Seljavallalaug, het mooiste zwembad van IJsland

Shit, er komt volk aan’. Een zin die we tijdens onze reis in IJsland niet vaak uitspraken. Natuurlijk komt deze zin net uit mijn mond op een moment dat ik in mijn bloot gat in onze Volkswagen California camper zit. In recordtempo probeer ik alle gordijnen alsnog te sluiten. Wie lui is, moet beboet worden voor obsceniteit.

Tweede kans

Hoe komen we hier terecht, op een plaats die echt het midden van nergens lijkt? Seljavallalaug was een Instagram-begrip toen ik deze reis plande. Het was een uitgemaakte zaak dat we er niet naartoe zouden gaan: ik had geen zin om een Insta-shoot te doorbreken en nog minder om in een vies zwembad baantjes te trekken. Het zwembad wordt maar één keer per jaar schoongemaakt en als ik één iets geleerd heb uit South Park dan is het wel dit: ‘It’s all P, no H.’.

Maar ik kreeg een berichte van een vriendin, die het echt aanraadde. Blijkbaar wegen recommendations zwaarder door dan tekenfilmfiguren. Mijn curiositeit werd gewekt. Was dit zwembad echt zo smerig? En hoe warm was het water nu? De helft van het internet beweerde dat het water heet was, de andere helft bleek bevroren uit het water te komen. Dat triggert.

Skogar

De avond voorheen waren we in Skogar beland, waar we kampeerden op vlakbij Skogafoss. De camping was niet meteen het toonbeeld van een Mr. Proper reclamespotje – tenzij dan misschien van de ‘before’- beelden – en na 400 ISK te betalen voor een ijskoude douche ging ik teleurgesteld terug de campervan in.

Skogafoss in de ochtendzon

De volgende ochtend begonnen we vroeg aan onze Fimmvorduhals wandeling. Tot mijn grote teleurstelling hadden we beslist dat de omstandigheden niet opportuun waren om de wandeling volledig te maken – en zouden we dus een lus maken in plaats van helemaal door te stappen naar Thorsmork. Dat de omstandigheden niet zo ideaal waren, werd bewezen toen ik de strijd met de zwaartekracht niet één, maar wel twéé keer verloor tijdens wat overal bekend stond als ‘het gemakkelijke stuk’. Na een dag vol onderbroken regen lag het pad er extreem glad bij en ik was het slachtoffer bij voorkeur.

Begin van de Fimmvorduhals hike, toen ik nog recht kon staan

Veiliger activiteiten

Op uw muil gaan, dat doet iets met uw geest. De eerste keer maakte het me vastberaden om verder te wandelen – ik ging niet voor niks in de modder gelegen hebben. Mijn knie ging niet voor niks pijn doen. Toen mijn gat de tweede keer kennis maakte met de grond, sprong ik er wat rationeler mee om. Dat ik het gevecht met de zwaartekracht bleef verliezen leek me eerder een teken om te luisteren naar mijn lichaam (lees: knie) – dat zou immers de volgende dagen nog méér wandelingen moeten maken. Mijn vastberadenheid vond een nieuw doel: zo snel mogelijk relaxen in Seljavallalaug. De koude en het gezichtsverlies wegspoelen.

Zo kwamen we dus aan bij Seljavallalaug, in plaats van in Thorsmork. Op een open vlakte waar twee voertuigen geparkeerd stonden; de enige aanduiding dat er achter de heuvels iets te ontdekken was. Een koppeltje baande zich een weg terug naar hun wagen; ik probeerde mijn privacy toch enigszins te bewaren. Na minutenlang gewriemel had ik een badpak aan onder mijn modderige trekkingbroek. En tot mijn grote verbazing had Het Lief plots ook een zwembroek aan.

‘Ja, ik ben solidair. Ik doe mijn zwembroek aan, maar ik ga daar niet in. Dat gaat ijskoud zijn.’

Aankomst bij het zwembad

Na een héél korte wandeling zagen we teken van leven: een pomp, een soort opvangcocon, een gebouwtje, een zwembad en een verliefd stel in het zwembad. Dat was het. We kozen één van de drie omkleedruimtes uit en hingen onze kleren omhoog op wat kapstokken.

Eén van de oudste zwembaden in IJsland

Nadat het stel ons informeerde dat de hoek achteraan het zwembad, bij het trapje, het warmst was, verlieten ze het zwembad en hadden we het bad dus voor ons alleen. En zo bevonden we ons dus plots, ironie oh ironie, in een situatie waar we zelf een soort Insta-shoot hielden, want oh mijn god: wat een zwembad. Zelfs scepticus Het Lief zat binnen de kortste keren in het water, mijn verbazing ligt nog steeds ergens op de bodem van Seljavallalaug.

Privé-zwembad

Alleen maar goesting

If you do not like this pool, you do not belong in nature.’, las één van de reviews die ik las voor onze aankomst bij het zwembad. Met mijn naar smetvrees neigende hang naar properheid vreesde ik dan ook dat het verdict zou zijn dan ik niet thuis zou horen in de natuur. Maar eens aangekomen bij het zwembad kon niets me nog schelen. Zoals ik als tienjarige vol anticipatie naar het zwembad in Heist-op-den-Berg keek, zo keek ik nu als dertiger naar dit zwembad nabij Seljavellir. Al mijn zorgen had ik achtergelaten op de Fimmvorduhals en alleen mijn goesting was nog wakker. Het was daar in dat zwembad dat alle puzzelstukjes in elkaar vielen.

Eén van mijn mooiste reisherinneringen ooit

Ik leef voor het water. In leef in het water. Soms denk ik dat ik alleen in water mijn zorgen en angsten achter kan laten. Dus toen het volgende koppel arriveerde – en dat duo al snel een kwartet bleek te zijn – kon ik maar één iets doen: hen hetzelfde geschenk geven als wat deze plaats aan mij had gegeven.

De vrouw keek wat angstig naar de verlaten plaats en het zwembad. De rekensommen in haar gedachten stonden af te lezen op haar gezicht: was dit water wel proper, was het wel warm, is het het allemaal wel waard? Ook het oudere stel dat in hun kielzog volgde bleek één en al rationaliteit. Ze analyseerden het water – letterlijk, want ze waren bezig met een vreemd proefbuisje. Bedenkelijk keken ze naar de waterkwaliteit. De vier bespraken een resultaat. Ik bleef speels baantjes trekken. Rationeel ben ik nooit geweest. Het jongere stel ging alsnog een kleedhokje binnen; het oudere stel hield al hun kleren aan en blies de aftocht.

Toen het jonge koppel het water in ging, wou ik hen de vrijheid geven die ik op deze plek heb gevonden. Ik gaf hen de tip van de warmwaterbron en verliet het bad. Tijd voor een nieuw duo om de magie van deze plaats te proeven.

Vlakbij de warmwaterbron

PRAKTISCHE INFO

  • Seljavallalaug ligt tussen twee toeristische toppers: Skogafoss en Seljalandsfoss. Volg de Ring Road tot je aanduidingen ziet van Road 242 Raufarfell. Volg deze weg, tot je aan een aanduiding komt voor Seljavellir. Daar kan je je wagen parkeren (63.5655° N, 19.6079° W).
  • Vanaf deze parking is het ongeveer 20 minuten wandelen tot het zwembad. De wandelroute is niet aangeduid. Wanneer je je wagen parkeert, volg dan de (quasi droge) rivierbedding. Je moet soms even door de rivier: dit is zeer goed te doen, maar draag waterbestendige schoenen. Altijd blijven doorgaan tot je het zwembad ziet.
  • Seljavallalaug is gebouwd in 1923 en daarmee één van de oudste zwembaden in IJsland.
  • Het zwembad meet 10 op 25 meter.
  • Het zwembad is, voor volwassenen, ondiep bij de kleedkamers en wordt diep naar het eind toe. Op het eind kan je niet meer rechtstaan.
  • De toegang is gratis, verwacht dus ook geen vijfsterrenbehandeling. De drie kleedkamers zijn afgeleefd. Hoe deze kleedkamers eruit zien bepaal je zelf: neem je afval mee en laat niets achter. Wanneer wij in Seljavallalaug waren, waren er amper toeristen (COVID-19) en lagen de kleedkamers er ook redelijk goed bij. Op het internet kan je beelden vinden van andere omstandigheden.
  • De in- en uitvoer van water is beperkt. De algen in het water maken het oppervlak (de bodem en zijkanten) glad, let dus op bij je bewegingen in en nabij het bad.
  • Het zwembad wordt één keer per jaar gekuist, ergens in de zomer. Het is dus zeker niet de meest hygiënische plek in IJsland. Ik ondervond geen enkel probleem tijdens of na het zwemmen (atopisch eczeem).
  • En dan de vraag die iedereen zich stelt: is het water nu koud? Nee, het water is lauwwarm – en voor Noord-Europeanen zeker warm genoeg om aangenaam in te kunnen zwemmen. Voor inwoners van pakweg Florida kan het mogelijks wel eens tegenvallen. Ik schat het water op 35°C bij de bron tot 25-30°C afhankelijk van waar in het zwembad je je bevindt.
Getest en meer dan goedgekeurd: Seljavallalaug

[Noot: wij gingen naar IJsland in september 2020 waardoor er weinig toerisme was wegens COVID-19. Houd er rekening mee dat dit een populaire plaats is en dat je deze plaats allicht niet voor je alleen zal hebben tijdens het hoogseizoen.]

Hoe het noorderlicht (niet) te spotten

Drie Britten, twee Italianen en twee Belgen… Het zou het begin kunnen zijn van een middelmatige mop, maar voor ons zijn het de ingrediënten die nodig waren om het noorderlicht te spotten.

Eerste pogingen

Zodra het vliegtuig touchdown had met Reykjavik Airport, zat ik voortdurend op de site van het Icelandic Met Office. Niet alleen om het weer als een maniak te volgen, maar ook om de aurora voorspellingen vanbuiten te leren.

Dat vanbuiten leren ging erg makkelijk, want verder dan Quiet en Low kwamen de voorspellingen niet. De leek in mezelf vertaalde deze voorspellingen als: ‘er is geen scheet te zien’. Tot de forecast wijzigde naar Moderate – plots zeiden IJslanders en plaatselijke gidsen ons dat we héél zeker het noorderlicht zouden zien. Als leek zou ik ‘moderate’ vertalen als ‘meh’, maar blijkbaar was het a big thing. En, zeiden ze al troostend, als we het de avond dat het moderate was niet zouden zien, dan zeker wel tegen het eind van onze vakantie.

Dus de avond dat het ‘moderate’ was, verliet ik ’s nachts de campervan om naar het toilet te gaan. Dat was al een hele prestatie, want het was al 48u code geel en ik had al even veel uur geen oog dicht gedaan door de hevige windstoten die onze camper heen en weer schudden. Ik keek naar de lucht en waar er bij het slapengaan nog geen enkele wolk te zien was, zag ik nu wat wolken. Ik keek nog wat verder naar de wolken; het was wel wat vreemd. Ik zag nergens felgroene dansende lichten, dus ik besloot ASAP de camper terug in te sprinten. De wind gaf de uitdrukking freezing my tits of een iets te letterlijke invulling voor mij. Bovendien waren we verzekerd dat we het zeker zouden zien.

Elke avond ging ik naar de lucht kijken, maar de voorspellingen bleven hangen op Quiet en Low. En de lucht, nu ja, die bleef zwart.

Vidgelmir Cave Tour

De sleutel tot het zien van het noorderlicht bleek helemaal niet te liggen in het kijken naar de lucht, maar wel in het volgen van een groepstour door een lavagrot in Zuid-IJsland. Nu ja, groepstour: we waren met acht – gids incluis – en waren hiermee ook de enige toeristen van de dag. Voor een tour waar normaal dagelijks 150 personen aan deelnamen, waren we dus een erg kleine groep. Dat maakte interactie niet alleen gemakkelijk, maar ook noodzakelijk. Niets zo awkward als acht mensen die niets tegen elkaar zeggen maar wel anderhalf uur samen door moeten brengen.

En zo kwam het dus dat we na heel wat corona-gerelateerde klachten tot leukere gesprekken kwamen en leerden dat het Italiaanse koppel op huwelijksreis was. Ze waren niet alleen op huwelijksreis: ze hadden hun vijfdaagse quarantaine afgesloten met het zien van het noorderlicht. Per ongeluk, want de man was uit hun camper gestapt om naar het toilet te gaan en had het noorderlicht zomaar gespot. Exact zoals ik dacht dat het zou verlopen bij ons. Tot overmaat van ramp had de vrouw er zevenduizend foto’s van gemaakt en begon ze deze spontaan te tonen.

In coronacontext is het héél moeilijk om foto’s te bekijken als je maar 1m64 bent. Maar de glimpsen van het camerascherm die ik tussen alle ruggen door zag waren zo groen als een kikker. En niet zomaar eender welke kikker, maar zo groen als onderstaande Glass Frog.

(Afbeelding: Wikipedia)

Ik zag ondertussen even groen van jaloezie als bovenstaande kikker. Haar man bleef intussen maar herhalen dat de foto’s helemaal niet overeenkwamen met de realiteit en dat de camera kleuren anders ziet. In al mijn verblindende jaloezie dacht ik dat hij bedoelde dat hun foto’s de werkelijkheid geen eer aandeden.

Tot onze Britse gids plots vroeg of het ook groen was. Beetje onhandig om kleurenblind te zijn als geoloog, dacht ik. De foto’s waren toch overduidelijk helgroen? Wat een vraag. Het antwoord van de twee Italianen was plots minder eenduidig. Ja, het was wel een beetje groen, misschien, ja, een hint, een vleugje, iets.

I’ve seen the Northern Lights a lot, but for me they almost always appear as a milky white substance, not green’, zei de Britse geoloog. En hij voegde er nog iets aan toe: ‘In mijn ervaring tonen de lichten zich het vaakst tussen 23u30 en 00u30 en dan nog eens rond 02u00. En meestal tonen ze zich zo ongeveer vijf dagen na elkaar’.

De voorlaatste avond

Het spreekt dus voor zich dat het plan onmiddellijk gemaakt werd om die avond te gaan spotten, ondanks de ‘low’ voorspelling. De Italianen hadden het licht namelijk de dag ervoor gezien, dus volgens de gids hadden we een verhoogde kans om het ook te zien.

Dus reden we om 21u30 naar een meer vlakbij Reykjavik waar geen lichten waren. En we wachten. En wachten. En bleven maar voor ons uit kijken in de auto. En we zagen niets. Letterlijk niets. Zelden reed er een wagen voorbij en werden we verblind door autolichten. Wat niet zo erg was, want er was toch niets te zien.

De laatste twee Britten

Nog vijf minuten, gingen we het geven. In die vijf minuten gebeurde er iets vreemd. Een wagen parkeerde zich naast ons. Twee mensen sprongen uit de wagen en begonnen dingen op hun wagen te plaatsen. De dingen… ze wezen naar achter ons. Was er daar iets te zien?

‘Gaan we uitstappen en ook kijken?’, vroeg ik.
‘Nee’, kreeg ik.

Hoe langer ik naar de vreemde objecten op de wagen keek, hoe zekerder ik was dat het fototoestellen waren. Waar neem je in godsnaam in het midden van de nacht foto’s van?

‘Ik ga uitstappen’, zei ik. Geen vragen meer.

Twee uur lang was ik al voor me uit aan het kijken in de auto. Nu stond ik naast de wagen naar de andere kant te kijken. En daar waren ze weer. Die rare wolken die ik ook had gezien op die ijskoude avond met code geel op de camping.

‘Ik zie alleen maar rare wolken, maar ze zijn wel echt heel raar en ze bewegen wel redelijk snel voor een wolk, misschien moet je eens komen kijken’.

En zo stonden we dan plots te kijken naar wat rare wolken, die voor onze ogen echt begonnen te dansen en zo onmiskenbaar na enkele minuten geen wolk meer waren.

En zo realiseerde ik mij: ‘Shit, als ik die avond op de camping drie Britten en twee Italianen had ontmoet, dan had ik de vreemde wolken die avond ook herkend voor wat ze waren: strepen noorderlicht’.