3x Wandelen in de Hoge Venen

Onze vakantie naar Ijsland staat nog altijd op het programma, al werd de trip wel twee dagen langer, gezien een herboeking van het vliegtuig (niet dat we dat erg vinden). We konden echter niet stil blijven zitten.

Daarom trokken we voor het verlengd weekend van onze nationale feestdag naar Luik. Luik zelf hebben we eigenlijk niet echt gezien. We brachten een bezoek aan La Boverie (museum voor moderne kunst), waar er een tentoonstelling over hyperrealisme was (namaakmensen, net echt, maar toch niet niet), aten wat wafels (Luikse) en keken eens naar die beroemde trappen waar iedereen het over heeft als het over Luik gaat (Montagne de Bueren, 374 stuks in totaal). Het was niet meteen heel druk, maar wij wilden toch vooral de streek verkennen, al wandelend.

Ijdele hoop om op een rustige manier te doen wat iedereen doet: Le Ninglinspo is de naam waar iedereen het tegenwoordig over heeft. Het wordt één van de mooiste wandelingen van de Belgische Ardennen genoemd. Het was dan ook duidelijk dat iedereen dit op hetzelfde moment van plan was (vakantieperiode + verlengd weekend, strak plan, Jonas & Anneke). Superdruk en dus net iets te druk naar onze zin. Onze bolide wordt gekeerd en we gaan op zoek naar andere wandelingen. Le Ninglinspo wordt iets voor later, buiten het seizoen, buiten de vakantieperiode.

Welke drie wandelingen hebben we dan wel gemaakt op deze twee dagen?

Rond de Venen” (8,7 km)

Deze wandeling begint bij Signal de Botrange, je weet wel, met 694 meter het hoogste punt van België (al dan niet inclusief die trap die je moet beklimmen).

Het toeristisch centrum was gesloten en gebruikten het café ernaast voor een toiletbezoek (gratis bij een consumptie, twee warme chocomelk aub!). Het is koud en mistig, maar er is toch heel wat volk op de been, al is het wel merkbaar rustiger dan onze poging bij Le Ninglinspo.

De wandeling zelf is een redelijk vlakke wandeling over gemakkelijk terrein (verharde ondergrond, houten paadjes, …). We doen er een kleine twee uur over om rond te geraken. Onze snelheid wordt onderuit gehaald door de vele mooie fotomomenten.

Eindigen doe je aan de trap naar het hoogste punt. Gezien Corona laten we de steile trap met leuning even links van ons liggen.

Waterval van de Bayehon” (12,6 km)

Geen mist hier, maar wel zelf de mist in gegaan. Laatste plek gevonden op de parking bij het pad naar de molen van Bayehon en vol goede moed begonnen aan de wandeling. De wegmarkeringen brachten ons al vrij snel naar de waterval. Even aanschuiven voor de foto en we konden onze tocht voortzetten.

Na nog geen 5 kilometer merkten we echter dat we terug bij de bewoonde wereld aankwamen en zelfs terug op de hoofdweg liepen. Na 5.5 kilometer stonden we terug bij onze wagen. Foutje?

De wegmarkeringen waren niet altijd even duidelijk, opletten dus wanneer je de volledige wandeling wil maken. Op het meest zuidelijke punt van onze wandeling (dat kleine punt daarboven), stond een pijl die niet honderd procent duidelijk was. Wij kozen links, de echte weg liep rechtdoor. Onze wandeling werd meteen een dikke 6 kilometer korter. Bij twijfel dus goed opletten (de kaart even fotograferen of zelf een kaart meenemen) en vermoedelijk gewoon rechtdoor lopen. Bij het checken van Strava bleek dat we niet de enigen waren die de fout maakten. Iedereen die de wandeling die dag geregistreerd had, maakte exact dezelfde fout.

Leuke wandeling, maar we zullen eens moeten terugkeren om de rest van de wandeling te ontdekken. Terrein is hier veel stijgen en dalen. Goed schoeisel is nodig bij slecht weer (je wandelt veel door bossen op modderige grond).

“Een andere wereld” Ternell (19,7 km)

In het uiteinde van België, even voorbij Eupen, ligt Haus Ternell, vanwaar een heel aantal wandelingen in de Hoge Venen vertrekken. Wij kozen voor een klepper (toch naar onze normen) van bijna 20 kilometer, volgens de borden zelfs 21. Het eindresultaat? 18 en een beetje. Mea Culpa, ook hier zijn de bordjes niet overal even goed (velen zijn hun kleur volledig kwijt en het was een beetje giswerk). We snijden ook hier een stuk van de wandeling af.

Bij Haus Ternell kan je nog wat eten en onderweg zijn nog een aantal plekken waar je een (korte) pitstop kan maken.

Ook deze wandeling is een absolute aanrader. Niet te druk, mooie rustige omgeving en een uitdaging voor de wandelbenen die toch vooral Mechelen en omgeving gewoon zijn.

Wel even opletten bij het oversteken van de drukke straten (geldt voor alle wandelingen. Snelheid werd niet meteen aangepast.

Weekje Faeröer, van dag tot dag.

De Faeröer, van zondag tot zondag. Tijd genoeg om deze eilandengroep te verkennen. Een kort overzicht van hoe onze trip er uit zag en wie weet wel hoe jullie trip er zelf kan gaan uitzien in de toekomst?

Dag 0 (Zaterdag 13 Juli)

Aangezien we vliegen vanuit Amsterdam, rijden we met de wagen tot daar (kunnen onze auto bij het hotel achterlaten). We bezoeken het FOAM (fotografiemuseum) en kuieren rond in de straten. Uiteraard bezoeken we onze twee favoriete restaurantketens: Wagamama en Vapiano. Nog niets veranderd!

Dag 1 (Zondag 14 Juli) 

Na een veel te vroege (perfecte) vlucht, komen we in de vroege namiddag aan in Vagar Airport. Daar halen we de wagen op bij Budget Cars en trekken we naar Torshavn, de grootste stad op de eilandengroep.

We vinden een parkeerplaatsje en kuieren wat rond in het stadje (op zich ook niet eens echt groot). Om de honger te stillen eten we een veel te dure panini + koffie (betalen we al snel meer dan 30€ voor) en gaan we op zoek naar een winkel voor avondeten (we vinden zowaar een winkel die open is op zondag).

We trekken naar ons huisje in Tjornuvik en hebben een kalme namiddag. Meer dan even op het strand gaan wandelen en de twee straten die het dorp rijk is verkennen, zit er niet in. Voor ons huisje staan tientallen mensen wafels te eten, maar wij kunnen ons nog even inhouden.

Dag 2 (Maandag 15 Juli) 

We boekten onszelf een boottocht in Vestmanna, een populaire bezigheid bij toeristen. Deze brengt je langs de kustlijn van het eiland, met imposante kliffen, vogels en schapen. Wij vreesden vooral voor veel mist (zichtbaarheid op de rit naar het vertrek was maar enkele tientallen meters), maar dit viel uiteindelijk nog wel mee.

Voor of na de boottocht kan je eten in het restaurant van het Tourist Center. Geen uitgebreide kaart, geen gastronomische hoogvlieger, maar wel goed om de hongerige magen te spijzen (en weinig alternatieven)

Na de middag staat er nog een korte wandeling in Saksun op het programma. Het dorpje is slechts enkele huizen en een kerk groot. De wandeling is simpel maar mooi.

Dag 3 (Dinsdag 16 Juli) 

We beginnen met een bezoekje aan Gasadalur, een klein dorpje met bijbehorende waterval. Veel meer dan een waterval zien we eigenlijk niet, de mist is net dat ietsje te aanwezig.

3 eeuwen te vroeg komen we aan in Sorvagur, vanwaar we de boot nemen naar Mykines. Even zoeken (staat niet echt overdreven goed aangeduid), maar we mogen mee. De namiddag wordt gevuld met de lange, intensieve wandeling (met duizenden puffins), afgesloten met een drankje in een kelder van een klein cafeetje dat naar natte hond rook.

Mykines

Dag 4 (Woensdag 17 Juli) 

Vandaag rijden we vooral rond, en bezoeken we een aantal kleine dorpjes. Deze hebben allemaal dezelfde eigenschappen: ze zijn klein, zien er allemaal doods uit, maar ze hebben allemaal dat charmante Faeröer gehalte.

  • Fossa Waterval: geen dorpje, maar een grote waterval. Bij regenval zwelt deze enorm aan en wordt deze nog grootser.
  • Oyndarfjodur: onze eerste echte stop, ons eerste mooie uitzicht, onze eerste toiletbreak (alle dorpjes hebben openbare toiletten – win!).
  • Elduvik: Op zoek gegaan naar het cafeetje, niet gevonden. Hier komen we later nog eens terug naartoe gewandeld.
  • Gjogv: regen, het enige restaurant zat vol, diepvriespizza en wafel gegeten in de plaatselijke snackbar (10m² groot).
  • Slaettaratindur (geen stadje, maar een berg met een naam die eindigt op een naam van een dating-app): mist, letterlijk niets te zien.
  • Eidi: de dag begon naar z’n einde te lopen. Hier zijn we gewoon doorgereden.

Vanuit Eidi kan je Tjornuvik quasi zien liggen, maar gelukkig kunnen auto’s nog niet over het water varen en moeten de weg terug volgen, ongeveer 30 kilometer.

Dag 5 (Donderdag 18 Juli) 

Zeer vroeg opstaan om dan als eerste en quasi enige auto te staan wachten op de boot naar Kalsoy. Op het eiland zijn er twee stops: Trollanes en Mikladalur.

Trollanes heeft een wandeling met vuurtoren een kiosk (helemaal uit de richting) en een toilet. De wandeling is super en een absolute aanrader. Ook hier ruiken de toiletten naar natte hond.

In Mikladalur gaan we op zoek naar het bronzen standbeeld van Kopakonan (The Seal Wife). Het verhaal er achter is aandoenlijk (jagen op zeehonden die vrouwen worden en omgekeerd, ontvoeren en aan de ketting leggen om dan toch weer te ontsnappen …). In het kort: boze zeehonden.

We zetten ons in de rij voor de boot terug met nog een zee van tijd op overschot tot deze ons terugbrengt. De boot was overvol, dat was indrukwekkend. Je moet het meegemaakt hebben.

Onze laatste stop is Muli, opnieuw een typisch dorpje. Aantal vaste inwoners: nul. Enkel vakantiehuisjes. De weg er naartoe was een uitdaging (als in de weg was niet van hoogstaande kwaliteit – wat vrij normaal is, als er werkelijk niemand in dat dorpje woont). Een korte wandeling brengt ons naar een waterval. Voldaan keren we terug naar ons huisje.

Dag 6 (Vrijdag 19 Juli)

Vandaag staat de wandeling van Oyndarfjorour – Elduvik op het programma. Beide dorpjes bezochten we al eerder met de auto, maar nu gingen we de verbinding al wandelend maken. In totaal bijna tien kilometer heen en terug, niet al te moeilijk, maar wel enkele pittige steile en gladde stukjes. Voorzie voldoende eten en drinken. Je staat niet op 1, 2, 3 terug bij je wagen.

Een tweede wandeling is net wat pittiger. Het regent en is heel mistig. Toch trachten we de berg te beklimmen op weg naar het dorpje Leynar. We komen nooit aan, het water heeft onze schoenen doorweekt gemaakt en het kabbelende beekje is een stromend riviertje geworden. Geen zin om te gaan zwemmen, dus keren we maar terug. Bergaf gaat altijd sneller.

De schoenen worden voor de verwarming gezet in de hoop dat ze de volgende dag weer droog zullen zijn (dat zijn ze).

Dag 7 (Zaterdag 20 Juli) 

Opnieuw naar Klaksvik, maar nu slapen we wat langer uit. Vanuit de haven vertrekken we op een wandeling naar Klakkur. Deze lange en (zeker) tegen het einde ook vrij intensieve wandeling houdt ons bezig tot in de namiddag. Daarna rijden we nog wat rond, maar de wandeling van bijna 11 kilometer heeft ons wat uitgeput.

We rijden nog wat rond, en rijden dan voor een laatste keer richting Tjurnuvik.

Dag 8 (Zondag 21 Juli) 

Na een fotoshoot van ons huisje voor het nageslacht vertrekken we voor een bezoekje aan het laatste stadje dat op ons programma staat: Kirkjubour.
Enkele huisjes en de oudste kerk op de eilandengroep. Daarnaast ook een Franse fotografieclub die op vogelspotting-tour was.

We leveren de auto terug in bij Budget (gewoon sleutel in de brievenbus steken) en zijn uren te vroeg in de luchthaven. Eén tip: verspil geen geld aan het eten dat ze daar verkopen. Het is het echt niet waard (het eten in de luchthaven van Kopenhagen dan weer wel).

Het busje van het hotel staat ons al quasi op te wachten. In geen tijd staan we terug aan onze auto. Na twee uur rijden staan we weer thuis.

Eind goed, al goed.