Een weekje Sao Miguel (Azoren, Portugal)

De Azoren zijn een spreekwoordelijke scheet groot, maar hebben een rijke geschiedenis en je bent er toch een tijdje zoet mee. Onze trip liet ons helaas enkel toe Sao Miguel (het meest bezochte eiland) gedurende een kleine week te bezoeken. In de staan de andere eilanden zeker nog eens op het programma. Nu voelt het toch of we daar toch wat gemist hebben.

De weg naar Ponta Delgada (grootste stad van het eiland) was lang en vervelend. Om één of andere duistere reden konden we ons vliegtuig niet op en moesten we overgeboekt worden naar een andere vlucht (Lissabon in plaats van Porto). Onze nieuwe vlucht naar Ponta Delgada stond helaas pas laat op de avond gepland (in plaats van de vroege namiddag), en dus kwamen we pas 9 uur later op onze bestemming aan. Gelukkig konden we onze rental car nog ophalen en Ricardo, onze host van de AirBnB die we gevonden haddden, lachte ook nog, al was het iets groener dan normaal. 

Ons hoofddoel op het eiland was naast  enkele mooie wandelingen maken ook onze duikkunsten opfrissen. Het was nu reeds anderhalf jaar geleden (laatste keer in Taiwan tijdens onze 6 maanden durende trip), maar we hadden er zin in en dus boekten we op voorhand 6 duiken, Eén duik extra: een opfrissingsduik (ondiep water, enkele oefeningen, basistechnieken, …) om toch wel zeker te zijn dat we niet onmiddellijk zouden verzuipen. We deden dit via Best Spot Azores, één van de vele duikorganisaties in Ponta Delgada. Zij kwamen er als beste uit op Tripadvisor en de ratings waren zeker correct (zowel de duiken als de instructeurs). 

We zijn alweer wat mooie ervaringen rijker (geen foto’s deze keer helaas): het onderwaterleven is enorm boeiend. Bij één van onze duiken gingen we zelfs op zoek naar een gezonken oorlogsschip (bijnaam “Dori”), weer iets om van onze bucket list te schrappen. Wegens problemen aan het oor, kon Anneke helaas de laatste duik niet meemaken. Ik ademde terwijl duidelijk voor twee, want zonder mijn divebuddy Anneke, bleek ik extra veel en onrustig te ademen. Gelukkig zijn er altijd bekwame instructeurs in de buurt die nog wel wat extra perslucht overhebben. 

Duiken: we kunnen het iedereen aanraden! (enkel de droge lucht en het hongergevoel achteraf – dat dan weer door die uitdroging komt – moet ik nog steeds gewoon aan worden). Niet twijfelen.

Tijdens ons tripje op het eiland leerden we alvast ook een aantal Portugese woorden kennen. Eén daarvan was alvast: Miradouro ofte uitzichtspunt. Het eiland lag er vol van. Stuk voor stuk waren het (de meeste dan toch) mooie uitzichten over meren, heuvels, de zee of kleine dorpjes. Meer dan een auto en een GPS heb je niet nodig. Het eiland is klein genoeg om deze uitzichtpunten (of toch een selectie ervan) op één dag te doen. Onze toppers: Vista do Rei, Lagoa do Fogo, Pico do Ferro en Grota do Inferno (het meest Instagram-waardige plekje). De meeste van deze punten zijn te bereiken na een korte wandeling (de wegen er naartoe zijn helaas niet altijd even sexy).

Google bezorgde ons dit overzicht. Ben je wel even zoet mee!

Enkele andere zaken die ons zullen bijblijven:

Wandelingen en dorpjes:

De wandeling van Vista do Rei naar Sete Cidades (en terug). Het Vista Do Rei (uitzichtpunt van de koning), moet zowat het drukste punt van het eiland zijn. De eerste keer dat we hier met de wagen passeerden was het mistig en konden we geen 20 meter ver kijken. De tweede keer was het weer zeer helder en waren de uitzichten fenomenaal. Maar wat maakt dit punt nu net zo interessant? Allereerst: er is amper parking, dus op een druk moment moet je je wagen een kleine kilometer verder parkeren (bij ons het geval). Je komt dan op het uitzichtpunt terecht en hebt een fantastisch zicht op de omliggende heuvels, het meer en Sete Cidades, een klein dorpje aan een groot meer. De wandeling zelf loopt helemaal rond het meer en gaat zachtjes naar beneden (helemaal niet moeilijk dus). Tot helemaal op het einde, wanneer iemand ooit beslist heeft een overdreven steile weg naar beneden aan te leggen. Gedurende enkele honderden meters gaat het pad zo steil naar beneden dat we al helemaal ontmoedigd zijn om terug naar boven te gaan.

Beneden kan je wat drinken, maar valt er voor de rest weinig te beleven. De kortere route naar boven is maar half zo lang, maar dus wel heel de tijd klimmen, een uitdaging (de uitzichten zijn ook minder spectaculair, maar daarom is dit deel van de wandeling niet minder mooi).

Extra aan het Vista do Rei: Wil je het zicht nog een tikkeltje beter hebben, dan is er nog een andere (tijdelijke oplossing) onder de vorm van het Monte Palace Hotel. Ooit heel even (het werd meteen daarna gesloten) het beste hotel van de Azoren en Portugal, nu een leegstaand hotel. Vanop het dak van dit hotel heb je een nog beter en hoger zicht op de omgeving het Vista do Rei uitzichtpunt. 

Een achtergelaten hotel, helemaal leeg, alles volledig afgesloten, of toch net niet goed genoeg? Hoewel alle ingangen mooi afgesloten waren met hekken en extra muurtjes was het hotel een drukke bedoening. Na wat zoeken vonden we een ingang waar we moeiteloos binnenliepen. We voelden ons echte Urban Explorers, al viel het allemaal nogal mee. Eerlijk gezegd liep het het vol. Tientallen mensen volgen ons voorbeeld (net zoals wij het voorbeeld van anderen volgden). Er liepen wel een aantal ‘agenten/werklieden’ rond, maar die lieten iedereen begaan. Eens de werken echt starten, zal de toegang waarschijnlijk volledig verboden worden. Het hotel zou terug een hotel moeten worden.

Het Lagoa Do Fogo is een tweede mooi meer, met opnieuw een aantal mooie uitzichtpunten. Ook hier is een mooie wandeling aan verbonden, maar we vonden onze goede benen niet en hadden al twee duiken achter de kiezen. We hielden het dus bij een aantal stops.

Ook in de Azoren hebben ze het warm water al uitgevonden. Op verschillende plekken hebben ze zelfs warmwaterbronnen. In Furnas kan je het water zien borrelen (oh, wat ruikt dat toch goed). Voor twee euro per persoon geraak je het domein op (of je nu met de wagen bent of niet, ook wandelaars betalen dit) en kan je een hele dag rondhangen. De restaurants uit de buurt maken hier ook hun lokale stoofpotjes. Grote potten worden onder de grond begraven en worden op natuurlijke wijze opgewarmd.Het meer zelf kan je ook rondwandelen, we zouden onszelf niet zijn, moesten we dat niet eens geprobeerd hebben (Wandeling rond het meer in Furnas). 

Het kleine dorpje Ribeira Grande bezochten we op een speciaal moment. Er ging net een processie ter ere van Jezus losbarsten: heel het dorp was in rep en roer, alle straten waren mooi versierd met bloemblaadjes in alle kleuren die in mooie motiefjes op de grond lagen en de lokale inwoner beschouwde dit duidelijk als een hoogtepunt. Spijtig genoeg waren we net iets te vroeg, maar tegen dat we vertrokken vertrok er al menig vuurwerkpijl de lucht in. Stadje? Klein en leuk. Extra evenementen? Extra leuk (maar vooral speciaal).

Restaurants:

Een mens moet eten en wij gaan toch steeds op zoek naar leuke restaurants die net dat ietsje beter zijn. Tripadvisor is onze beste vriend hier. Wetende dat mensen meestal zeer positief of zeer negatief zijn, moet je dit altijd met een korrel zout nemen. Hier alvast 2 van onze toppers:

Tasquinha Vieira

Een op het eerste zicht heel klein restaurantje dat bij de best gerangschikte restaurants van Ponta Delgada staat. Overheerlijke Portugese keuken in een gezellige setting. Reserveren kan wel noodzakelijk zijn. Het restaurant vult zich elke avond enorm snel. We gingen hier twee keer eten en vonden het twee keer fantastisch.

A Terra Fornara (Furnas Boutique Hotel)

Een restaurant in een groot ‘Boutique Hotel’. Even moeten zoeken, gezien het niet meteen in het centrum van Furnas lag. Zeer gezellige setting weg van de echte drukte van het centrum van Furnas met zijn ‘authentieke’ restaurants. Gevarieerde Portugese keuken, geserveerd binnen of buiten op het overdekte terras.Uiteraard kunnen we het lijstje nog aanvullen met een aantal niet zo fantastische restaurants, maar daar gaan we jullie niet mee vervelen!

Conclusie: Maar één van de eilanden bezoeken was misschien een fout, reden te meer om nog eens terug te gaan. Het leven onder water was de moeite, het weer boven water meestal dik OK. Moet je dit overwegen voor een volgende vakantie? Zeker! (Wandelen, natuur, duiken, …)

Weekje Faeröer, van dag tot dag.

De Faeröer, van zondag tot zondag. Tijd genoeg om deze eilandengroep te verkennen. Een kort overzicht van hoe onze trip er uit zag en wie weet wel hoe jullie trip er zelf kan gaan uitzien in de toekomst?

Dag 0 (Zaterdag 13 Juli)

Aangezien we vliegen vanuit Amsterdam, rijden we met de wagen tot daar (kunnen onze auto bij het hotel achterlaten). We bezoeken het FOAM (fotografiemuseum) en kuieren rond in de straten. Uiteraard bezoeken we onze twee favoriete restaurantketens: Wagamama en Vapiano. Nog niets veranderd!

Dag 1 (Zondag 14 Juli) 

Na een veel te vroege (perfecte) vlucht, komen we in de vroege namiddag aan in Vagar Airport. Daar halen we de wagen op bij Budget Cars en trekken we naar Torshavn, de grootste stad op de eilandengroep.

We vinden een parkeerplaatsje en kuieren wat rond in het stadje (op zich ook niet eens echt groot). Om de honger te stillen eten we een veel te dure panini + koffie (betalen we al snel meer dan 30€ voor) en gaan we op zoek naar een winkel voor avondeten (we vinden zowaar een winkel die open is op zondag).

We trekken naar ons huisje in Tjornuvik en hebben een kalme namiddag. Meer dan even op het strand gaan wandelen en de twee straten die het dorp rijk is verkennen, zit er niet in. Voor ons huisje staan tientallen mensen wafels te eten, maar wij kunnen ons nog even inhouden.

Dag 2 (Maandag 15 Juli) 

We boekten onszelf een boottocht in Vestmanna, een populaire bezigheid bij toeristen. Deze brengt je langs de kustlijn van het eiland, met imposante kliffen, vogels en schapen. Wij vreesden vooral voor veel mist (zichtbaarheid op de rit naar het vertrek was maar enkele tientallen meters), maar dit viel uiteindelijk nog wel mee.

Voor of na de boottocht kan je eten in het restaurant van het Tourist Center. Geen uitgebreide kaart, geen gastronomische hoogvlieger, maar wel goed om de hongerige magen te spijzen (en weinig alternatieven)

Na de middag staat er nog een korte wandeling in Saksun op het programma. Het dorpje is slechts enkele huizen en een kerk groot. De wandeling is simpel maar mooi.

Dag 3 (Dinsdag 16 Juli) 

We beginnen met een bezoekje aan Gasadalur, een klein dorpje met bijbehorende waterval. Veel meer dan een waterval zien we eigenlijk niet, de mist is net dat ietsje te aanwezig.

3 eeuwen te vroeg komen we aan in Sorvagur, vanwaar we de boot nemen naar Mykines. Even zoeken (staat niet echt overdreven goed aangeduid), maar we mogen mee. De namiddag wordt gevuld met de lange, intensieve wandeling (met duizenden puffins), afgesloten met een drankje in een kelder van een klein cafeetje dat naar natte hond rook.

Mykines

Dag 4 (Woensdag 17 Juli) 

Vandaag rijden we vooral rond, en bezoeken we een aantal kleine dorpjes. Deze hebben allemaal dezelfde eigenschappen: ze zijn klein, zien er allemaal doods uit, maar ze hebben allemaal dat charmante Faeröer gehalte.

  • Fossa Waterval: geen dorpje, maar een grote waterval. Bij regenval zwelt deze enorm aan en wordt deze nog grootser.
  • Oyndarfjodur: onze eerste echte stop, ons eerste mooie uitzicht, onze eerste toiletbreak (alle dorpjes hebben openbare toiletten – win!).
  • Elduvik: Op zoek gegaan naar het cafeetje, niet gevonden. Hier komen we later nog eens terug naartoe gewandeld.
  • Gjogv: regen, het enige restaurant zat vol, diepvriespizza en wafel gegeten in de plaatselijke snackbar (10m² groot).
  • Slaettaratindur (geen stadje, maar een berg met een naam die eindigt op een naam van een dating-app): mist, letterlijk niets te zien.
  • Eidi: de dag begon naar z’n einde te lopen. Hier zijn we gewoon doorgereden.

Vanuit Eidi kan je Tjornuvik quasi zien liggen, maar gelukkig kunnen auto’s nog niet over het water varen en moeten de weg terug volgen, ongeveer 30 kilometer.

Dag 5 (Donderdag 18 Juli) 

Zeer vroeg opstaan om dan als eerste en quasi enige auto te staan wachten op de boot naar Kalsoy. Op het eiland zijn er twee stops: Trollanes en Mikladalur.

Trollanes heeft een wandeling met vuurtoren een kiosk (helemaal uit de richting) en een toilet. De wandeling is super en een absolute aanrader. Ook hier ruiken de toiletten naar natte hond.

In Mikladalur gaan we op zoek naar het bronzen standbeeld van Kopakonan (The Seal Wife). Het verhaal er achter is aandoenlijk (jagen op zeehonden die vrouwen worden en omgekeerd, ontvoeren en aan de ketting leggen om dan toch weer te ontsnappen …). In het kort: boze zeehonden.

We zetten ons in de rij voor de boot terug met nog een zee van tijd op overschot tot deze ons terugbrengt. De boot was overvol, dat was indrukwekkend. Je moet het meegemaakt hebben.

Onze laatste stop is Muli, opnieuw een typisch dorpje. Aantal vaste inwoners: nul. Enkel vakantiehuisjes. De weg er naartoe was een uitdaging (als in de weg was niet van hoogstaande kwaliteit – wat vrij normaal is, als er werkelijk niemand in dat dorpje woont). Een korte wandeling brengt ons naar een waterval. Voldaan keren we terug naar ons huisje.

Dag 6 (Vrijdag 19 Juli)

Vandaag staat de wandeling van Oyndarfjorour – Elduvik op het programma. Beide dorpjes bezochten we al eerder met de auto, maar nu gingen we de verbinding al wandelend maken. In totaal bijna tien kilometer heen en terug, niet al te moeilijk, maar wel enkele pittige steile en gladde stukjes. Voorzie voldoende eten en drinken. Je staat niet op 1, 2, 3 terug bij je wagen.

Een tweede wandeling is net wat pittiger. Het regent en is heel mistig. Toch trachten we de berg te beklimmen op weg naar het dorpje Leynar. We komen nooit aan, het water heeft onze schoenen doorweekt gemaakt en het kabbelende beekje is een stromend riviertje geworden. Geen zin om te gaan zwemmen, dus keren we maar terug. Bergaf gaat altijd sneller.

De schoenen worden voor de verwarming gezet in de hoop dat ze de volgende dag weer droog zullen zijn (dat zijn ze).

Dag 7 (Zaterdag 20 Juli) 

Opnieuw naar Klaksvik, maar nu slapen we wat langer uit. Vanuit de haven vertrekken we op een wandeling naar Klakkur. Deze lange en (zeker) tegen het einde ook vrij intensieve wandeling houdt ons bezig tot in de namiddag. Daarna rijden we nog wat rond, maar de wandeling van bijna 11 kilometer heeft ons wat uitgeput.

We rijden nog wat rond, en rijden dan voor een laatste keer richting Tjurnuvik.

Dag 8 (Zondag 21 Juli) 

Na een fotoshoot van ons huisje voor het nageslacht vertrekken we voor een bezoekje aan het laatste stadje dat op ons programma staat: Kirkjubour.
Enkele huisjes en de oudste kerk op de eilandengroep. Daarnaast ook een Franse fotografieclub die op vogelspotting-tour was.

We leveren de auto terug in bij Budget (gewoon sleutel in de brievenbus steken) en zijn uren te vroeg in de luchthaven. Eén tip: verspil geen geld aan het eten dat ze daar verkopen. Het is het echt niet waard (het eten in de luchthaven van Kopenhagen dan weer wel).

Het busje van het hotel staat ons al quasi op te wachten. In geen tijd staan we terug aan onze auto. Na twee uur rijden staan we weer thuis.

Eind goed, al goed.

Opdracht #2: Plant een vlag op de hoogst beklommen berg.

Het begon ‘s ochtends in het Taroko National Park; één van de hoogtepunten van elke reis doorheen Taiwan. De dag voordien hadden we het park al verkend. Conclusie: geen enkele piek was hoog genoeg voor deze opdracht. Of toch: geen enkele piek waar je zonder vergunning heen kon. Daar bleken we namelijk hopeloos te laat voor.

IMG_20180325_215546_335

De beroemde Taroko Gorge.

IMG_20180325_220246_245

Eternal Spring Shrine in Taroko National Park.

IMG_20180325_215652_326

Wandeling langs de kloof.

IMG_20180325_220127_844

Helder blauw water.

IMG_20180325_215903_565

Bridge over troubled water. Sorry, ik kom ‘m niet laten liggen.

IMG_20180325_220049_407

Eén van de mooiste roadtrips ter wereld.

IMG_20180325_215619_127

Gigantische rotsblokken in de rivierbedding.

IMG_20180325_220205_761

Beautiful roads.

Dus begaven we ons verder van Taroko weg en begonnen we aan een lijdensweg als geen ander. Het eerste stuk stijgen viel best nog wel mee. Maar het pad werd hoe langer hoe smaller, de lucht elke stap een beetje ijler. Bij elke tegenligger greep angst ons hart vast: met de afgrond zo dichtbij konden we geen enkele misstap begaan.

Na 2000 meter braken we door de wolken: een fantastisch zicht en plots volle zon op onze snuit. Een boost voor het moraal. Onze eerste piek kwam dichterbij: op 3237 meter bereikten we het prachtige uitzicht dat Mt. Shihmen te bieden had. Het werd ons hier ook duidelijk hoe slecht we voorbereid waren op deze klim: Jonas in z’n korte broek; ik in m’n slechtste conditie. Dit terwijl alle Taiwanezen en Chinezen die we tegen kwamen gekleed waren alsof ze een week in de Siberische wildernis moesten doorbrengen. Als je je afvraagt hoe erg dit dan wel kan zijn? Wel, weet je wanneer iemand z’n jas uitdoet en de laag onder de jas gewoonweg een tweede jas is? Zo dus. Ik daarentegen liep er in m’n T-shirt.

IMG_20180325_221203_430

Views like these.

IMG_20180325_220817_335

T-shirt weather.

IMG_20180325_220843_686

Wandelen door de bergen.

IMG_20180325_221033_135

Easy peasy.

IMG_20180325_221059_537

Jonas maakt het pad.

IMG_20180325_220658_958

Boven de wolken.

IMG_20180325_221236_876

Keep on climbing.

IMG_20180325_221302_454

I just can’t get enough.

IMG_20180325_221345_002

Prachtig.

Zoals altijd wegen de laatste loodjes het laatst. Voor de hoogste piek moesten we nog een kleine 200 meter stijgen, naar 3417 meter: Mt. Hehuan. Met barstende koppijn worstelde ik me naar het hoogste punt. Voor de opdracht koos ik voor een digitale vlag: leave no trace, zoals ze zeggen. En als digitaal marketeer lijkt me dit ook het meest gepaste type vlag. Zo gepast zelfs dat ik mezelf er alvast de eerste prijs voor gaf:

sketch-1521989810986

Prijs voor beste vlag – gaat zoals je ziet – naar mezelf. Let ook goed op m’n sterke grip op de vlaggenstok.

P.S: Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik de beklimming van Mt. Hehuan op m’n eigen manier deed. Op de laatste 2,4 kilometer na gold het principe: I did it my way: on the highway.

NO REGRETS!!! #lazylastdays

IMG_20180325_220320_948

Het eerste deel: toen de wegen nog voldoende breed waren.

IMG_20180325_220512_025

Daar staat-ie dan beneden: onze Ford Focus.

IMG_20180325_220549_886

Zwaar werk zo’n beklimming: duizenden bochten + autoziekte = geklaag.

IMG_20180325_220441_548

Mini Cooper mag me contacteren voor dit promo-plaatje.

Five things I love about Hallerbos, Belgium

Hallerbos

Hallerbos is a place of magic. During Spring the forest is covered in bluebells, turning it completely purple. The bluebells mostly flower in April, depending on the weather. You can track progress online.

When magic happens, the forest gets kind of crowded. Make sure you arrive early to enjoy peace and quiet. Waking up early for this beauty will be worthwhile. Why? Let me tell you:

  1. The colour purple. It’s absolutely breathtaking. Walking in the forest you can easily image yourself being in some kind of fairytale.
  2. Peace and quiet. Even though the forest can get crowded on weekends during bluebell season, it’s still nothing compared to other parks in Brussels or other big cities. Even during high season you can find a private spot.
  3. Don’t like purple? No biggie! The forest is covered in beautiful trees and flowers. Even if you don’t like bluebells, the forest has enough diversity to please (almost) everyone.
  4. The hiking routes are fairly easy so you can go with a bunch of friends, even the ones that don’t like hiking.
  5. The forest is also famous for their fire salamanders. I haven’t been lucky enough to spot one, but maybe you are?

Some practical advice:

  • Don’t leave the trails. Lots of amateur photographers and tourists leave the trails and walk through the fields of bluebells. Please don’t. The flowers get trampled, leaving a trail of death and devastation.
  • Parking your car is all part of the adventure during high season. If you have a sidekick, let him/her explore the little parking lanes while you wait in your car. Maneuvering out of fully packed lanes is a really hard job, trust me.