Iedereen verdient een tweede kans – en dus ook Cambodja. Vier jaar geleden vlogen we van Thailand naar Siem Reap – voor Angkor Wat. Mijn eerste indruk met Cambodja was dan ook samen te vatten met volgende sleutelbegrippen: kleine luchthaven, grenscontrole waar overheidspersoneel toeristen uitlachtte, lang wachten, veel te veel personeel voor één taak, nul glimlach (op het uitlachen na dan).
Onze gids – destijds konden we ons dat veroorloven – maakte die eerste indruk er niet veel beter op. Hij lachtte nooit, ramelde 1001 feiten af in de tempels maar zodra uit de tempels gaf hij toch vooral commentaar op Vietnamezen. Van heel Angkor Wat heb ik dan ook maar één iets onthouden toen: Angkor Wat zou eigendom zijn van Vietnam en de Cambodianen zouden er geen cent van overhouden.
Ik had dus niet meteen de beste indruk van Cambodja en ook niet meteen zin om ooit nog terug te komen. Tot ik begon te merken dat ik altijd maar één antwoord had op de vraag ‘En, wat vond je dan van Thailand, wat raad je aan?’. Het antwoord was nooit Thailand. Het antwoord was altijd Angkor Wat. Cambodja. Altijd.
Tijd dus voor die welverdiende tweede kans. Tijd dus om in te lezen over het eigenaarschap van Angkor Wat en te beseffen dat sommige gidsen nu eenmaal bepaalde politieke stromingen volgen. Tijd om opnieuw omver geblazen te worden door het mooiste stuk UNESCO-werelderfgoed ter wereld.
Of niet? Angkor Wat is overcrowded. Medereizigers vroegen me waarom ik in godsnaam zou teruggaan naar zo’n oord van verderf waar toeristen als paddestoelen uit de grond schieten. Ze keken me zelfs aan met een gezicht vol walging, alsof ik net had gezegd dat ik elke dag stront als lunch eet.
Dus het finale oordeel?
Ja, de toeristen staan hier in duizendtallen klaar.
Ja, sommige toeristengroepen – kuch, Chinezen – doen er alles aan om op je zenuwen te werken: alles aanraken, roepen, vervuilen.
Ja, het is er duizend graden warm en in die hitte is het soms moeilijk om het hoofd koel te houden als je net door zo’n groep opgeslorpt wordt.


Soms moet je je verbeelding gebruiken. Moet je je inbeelden hoe een site zou zijn als je er alleen zou rondlopen. Moet je kijken naar de details. Dan vergeet je dat er zonet een bende Chinezen een hakka stond te doen in een actieve tempel. Dan vergeet je dat er zonet eentje geklommen is op een muur, vlak naast het bord ‘do not climb‘. Dan vergeet je dat alles, vergeef je de tempels hun oneindige schoonheid en aantrekkingskracht en kan je nog steeds met opgeheven hoofd zeggen: Ja, ik vind de tempels rond Angkor Wat het mooiste van alles wat er is op aard.
Oh, en er zijn ook manieren om in een toeristisch walhalla van de platgetreden weg af te wijken. Dat ook, natuurlijk. Een foto van de zonsopkomst bij de eigenlijke Angkor tempel heb ik dus aan mij laten voorbijgaan. Maar dit niet:



















En als het hele Angkor Wat complex toch wat te druk is naar je zin, dan heb je nog andere prachtige zaken:












Ontdek meer van Auf Wiedersehen Goodbye
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.