dat als er ooit een politieagent ons voertuig zou tegenhouden er een zware boete boven zijn hoofd zou hangen en dus besloot hij maar om élke verkeersovertreding te begaan die er te begaan viel. Het onderste uit de kan halen, heet dat dan.
Personen vervoeren in een kofferbak? Check.
Rijden met een gebroken been? Check.
Links rijden in een land waar dat verboden is? Check.
Voorbij steken over een dubbele lijn, vlak voor een bocht? Check.
80 rijden waar je 40 mag? Check.
De aankomst
“You can stop here”, sprak Jonas toen we onze rode Toyota Aygo huurwagen in het vizier kregen. De andere toeristen gaven met een dosis opluchting te kennen dat hun voertuig eveneens op dezelfde parking stond. En dus kwam zo een eind aan een rit uit de hel.
De Oost-Europese man in de kofferbak vroeg om de koffer te openen. Dit bleek niet te lukken.
“Can you try again?”, vroeg hij
“It does not open, because it is not a door“, repliceerde ik.
Van de chauffeur zelf moesten we het ook niet hebben – zie been-situatie – en dus viel de opdracht aan één van de Oost-Europese kinderen om de volwassenen uit de kofferbak te halen. Gelukkig waren ze puber noch peuter en verlosten ze ons uit de oven.
Na deze gedeelde traumatische ervaring wensten we de andere toeristen nog een goeiedag. Of toch de Duitser die duidelijk dezelfde doodsangsten uitstond. Cultuurgelijkenissen. En vervolgens deden we het ondenkbare: we reden dezelfde bergpas opnieuw af, verder naar het volgende (verlaten) dorpje, Aradena.
Ons eten werd met een zekere inspanning toch binnengehouden. Onze gordel werd aanbeden. En de terecht vraag werd gesteld: “En waarom zijn wij daar in godsnaam in ingestapt?”.







De Imbros-kloof: Praktisch
- Afstand: 8 kilometer
- Hoogteverschil: 600 meter
- Parkeren: bij restaurant Porofarago zijn er meerdere parkeerplaatsen
- Terugweg: wandel de kloof volledig uit (wat wij dus niet gedaan hebben, wij zijn 150 meter te vroeg gestopt) en vraag naar reglementaire taxi”s of bussen. Of wandel de 8 kilometer terug.
- Meenemen: wandelschoenen, zonnecrème, voldoende water (geen voorzieningen onderweg) en voedsel.
Gerelateerde berichten
Meer lezen over Griekenland? Dat kan hier.
Ontdek meer van Auf Wiedersehen Goodbye
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.