Boodschap van algemeen nut voor wie een auto huurt in Taiwain.

We hebben heel lang getwijfeld over hoe we wilden rondreizen in Taiwan. Opties: Auto, openbaar vervoer of te voet. We zaten eigenlijk al door ons budget heen en een auto huren was nu ook niet zo goedkoop (50-60 Euro per dag voor een auto type Ford Fiesta; Sporteditie; automaat; grote spoiler achteraan; letterlijk het kleinste model dat je kan krijgen).

Er is de trein als alternatief en die brengt je echt wel op de meeste plekken waar je wil zijn. Vrij snel en vrij efficiënt als ik de reviews online mag geloven. De trein brengt je echter niet overal. Niet in die kleine stukjes natuur, niet in die afgelegen gebieden, niet op de plekken die we eigenlijk het liefst wilden zien. We kozen dus toch voor de auto.

Na enorm veel geklungel (websites die tegenwerken enzo) kregen we een wagen (de kleine Ford Fiesta!) geboekt en kon het avontuur enkele dagen later echt beginnen.

We waren nu al een tijdje doorheen Azië aan het reizen en hadden al heel wat verkeerssituaties meegemaakt. Eigenlijk verklaarden we ons op voorhand gek dat we aan dit laatste avontuur wilden beginnen, maar de reviews online op Lonely Planet en Tripadvisor gaven aan dat het allemaal doenbaar zou moeten zijn.

De infrastructuur is geweldig. In de rest van Azië kregen we te maken met zandwegjes of wegjes waar ooit wel eens een laag asfalt op lag. Hier lagen alle wegen er in quasi onberispelijke staat bij. In Tapei rijden bleef wel een uitdaging. Overvolle straten, stroken die enkel voor brommers/scooters waren en kruispunten zonder enige vorm van verkeerslicht.

Wat maakte dit auto-avontuur dan een echt avontuur om niet snel te vergeten?

  • Taiwan van Noord naar Zuid is ruwweg 490 kilometer. Beetje België, maar dan toch een beetje groter. Dat allemaal met nagenoeg perfecte wegen.
  • Parkeren: Thank God voor die kleine wagen. Er zijn twee soorten parkings in Taiwan: de eerste is vrij logisch. Een gratis/betaalparking met duidelijke parkeervakken. Herkenbaar aan de grote ‘P’. Vooral in grote steden was dit welgekomen. Betaalautomaten spraken gelukkig wel Engels (en prijzen waren te herkennen aan het feit dat men een westers schrift voor cijfers gebruikt). De tweede parking is de parking van “Ik zet mij hier en de mensen zullen wel rond mij heen rijden”. Drukke baan? Spitsuur? Overal stopten auto’s. In kleine steden geen probleem, in grote was het vaak slalommen.
  • Snelheidslimieten: Niemand leek zich er aan te houden, ook al stond het daar vol flitspalen. De snelheidslimieten lagen dan ook bedroevend laag en onze witte Ford Fiesta (sporteditie, remember), vond 40km/uur een beetje traag, zeker als dit echt kilometers lang de aangewezen snelheid was (andere limieten lagen tussen 50-70 km/uur op gewone wegen).
  • Regelgeving: Welke regels? We vroegen ons meermaals af of er wel regels waren voor bijvoorbeeld brommers/scooters (en eigenlijk ook auto’s). Het oranje verkeerslicht betekent hier duidelijk “geef nog maar wat extra gas” en het rode “het is eigenlijk al terug groen, ik vertrek al”.
  • Taroko National Park en de wegen errond: Taroko moet één van de bekendste natuurparken van Taiwan zijn (en terecht). Er zijn veel werken aan de gang die het de auto-, bus-, vrachtwagen-bestuurder gemakkelijker moeten maken om door het park te rijden. Wat echter nooit wende waren de tunnels (de oudere, niet de nieuwe) en de weg naar Mount Shimen. Tunnels hadden vaak slechts één baanvak en waren bij momenten honderden meters lang. De weg werd gebruikt door alle eerder vernoemde voertuigen. Elke bocht kon je laatste zijn. Tot overmaat van ramp zaten de wolken bij onze terugkeer zo laag dat we ongeveer anderhalf uur letterlijk NIETS gezien hebben.
  • Rijdende discoballen: Overal, maar dan ook echt overal staan lichten te pinken die om aandacht schreeuwen. Zo staan er aan de verkeerslichten vaak groene en rode lichten te pinken, wat het allemaal zeer verwarrend maakt. Vrachtwagens hebben overal LED-lichten gemonteerd om op te vallen en overal staan rood/blauwe lichten. De politie is overal, maar meestal ook nergens (politie rijdt ook altijd met brandende rood/blauwe lichten).
  • Waarschuwingslichten: naast de overdaad aan flitsend licht viel ons nog iets op. Mensen reden vaak door het rood, maar soms was dat heel normaal. Op vele plaatsen stond er een groen/oranje/rood licht een honderdtal meter voor het echte rode licht (meestal voor een bocht) als waarschuwing. De eerste keer stop je dan nog braaf voor het rode licht, maar dan merk je dat mensen beginnen te toeteren en je langs alle kanten beginnen voor te steken …

Maar dat is allemaal niets tegenover het laatste argument: Het rijgedrag van de gemiddelde Taiwanees. Zoals eerder aangehaald: snelheidslimieten of lichten zijn niet zo belangrijk. Maar wat dacht je van:

  • Bussen die je haast van de weg rammen omdat de chauffeur op zijn GSM bezig is.
  • Scooters die van een bergpas afrazen en je voorsteken in een bocht zonder enig zicht op wat er zich achter de bocht bevindt … ohja, langs rechts (en ja, we hebben er eentje geraakt, zonder veel gevolgen gelukkig).
  • Richtingsaanwijzers zijn hier overal optioneel.
  • Iedereen steekt langs rechts voor. Overal. Op wegen met één rijstrook geldt dit ook trouwens (gewoon hopen dat niemand zich geparkeerd had).
  • Never Forget: De vrachtwagen die 80km/uur reed op een baan van 70km/uur, in ons gat kwam hangen, met zijn lichten knipperde en claxoneerde. Om dan toch bij voorkeur langs rechts voor te steken omdat we enkel naar links konden uitwijken. Bij het volgende licht week hij dan toch uit voor een voorligger en moest dan ‘noodgedwongen’ door het rood rijden omdat hij niet meer kon stoppen.
  • Never Forget 2 – Jiufen: één van de drukstbezochte oude steden in Taiwan. Letterlijk één straat lang (in vele kronkels). Toen we onze afslag naar de parking misten zijn we zonder overdrijven 10 kilometer omgereden omdat het zo druk was en we nergens meer konden draaien (uiteraard was het op dat moment al pikdonker, voor extra effect!)

Toch zijn we zeer tevreden dat we een auto hadden. We hebben zoveel meer gedaan en gezien. Dingen die we anders nooit gezien zouden hebben. Rondrijden in Taiwan is een goede leerschool, vooral in steden. Buiten de steden is het eigenlijk verbazend rustig.

Screenshot_20180327-215103

Niets te zien hier!

IMG_20180325_220549_886

Veel te zien!

Zijn wij backpackers?

We zijn nu pakweg 5 maanden onderweg en hebben reeds mogen ondervinden hoe dat nu eigenlijk voelt om zo lang zo ver van huis weg te zijn. Op voorhand lees je veel verhalen over hoe het wel en niet moet, waar je voor moet opletten en aan welke gezellige dingen je allemaal kan doodgaan. Tot dusver leven we beide nog en beseffen we dat veel van de informatie die we op voorhand kregen, toch wel een eindje van de realiteit ligt. Moest ze volledig kloppen, hadden we Australië dus niet overleefd.

  • Australië zit vol spinnen, slangen en krokodillen.
  • Myanmar is supermoeilijk om van plaats A naar plaats B te gaan. Betalen kan enkel met super propere Dollars.
  • In Azië wordt je sowieso 17 keer overvallen. Let op!

Onderweg zijn we ook al veel andere reizigers tegengekomen. Je vindt ze in alle maten, soorten en gewichten. Er is alvast één conclusie die we uit deze ontmoetingen hebben kunnen trekken: wij zijn geen backpackers. Ja, we hebben een backpack, maar daar stopt de vergelijking dan ook. Het beeld dat we hadden van typische backpackers die de wereld veroverden was dan misschien ook een beetje te idyllisch.

Zolang we vertoefden in plekken waar er weinig toerisme was of waar backpackers niet met hopen op elkaar zaten, viel alles nog zeer goed mee. Van zodra we echter een backpackershub bezochten (Ubud, Indonesië; Luang Prabang, Laos; …), werd het ons pijnlijk duidelijk: we waren misschien al een beetje te oud om ons echte backpackers te noemen.

Vermoedelijk schetsen we hier nu een zeer eenzijdig beeld en hebben we gewoon pech gehad. Van zodra we een echt hostel binnenstapten was het altijd wel heel gezellig, tot op het punt dat er geslapen diende te worden. Er was altijd wel iemand die luidop moest staan overgeven, roepen, of gewoon verliefd moest doen via Skype (dat kan ook zeer luid). De typische discussies doorheen de dag gingen als volgt …

  • ‘s Ochtends ging het over de slechte nachtrust en het lawaai.
  • ‘s Middags over wie ze allemaal waar een tong hadden gedraaid (dat ging dan verder over naar herpes, chlamidia en andere leuke SOA’s, …)
  • ‘s Avonds was er altijd wel een bar waar ze zich laveloos zat konden drinken (Sakura Bar, Laos, daar krijgje emmers met Whisky tijdens happy hour, ik ben te oud om dat nog normaal te vinden).

Geloof me, het is niet echt super gezellig, zowel voor de lokale bevolking als voor de andere toeristen als er een stoet zombies over de lokale markt strompelt na het happy hour. Het is wel ongelooflijk boeiend om naar de zatte verhalen te luisteren, moeten we toegeven.

Gelukkig waren er voor elke bedenkelijke backpacker ook 10 anderen waarmee het wel fijn vertoeven was. We hebben mensen ontmoet uit alle delen van de wereld. Veel Belgen, Nederlanders en Duitsers. Eén koppel was onderweg van Australië naar Duitsland met de 4×4, anderen deden gelijkaardige trips, maar dan toch weer helemaal anders. de informatie die je van deze mensen krijgt is zeer waardevol.

Het viel ons ook op dat afhankelijk van het budget en persoonlijke instelling, mensen enorm verschillen. Ja, wij hebben die middelmatige pizza van 5€ gegeten, terwijl anderen (met duidelijk een groter budget) er bedenkelijk over deden: “te duur!”. Ons budget is in orde. Zolang we niet elke dag spreekwoordelijke oesters of kaviaar eten, komen we wel rond. We hoeven ons voorlopig nog niet bezig te houden met tactieken over “hoe voorbij de ticketcontrole geraken zonder betalen” (TripAdvisor).

We trekken nog even verder met onze rugzak!

(Helaas nog geen hostels/backpackers tegengekomen die in het bezit waren van een 999 game. Deze opdracht blijft momenteel helaas onvervuld.)

Rest er mij nog een vraag: Iemand mijn wandelstok gezien?

 

 

TripAdvisor, hoe gaan wij er mee om?

Daar we beide nogal autistisch aangelegd zijn als het aankomt op voorbereiding/planning, is onze favoriete website tegenwoordig logischerwijs TripAdvisor. Het is nog maar een aantal jaar dat we deze site echt gebruiken, maar ondertussen zouden we niet meer zonder kunnen.

Hoe gaan we te werk bij het zoeken naar leuke activiteiten of restaurants? Hotels doen we voornamelijk via Lonely Planet en Booking.com. Daar gaan we enkel op TripAdvisor kijken als we echt twijfelen.

Het is een gave om een TripAdvisor review volledig te doorgronden. Wijzelf schrijven enkel reviews van zaken die we echt de moeite vonden of wanneer we vinden dat de mensheid hier vooral ver weg van dient te blijven. We gaan hiervan dan ook vanuit bij het lezen van de reviews.

  • Kleine restaurants die amper reviews hebben, maar super zijn, krijgen van ons altijd een review. Je ziet gewoon dat het effect van zo’n review gigantisch veel betekent. Bovenaan staan in de lijst helpt nu eenmaal als je je in een stad bevindt waar er 50 of meer restaurants zijn.
  • Grote restaurants die al tonnen reviews hebben, moeten al heel uitzonderlijk zijn om van ons een review te ontvangen. Of ze moeten verschrikkelijk slecht zijn, maar dat gebeurt gelukkig zelden (never forget het Indisch restaurant in Pakse met de lovende reviews en het verschrikkelijke eten).
  • Attracties krijgen een review als ze ons uitzonderlijk ‘geamuseerd’ hebben of als de service uitstekend is. Hierbij denken we dan vooral terug aan onze duiklessen die we namen in Indonesië of de reclining Buddha in Myanmar (stenen beelden van halfnaakte vrouwen in korte jeansbroek die gespiest werden door de duivel).
  • Hotels krijgen van ons een review (vrijwel altijd positief), als het gaat om kleine homestays, waar je logeert in de ene kamer die een familie nog overheeft. De vader of moeder des huizes vraagt meestal met een klein hartje of we hun zelfgemaakt kaartje kunnen doorgeven aan onze vrienden en een review kunnen schrijven. De opbouwende kritieken houden we voor op Booking.com (wanneer we ook echt via Booking boekten uiteraard).

Je moet jezelf inleven in de mindset van andere toeristen bij het lezen van de reviews. Er zijn om te beginnen al heel veel culturele verschillen. Het aantal Fransen dat we hebben zien klagen over het ontbreken van deftig brood in the middle of nowhere, is ontelbaar.

Stappen bij het kiezen van het juiste restaurant (activiteiten is eerder ter voorbereiding op eventuele rare zaken):

  1. We leven maar één keer en willen ons leven niet verkorten door raar eten. We gaan dus resoluut op zoek naar betaalbare restaurants die hoog in de lijst staan. Zeker in grote steden waar er 100+ restaurants zijn. In de kleinere steden, waar er soms maar 2 of 3 restaurants geregistreerd waren, gingen we meestal gewoon overal eens langs of lieten we ons adviseren door de locals (“good restaurant, not get sick”)
  2. Dollartekens: van $ tot $$$$. We zijn lang op reis en moeten dus een beetje op ons geld letten. De momenten waarop we duur aten, waren meestal de momenten waar we de tijd niet hadden om TripAdvisor te checken. Altijd leuk om dan te zien dat je in de nummer 7 van alle restaurants in Yangon zit, en ook slechts het dubbele betaalt van elders. Standaard gaan we op zoek naar restaurants met 1 tot 3 dollartekens.
  3. Filteren op keuken: Uiteindelijk is dit vrij basic: je hebt de Aziatische keuken, de meer Westerse en overal loopt er wel een verdwaalde Italiaan rond die verbazend overheerlijke pizza’s maakt.
  4. De reviews zelf gaan altijd van ‘Uitstekend’ tot ‘Vreselijk’ (eigen bewoording van TripAdvisor) en daar gaan we vooral op zoek naar de uitstersten: Wat zeggen de mensen die het fantastisch vonden? Wat zeggen de mensen die het verschrikkelijk vonden. Het is vooral een kunst om te leren begrijpen hoe serieus de mensen zijn die een verschrikkelijk review schrijven. Veel mensen hebben gewoon pech gehad, anderen klagen gewoon graag en denken niet na vooraleer ze een klein familierestaurantje volledig de grond in boren (de reden dat wij geen negatieve dingen schrijven over kleine zaken)
    • Over een bakkerij in een klein stadje in Myanmar: “We kunnen niet geloven dat deze zaak zich een bakkerij noemt. Ze hebben niet eens croissants of chodoladebroodjes” (Franse comment).
    • Nippon Bridge: “Het is een brug, die brengt je van punt A naar punt B aan de overkant van het water. Wat doet dit op TripAdvisor?” (True, Pakse heeft maar weinig te bieden en de brug was niet echt boeiend)
    • Google zeker ook eens: “Funny TripAdvisor reviews”.
  5. Als alles gewikt en gewogen is, dan gaan we ervoor. Is het een positieve ervaring, dan kan het al eens gebeuren dat we een review schrijven. We schrijven zeker niet van alles een review, we zijn nog net geen reisgidsen.
  6. We gaan nooit naar restaurants die bovenaan in de lijst staan omdat ze ervoor betaald hebben. Uit principe.

Belangrijk: We hebben altijd onze korrel zout mee bij het lezen. Er waren attracties waar we zouden lastiggevallen worden, gescamd, quasi overvallen en beroofd (die verhalen waren echt schrijnend), waar we binnenliepen zonder dat iemand ons ook maar aankeek. Soms heb je geluk, soms heb je pech.

Myanmar: Een aantal vragen.

Tijdens onze trip door Myanmar zaten we met een aantal vragen. Brandende vragen, waar we absoluut een antwoord op wilden. De ene vraag al wat serieuzer dan de andere, maar allen kregen ze een antwoord …

Waarom stoppen we altijd?

Het openbaar vervoer in Myanmar is over het algemeen goed te vertrouwen. Je moet echter wel tijd hebben. In een rechte lijn naar een bestemming rijden gaat niet en zeker bij bussen die overdag rijden, lijkt elk huis dat gepasseerd wordt een busstation te zijn. Chauffeurs geven ritten aan elkaar door onder het mom van “my brother also good speak English”. Iedereen is familie van elkaar en het business doen zit hen in het bloed. In de goede zin van het woord, want steeds komen we op onze bestemming aan met onze volledige baggage (op die ene keer bij Golden Rock na dan). Een snelheidscertificaat gaan ze echter nooit krijgen. Dit is trouwens niet alleen van toepassing bij bussen, ook bij boten gelden dezelfde regels. Bij Inle Lake stonden we vijf minuten te onderhandelen over de prijs van een kort boottochtje, stappen we in … om 100 meter te varen en dan vervolgens bij “zijn brother” in een andere boot te stappen.

20180108_144148.jpg

Onze bus. Locatie? Eerste stopplaats van onze 5 uur durende rit. Na amper 15 minuten.

Waarom hebben mensen hier winterjassen aan?

Toegegeven, het is niet overal even warm. In een land waar het vooral 30°c en warmer is, is 20°c blijkbaar extreem koud. Terwijl wij een gezellige wandeling in t-shirt maken, lopen we voorbij mensen in dikke jassen, met sjaals en mutsen. Wij moeter er waarschijnlijk even raar uitzien, maar het blijft bij een beperkt aantal keer dat we onze sweaters moeten bovenhalen.

Wanneer halen we ze dan wel boven? Als we de bus nemen! Van zodra je een bus neemt die iet of wat comfort heeft, neem je plaats in een ijskast. Standaard krijg je dan ook een dekentje om je warm te houden. Locals gebruiken dit ook, ook al zitten ze daar in hun winterjassen.

Waarom bloeden mensen hier uit hun mond?

Zonder twijfel mijn favoriete vraagstuk van onze trip door Myanmar. De eerste keer als je dit bewuste fenomeen tegenkomt, frons je toch even de wenkbrauwen. Dan volgt al heel snel een tweede, derde, vierde, … Iedereen lijkt last te hebben van zeer bloederig tandvlees. Voorts hebben ze ook last van slijmpjes in de keel, want rochelen lijkt ook één van de favoriete sporten te zijn. De rochels zijn dan dieprood en overal in het straatbeeld zie je de sporen.

De verklaring? Betelnoot. Kleine stukjes betelnoot worden in een betelblad gewikkeld, samen met wat extra smaakmakers. Vervolgens begint het kauwen. Inslikken lijkt geen goed idee te zijn, want iedereen spuwt het uit. Je zou er opgewekt van worden. Wij hebben het niet geprobeerd.

Nu moet je weten dat de mensen in Myanmar over het algemeen zeer vriendelijk en goedlachs zijn. Ze kauwen betelnoot zoals de Indonesiërs roken … in gigantische hoeveelheden. Zowat elke mannelijke glimlach toonde ons een set zwart/rode bloederige tanden en spreken wordt er ook niet gemakkelijker op. Je moet je inbeelden dat je met 10 kauwgommen tegelijk in je mond zit. Zo ziet het er alvast uit.

In Bagan was er het Betelnut Hotel. We zijn niet binnengeweest, maar ik veronderstel dat het een bloedbad was.

Vanwaar komen al die luidsprekers?

Als er iets te vieren is, dan liefst zo luid mogelijk. Het aantal keren dat we een pick-up zagen passeren waar de geluidsinstallatie groter was dan de pick-up zelf, is eigenlijk niet te tellen. Op, achter of voor de installatie een publiek dat varieerde van een aantal tieners tot halfbejaarde mannen en vrouwen. Hun doel? Voor de ene was het gewoon feest vieren (dat doen ze hier echt graag), voor de andere was het een geldinzameling, meestal voor de restauratie van een tempel. We hopen dat de gehoorschade meevalt.

IMG_20180109_194726_032

Foto getrokken vanop een militair kerkhof. Tomorrowland was er niets tegen. “Battle Mode Activated” was wel niet echt op z’n plek.

Waarom smeren de mensen hier vanalles op hun gezicht?

Een aantal vlekken, een streep, helemaal … mensen in Myanmar (vooral vrouwen en kinderen) besmeren zich dagelijks met Thanaka. Eén van onze gidsen legde het als volgt uit: “you have Nivea, we have Thanaka”. In het kort: Thanaka is de vermalen schors van de thanakaboom. Deze wordt aangelengd met water en op het gezicht gesmeerd. Dit zou een helende werking hebben voor de huid en zou tevens ook als zonnecreme kunnen gebruikt worden. Het is een gewoonte die we overal in Myanmar tegenkomen, maar bizar genoeg nooit op foto hebben vastgelegd.

Waar zijn de vuilnisbakken hier naartoe?

Misschien het enige minpuntje aan heel Myanmar: het ligt er op sommige plaatsen beschamend vuil bij. Het is duidelijk dat het hier nog niet doorgedrongen is wat de overdaad aan plastic kan veroorzaken als je alles gewoon op de grond gooit, of zelfs gewoon in de rivier. We zien wel dat een aantal grotere steden hier op inspelen, maar veel lijkt het nog niet te helpen. De bergen vuil liggen gewoon naast de weg en ze worden groter, dag na dag.

20180122_173043

Just a regular view in Yangon.

Waarom raken mensen hun elleboog aan?

Opnieuw iets dat we opmerkten bij de plaatselijke bevolking. Iedereen neemt alles aan met zijn of haar rechterhand. Ook in Myanmar is het linkerhand gedoemd om dat hand te zijn waar je ‘vieze dingen’ mee doet. Bij het aannemen – van geld bijvoorbeeld – zullen ze dus altijd hun rechterarm volledig uitstrekken en hun linker arm volledig buigen. Het linkerhand raakt dan vervolgens de elleboog. Meestal wordt dit nog gecombineerd met een kleine buiging.

Waarom toeteren mensen hier heel de tijd?

Dus, toeteren. Altijd, heel de tijd. Ook ‘s nachts. Van zodra er iemand te dichtbij de wagen, bus of moto komt, wordt er getoeterd. Het straatbeeld lijkt ook voortdurend op “The Fast & The Furious”. Taxichauffeurs maken er een sport van om iedereen die ze zien voor te steken. Dit is niet altijd even vanzelfsprekend. In Myanmar wordt er rechts gereden, maar om één of andere duistere reden rijden ze met wagens waar het stuur ook rechts staat … voorsteken wordt dan altijd net wat moeilijker. Niet dat dat hen tegenhoudt. Brommertjes gebruiken hun toeter vooral omdat er praktisch nergens verkeerlichten staan. De regel hier (zo begrijpen wij hem): wie eerst durft oversteken, mag eerst oversteken. Betrekkelijk weinig ongevallen gezien, maar echt gezond kan het niet zijn. In de wagen werden amper gordels gedragen en de helm was nog geen standaarduitrustig voor wie met de moto reed.

Vanwaar komen al die fotostickers?

Een fenomeen vooral in de grotere steden. Net zoals de grote bussen bij ons stickers hebben met daarop de opties die ze aanbieden (toilet, airco, …), hebben auto’s dit hier ook. In alle eerlijkheid, niet echt een antwoord op de vraag. Stickers varieerden hier van Wifi tot een hartje dat dan ‘liefde’ moest voorstellen. Andere gaven aan dat je karaoke kon zingen. Weer anderen waren vrij duidelijk: No touching.

Bizar. Een manier om hun mannelijkheid te tonen?

IMG_20171231_183912_359

Slechts één van de vele voorbeelden.

Golden tijdverlies?

Myanmar is nog steeds voor het grootste deel een blinde vlek. Had je me op voorhand gevraagd wat we daar zouden gaan doen, dan zou het stoppen na Bagan (tempels) en Yangon (ik zou vermoedelijk gedacht hebben dat dit de hoofdstad was, wat niet zo is). En ja, ik had ook wel al eens gehoord van een rots, volledig in het goud, die ergens stond te balanceren.

Golden Rock dus. Er geraken hoorde doenbaar te zijn vanuit Mawlamyine. Met de bus een drietal uurtjes rijden. We hadden ondertussen al enkele bussen genomen in Indonesië en Maleisië en waren voorbereid op pure horror (altijd goed om verwachtingen een beetje te managen), maar konden leven met het exemplaar dat voor onze neuzen stond, om zes uur ‘s morgens. Toegegeven, de exemplaren ernaast waren allemaal nieuwer en zagen er allemaal beter uit, maar ook deze bus had vaste plaatsen en we vertrouwden erop onze baggage nog terug te zullen zien (Spoiler: we zagen ze terug).

Het was nog koel en de wegen waren nog tamelijk rustig om 6.30 ‘s morgens. Dat veranderde wel. Het werd gezellig warm in de bus (niet te warm gelukkig) en na wat tussenstops (je kan toch moeilijk in één keer rechtstreeks naar je bestemming rijden), kwamen we een drietal uur later aan in Kyaikto. Joepie, dat ging vlot! Ons ticket was er eentje naar Kinpon dat nog 16 kilometer verder lag en we zouden dus moeten overstappen.

Dat leek echter niet het plan te worden van twee motortaxi’s. Ons hotel was vlakbij. Gratis vervoer! 5 minuten later stonden we aan het verkeerde hotel. OK, het had ook “Golden” in zijn naam, maar ik heb het vermoeden dat veel hotels/restaurants dezelfde strategie gekozen hebben bij het kiezen van een naam. Dus wij opnieuw op de moto. Even inbeelden: kleine moto met twee mensen op, inclusief rugzak van om en bij de 15 kilo.

Even een disclaimer: dit doen we nooit meer. De twee heren namen ons mee voor een rit van 16 kilometer, tegen op sommige momenten 70 kilometer per uur en zonder ons te voorzien van een helm. Komt er nog bij dat de rit, die gratis zou zijn, plots 16.000 MMK (10€) zou kosten. Het heeft lang geduurd, maar we zijn er met open ogen ingetrapt. Nooit meer dus.

IMG_20180109_202430_189

Enkel mannen toegelaten.

Golden Rock zelf dan maar. De enige manier om boven te geraken is om een plaatsje te bemachtigen op één van de trucks die zowat machinaal de horden toeristen naar boven brengen. Een bus zeg je? Neen, een kleine vrachtwagen met in de laadbak ‘plaats’ voor zowat 60 mensen. In de cabine zelf passen er ook nog eens vijf, maar dat is bijbetalen. De rit naar boven (2.000 MMK pp) is best te vergelijken met de Space Mountain in Disneyland, maar dan langer, veel langer. Chauffeurs rijden duidelijk op commissie en willen zo snel mogelijk de berg op. We worden heftig door elkaar geschud op de veel te kleine plaats die we hebben. Het jongetje voor ons begint vol overgave zijn zusje onder te kotsen. Onderweg stoppen we een aantal keer om geld in te zamelen voor het goede doel en omdat het blijkbaar eenrichtingsverkeer is moeten we vaak ook even afwachten. Het zorgt er alleen maar voor dat de chauffeur nog harder op zijn gas begon te duwen.

Boven op Golden Rock zelf werd het duidelijk hoe druk het hier eigenlijk was. Het was zondag en iedereen wilde tegelijk die gouden rotsformatie voorzien van een extra laagje bladgoud. De mannen dan toch, vrouwen werden op een veilige afstand gehouden. Toeristen (misschien 1% van de totale bezoekers?) betalen hier 10.000 MMK , Birmezen lopen gewoon gratis naar binnen.

Wat krijg je voor die 10.000 MMK?

  • Vieze blikken van de locals omdat de rok (tot op enkelhoogte) van Anneke een kleine split had. Dit werd verholpen door een ‘gratis’ Longyi die paradoxaal genoeg korter was dan de rok zelf. De gratis Longyi bleek uiteraard geld te kosten. In Myanmar ga je liefst niet in discussie met 5 politie-agentes.
  • Een gouden rots in een mooie setting. De rots zelf is evenwel vrij klein en verliest zijn pracht een beetje in de setting waarin hij staat. Heel veel kleine en grote gebouwen en gewoon ook de massa aanwezig. (dit is potentieel anders tijdens weekdagen natuurlijk)
  • Hopen en hopen afval. Plastic, papiertjes, etensresten, you name it. Ze komen allemaal om de steen te bewonderen, maar gooien hun afval gewoon over de reling. Overal waar je keek lagen bergen afval.
  • Een dansact met een vrouw die elke twee minuten flauwviel, maar mits enkele milde schenkingen toch wel weer snel op de been was.
  • Een gevoel van: was het dit nu?

Er zit meer in deze plek en dat heeft de overheid ondertussen ook wel door. Ze zijn bezig met het installeren van een kabelbaan en een aantal nieuwe resorts voor toeristen is in aanbouw. De kabelbaan start nu nog gewoon in het niets, de resorts zijn nu slechts hopen afval.

IMG_20180109_202350_409

De verkoper van bladgoud doet hier gouden zaken.

IMG_20180109_202553_731

Welkom op Camping Golden Rock

IMG_20180109_202726_780

Vrouw volledig ‘in trance’

IMG_20180109_202654_213

Expectations versus reality

Ik ben oprecht benieuwd hoe dit hier binnen 5 jaar zal uitzien. Hopelijk is die steen dan nog niet naar beneden gegleden uiteraard.

Opdracht #10: Ga eten bij Din Tai Fung

Een opdracht over eten: wat moet een mens nog meer hebben? Het is stiekem een hobby van ons beiden, dus dat zou een makkie worden. “Ga eten bij Din Tai Fung”.

Din Tai Fung, een Dim Sum restaurant. Elke grote stad had er wel eentje, maar telkens leken we wel een reden te vinden om niet te moeten langsgaan. Die van Singapore zat veel te vol, Australië is toch echt niet de plaats om Dim Sum te eten en in Jakarta vonden we eerlijk gezegd de tijd er niet voor en kozen we voor de zijn culinaire tegenhanger: Burger King.

En dan was er Kuala Lumpur. Een winkelcentrum inclusief een Din Tai Fung. We waren op weg naar de foodcourt, maar besloten dan toch maar dat het tijd was om ons punt te scoren.

Een kaart met elvendertig verschillende soorten Dim Sum en aanverwanten. Te veel keuze om goed te zijn. Hoe begin je daar dan aan? Juist … van elke soort iets: vegetarisch, met kip, champignons … We schreven onze keuze op ons papiertje en probeerden de aandacht van een ober te trekken. Om één of andere duistere reden schaamde die zich voor het feit dat we al een halve minuut geen aandacht gekregen hadden. Hij kon niet snel genoeg onze bestelling komen opnemen. Pluspunt: hij keek niet raar op van onze bestelling. Din Tai Fung obers worden daar waarschijnlijk op getraind.

received_10155257333548932

3 grote ronde bamboeschalen, met telkens 3 tot 6 Dim Sums (plus een vierde voor het dessert). Wat waren onze bevindingen:

  • Over de manier waarop je die dingen moet eten, zijn we nog niet helemaal zeker. We hebben zo goed mogelijk onze buren proberen te kopiëren. In de praktijk is dat gewoon op een zo esthetische mogelijke manier die dingen naar binnen proppen.
  • De smaak was zeer verschillend. Lekker, soms misschien een tikkeltje te pikant. Nuja, ik sta er om bekend om nergens tegen te kunnen als het over pikant gaat …
  • De hoeveelheid? Onderschat hoe vullend die dingen zijn. Maar …
  • … dan toch nog voor een dessert gaan. De moeilleux-versie van Dim Sum. Beetje bizar om een in deeg ingepakte bal chocolade te eten. Wat mij betreft wel een topper. Telt eventueel nog in de categorie plaatselijke desserts?

Zouden we het opnieuw doen? Een Gold Card (Never forget Domino’s Pizzas Leuven) zullen we nooit krijgen en het was misschien ook niet helemaal ons ding. Voor Anneke waren er te weinig vegetarische opties. Lekker was het wel, maar als er een rij wachtenden staat, de volgende keer als we een Din Tai Fung passeren, zullen we waarschijnlijk wel op zoek gaan naar iets anders.

received_10155257334583932

Borobudur, 2 keer dolle pret.

Borobudur is als ik me niet vergis één van de grootste Boeddhistische tempels ter wereld. Unesco Werelderfgoed en een gigantische toeristische trekpleister. Deze mocht dus zeker niet op ons lijstje ontbreken. Ikzelf had nog wat vage ideeën over mijn bezoekje 21 jaar geleden, maar deze kenmerkten zich vooral door het feit dat ze nogal vaag waren.

De eigenaar van onze homestay – een 39-jarige man met de looks van een 25-jarige, niet normaal – gaf ons alvast wat informatie mee en kon voor ons een ‘Borobudur Sunrise’ bezoek regelen. Dit wil zeggen dat je via het enige officiële hotel dat IN het park gelegen is (en uitgebaat wordt door de overheid) voor zonsopgang de tempel op mag. Dit wil zeggen, voor de massa. Helaas wil dit ook zeggen tegen een significante meerpijs.

Helaas konden we niet wachten en besloten we eens gek te doen. We zaten immers met een jarige onder ons.

Borobudur Sunset: ja, u leest het goed. Naast een Sunrise is er ook nog een Sunset natuurlijk. We kieperen onze portefeuille ondersteboven en volgen de massa naar de beroemde tempel. Het dient gezegd te worden, we waren niet alleen. Toeristen waren er met hopen, maar dit vooral in de vorm van grote schoolgroepen, allemaal mooi in uniform met bijhorende slogens/taglines (als in: Transformers, Loading en The Naughty Group – serieus, wie verzint deze dingen?).

IMG_20171215_181611_115

De jarige onder ons.

We besluiten de tempel van beneden naar boven af te werken. Dat vergt wel even tijd, aangezien we het hier over tien verdiepingen hebben. Gelukkig wordt elke verdieping weer een beetje kleiner. Het regent, de lucht is grijs. Het is moeilijk om de perfecte foto te maken. En daar lopen we dan. Ik loop in mijn knalgele jas (die van Anneke is blauw en minder opvallend) en val nogal op.

En dan komt nummer één aangeschuifeld: “Sir, can we take photo”? We werden er voor gewaarschuwd en merkten het ook al eerder in Prambanan. Kinderen gaan dolgraag op de foto met buitenlanders (op die paar duizenden mensen die er op dat moment rondliepen, telden we maximaal een vijftiental ‘targets’). Na nummer één komt er een oudere man op ons af. Hij begint een uitleg in het Indonesisch, maar de bedoeling is duidelijk: een foto! De dochter komt het uiteindelijk vertalen. Zo fier als een gieter, want de familie mag op de foto met een Belgische reus en zijn vriendin.

We klimmen naar boven. Het is wat rustiger op de tussenverdiepingen. Veel mensen lopen meteen naar boven. Ook hier gaan we nog een aantal keer op de foto.

IMG_20171215_200049_299

Wijzen naar de peperdure camera.

IMG_20171215_200208_295

Groepsidentiteit verstevigen.

Eenmaal boven zijn we blij dat we de volgende dag ‘s ochtends nog eens mogen langkomen. We kunnen ons nu inbeelden hoe Dimitri Vegas en Like Mike zich voelen als ze zich temidden van hun madness begeven. De bovenste drie verdiepingen staan overvol. Bewegen wordt letterlijk quasi onmogelijk. Er wordt gefluisterd, er wordt gelachen, geroepen en af en toe gegild. Iedereen komt het vriendelijk vragen. In het Engels, met wat handbewegingen, de ene al wat duidelijker dan de andere. Het schattigste jongetje kwam naar ons toe vol goede moed om een foto vragen: “Mister, … No Smoking?”, gevolgd door een blik van “ik wil een foto, maar ik heb geen flauw benul hoe ik dat moet vragen. Ik weet wel nog wat er daarnet op dat bordje stond”. Iedereen kreeg zijn zin. Uiteindelijk belanden we op minstens honderd foto’s. Ondertussen overal te vinden op Facebook. Famous in Indonesia.

Borobodudur zelf ging misschien wel een beetje aan ons voorbij, wetende dat we nog zouden terugkeren.

Om kwart over vijf stipt worden we quasi weggejaard. De Sunset ervaring is enkel van toepassing voor mensen die ook via het Manohara Hotel een duurder ticket kochten. Wij niet dus. Er blijven een viertal mensen achter, die nog een uurtje langer mogen blijven. De commerce moet blijven draaien.

Ook hier geldt het principe Exit through the gift shop. En wat voor één. Je denkt dan bij jezelf “volg de locals”, maar de locals blijken dan de grootste afzetmarkt te zijn. Ik weet niet hoe lang we tussen de kraampjes gelopen hebben, maar het moet toch minstens 10 à 15 minuten geweest zijn. Een weg rechtdoor leggen was te gemakkelijk.

Borobudur Sunrise: De wekker gaat zeer vroeg. 3u45 om precies te zijn. Borobudur bezoeken kan pijn doen. Om iets na 4 staan we klaar, Ika – homestayeigenaar – staat ook al klaar, met zijn grote glimlach. Het is nog pikdonker en we zijn nog helemaal alleen op straat (al staan er wel nog een aantal mensen te biljarten bij de plaatselijke minimart). Ook bij het hotel is de bedrijvigheid nog miniem. Op drukke dagen in de zomer trekt de Sunrise zowat 300-400 bezoekers. Momenteel tellen we er een vijftal.

We krijgen een flashlight en passeren 3 keer voorbij de controle. Neen, weer geen drones bij. Ika gidst ons tot helemaal bovenaan de tempel. We zijn de eerste toeristen die die dag tot boven geraken.

Het is vervolgens even wachten op de zon. We positioneren ons op een mooi plaatsje en geven de zon de tijd om op te komen. Helaas waren er ook wat wolken van de partij en zagen we de zon pas als ze al vrij hoog stond. Gelukkig was het zonlicht wel mooi en werd de hele tempel traag maar zeker voorzien van een mooie, betoverende gloed.

IMG_20171214_065320_160

Sereen moment: de zon zien opkomen en het landschap uit de mist/wolken tevoorschijn zien komen.

IMG_20171214_065219_044

Met sunrise is het plots geen probleem om foto’s te nemen zonder crowd.

IMG_20171214_065134_090

NO PEOPLE!!

In totaal liepen er misschien een dertigtal mensen op de tempel. Vergeleken met gisteren was het extreem rustig. Een foto nemen was supergemakkelijk en je moest al zwaar je best doen om een levend iets op de gevoelige plaat vast te leggen. De scholen waren nog niet gearriveerd en we moesten dus ook nog niet op de foto.

Om zes uur gaan traditiegetrouw de poorten open voor alle bezoekers en komen de schoolgroepen ook aan. We zagen ze al van ver komen en besloten te vertrekken. In het Manohara-hotel kregen we nog thee en een lichte snack en konden we zowaar ontsnappen aan de Gift Shop.

Moesten we de keuze hebben, dan kiezen we altijd opnieuw voor een Sunrise tour. We betalen wel 450.000 Rupiah per persoon (ongeveer 28 euro), maar de rust is de moeite wel waard. Langs de andere kant was elvendertig keer op de foto gaan ook wel een ervaring.

IMG_20171214_065441_212

Oké, in regenseizoen is er weinig zonsopkomst door wolken, maar de rust om ‘alleen’ te zijn is het waard.

IMG_20171214_065522_272

Looking over the fields.

IMG_20171215_200545_582

De dertig andere toeristen bleven graag op hetzelfde punt. 

IMG_20171215_200637_316

Beter dan dit wordt het niet in regenseizoen, maar ook niet slecht, toch?

IMG_20171215_201126_334

Boeddha overschouwt het terrein

IMG_20171215_201249_081

Twee stupa’s zijn opengelaten voor de toeristen: eentje aan de sunrise kant en eentje aan de sunset kant. How convenient.

IMG_20171215_200739_449

Mist.

IMG_20171215_200820_245

Sunrise.

IMG_20171215_200908_334

Mooi landschap.

IMG_20171215_201337_512

Stupa’s