Goed zot, die 2 Belgen in hun Campervan.

We rijden nu al een tweetal weken rond in Australië, tijd voor een lijstje, met een lichte focus op de Outback (ondertussen zijn we al een heel pak verder, maar deze hadden jullie nog tegoed).

(1) Het is een algmeen misverstand dat het in Australië altijd verschrikkelijk warm is. Het klopt, de eerste 2 nachten in onze camper waren een hel. Slapen in een zweethut waar de temperaturen vlotjes over de 30-35°c gaan, was niet waar we op hoopten.

Onze gebeden werden gedeeltelijk verhoord. Naarmate we zuidelijker reden, daalde de temperatuur. Helaas stopte deze niet met dalen. Ik weiger een lange broek aan te doen, ook al is het hier in Melbourne maar 15°c (net zoals de twee voorbije dagen!).

Het campingleven – zeker als het zoals hierboven ondraaglijk warm is – beginnen we ondertussen een beetje te snappen. (2) Van zodra de zon het licht uitdoet, kruipt iedereen zijn bed in, van zodra ze terug paraat is, lijkt iedereen zo snel mogelijk te willen vertrekken. Vrij bizar, als je om 20.00 al moederziel alleen op je camping ronddwaalt en idem dito voor 8.00 de volgende morgen.

Twee zaken hebben we onderschat aan het kamperen: (3) die dingen kosten geld als je ook maar een beetje luxe wilt hebben (lees: een stoffige douche inclusief kakkerlakken en de occasionele slang) en (4) de grote hoeveelheid vliegen. Australië – en zeker in de warmere stukken – is vergeven van de vliegen. Klein, of groot, allemaal even irritant. Slechts weinigen wagen zich aan een steekje, maar lawaai maken ze allemaal. Om nog maar te zwijgen van het feit dat hun favoriete plekjes de neus, mond en oren zijn.

IMG_9792.JPG

Road Train!

Ander feit over het campingleven: (5) Regen is hier een big thing. Wanneer op een avond de lucht wat grijzer kleurde viel het ons meteen op hoe ongerust de mensen hier werden. De campinguitbater voelde de bui al hangen en no kidding mensen begonnen ellenlange gesprekken te voeren via telefoon over die 3 druppels regen die er uiteindelijk nog gevallen zijn. Gelukkig komen wij uit België.

De Stuart Highway – die lange rechte strook van Darwin tot Adelaide (net iets meer dan 3000 kilometer) – gaf ons ook een aantal geheimen prijs:

  • (6) Road trains zijn vrachtwagens die net iets langer zijn dan normaal. In België heb je de standaard truck met aanhangwagen. In Australië mag je er zo gerust nog 2-3 extra aanhangwagens/opleggers achter hangen. Begin dan maar eens voor te steken met een campervan waar je niet boven de 110 km/uur mee mag gaan. De eerste keer is het wel even stressen, toerental in het rood en plankgas (en dan hopen op succes). Extra detail: De road trains steken elkaar ook voor en hebben daar soms wel een aantal kilometer voor nodig. We moeten dat allemaal maar normaal vinden.
  • (7) Het is altijd rechtdoor: pretty boring. Vaak duurt het eeuwen vooraleer je nog eens iemand tegenkomt. Gelukkig zijn de Ozzies en andere toeristen supervriendelijk: iedereen steekt vrolijk zijn hand op bij het passeren. Een mens wordt er spontaan blij van.
  • (8) Helaas ook één negatief punt: naast het spotten van de 3 miljard (benadering) vliegen, is de Stuart Highway ook bezaaid met dieren die helaas niet zo succesvol waren in het oversteken (vergeten rechts en links te kijken). De Highway ligt bezaaid met karkassen van kangoeroes, konijnen, grote hagedissen/leguanen en occasioneel ook eens een koe. Sommigen liggen er nog maar net, anderen al net dat ietsje langer, aan de staat van ontbinding te zien.
  • (9) Zoals elders reeds beschreven, is de Stuart Highway een aaneenschakeling van kleine dorpjes. Een Pub, tankstation en politiekantoor (voor stoute mensen in de Pub). Benzineprijzen zijn heel wisselvallig. Toppunt is Uluru, waar een liter benzine boven de 2 Australische Dollar gaat (ongeveer 1,3€). Hoe verder weg, hoe goedkoper, met als dieptepunt 1,15 AUD voor een liter.

En als laatste puntje (10): Alle Australiërs verklaren ons gek dat we deze trip ondernemen met een campervan, op deze beperkte periode. We hebben echter nog veel zoveel plannen en kozen dus toch voor een snellere doortocht.