Aqaba onder water.

Voor de volledigheid in twee versies.

Zijn relaas. Advanced Open Water Certified. Nu gij.

In 1998 ging kleine Jonas naar Jordanië en Syrië. Nu was de tijd aangebroken om Jordanië opnieuw te verkennen. Iets groter wel.

Onze eerste stop is Aqaba en daar staat eigenlijk maar één iets op het menu: Duiken! De stad zelf lijkt niet zoveel voor te stellen en wij willen ons Advanced Open Water Certificate van PADI halen. Via TripAdvisor vonden we de Aqaba Pro Divers, waar we via mail en WhatsApp onze cursus boeken.

Duikcondities waren vrij ideaal: weinig wind, weinig stroming. Tegen het ‘koude’ water van 22°c werden we beschermd door 2 wetsuits (lange met daarover een korte) van 6 millimeter). Zicht onder water was vlot enkele tientallen meters (en er was niet te veel ‘verkeer’).

Er stonden 5 duiken op het programma voor ons certificaat, maar alles draaide rond ‘fun’ (dat moet duiken toch zijn?), dus we hadden hier zelf veel inspraak in. Uiteindelijk werden dit onze ‘course dives’:

  • Diepte: Het belangrijkste voordeel aan het advanced certificaat. De ‘toestemming’ om dieper dan 18 meter te duiken. Deze duik ging dan ook tot 30 meter diepte en leerde ons dat het licht daar veel minder goed geraakt (de kleur rood is helemaal naar de vaantjes) en dat duikhorloges niet altijd op dezelfde manier werken (altijd voor de veiligste optie gaan!).
  • Wreck Dive: Op de duiksite lagen verschillende oorlogswrakken (niet zo toevallig – enkele kilometer verder lag er zelfs een heel museum onder water). Daar zwommen we rond een oude tank, en namen we ook een kijkje in een oude Hercules C-130 die een aantal jaar geleden te water gelaten was.
  • Navigation Dive: Onder water is het handig als je een beetje kan navigeren. Je komt liefst heelhuids terug aan land. Hier leerden we navigeren met een kompas, in vierkantjes zwemmen en afstanden inschatten.
  • Search & Recover: Toch iets verloren onder water, dan weten we nu wel hoe we die dingen moeten terugzoeken (en vinden). Eens gevonden was het kinderspel (lucht doet wonderen) om onze buit terug naar boven te brengen.
  • Night Dive: Waarom enkel overdag duiken? Onder water liggen er vele schatten die ook ’s nachts kunnen bezocht worden. Gemakkelijk is dit niet, want je moet toestemming van het leger krijgen en dat duurt even. Na ongeveer een uurtje met onze vingers draaien, konden we dan eindelijk onze spullen aantrekken en onder water gaan. De soldaat die ons moest controleren, bleef de hele duik ter plaatse (boven water welteverstaan). Onze nachtduik ging naar de Cedar Pride, een boot die er al een jaar of 35 lag. Indrukwekkend! En ja, ook een beetje schrikwekkend, gezien je niet op een normale manier kan communiceren als er geen licht is.

Na onze nachtduik was ons certificaat een feit: Applaus voor onzelf! Om ons te bedanken, boekten we nog twee extra duiken: opnieuw naar de Cedar Pride (maar nu mét daglicht) en eentje naar de nabijgelegen koralen (King Abdullah Reef). Ook deze waren zeer de moeite. Deze keer ging de GoPro mee en konden we zelf leuke foto’s en filmpjes maken.

Haar relaas. Navigeren, navigeren, wie zijn best doet, zal het faken

Op de ijskast blinkt een lijst: ’20 voor 2020’. En de nummer één uitdaging voor 2020: een advanced open water diver certificaat van PADI halen. De koe moét bij de horens gevat worden, dus Jordanië was de ideale locatie om dit punt van de lijst te schrappen. Dus mocht ik in februari voor het eerst kennis maken met de Rode Zee.

Vijf duiken waren nodig voor het certificaat:

  • Diepte: Voor een eerste keer tot 30 meter diep gaan. Enige risico: nitrogen narcosis, oftewel een soort dronkenschap omwille van de diepte. Mijn principes reiken blijkbaar dertig meter diep, want ik werd niet zat.
  • Wreck Dive: Een tank, een vliegtuig, een schip. Hoogtepunt: een luchtbel in een schip met een GIGANTISCH bord: bad air, do not breathe. Waarop onze duikinstructeur toch even een hele uitleg gaf over overdreven borden.
  • Night Dive: Onze nachtduik was bij het wrak van de Cedar Pride. Omwille van lokale regelgeving moesten we wachten tot ‘iemand van the navy’ ter plaatse zou zijn. Toen er uiteindelijk een verlegen twintiger aankwam in legeruniform was die zodanig onder de indruk van mijn vrouw-zijn dat hij mij geen hand schudde, maar wel al blozend wuifde. Die schroom raakte hij nogal snel kwijt toen ik na de duik uit het water kwam en mijn wetsuits moest uitsmijten. En zo kan ik ‘uitgekleed worden door een soldaat’ toch van mijn lijst schrappen. Helaas had dit item de ’20 voor 2020’ net niet gehaald. Jonas stond erbij en keek ernaar. Ik vermoed dat hij blij was met de vijf minuten rust die hem bij deze gegund werd.
  • Navigation Dive: Belangrijk advies! VOLG MIJ NOOIT! Ik kan niet navigeren. Niet boven water, niet onder water, niet naast water, niet in water: nergens. Dit werd ook pijnlijk duidelijk tijdens deze test. Derde keer, goede keer. Na drie keer herkende ik de rotsformatie waar ik moest eindigen eindelijk vanbuiten.
  • Search & Recover: Medeleven werd betoond toen de duikinstructeur mij de gemakkelijkste opdracht gaf bij Search & Recover. Zo kwam het kompas bij Jonas terecht (THANK GOD) en mocht ik lekker gemakkelijk wat cirkeltjes zwemmen (met een touw) rond Jonas. Jonas moest ingewikkelde doolhofpatronen maken om zijn voorwerp te vinden. Ik moest gewoon wachten tot mijn touw lang genoeg werd om een groot genoeg cirkeltje te kunnen vormen voor het mijne. Mochten de rollen omgewisseld zijn dan zouden we nu nog op de bodem van de Rode Zee zitten. Wel met andere zuurstoftanks, dat wel.

Eerlijk is eerlijk: een technisch duiker zal ik nooit worden en de titel Worlds Best Diver is ook niet aan mij besteed. Maar God, het gevoel van absoluut ‘in het nu zijn’ dat ik daar beneden heb, zal ik nooit boven water hebben. Het mooiste moment tijdens het duiken was toen we de dag na de nachtduik hetzelfde wrak overdag bekeken. Een wrak, honderden vissen, drie mensen en als geluid enkel en alleen mijn eigen ademhaling. Een portie rust die ik de rest van het jaar in mijn hart zal dragen.

Praktisch:

Via Tripadvisor vonden we Aquaba Pro Divers het meest vertrouwen uitstralen. Tijdens het laagseizoen zijn ze zeer flexibel in wat ze aanbieden en welke duiksites ze doen. De ‘thuisbasis’ is wel steeds de Hercules C-130 site en die van de “Seven Sisters” (met de tank). Verwacht geen flitsende bolides of snelle boten: alles gebeurt hier vanop de kustlijn (net zoals de meeste andere duikscholen) – En ja, we zijn onderweg één keer stilgevallen omdat één van de wagens zonder benzine viel, maar dat heeft ook zijn charmes!

Communicatie verliep altijd via WhatsApp en was zeer snel en vriendelijk. Na elke ‘fundive’ kregen we ook onze foto’s doorgestuurd (gratis).

Qua prijs, zijn de meeste duikscholen gelijk aan elkaar wat betreft de opleidingen (300 JOD voor het Advanced Open Water Certificate). Onze ‘fundives’ bleken wel iets goedkoper (25 JOD) te zijn dan die van de concurrentie.

Duiken in Aqaba, zeker een aanrader. We raden vol overtuiging de Aqaba Pro Divers van Faisal – ik heb een Ford F-150 en ben er fier op – en zijn duikteam aan!

Een weekje Sao Miguel (Azoren, Portugal)

De Azoren zijn een spreekwoordelijke scheet groot, maar hebben een rijke geschiedenis en je bent er toch een tijdje zoet mee. Onze trip liet ons helaas enkel toe Sao Miguel (het meest bezochte eiland) gedurende een kleine week te bezoeken. In de staan de andere eilanden zeker nog eens op het programma. Nu voelt het toch of we daar toch wat gemist hebben.

De weg naar Ponta Delgada (grootste stad van het eiland) was lang en vervelend. Om één of andere duistere reden konden we ons vliegtuig niet op en moesten we overgeboekt worden naar een andere vlucht (Lissabon in plaats van Porto). Onze nieuwe vlucht naar Ponta Delgada stond helaas pas laat op de avond gepland (in plaats van de vroege namiddag), en dus kwamen we pas 9 uur later op onze bestemming aan. Gelukkig konden we onze rental car nog ophalen en Ricardo, onze host van de AirBnB die we gevonden haddden, lachte ook nog, al was het iets groener dan normaal. 

Ons hoofddoel op het eiland was naast  enkele mooie wandelingen maken ook onze duikkunsten opfrissen. Het was nu reeds anderhalf jaar geleden (laatste keer in Taiwan tijdens onze 6 maanden durende trip), maar we hadden er zin in en dus boekten we op voorhand 6 duiken, Eén duik extra: een opfrissingsduik (ondiep water, enkele oefeningen, basistechnieken, …) om toch wel zeker te zijn dat we niet onmiddellijk zouden verzuipen. We deden dit via Best Spot Azores, één van de vele duikorganisaties in Ponta Delgada. Zij kwamen er als beste uit op Tripadvisor en de ratings waren zeker correct (zowel de duiken als de instructeurs). 

We zijn alweer wat mooie ervaringen rijker (geen foto’s deze keer helaas): het onderwaterleven is enorm boeiend. Bij één van onze duiken gingen we zelfs op zoek naar een gezonken oorlogsschip (bijnaam “Dori”), weer iets om van onze bucket list te schrappen. Wegens problemen aan het oor, kon Anneke helaas de laatste duik niet meemaken. Ik ademde terwijl duidelijk voor twee, want zonder mijn divebuddy Anneke, bleek ik extra veel en onrustig te ademen. Gelukkig zijn er altijd bekwame instructeurs in de buurt die nog wel wat extra perslucht overhebben. 

Duiken: we kunnen het iedereen aanraden! (enkel de droge lucht en het hongergevoel achteraf – dat dan weer door die uitdroging komt – moet ik nog steeds gewoon aan worden). Niet twijfelen.

Tijdens ons tripje op het eiland leerden we alvast ook een aantal Portugese woorden kennen. Eén daarvan was alvast: Miradouro ofte uitzichtspunt. Het eiland lag er vol van. Stuk voor stuk waren het (de meeste dan toch) mooie uitzichten over meren, heuvels, de zee of kleine dorpjes. Meer dan een auto en een GPS heb je niet nodig. Het eiland is klein genoeg om deze uitzichtpunten (of toch een selectie ervan) op één dag te doen. Onze toppers: Vista do Rei, Lagoa do Fogo, Pico do Ferro en Grota do Inferno (het meest Instagram-waardige plekje). De meeste van deze punten zijn te bereiken na een korte wandeling (de wegen er naartoe zijn helaas niet altijd even sexy).

Google bezorgde ons dit overzicht. Ben je wel even zoet mee!

Enkele andere zaken die ons zullen bijblijven:

Wandelingen en dorpjes:

De wandeling van Vista do Rei naar Sete Cidades (en terug). Het Vista Do Rei (uitzichtpunt van de koning), moet zowat het drukste punt van het eiland zijn. De eerste keer dat we hier met de wagen passeerden was het mistig en konden we geen 20 meter ver kijken. De tweede keer was het weer zeer helder en waren de uitzichten fenomenaal. Maar wat maakt dit punt nu net zo interessant? Allereerst: er is amper parking, dus op een druk moment moet je je wagen een kleine kilometer verder parkeren (bij ons het geval). Je komt dan op het uitzichtpunt terecht en hebt een fantastisch zicht op de omliggende heuvels, het meer en Sete Cidades, een klein dorpje aan een groot meer. De wandeling zelf loopt helemaal rond het meer en gaat zachtjes naar beneden (helemaal niet moeilijk dus). Tot helemaal op het einde, wanneer iemand ooit beslist heeft een overdreven steile weg naar beneden aan te leggen. Gedurende enkele honderden meters gaat het pad zo steil naar beneden dat we al helemaal ontmoedigd zijn om terug naar boven te gaan.

Beneden kan je wat drinken, maar valt er voor de rest weinig te beleven. De kortere route naar boven is maar half zo lang, maar dus wel heel de tijd klimmen, een uitdaging (de uitzichten zijn ook minder spectaculair, maar daarom is dit deel van de wandeling niet minder mooi).

Extra aan het Vista do Rei: Wil je het zicht nog een tikkeltje beter hebben, dan is er nog een andere (tijdelijke oplossing) onder de vorm van het Monte Palace Hotel. Ooit heel even (het werd meteen daarna gesloten) het beste hotel van de Azoren en Portugal, nu een leegstaand hotel. Vanop het dak van dit hotel heb je een nog beter en hoger zicht op de omgeving het Vista do Rei uitzichtpunt. 

Een achtergelaten hotel, helemaal leeg, alles volledig afgesloten, of toch net niet goed genoeg? Hoewel alle ingangen mooi afgesloten waren met hekken en extra muurtjes was het hotel een drukke bedoening. Na wat zoeken vonden we een ingang waar we moeiteloos binnenliepen. We voelden ons echte Urban Explorers, al viel het allemaal nogal mee. Eerlijk gezegd liep het het vol. Tientallen mensen volgen ons voorbeeld (net zoals wij het voorbeeld van anderen volgden). Er liepen wel een aantal ‘agenten/werklieden’ rond, maar die lieten iedereen begaan. Eens de werken echt starten, zal de toegang waarschijnlijk volledig verboden worden. Het hotel zou terug een hotel moeten worden.

Het Lagoa Do Fogo is een tweede mooi meer, met opnieuw een aantal mooie uitzichtpunten. Ook hier is een mooie wandeling aan verbonden, maar we vonden onze goede benen niet en hadden al twee duiken achter de kiezen. We hielden het dus bij een aantal stops.

Ook in de Azoren hebben ze het warm water al uitgevonden. Op verschillende plekken hebben ze zelfs warmwaterbronnen. In Furnas kan je het water zien borrelen (oh, wat ruikt dat toch goed). Voor twee euro per persoon geraak je het domein op (of je nu met de wagen bent of niet, ook wandelaars betalen dit) en kan je een hele dag rondhangen. De restaurants uit de buurt maken hier ook hun lokale stoofpotjes. Grote potten worden onder de grond begraven en worden op natuurlijke wijze opgewarmd.Het meer zelf kan je ook rondwandelen, we zouden onszelf niet zijn, moesten we dat niet eens geprobeerd hebben (Wandeling rond het meer in Furnas). 

Het kleine dorpje Ribeira Grande bezochten we op een speciaal moment. Er ging net een processie ter ere van Jezus losbarsten: heel het dorp was in rep en roer, alle straten waren mooi versierd met bloemblaadjes in alle kleuren die in mooie motiefjes op de grond lagen en de lokale inwoner beschouwde dit duidelijk als een hoogtepunt. Spijtig genoeg waren we net iets te vroeg, maar tegen dat we vertrokken vertrok er al menig vuurwerkpijl de lucht in. Stadje? Klein en leuk. Extra evenementen? Extra leuk (maar vooral speciaal).

Restaurants:

Een mens moet eten en wij gaan toch steeds op zoek naar leuke restaurants die net dat ietsje beter zijn. Tripadvisor is onze beste vriend hier. Wetende dat mensen meestal zeer positief of zeer negatief zijn, moet je dit altijd met een korrel zout nemen. Hier alvast 2 van onze toppers:

Tasquinha Vieira

Een op het eerste zicht heel klein restaurantje dat bij de best gerangschikte restaurants van Ponta Delgada staat. Overheerlijke Portugese keuken in een gezellige setting. Reserveren kan wel noodzakelijk zijn. Het restaurant vult zich elke avond enorm snel. We gingen hier twee keer eten en vonden het twee keer fantastisch.

A Terra Fornara (Furnas Boutique Hotel)

Een restaurant in een groot ‘Boutique Hotel’. Even moeten zoeken, gezien het niet meteen in het centrum van Furnas lag. Zeer gezellige setting weg van de echte drukte van het centrum van Furnas met zijn ‘authentieke’ restaurants. Gevarieerde Portugese keuken, geserveerd binnen of buiten op het overdekte terras.Uiteraard kunnen we het lijstje nog aanvullen met een aantal niet zo fantastische restaurants, maar daar gaan we jullie niet mee vervelen!

Conclusie: Maar één van de eilanden bezoeken was misschien een fout, reden te meer om nog eens terug te gaan. Het leven onder water was de moeite, het weer boven water meestal dik OK. Moet je dit overwegen voor een volgende vakantie? Zeker! (Wandelen, natuur, duiken, …)

De vulkaan en de gevolgen

Spoiler: Wij zitten op het moment van schrijven niet op Bali en dus ver weg van de rook en lava spuwende vulkaan. Het houdt ons echter wel een beetje tegen … maar #wearesafe enzo.

Het einde van onze duikcursus naderde en de berichten werden steeds minder rooskleurig. De Agung vulkaan in het noorden van Bali begon steeds meer en meer rook te spuwen. Mensen in de buurt werden geëvacueerd (velen wilden blijkbaar niet) en meer en meer berichten bereikten ons dat luchthavens wel eens gesloten konden worden.

Gelukkig zaten we nog niet meteen onder tijdsdruk. Het andere Amerikaanse koppel dat ook naarstig op zoek was naar een duikbrevet stond al wat meer onder stress, zij moesten maandag al terug aan de slag. Het was nu dinsdag en de vulkaan was nog niet eens uitgebarsten.

Ondertussen hadden we ook contact met de homestay in Denpasar. Pittig detail: om ons een beetje moeite te besparen, hadden we daar de helft van onze baggage achtergelaten. Dit zorgde ervoor dat onze volgende bestemming sowieso Denpasar diende te zijn. Alles bleek onder controle in Denpasar. De eigenaar maakte zich blijkbaar weinig zorgen (terwijl wij meer en meer berichten lazen over aswolken die over Denpasar passeerden). Fingers crossed, maar het mocht niet baten, op de dag van ons vertrek werd aangekondigd dat de luchthaven voor nog minstens 24 uur gesloten zou blijven. Onze vlucht werd gecancelled.

Maar opnieuw: wij hadden tijd. Vol goede moed trokken we naar de luchthaven. Te voet, ja, zo groot is Labuan Bajo. Even terzijde: het is al verdomd warm om half 9 in de ochtend als we te voet de ‘berg’ op klimmen.

De luchthaven stond gelijk aan een wreedzame chaos. We kwamen onze Amerikaanse duikvrienden opnieuw tegen die steeds groener lachten. De rijen bij Wings Air, onze luchtvaartmaatschappij, waren lang en leken niet vooruit te gaan. Gelukkig voor de Indonesiërs kunnen ze dan wel nog hun sigaretje opsteken om te ontstressen. Binnen. In de ‘Customer Service’ hal.

In de rij is er veel tijd om na te denken. Wat zijn de opties?

  • Een refund vragen: slecht idee, als je dan opnieuw een vlucht wil boeken, betaal je plots veel meer. Wings Air, net zoals alle andere maatschappijen strooiden kwistig met geld, maar dat leek ons absoluut geen goede oplossing.
  • De vlucht herboeken en hopen: de optie die wij kozen. We herboekten onze vlucht naar twee dagen later (vrijdag) en hoopten simpelweg dat hij zou vertrekken. Indien niet, dan stonden we gewoon weer bij de luchthaven en dan zouden we waarschijnlijk – en helaas – voor optie 3, 4 of 5 moeten kiezen.
  • De heel trage ferry nemen: Toegegeven, we zouden wel wat geld uitsparen, maar minimaal 36 uur doorbrengen op verschillende boten en bussen en bussen op boten, we zouden het niet uithouden. Een Indonesiër gaf ons zelfs de raad deze boot echt pas te nemen als het echt niet anders kon. Hij zou deze boot zelf nooit nemen. Dat zegt al iets.
  • De normaal trage ferry nemen: 2 Keer per maand komt er nog een andere boot langs. Duurder, maar wel direct, zonder al te veel stoppen. Nog steeds 24 uur onderweg. En guess what? Hij passeerde net op donderdag.
  • Een Booze Cruise boot, die per definitie 1 keer per jaar zinkt nemen: Op voorhand in België onderzocht. Gammele zelfgemaakte overjaarse boten vol dronken backpackers. Het is officieel, we voelen ons daar te oud voor en gezien wij Tripadvisor aanbidden, is het ook echt geen aanrader.

Wij kozen dus voor herboeken en horen ondertussen dat de luchthaven toch al terug open zou zijn. Spijtig, maar wij hebben ondertussen opnieuw een fun dive geboekt. Water van om en bij de 29°c en een tiental meter onder het zeeoppervlak schildpadden, manta’s en haaien spotten, daar zeg ik geen neen tegen.

IMG_20171202_192443_107

En joepie: de luchthaven heropent!