Onderweg in IJsland: Auto’s en Campers

Ons vervoer: Naamloos – Danny – Linda.

Voor onze quarantaine huurden we een gewone auto (het was goedkoper om een auto 5 dagen aan de kant te zetten en 1 dag mee rond te rijden, dan een taxi te boeken aan de luchthaven van Keflavik (sad but true – 99€ enkele reis), het echte werk deden we met een camper.

We huurden een camper bij Campervan Iceland (deel van Renti.is – matige customer service). De website zag er professioneel uit en de prijs/kwaliteit was meer dan OK. Door onze quarantaine en wisselende vluchten, dienden we onze reservatie aan te passen. Aanpassen bleek ineens enorm veel meer te gaan kosten. Hier pasten we voor (we huurden opnieuw een wagen). Ter plaatste bleek dat we dan toch een correcte prijs betaalden (letterlijk honderden euro minder). In combinatie met de zwakke IJslandse kroon werd onze slaapplaats een pak goedkoper.

De wagen zelf, een Volkswagen California Beach 4×4 uit 2018 met bijna 80.000 kilometer op de teller, had duidelijk al heel wat huurders gehad en vertoonde wel wat mankementjes (redelijk wat foutmeldingen en de eerste 4 dagen zat er een vijs in één van de banden waardoor die leegliep, onze frigo die het na 3 dagen begaf, …). We doopten onze wagen Danny (Dan-Ni-He, als er weer eens iets niet werkte). Onze Gerry uit Australië blijft wel nog steeds onze favoriet, iets groter, iets praktischer (al kon Danny wel over veel ruwer terrein rijden).

Wel even opletten wat inclusief is bij het huren van een camper. Er is een hele lijst verzekeringen die de prijs van een huurwagen nagenoeg kunnen verdubbelen (schade aan auto, gravel, stormschade, …). Wij namen de basisverzekering + gravel (gezien we veel op niet-geasfalteerde stukken weg zouden rijden).

Kijk ook even na wat mag en niet mag, om extra kosten te vermijden: mag ik een rivier oversteken? Mogen we op de F-roads (niet-geasfalteerde wegen) rijden? Sommige F-roads zijn zelfs verboden voor alle huurwagens, zo bleek.

De laatste 3 dagen van ons verblijf schakelden we opnieuw over naar een auto (meerkost voor 3 extra dagen camper was exuberant): een Hyundai i20 die we Linda doopten. Linda had iets meer moeite met het bergop rijden en F-roads rijden zat er niet meer in, maar we zijn er overal mee geraakt. Goed zo, Linda!

Rondrijden in IJsland 

Voor mensen die een drukke E40 gewoon zijn, is de Ring Road (met nummer 1) een verademing. Toegegeven, in Reykjavik is het al wel eens wat drukker, maar dat is niets vergeleken met centrum Brussel – toch ook een hoofdstad – op een doordeweekse ochtend. Op de Ring Road was het vrij rustig. Geen idee of het met Corona te maken had, maar dit was alvast zeer aangenaam. De grote (lege) parkings doen ons vermoeden dat het hier wel drukker kan zijn.

Geen gekke bedoening hier trouwens. De meeste mensen houden zich braaf aan de regels (35, 50, 70 of 90 naargelang waar je rijdt). Geen wilde verhalen zoals in Jordanië dus.

Kamperen 

Online wordt de Camping Card aangeprezen voor 159€. Hiermee kan je (binnen het zomerseizoen) 28 nachten overnachten op de campings aangesloten bij de kaart. Door de waardedaling van de IJslandse Kroon, betaalden we echter maar 132€ (je betaalt de kaart in ISK).

Helaas. Voor ons was het geen succes. Het einde van het seizoen kwam er aan (15 september) en van onze 12 nachten konden we slechts 5 keer logeren met onze kaart. Verscheidene campings werden reeds vroegtijdig (corona, letterlijk geen volk) gesloten. Als je dan rekent dat een reguliere camping tussen de 7 en de 20 euro per persoon kost, dan reken je al snel uit dat er zeer weinig profijt uit gehaald hebben. Betekent dit dat de Camping Card een slecht idee is? Zeker niet, Tijdens de zomermaanden haal je dit er zeker uit (al ben je minder vrij in het kiezen van je campings).

Kamperen zelf hangt enorm af van waar je logeert. Campings gaan van ‘een tuinhuisje met een toilet’ tot ‘een restaurant met alles er op en er aan, inclusief warme douches’. Douches zijn niet altijd even warm (ook al betaal je hier extra voor bij). De ijsberenclub zou hier zijn gading wel vinden. Reserveren kan niet, op geen enkele camping. Het first come, first serve principe geldt overal.

De campings zelf waren extra rustig, vaak zelfs bijna helemaal verlaten. Maar altijd is er wel ergens een receptie en tegen het vallen van de avond sijpelden er altijd nog wel wat extra kampeerders binnen.

Onze persoonlijke favoriet was de camping in Skjoll, uiteraard die met het restaurant en de warme douches. De zelfgemaakte verse pizza’s zijn een aanrader.

Het verdict 

Met een gewone auto kom je niet op alle plekken die je gezien wil hebben. Een 4×4 huren is du echt wel een must. Verhuurbedrijven zijn heel streng op waar je rijdt met je wagen, Beter die extra kosten vermijden en dus gewoon voor die stoere Dacia Duster gaan (IJsland rijdt er vol mee).

Zouden we opnieuw een camper huren? Achteraf gezien waarschijnlijk niet tijdens deze periode van het jaar (September). Het weer is te wisselvallig en koud en af en toe een echt bed kan wel eens deugd doen voor een man van om en bij de twee meter. Een iets comfortabelere camper kan wel wonderen doen uiteraard. IJsland is op zich niet zo groot en de hoofdwegen zijn goed onderhouden. Op de gravel- en F-roads is het al eens wat hobbeliger, maar dat hoort er bij.

IJsland met de 4×4? Doen! 

2020!

2019 was een fantastisch jaar met tripjes naar de Faeroer, Azoren en Portugal, Normandië en Londen. Of 2020 nog beter zal worden? Ongetwijfeld!

Er staan alweer enkele mooie verkenningstochten gepland, waar we uiteraard zeer uitgebreid verslag over zullen uitbrengen.

Naast ons jaarlijks bezoekje aan Londen (Oktober) en onze occasionele wandeling in Oostende voor The Crystal Ship (April), staat het volgende al zeker op onze planning:

  • Jordanië (Februari): Amman naar Aqaba en terug. Duiken, Petra, geschiedenis!
  • Ijsland (September): Reykjavik en de Ring Road. In een 4×4 campervan!
  • Ibiza (Juni, enkel Anneke): Om eens te checken of alle verhalen waar zijn.

Daarnaast was onze typmachine vorige jaar precies toch een beetje defect en zijn enkele blogposts ongeschreven gebleven. Ergens in de komende maanden mag je dus nog zaken verwachten over:

  • Normandië: we gingen naar een trouwfeest in Frankrijk en maakten er een vakantie van. Helaas was dit tijdens een verlengd weekend.
  • Londen: het wordt eens tijd om hier nog iets over te schrijven, met alle ervaringen uit het (recente) verleden, moet dat vermoedelijk ook wel in boekvorm uitgebracht kunnen worden.
  • Mechelen: onze hometown tegenwoordig. Een beetje promotie kan nooit kwaad, meer bepaald over lekkere restaurants en dergelijke. Vooraleer we hier woonden, geloofden we namelijk niet dat hier iets te doen viel.
  • Dubai: een blogpost die letterlijk al bijna 3 jaar stof staat te vergaren. In de tijd van incentivetrips ooit eens een verslag over geschreven, nooit op ‘publiceren’ geklikt. Misschien dit jaar wel?

Onze Instagram wordt krijgt nieuwe updates als we onderweg zijn. Onze Facebookpagina zijn standaard onze blogposts die daar nog eens herpost worden.

Voor onze trips zullen we ook Polarsteps eens uittesten. Dit is een semi-automatische website waar onze reizen getracked zullen worden. Spannend.

Het amusement allemaal! Wij maken er alvast een mooi jaar van.

44 Dagen met Gerry, de review

Zeven weken in Australïë, hoe anders kan je dat verkennen, dan met de camper? Ik herinner me nog goed hoe we wekenlang verschillende verhuurbedrijven met elkaar vergeleken en er maar niet uit geraakten: gingen we nu voor goedkoper, of toch voor comfortabeler (in de mate van het mogelijke uiteraard, ik ben nog steeds bijna 2 meter lang). De opties zijn enorm, het aantal bedrijven eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor Mighty Campers (de naam alleen al), boeken deden we via het reisagentschap dat mensen connecteert, ze hebben daar goede verkopers in het kantoor van Leuven. Deze Mighty was een Toyota-busje met frigo, keukentje, een klein bed voor 2 en een tablet met GPS en WiFi functie. We kozen dus niet voor een tent (naast of op de wagen – alles is mogelijk), een ‘Spaceship’ (een omgebouwde monovolume) of hipster/hippiebus met schunnige opschriften (sommige opschriften waren achteraf zelfs afgeplakt op de wagen omdat ze blijkbaar voor te veel commotie zorgden).

Aandachtige mensen merken nu vast op dat we al 700 foto’s van onze camper gepost hebben en dat daar altijd maar weer Britz op stond en niet Mighy. Mighty is het kleine broertje van Britz (dat op zich ook weer het kleine broertje van Maui is). Britz had dus net zijn wagenpark gedegradeerd, maar nog niet gerebrand. Onvoorzien voordeel voor ons: een langer bed (2 meter), meer opbergruimte en een automatische versnellingsbak. Na een korte rondleiding in en rond de wagen kon ons avontuur beginnen. Klaar voor ‘slechts’ 8.000 kilometer plezier en vertier. (Nvdr: het werden er 10.952)

Dus, 43 nachten later, wat onthouden we van ons avontuur? (even voor alle duidelijkheid, onze kampeerervaring beperkt zich tot de festivalzomer en die ene dubieuze kamping in Salzburg, nu ongeveer een jaar of 8 geleden).

  • Avond: lekker gezellig! Stoeltje buiten, camperlichtje aan, beetje lezen. Samen met ongeveer 3 miljoen vliegen. Krijg die maar eens buiten op het moment wanneer je effectief wil gaan slapen. Dit was vooral gelinkt aan de bosachtige omgeving en de verschrikkelijk hoge temperatuur die de camper dan ook nog eens in een zweethut veranderde.
  • Kamperen bij 35°c is niet gezellig. Op die momenten wensten we toch dat we voor een Maui met airco gegaan waren. Dat kon ons budget echter niet aan (nog eens x2) en kom, wij zijn toch avonturiers zeker! Gelukkig daalden de temperaturen naarmate we naar het zuiden reden. Tot op het punt waar je je afvraagt of je wel echt in Australië bent (een week lang 15-17°c).
  • WikiCamps Australië: de App met daarop alle kampeerplaatsen van klein tot groot inclusief reviews en prijzen. De App zelf kost een paar euro, heeft daarna zijn nut zeker bewezen. Enkel zorgen dat je af en toe ergens WiFi hebt zodat je deze comments/reviews kan inladen en je bent vertrokken. Aanrader.
  • De ongelooflijke vrijheid: Ok, in stadskernen moet je niet komen met zo’n gevaarte, daar val je een beetje op en kan je zelden gemakkelijk parkeren. Voor de rest bepaal je uiteraard zelf waar je stopt. Wij reden hier rond in het laagseizoen en er was altijd wel ergens een plaatsje voor onze Gerry (ja, wij geven alles namen).
  • De behulpzaamheid van de Britz-mensen. We stopten in elke grote stad voor een ‘linnen-change’. Alle handdoeken, lakens, kussens, donsdeken, … werd vervangen. Bij onze eerste stop in Alice Springs werden we ook voorzien van een gordijn aan de linkerkant van de wagen, dat ontbrak simpelweg. Bizar.
  • Misschien hadden we wel een week of 2 extra moeten rekenen. Darwin – Melbourne – Sydney – Cairns op zeven weken, de Australiërs verklaren ons gek, mission accomplished! Het is natuurlijk wel een straf verhaal om te vertellen in de campingkeuken tegen de andere toeristen. “Wij hebben al wel 1.000 kilometer gereden!” (2 Nederlandse vrouwen). “Wij komen uit Darwin” (daar ongeveer 4.500 kilometer vandaan). “…” (De om het verste rijden met een camper competitie hebben we altijd gewonnen).
  • Punt van onderschatting: De prijs om onze Gerry op de baan te houden + overnachting. Je hebt dan wel je eigen slaapplaats mee, maar dat wil niet zeggen dat je zomaar overal mag kamperen. Reken nog eens tussen de 25 en de 50 Australische Dollar extra per nacht (1 AUD = ongeveer 0,66 Euro). Je kan ook opteren voor de gratis kampeerplaatsen, maar daar zijn quasi nooit douches en soms zelfs geen toiletten. Het is een keuze die je maakt uiteraard. Daarnaast lustte onze Gerry ook wel aardig wat litertjes Unleaded Fuel. Met zijn 11 à 12 liter per 100 kilometer dronk hij toch iets meer dan voorzien. Prijzen variëren enorm. Wij tankten aan prijzen tussen 1,18 AUD (Darwin) en 2,20 AUD (Kings Canyon, waar er helaas weinig keuze is en dit uitgebuit wordt. Daar zijn de campings ook het duurst).
  • Het kamperen zelf was best wel leuk. Over het algemeen werden de campings goed onderhouden en bevolkt door veeleer Australische toeristen. Deze waren gemakkelijk te onderscheiden van de Europese, aangezien hun camper meestal 3 keer zo groot was. Overal campingbarbecue-toestellen, microgolfovens en bij momenten zelfs eens een echte oven. Napraten kon je in de game room, met Arcade game consoles die de jaren 80 nog meegemaakt hadden. Op warme locaties was het altijd leuk een zwembad naast de camper te hebben.

Zouden we het opnieuw doen zoals we het nu gedaan hebben? Waarschijnlijk wel.

We konden natuurlijk ook gewoon een wagen gehuurd hebben en steeds op zoek gegaan zijn  naar goedkope hostels/motels/hotels. Veel van de campings hadden ook cabins. Een auto verbruikt minder en kost qua huur veel minder dan een camper, maar je verliest wel de charme van het kamperen mee natuurlijk.

Dus ja, we hadden het vermoedelijk wel goedkoper kunnen doen, maar we zouden Gerry oneer aandoen moesten we zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben.

We miss you already Gerry!

Komaan Britz, waar zijn die flappen?

20171120_094238