Golden tijdverlies?

Myanmar is nog steeds voor het grootste deel een blinde vlek. Had je me op voorhand gevraagd wat we daar zouden gaan doen, dan zou het stoppen na Bagan (tempels) en Yangon (ik zou vermoedelijk gedacht hebben dat dit de hoofdstad was, wat niet zo is). En ja, ik had ook wel al eens gehoord van een rots, volledig in het goud, die ergens stond te balanceren.

Golden Rock dus. Er geraken hoorde doenbaar te zijn vanuit Mawlamyine. Met de bus een drietal uurtjes rijden. We hadden ondertussen al enkele bussen genomen in Indonesië en Maleisië en waren voorbereid op pure horror (altijd goed om verwachtingen een beetje te managen), maar konden leven met het exemplaar dat voor onze neuzen stond, om zes uur ‘s morgens. Toegegeven, de exemplaren ernaast waren allemaal nieuwer en zagen er allemaal beter uit, maar ook deze bus had vaste plaatsen en we vertrouwden erop onze baggage nog terug te zullen zien (Spoiler: we zagen ze terug).

Het was nog koel en de wegen waren nog tamelijk rustig om 6.30 ‘s morgens. Dat veranderde wel. Het werd gezellig warm in de bus (niet te warm gelukkig) en na wat tussenstops (je kan toch moeilijk in één keer rechtstreeks naar je bestemming rijden), kwamen we een drietal uur later aan in Kyaikto. Joepie, dat ging vlot! Ons ticket was er eentje naar Kinpon dat nog 16 kilometer verder lag en we zouden dus moeten overstappen.

Dat leek echter niet het plan te worden van twee motortaxi’s. Ons hotel was vlakbij. Gratis vervoer! 5 minuten later stonden we aan het verkeerde hotel. OK, het had ook “Golden” in zijn naam, maar ik heb het vermoeden dat veel hotels/restaurants dezelfde strategie gekozen hebben bij het kiezen van een naam. Dus wij opnieuw op de moto. Even inbeelden: kleine moto met twee mensen op, inclusief rugzak van om en bij de 15 kilo.

Even een disclaimer: dit doen we nooit meer. De twee heren namen ons mee voor een rit van 16 kilometer, tegen op sommige momenten 70 kilometer per uur en zonder ons te voorzien van een helm. Komt er nog bij dat de rit, die gratis zou zijn, plots 16.000 MMK (10€) zou kosten. Het heeft lang geduurd, maar we zijn er met open ogen ingetrapt. Nooit meer dus.

IMG_20180109_202430_189

Enkel mannen toegelaten.

Golden Rock zelf dan maar. De enige manier om boven te geraken is om een plaatsje te bemachtigen op één van de trucks die zowat machinaal de horden toeristen naar boven brengen. Een bus zeg je? Neen, een kleine vrachtwagen met in de laadbak ‘plaats’ voor zowat 60 mensen. In de cabine zelf passen er ook nog eens vijf, maar dat is bijbetalen. De rit naar boven (2.000 MMK pp) is best te vergelijken met de Space Mountain in Disneyland, maar dan langer, veel langer. Chauffeurs rijden duidelijk op commissie en willen zo snel mogelijk de berg op. We worden heftig door elkaar geschud op de veel te kleine plaats die we hebben. Het jongetje voor ons begint vol overgave zijn zusje onder te kotsen. Onderweg stoppen we een aantal keer om geld in te zamelen voor het goede doel en omdat het blijkbaar eenrichtingsverkeer is moeten we vaak ook even afwachten. Het zorgt er alleen maar voor dat de chauffeur nog harder op zijn gas begon te duwen.

Boven op Golden Rock zelf werd het duidelijk hoe druk het hier eigenlijk was. Het was zondag en iedereen wilde tegelijk die gouden rotsformatie voorzien van een extra laagje bladgoud. De mannen dan toch, vrouwen werden op een veilige afstand gehouden. Toeristen (misschien 1% van de totale bezoekers?) betalen hier 10.000 MMK , Birmezen lopen gewoon gratis naar binnen.

Wat krijg je voor die 10.000 MMK?

  • Vieze blikken van de locals omdat de rok (tot op enkelhoogte) van Anneke een kleine split had. Dit werd verholpen door een ‘gratis’ Longyi die paradoxaal genoeg korter was dan de rok zelf. De gratis Longyi bleek uiteraard geld te kosten. In Myanmar ga je liefst niet in discussie met 5 politie-agentes.
  • Een gouden rots in een mooie setting. De rots zelf is evenwel vrij klein en verliest zijn pracht een beetje in de setting waarin hij staat. Heel veel kleine en grote gebouwen en gewoon ook de massa aanwezig. (dit is potentieel anders tijdens weekdagen natuurlijk)
  • Hopen en hopen afval. Plastic, papiertjes, etensresten, you name it. Ze komen allemaal om de steen te bewonderen, maar gooien hun afval gewoon over de reling. Overal waar je keek lagen bergen afval.
  • Een dansact met een vrouw die elke twee minuten flauwviel, maar mits enkele milde schenkingen toch wel weer snel op de been was.
  • Een gevoel van: was het dit nu?

Er zit meer in deze plek en dat heeft de overheid ondertussen ook wel door. Ze zijn bezig met het installeren van een kabelbaan en een aantal nieuwe resorts voor toeristen is in aanbouw. De kabelbaan start nu nog gewoon in het niets, de resorts zijn nu slechts hopen afval.

IMG_20180109_202350_409

De verkoper van bladgoud doet hier gouden zaken.

IMG_20180109_202553_731

Welkom op Camping Golden Rock

IMG_20180109_202726_780

Vrouw volledig ‘in trance’

IMG_20180109_202654_213

Expectations versus reality

Ik ben oprecht benieuwd hoe dit hier binnen 5 jaar zal uitzien. Hopelijk is die steen dan nog niet naar beneden gegleden uiteraard.

Opdracht #10: Ga eten bij Din Tai Fung

Een opdracht over eten: wat moet een mens nog meer hebben? Het is stiekem een hobby van ons beiden, dus dat zou een makkie worden. “Ga eten bij Din Tai Fung”.

Din Tai Fung, een Dim Sum restaurant. Elke grote stad had er wel eentje, maar telkens leken we wel een reden te vinden om niet te moeten langsgaan. Die van Singapore zat veel te vol, Australië is toch echt niet de plaats om Dim Sum te eten en in Jakarta vonden we eerlijk gezegd de tijd er niet voor en kozen we voor de zijn culinaire tegenhanger: Burger King.

En dan was er Kuala Lumpur. Een winkelcentrum inclusief een Din Tai Fung. We waren op weg naar de foodcourt, maar besloten dan toch maar dat het tijd was om ons punt te scoren.

Een kaart met elvendertig verschillende soorten Dim Sum en aanverwanten. Te veel keuze om goed te zijn. Hoe begin je daar dan aan? Juist … van elke soort iets: vegetarisch, met kip, champignons … We schreven onze keuze op ons papiertje en probeerden de aandacht van een ober te trekken. Om één of andere duistere reden schaamde die zich voor het feit dat we al een halve minuut geen aandacht gekregen hadden. Hij kon niet snel genoeg onze bestelling komen opnemen. Pluspunt: hij keek niet raar op van onze bestelling. Din Tai Fung obers worden daar waarschijnlijk op getraind.

received_10155257333548932

3 grote ronde bamboeschalen, met telkens 3 tot 6 Dim Sums (plus een vierde voor het dessert). Wat waren onze bevindingen:

  • Over de manier waarop je die dingen moet eten, zijn we nog niet helemaal zeker. We hebben zo goed mogelijk onze buren proberen te kopiëren. In de praktijk is dat gewoon op een zo esthetische mogelijke manier die dingen naar binnen proppen.
  • De smaak was zeer verschillend. Lekker, soms misschien een tikkeltje te pikant. Nuja, ik sta er om bekend om nergens tegen te kunnen als het over pikant gaat …
  • De hoeveelheid? Onderschat hoe vullend die dingen zijn. Maar …
  • … dan toch nog voor een dessert gaan. De moeilleux-versie van Dim Sum. Beetje bizar om een in deeg ingepakte bal chocolade te eten. Wat mij betreft wel een topper. Telt eventueel nog in de categorie plaatselijke desserts?

Zouden we het opnieuw doen? Een Gold Card (Never forget Domino’s Pizzas Leuven) zullen we nooit krijgen en het was misschien ook niet helemaal ons ding. Voor Anneke waren er te weinig vegetarische opties. Lekker was het wel, maar als er een rij wachtenden staat, de volgende keer als we een Din Tai Fung passeren, zullen we waarschijnlijk wel op zoek gaan naar iets anders.

received_10155257334583932

Borobudur, 2 keer dolle pret.

Borobudur is als ik me niet vergis één van de grootste Boeddhistische tempels ter wereld. Unesco Werelderfgoed en een gigantische toeristische trekpleister. Deze mocht dus zeker niet op ons lijstje ontbreken. Ikzelf had nog wat vage ideeën over mijn bezoekje 21 jaar geleden, maar deze kenmerkten zich vooral door het feit dat ze nogal vaag waren.

De eigenaar van onze homestay – een 39-jarige man met de looks van een 25-jarige, niet normaal – gaf ons alvast wat informatie mee en kon voor ons een ‘Borobudur Sunrise’ bezoek regelen. Dit wil zeggen dat je via het enige officiële hotel dat IN het park gelegen is (en uitgebaat wordt door de overheid) voor zonsopgang de tempel op mag. Dit wil zeggen, voor de massa. Helaas wil dit ook zeggen tegen een significante meerpijs.

Helaas konden we niet wachten en besloten we eens gek te doen. We zaten immers met een jarige onder ons.

Borobudur Sunset: ja, u leest het goed. Naast een Sunrise is er ook nog een Sunset natuurlijk. We kieperen onze portefeuille ondersteboven en volgen de massa naar de beroemde tempel. Het dient gezegd te worden, we waren niet alleen. Toeristen waren er met hopen, maar dit vooral in de vorm van grote schoolgroepen, allemaal mooi in uniform met bijhorende slogens/taglines (als in: Transformers, Loading en The Naughty Group – serieus, wie verzint deze dingen?).

IMG_20171215_181611_115

De jarige onder ons.

We besluiten de tempel van beneden naar boven af te werken. Dat vergt wel even tijd, aangezien we het hier over tien verdiepingen hebben. Gelukkig wordt elke verdieping weer een beetje kleiner. Het regent, de lucht is grijs. Het is moeilijk om de perfecte foto te maken. En daar lopen we dan. Ik loop in mijn knalgele jas (die van Anneke is blauw en minder opvallend) en val nogal op.

En dan komt nummer één aangeschuifeld: “Sir, can we take photo”? We werden er voor gewaarschuwd en merkten het ook al eerder in Prambanan. Kinderen gaan dolgraag op de foto met buitenlanders (op die paar duizenden mensen die er op dat moment rondliepen, telden we maximaal een vijftiental ‘targets’). Na nummer één komt er een oudere man op ons af. Hij begint een uitleg in het Indonesisch, maar de bedoeling is duidelijk: een foto! De dochter komt het uiteindelijk vertalen. Zo fier als een gieter, want de familie mag op de foto met een Belgische reus en zijn vriendin.

We klimmen naar boven. Het is wat rustiger op de tussenverdiepingen. Veel mensen lopen meteen naar boven. Ook hier gaan we nog een aantal keer op de foto.

IMG_20171215_200049_299

Wijzen naar de peperdure camera.

IMG_20171215_200208_295

Groepsidentiteit verstevigen.

Eenmaal boven zijn we blij dat we de volgende dag ‘s ochtends nog eens mogen langkomen. We kunnen ons nu inbeelden hoe Dimitri Vegas en Like Mike zich voelen als ze zich temidden van hun madness begeven. De bovenste drie verdiepingen staan overvol. Bewegen wordt letterlijk quasi onmogelijk. Er wordt gefluisterd, er wordt gelachen, geroepen en af en toe gegild. Iedereen komt het vriendelijk vragen. In het Engels, met wat handbewegingen, de ene al wat duidelijker dan de andere. Het schattigste jongetje kwam naar ons toe vol goede moed om een foto vragen: “Mister, … No Smoking?”, gevolgd door een blik van “ik wil een foto, maar ik heb geen flauw benul hoe ik dat moet vragen. Ik weet wel nog wat er daarnet op dat bordje stond”. Iedereen kreeg zijn zin. Uiteindelijk belanden we op minstens honderd foto’s. Ondertussen overal te vinden op Facebook. Famous in Indonesia.

Borobodudur zelf ging misschien wel een beetje aan ons voorbij, wetende dat we nog zouden terugkeren.

Om kwart over vijf stipt worden we quasi weggejaard. De Sunset ervaring is enkel van toepassing voor mensen die ook via het Manohara Hotel een duurder ticket kochten. Wij niet dus. Er blijven een viertal mensen achter, die nog een uurtje langer mogen blijven. De commerce moet blijven draaien.

Ook hier geldt het principe Exit through the gift shop. En wat voor één. Je denkt dan bij jezelf “volg de locals”, maar de locals blijken dan de grootste afzetmarkt te zijn. Ik weet niet hoe lang we tussen de kraampjes gelopen hebben, maar het moet toch minstens 10 à 15 minuten geweest zijn. Een weg rechtdoor leggen was te gemakkelijk.

Borobudur Sunrise: De wekker gaat zeer vroeg. 3u45 om precies te zijn. Borobudur bezoeken kan pijn doen. Om iets na 4 staan we klaar, Ika – homestayeigenaar – staat ook al klaar, met zijn grote glimlach. Het is nog pikdonker en we zijn nog helemaal alleen op straat (al staan er wel nog een aantal mensen te biljarten bij de plaatselijke minimart). Ook bij het hotel is de bedrijvigheid nog miniem. Op drukke dagen in de zomer trekt de Sunrise zowat 300-400 bezoekers. Momenteel tellen we er een vijftal.

We krijgen een flashlight en passeren 3 keer voorbij de controle. Neen, weer geen drones bij. Ika gidst ons tot helemaal bovenaan de tempel. We zijn de eerste toeristen die die dag tot boven geraken.

Het is vervolgens even wachten op de zon. We positioneren ons op een mooi plaatsje en geven de zon de tijd om op te komen. Helaas waren er ook wat wolken van de partij en zagen we de zon pas als ze al vrij hoog stond. Gelukkig was het zonlicht wel mooi en werd de hele tempel traag maar zeker voorzien van een mooie, betoverende gloed.

IMG_20171214_065320_160

Sereen moment: de zon zien opkomen en het landschap uit de mist/wolken tevoorschijn zien komen.

IMG_20171214_065219_044

Met sunrise is het plots geen probleem om foto’s te nemen zonder crowd.

IMG_20171214_065134_090

NO PEOPLE!!

In totaal liepen er misschien een dertigtal mensen op de tempel. Vergeleken met gisteren was het extreem rustig. Een foto nemen was supergemakkelijk en je moest al zwaar je best doen om een levend iets op de gevoelige plaat vast te leggen. De scholen waren nog niet gearriveerd en we moesten dus ook nog niet op de foto.

Om zes uur gaan traditiegetrouw de poorten open voor alle bezoekers en komen de schoolgroepen ook aan. We zagen ze al van ver komen en besloten te vertrekken. In het Manohara-hotel kregen we nog thee en een lichte snack en konden we zowaar ontsnappen aan de Gift Shop.

Moesten we de keuze hebben, dan kiezen we altijd opnieuw voor een Sunrise tour. We betalen wel 450.000 Rupiah per persoon (ongeveer 28 euro), maar de rust is de moeite wel waard. Langs de andere kant was elvendertig keer op de foto gaan ook wel een ervaring.

IMG_20171214_065441_212

Oké, in regenseizoen is er weinig zonsopkomst door wolken, maar de rust om ‘alleen’ te zijn is het waard.

IMG_20171214_065522_272

Looking over the fields.

IMG_20171215_200545_582

De dertig andere toeristen bleven graag op hetzelfde punt. 

IMG_20171215_200637_316

Beter dan dit wordt het niet in regenseizoen, maar ook niet slecht, toch?

IMG_20171215_201126_334

Boeddha overschouwt het terrein

IMG_20171215_201249_081

Twee stupa’s zijn opengelaten voor de toeristen: eentje aan de sunrise kant en eentje aan de sunset kant. How convenient.

IMG_20171215_200739_449

Mist.

IMG_20171215_200820_245

Sunrise.

IMG_20171215_200908_334

Mooi landschap.

IMG_20171215_201337_512

Stupa’s

En toen strafte Gili Meno ons omdat we vertrokken uit het paradijs.

Gili Meno was fantastisch. We zaten vijf dagen op een semi-uitgestorven eiland zonder het lawaai van de duizenden scooters en geur van benzine. Correct, er reed een elektrische Hello Kitty scooter, maar dat tellen we even niet mee. We gingen opnieuw duiken, 6 keer. 6 keer lieten we ons weer verbazen wat voor een pracht er zich onder water bevindt.

Maar dan moesten we terug.

Theorie: Simpel. Je neemt de Public Ferry (koopje, slechts een kleine Euro per persoon!) en je staat in no time weer in Bangsal op Lombok.

Praktijk: Boten varen enkel als ze vol zitten (ongeveer 35 mensen). De eerste zou om 8 uur ‘s morgens vertrekken, dus die zouden we gewoon laten passeren. We belden onze taxi-chauffeur (we hadden het hem beloofd), die al meegaf dat hij al in Bangsal zat te wachten (Merçi beaucoup Belgium!). De volgende boot zou ergens rond het middaguur vertrekken. Aangekomen bij het ticket office op Gili Meno (11:10) konden we nog geen tickets kopen, de boot zou vertrekken rond 12:00 en dan konden we ons ticket kopen. Even nog snel iets eten dan maar. Na tergend traag gegeten te hebben (12.15), konden we dan eindelijk tickets kopen. We hadden ticket 1 en 2, dit kon nog even duren. Ondertussen (13.05) begonnen er al wel wat mensen toe te komen, vooral locals. De toeristen die we zagen passeren, namen allemaal de speedboat. Een beetje sneller, maar ook 6 keer zo duur.

En dan (13.20): Mayhem! Iemand riep dat de boot naar Gili Meno zou vertrekken. Mooi zo, dachten we.

Mooi niet dus. Van overal, van waar precies is mij nog altijd niet duidelijk, kwamen mensen toegestroomd. En onze boot, bleek de kleinste van de vier boten te zijn die al 2 uur klaarlag (nummer twee van links). Iedereen wilde tegelijk instappen, en wij lieten ons professioneel langs alle kanten voorsteken. Er zat minstens 50 man op de boot en we waren slecht geladen.

Goed, je hoort dan van die verhalen dat die public ferries zinken en dat er dan weer zoveel mensen verdrinken. Je denkt dan bij jezelf: wat kan ons dat nu overkomen, dat is toch allemaal overdreven? Neem dan eens de boot van Gili Meno naar Bangsal in de namiddag, totaal overladen, op een ruwe zee. Aanvankelijk is dat allemaal nog plezant, een boot die denkt dat ze de Marie-Louise is en vrolijk op en neer door het water gaat. Vervolgens moet je een manoeuvre maken omdat een passerende speedboat toch wel voorrang blijkt te hebben en worden de golven nog wat groter.

Het is op dat moment, wanneer de locals beginnen te gillen en de kapitein beginnen te verwensen (gokken we) dat hij een beetje voorzichtiger moet zijn, dat we denken: volgende keer de speedboat nemen. Water spat vrolijk op de mensen aan boord. De gillende locals gaan op zoek naar zwemvesten. Eén iemand vindt een zwemvest – altijd bemoedigend – en klampt er zich aan vast. Op dat moment begin je aan overlevingstechnieken te denken: Waar zit dat zakmes om dat zeil hier kapot te snijden? Langs waar kan ik het best ontsnappen? Ondertussen helt de boot steeds verder over bij elke volgende golf.

En dan plots, de haven. Er breekt nog net niet spontaan een applaus uit. Iedereen is in een mum van tijd de boot af. Wij laten wat begaan. Pattooo (ja, met Drie ‘O’s’) staat al op ons te wachten. Radja Nainggolan, Eden Hazard, Fellaini, Romelu Lukaku. Hij kende ze nog steeds allemaal. Nog nooit zo blij geweest op vaste grond onder onze voeten te hebben.

Volgende keer toch maar de speedboat?

De vulkaan en de gevolgen

Spoiler: Wij zitten op het moment van schrijven niet op Bali en dus ver weg van de rook en lava spuwende vulkaan. Het houdt ons echter wel een beetje tegen … maar #wearesafe enzo.

Het einde van onze duikcursus naderde en de berichten werden steeds minder rooskleurig. De Agung vulkaan in het noorden van Bali begon steeds meer en meer rook te spuwen. Mensen in de buurt werden geëvacueerd (velen wilden blijkbaar niet) en meer en meer berichten bereikten ons dat luchthavens wel eens gesloten konden worden.

Gelukkig zaten we nog niet meteen onder tijdsdruk. Het andere Amerikaanse koppel dat ook naarstig op zoek was naar een duikbrevet stond al wat meer onder stress, zij moesten maandag al terug aan de slag. Het was nu dinsdag en de vulkaan was nog niet eens uitgebarsten.

Ondertussen hadden we ook contact met de homestay in Denpasar. Pittig detail: om ons een beetje moeite te besparen, hadden we daar de helft van onze baggage achtergelaten. Dit zorgde ervoor dat onze volgende bestemming sowieso Denpasar diende te zijn. Alles bleek onder controle in Denpasar. De eigenaar maakte zich blijkbaar weinig zorgen (terwijl wij meer en meer berichten lazen over aswolken die over Denpasar passeerden). Fingers crossed, maar het mocht niet baten, op de dag van ons vertrek werd aangekondigd dat de luchthaven voor nog minstens 24 uur gesloten zou blijven. Onze vlucht werd gecancelled.

Maar opnieuw: wij hadden tijd. Vol goede moed trokken we naar de luchthaven. Te voet, ja, zo groot is Labuan Bajo. Even terzijde: het is al verdomd warm om half 9 in de ochtend als we te voet de ‘berg’ op klimmen.

De luchthaven stond gelijk aan een wreedzame chaos. We kwamen onze Amerikaanse duikvrienden opnieuw tegen die steeds groener lachten. De rijen bij Wings Air, onze luchtvaartmaatschappij, waren lang en leken niet vooruit te gaan. Gelukkig voor de Indonesiërs kunnen ze dan wel nog hun sigaretje opsteken om te ontstressen. Binnen. In de ‘Customer Service’ hal.

In de rij is er veel tijd om na te denken. Wat zijn de opties?

  • Een refund vragen: slecht idee, als je dan opnieuw een vlucht wil boeken, betaal je plots veel meer. Wings Air, net zoals alle andere maatschappijen strooiden kwistig met geld, maar dat leek ons absoluut geen goede oplossing.
  • De vlucht herboeken en hopen: de optie die wij kozen. We herboekten onze vlucht naar twee dagen later (vrijdag) en hoopten simpelweg dat hij zou vertrekken. Indien niet, dan stonden we gewoon weer bij de luchthaven en dan zouden we waarschijnlijk – en helaas – voor optie 3, 4 of 5 moeten kiezen.
  • De heel trage ferry nemen: Toegegeven, we zouden wel wat geld uitsparen, maar minimaal 36 uur doorbrengen op verschillende boten en bussen en bussen op boten, we zouden het niet uithouden. Een Indonesiër gaf ons zelfs de raad deze boot echt pas te nemen als het echt niet anders kon. Hij zou deze boot zelf nooit nemen. Dat zegt al iets.
  • De normaal trage ferry nemen: 2 Keer per maand komt er nog een andere boot langs. Duurder, maar wel direct, zonder al te veel stoppen. Nog steeds 24 uur onderweg. En guess what? Hij passeerde net op donderdag.
  • Een Booze Cruise boot, die per definitie 1 keer per jaar zinkt nemen: Op voorhand in België onderzocht. Gammele zelfgemaakte overjaarse boten vol dronken backpackers. Het is officieel, we voelen ons daar te oud voor en gezien wij Tripadvisor aanbidden, is het ook echt geen aanrader.

Wij kozen dus voor herboeken en horen ondertussen dat de luchthaven toch al terug open zou zijn. Spijtig, maar wij hebben ondertussen opnieuw een fun dive geboekt. Water van om en bij de 29°c en een tiental meter onder het zeeoppervlak schildpadden, manta’s en haaien spotten, daar zeg ik geen neen tegen.

IMG_20171202_192443_107

En joepie: de luchthaven heropent!

Ons eerste duikavontuur: Zijn versie en haar versie.

Zijn versie:

Maandenlang was het al hetzelfde liedje: “wij gaan duiken in Australië!”. Anneke die me probeerde te overtuigen om mij vrijwillig te laten verdrinken. Ik had er weinig zin in, vermoedelijk gewoon door het onbekende en ja, verdrinken sprak mij ook zo niet aan. Was ik even blij toen het heel duidelijk werd dat we te weinig tijd zouden hebben in Australië. Het paste simpelweg niet meer in de planning. Ik weet het, echt avontuurlijk klinkt dit allemaal niet.

‘Helaas’ was daar ook nog Indonesië. Indonesië heeft ook een aantal zeer mooie duikplekken en het plan om te leren duiken werd verdergezet. We zochten op Tripadvisor naar een goede duikschool en vonden veel positieve reacties op Blue Marlin Dive. Er werden mails uitgewisseld om wat informatie te verkrijgen (uit mijn naam uiteraard) en het leek steeds moeilijker te worden om er onderuit te geraken.

Ik onderging mijn lot en heb uiteindelijk aanvaard dat ik één van de komende dagen zou verdrinken, 10 meter onder het wateroppervlak. We schreven ons in. ‘Klaar’ voor 3 dagen cursus (PADI Open Water Diver).

Er waren in totaal 4 studenten. We werden vergezeld door twee Amerikaanse toeristen. Duidelijk meer het avontuurlijke type. Alles begon met een aantal uur gezellig video kijken en vraagjes beantwoorden. Deze video’s waren deels leerrijk (de bedoeling), deels hilarisch. Ja, ok, ik vind het belangrijk dat mijn snorkel qua kleur goed bij mijn bril past. Langs de andere kant, zeer onverwacht: mijn interesse was gewekt.

IMG_20171129_174839_164_1

Het oefenzwembad bij Blue Marlin Dive Komodo

Voor het eerst het zwembad in. Helemaal opgekleed met een volledige duikersuitrusting. Enkele opmerkingen:

  • Jeetje, dat weegt.
  • Die duikbril moet helemaal niet zo geweldig hard ‘plakken’ zoals ze ons al eeuwen wijsmaken bij het snorkelen.
  • Bestaat die uit uitrusting echt uit zoveel onderdelen?
  • Ik ga hier sowieso meteen zinken.

De basics: ademhaling onder water (steeds blijven ademen!), proper maken van de duikbril onder water en zwemmen zonder bril, “zonder lucht vallen” (of iemand anders helpen die zonder lucht valt helpen), en vooral: gewichtloos zijn. Jonas begon het zowaar leuk te vinden. Onze instructeurs Ecko (local) en Dima (Duitser) namen voldoende de tijd om ons gewoon te laten worden aan het onderwaterleven (ook al was dat momenteel nog gewoon een zwembad).

Voor het eerst het zoute zeewater in. Er volgende nog twee dagen met telkens twee duiken. Alvast een spoiler: ik typ dit zelf en ben dus niet verdronken. Zeewater is toch nog wat anders dan zwembadwater. Je blijft er namelijk beter in drijven. Even aanpassen dus.Ecko kon er helaas niet meer bijzijn omwille van familiale zaken en werd vervangen door Elisha. Zij had ons ook ingeschreven een aantal dagen eerder en straalde een soort kalmte uit waar we beide rustig van werden, want ja, we waren toch nog wel wat zenuwachtig.

En toen begon de madness. De BCD’s (Buoyancy Control Device – fancy woord voor duikvest waarmee je je eigen zwaartekracht kan regelen) liepen leeg, snorkels uit, regulators (ademen, blijven ademen!) in en we zakten naar beneden. Aanvankelijk zeer traag omdat we onze oren eerst wat moesten laten wennen. Daarna ging dit steeds vlotter en vlotter. Onze duikcomputer kroop stilletjes richting de 6, 7, 10 meter. Vrij hallucinant, en nog steeds niet verdronken.
IMG_20171202_192558_155

We’re okay.

Het onderwaterleven was adembenemend. Duik na duik leken we meer en meer te ontdekken. We doken ook steeds dieper, tot de grens van 18 meter bereikt werd. We kwamen tot rust onder water. Pluim voor Elisha die echt wel haar tijd nam. We lieten ons overdonderden door alle vissen, groot en klein die overal rondom ons heenzwommen en alle prachtige koralen onder en naast ons. In een volgende duik kwamen we minstens 10 schildpadden tegen, waarvan enkele echt wel gigantisch groot. Topmoment van de duik: het slow motion gevecht tussen twee schildpadden voor een plaatsje op een koraal.

IMG_20171202_192512_060

Jonas bekijkt het slow motion gevecht om de beste slaapplaats van het rif.

Een nieuwe verslaving begon zich aan te dienen. Helaas nog geen manta’s of haaien. We hadden ons ‘examen’ succesvol afgerond en moesten nog één skill proef goed afronden: 10 minuten drijven op de zee. En dan was het zover, we waren beide Certified Open Water Divers (PADI). Nooit gedacht dat het zover zou komen. Terug aangekomen bij het duikcentrum/hotel/restaurant werden de foto’s genomen voor het certificaat en werden de logboekjes ingevuld. Het was allemaal officieel nu.

Einde van ons eerste duikavontuur? Neen. Er was een vulkaan op Bali die er anders over besliste. We boekten ons opnieuw 2 FUN Dives (geen les meer nu, nu gewoon for fun!) en trokken weer op pad. Deze keer met Toby, de snelste boot van Labuan Bajo. We hadden het geluk dat Elisha opnieuw van de partij was.

Nog meer geluk? Deze twee laatste duiken waren fantastisch. Opnieuw heel veel mooie vissen en kleine zeediertjes (het aantal ‘Nemo’s’ dat we zijn tegengekomen was niet te tellen) en schilpadden. Maar vooral – en toen vergat ik toch wel heel even te ademen – drie gigantische Manta’s die rondjes zwommen, vlakbij ons. Nooit gedacht dat deze zo groot zouden zijn en dat ze zo dichtbij zouden komen. Om het verhaal compleet te maken poseerden we ook nog even naast een slapende White Tip Shark. Uiteindelijk werd hij wakker en ging hij er vandoor. Te gek voor woorden.

IMG_20171202_192757_903

Anemoonvissen – dankzij Disney ook beter gekend als nemo’s.

Eens terug boven het wateroppervlak kreeg ik de big smile niet meer af mijn gezicht. Zelfs nu is het nog steeds moeilijk. Dit was een fantastische ervaring. Bedankt om me te overtuigen, Anneke!

IMG_20171129_174816_814_1

Happy as a clam!

Haar versie:

Traantjes werden gejankt toen bleek dat we tijd noch geld hadden om in Australië te duiken bij het Great Barrier Reef. Eén van mijn ‘must do’ puntjes kon niet afgevinkt worden. Jonas leek dit fantastisch te vinden. Hij leek even vergeten dat mijn nummer één eigenschap – volgens hem – mijn doorzettingsvermogen is. Mijn eerste woorden op Indonesische bodem waren dan ook: duiken, Komodo?

En dan ging het zoals het altijd gaat wanneer ik geniale ideeën heb: de uitwerking was iets minder dan het idee. Op dag 1 van de PADI Open Water Dive Course had ik al onmiddellijk spijt van mijn doorzettingsvermogen. Eerst moesten we ons urenlang worstelen door video’s die alleen maar tonen wat er allemaal kan mislopen tijdens het duiken. Vervolgens moest ik – helemaal getraumatiseerd – in het zwembad om te oefenen. Ik veranderde in een dramalama en dat was een slecht idee: lama’s zijn helemaal geen zeedieren!

IMG_20171129_175018_554_1

Zelfs Bart Cannaerts’ evil twin kon me niet geruststellen tijdens de duikcursus.

Eens terug op hotel leek Jonas er al meer zin in te hebben. Ik rondde de discussie diplomatisch af – nog voor ze begonnen was – met een: ‘Ik doe gewoon die 3 dagen en dan daarna duik ik nooit meer.’ 

Bij de eerste duik (Sabolan Besar) in het open water deed ik het zowat in mijn broek. We moesten voor het certificaat nog heel wat testjes doorlopen, het equalizen lukte niet zo goed en mijn lichaam – dat sowieso al lak heeft aan de dagelijkse zwaartekracht – deed in het water maar wat rare semi-oncontroleerbare bewegingen.

Toegegeven, de vissen werkten wel kalmerend, maar de druk op mijn oren was dan weer zenuwslopend. Gelukkig had ik de kalmste instructrice ter wereld die me bijna centimeter per centimeter liet dalen en daar breed bij bleef glimlachen. Engelengeduld in een mensenlichaam. Ook bij duik nummer twee (Sabolan Kecil) bleef ze me steunen.

En toen was daar duik nummer drie (Siaba Besar). Onbeschrijflijk mooi. ‘I like to call it turtle soup‘, zei één van de leerling Dive Instructors op de boot. Beter kan een duiksite niet omschreven worden. Het equalizen werd makkelijker en de rust die de schildpadden uitstraalden werkte aanstekelijk. Ik dacht dat ik twee schildpadden romantisch zag spelen; bleek het vechten te zijn. Tja, hangt van je definitie van romantiek af zeker? Ik zag gigantische schildpadden, kleine schildpadden, duikende schildpadden, stijgende schildpadden: you get it. Na deze duik voelde ik me thuis en gleden alle zorgen van me af. We deden onze laatste oefeningen; hadden nog een vierde duik (Mauan) te gaan en waren vervolgens PADI certified. Met pijn in het hart zouden we Komodo verlaten…

IMG_20171202_192443_107

Green Sea Turtle Soup @ Siaba Besar

IMG_20171202_192407_840

Verstoppertje spelen.

… Ware het niet dat de assen van Mount Agung (Bali) richting Denpasar waaiden en onze vlucht zo geannuleerd werd. Eerste idee: duiken. Twee extra fun dives in het logboek en wauw: wat een duiken. We bezochten opnieuw dezelfde sites (Mauan en Siaba Besar) en leerden zo uit eerstehand dat je naar dezelfde plaatsen kan duiken en totaal andere belevingen kan hebben.

Bij Mauan gingen we opnieuw op zoek naar manta’s. Die hadden we bij de vorige duik niet gevonden. Helemaal in het begin van duik horen we Elisha – nog steeds de beste instructrice ter wereld – op haar gastank tikken. Reef manta! In de verte zien we een grote flapflap. Indrukwekkend, maar super ver. Dat nemen ze ons al niet meer af, terwijl we voorbij het rijke zeeleven (koraalduivels, zeekatten, anemoonvissen, prachtig koraal,…) zwemmen. Zodra de duik afgerond wordt, gebeurt het. Drie rifmanta’s cirkelen rond ons. Ze komen steeds dichter en dichter. Het feit dat onderwater alles dichterbij lijkt dan het daadwerkelijk is, helpt ons hier ook. Ze zwemmen langs ons, boven ons, onder ons – als in een hypnotiserend ritueel. Nooit in mijn leven zag ik iets van zo’n ontastbare schoonheid.

Bij Siaba Besar werden we opnieuw deel van onze schildpaddensoep. Wat ons de eerste keer niet gegund was – ook omdat ik omwille van mijn oren niet diep genoeg kan toen – was ons nu wel gegund. Opnieuw een droom die werkelijkheid werd – en de eigenlijke reden waarom ik per se wilde leren duiken: een haai. Een white tip reef shark lag op de zanderige bodem te rusten.

IMG_20171202_192722_524

Sharks aren’t the problem.

Dus, #ehsaldmcchallenge: Opdrachten nummer 8 en 18 zijn bij deze hopelijk ruim geslaagd. Beoefen een nieuwe sport (check: duiken) en zwem met een dier (dubbelcheck). Als diehard strebers hebben we zelfs alle voorbeelddieren afgevinkt: schildpad, haai en zee-egel. Waren ook van de partij: zeeslang, mureen, papegaaivis, anemoonvis, koraalduivel, zeekat, koffervis, sweetlips, giant pufferfish, kreeft, krab, zeenaaktslak, zeester en ontelbaar veel andere prachtige vissoorten. Hoezeer ik ook zot word van het leven op het Indonesische vasteland, zodanig zot ben ik nu al van het onderwaterleven. A new love is born.

IMG_20171129_173613_462_1

Zee-egels (en een schooltje kleine visjes) in het ondiepe water bij Komodo National Park.

IMG_20171202_192642_726

Giant pufferfish – denkt de bioloog in ons.

IMG_20171202_192621_233

Zeenaaktslak, eveneens een gok van de ongetrainde bioloog in ons. Tijd om die biologieboeken nog eens boven te halen.

Extra informatie:

  • Er ontbreken nog wat foto’s die we later hopelijk kunnen toevoegen.
  • Wij leerden duiken bij Blue Marlin Dive (Komodo) http://www.bluemarlinkomodo.com en bevelen dit aan iedereen aan. Doe ze daar de groeten van ons!

 

44 Dagen met Gerry, de review

Zeven weken in Australïë, hoe anders kan je dat verkennen, dan met de camper? Ik herinner me nog goed hoe we wekenlang verschillende verhuurbedrijven met elkaar vergeleken en er maar niet uit geraakten: gingen we nu voor goedkoper, of toch voor comfortabeler (in de mate van het mogelijke uiteraard, ik ben nog steeds bijna 2 meter lang). De opties zijn enorm, het aantal bedrijven eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor Mighty Campers (de naam alleen al), boeken deden we via het reisagentschap dat mensen connecteert, ze hebben daar goede verkopers in het kantoor van Leuven. Deze Mighty was een Toyota-busje met frigo, keukentje, een klein bed voor 2 en een tablet met GPS en WiFi functie. We kozen dus niet voor een tent (naast of op de wagen – alles is mogelijk), een ‘Spaceship’ (een omgebouwde monovolume) of hipster/hippiebus met schunnige opschriften (sommige opschriften waren achteraf zelfs afgeplakt op de wagen omdat ze blijkbaar voor te veel commotie zorgden).

Aandachtige mensen merken nu vast op dat we al 700 foto’s van onze camper gepost hebben en dat daar altijd maar weer Britz op stond en niet Mighy. Mighty is het kleine broertje van Britz (dat op zich ook weer het kleine broertje van Maui is). Britz had dus net zijn wagenpark gedegradeerd, maar nog niet gerebrand. Onvoorzien voordeel voor ons: een langer bed (2 meter), meer opbergruimte en een automatische versnellingsbak. Na een korte rondleiding in en rond de wagen kon ons avontuur beginnen. Klaar voor ‘slechts’ 8.000 kilometer plezier en vertier. (Nvdr: het werden er 10.952)

Dus, 43 nachten later, wat onthouden we van ons avontuur? (even voor alle duidelijkheid, onze kampeerervaring beperkt zich tot de festivalzomer en die ene dubieuze kamping in Salzburg, nu ongeveer een jaar of 8 geleden).

  • Avond: lekker gezellig! Stoeltje buiten, camperlichtje aan, beetje lezen. Samen met ongeveer 3 miljoen vliegen. Krijg die maar eens buiten op het moment wanneer je effectief wil gaan slapen. Dit was vooral gelinkt aan de bosachtige omgeving en de verschrikkelijk hoge temperatuur die de camper dan ook nog eens in een zweethut veranderde.
  • Kamperen bij 35°c is niet gezellig. Op die momenten wensten we toch dat we voor een Maui met airco gegaan waren. Dat kon ons budget echter niet aan (nog eens x2) en kom, wij zijn toch avonturiers zeker! Gelukkig daalden de temperaturen naarmate we naar het zuiden reden. Tot op het punt waar je je afvraagt of je wel echt in Australië bent (een week lang 15-17°c).
  • WikiCamps Australië: de App met daarop alle kampeerplaatsen van klein tot groot inclusief reviews en prijzen. De App zelf kost een paar euro, heeft daarna zijn nut zeker bewezen. Enkel zorgen dat je af en toe ergens WiFi hebt zodat je deze comments/reviews kan inladen en je bent vertrokken. Aanrader.
  • De ongelooflijke vrijheid: Ok, in stadskernen moet je niet komen met zo’n gevaarte, daar val je een beetje op en kan je zelden gemakkelijk parkeren. Voor de rest bepaal je uiteraard zelf waar je stopt. Wij reden hier rond in het laagseizoen en er was altijd wel ergens een plaatsje voor onze Gerry (ja, wij geven alles namen).
  • De behulpzaamheid van de Britz-mensen. We stopten in elke grote stad voor een ‘linnen-change’. Alle handdoeken, lakens, kussens, donsdeken, … werd vervangen. Bij onze eerste stop in Alice Springs werden we ook voorzien van een gordijn aan de linkerkant van de wagen, dat ontbrak simpelweg. Bizar.
  • Misschien hadden we wel een week of 2 extra moeten rekenen. Darwin – Melbourne – Sydney – Cairns op zeven weken, de Australiërs verklaren ons gek, mission accomplished! Het is natuurlijk wel een straf verhaal om te vertellen in de campingkeuken tegen de andere toeristen. “Wij hebben al wel 1.000 kilometer gereden!” (2 Nederlandse vrouwen). “Wij komen uit Darwin” (daar ongeveer 4.500 kilometer vandaan). “…” (De om het verste rijden met een camper competitie hebben we altijd gewonnen).
  • Punt van onderschatting: De prijs om onze Gerry op de baan te houden + overnachting. Je hebt dan wel je eigen slaapplaats mee, maar dat wil niet zeggen dat je zomaar overal mag kamperen. Reken nog eens tussen de 25 en de 50 Australische Dollar extra per nacht (1 AUD = ongeveer 0,66 Euro). Je kan ook opteren voor de gratis kampeerplaatsen, maar daar zijn quasi nooit douches en soms zelfs geen toiletten. Het is een keuze die je maakt uiteraard. Daarnaast lustte onze Gerry ook wel aardig wat litertjes Unleaded Fuel. Met zijn 11 à 12 liter per 100 kilometer dronk hij toch iets meer dan voorzien. Prijzen variëren enorm. Wij tankten aan prijzen tussen 1,18 AUD (Darwin) en 2,20 AUD (Kings Canyon, waar er helaas weinig keuze is en dit uitgebuit wordt. Daar zijn de campings ook het duurst).
  • Het kamperen zelf was best wel leuk. Over het algemeen werden de campings goed onderhouden en bevolkt door veeleer Australische toeristen. Deze waren gemakkelijk te onderscheiden van de Europese, aangezien hun camper meestal 3 keer zo groot was. Overal campingbarbecue-toestellen, microgolfovens en bij momenten zelfs eens een echte oven. Napraten kon je in de game room, met Arcade game consoles die de jaren 80 nog meegemaakt hadden. Op warme locaties was het altijd leuk een zwembad naast de camper te hebben.

Zouden we het opnieuw doen zoals we het nu gedaan hebben? Waarschijnlijk wel.

We konden natuurlijk ook gewoon een wagen gehuurd hebben en steeds op zoek gegaan zijn  naar goedkope hostels/motels/hotels. Veel van de campings hadden ook cabins. Een auto verbruikt minder en kost qua huur veel minder dan een camper, maar je verliest wel de charme van het kamperen mee natuurlijk.

Dus ja, we hadden het vermoedelijk wel goedkoper kunnen doen, maar we zouden Gerry oneer aandoen moesten we zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben.

We miss you already Gerry!

Komaan Britz, waar zijn die flappen?

20171120_094238