Op zoek naar de F-35


Onze eerste grote uitdaging (na het ons eindeloos vervelen tijdens de quarantaine) was het zoeken en overwinnen van de F-35. Geen straaljager in dit geval, maar wel een gravelroad van een kleine 200 kilometer (mits wat omwegen, je kent ons) die door de Highlands van IJsland loopt.

Disclaimer: deze weg is voorbehouden aan 4WD auto’s en bij voorkeur de grotere versies. Wij, met onze VW Calfifornia werden al eens raar bekeken toen we de lokale 4WD met immense banden tegenkwamen. En eerlijk? Bepaalde stukken vreesden we stiekem een beetje voor een minder goede afloop (maar kijk, onze auto heeft het helemaal overleefd). Bij het bekijken van onze huurovereenkomst stond er eigenlijk zelfs dat we deze weg beter konden vermijden a.k.a verboden. Uiteraard te laat gelezen. Misschien.

Kjölur, zoals deze weg heet, begint van zodra je Gulfoss voorbijrijdt. Het eerste stuk is een lachertje. Geasfalteerd en dergelijke. Na 15 kilometer begint de fun: gravel en niet onderhouden bovendien. Maar wij kunnen een beetje gravel toch wel aan zeker? Daarvoor hadden we deze wagen gehuurd!

Er werd op voorhand meermaals gewaarschuwd om voorzichtig te zijn bij het openen en sluiten van de autodeuren. Het weer in de Highlands (en bij uitbreiding heel Ijsland) kon nogal onvoorspelbaar zijn, net zoals de wind. Op die enkele kilometers rijden (en talrijke hoogtemeters) zien we de temperatuur dalen tot bijna aan het vriespunt, de wind waait ongenadig hard. Instappen en uitstappen voor een snelle foto valt dik tegen. We beperken ons tot het minimale.

Een eerste zijsprong is Hvitarvatn. Dit is een groot gletsjermeer. We nemen de afslag van de F-35 en zien de weg veranderen van een ‘niet onderhouden gravelroad’ naar een ‘zeker nooit onderhouden gravelroad vol stenen, plassen en diepe putten’. Alles wat ook maar een beetje loszit in de wagen wordt danig door elkaar geschud en de diepe plassen zorgen ervoor dat onze auto een leuke bruine kleur krijgt. Aangekomen aan het meer, vinden we een vervallen hutje, een afgesloten berging en een toilet in betere staat dan de meeste toiletten van de Belgische snelwegrestaurants. Het zicht vinden we ook, en dat is meer dan gewoon OK. Gelukkig ontbreekt hier de wind en is de temperatuur ook wat aangenamer.

We trekken verder naar Kerlingarfjöll. Dit is een 1477 m hoge bergketen, gelegen in de Highlands. We klimmen hoger en hoger, gaan verder landinwaarts en we merken dat het weer omslaat. Van groen en winderig, gaan we naar bedekt met sneeuw en ijzig koud. Op sommige plekken ligt de sneeuw iets te hoog naar onze goesting, maar we zetten door en komen uiteindelijk aan in het kleine dorpje. Je kan geen 10 meter ver kijken, het sneeuwt, en de wind doet geen deugd. Een local raadt ons af om hierin te gaan wandelen. Het kost hem niet veel moeite om ons te overtuigen. Wandelen in Kerlingarfjöll zal voor een volgende keer zijn.

Tegen de vroege namiddag komen we aan in Hveravellir. Er staan nog twee andere wagens op de parking van het Guesthouse/Service Station: Twee 4×4’s met grote banden. We betalen onze service fee en kiezen wat uit om te eten. Beetje duur, maar wel lekker.

Na het eten bezoeken we Hveravellir zelf: blubberende warmwaterbronnen met dat oh zo typische geurtje. De wandelpaden zijn helemaal voor ons. Ondertussen zijn de andere gasten uit het guesthouse vertrokken, samen met de man die achter de balie zat. Er worden geen gasten meer verwacht blijkbaar.

Er was wat twijfel over waar te overnachten. Het weerbericht gaf een ‘Code Geel’ aan, waar je rekening moet houden met slechtere weersomstandigheden. Daarom besloten we door te rijden naar Akureyri (slechts een kleine drie uur rijden verder, wij zitten graag in de auto …).

En dat was een beetje zielig, laten we daar eerlijk in zijn.

Zielig in de zin dat het onmogelijk leek om een camping te vinden die nog open was in dit stuk van het land. Hier bleek dat de Camping Card vooral nuttig is tijdens de zomer. De Camping die oorspronkelijk op onze planning stond was al dicht. De volgende ook, en op die daarna was het onduidelijk waar de camping was (faciliteiten ontbraken volledig). Uiteindelijk vonden we een camping in Akureyri, maar deze was zo zielig, dat we besloten eens zot te doen (en ja het was koud en we waren moe en het was al veel later dan verwacht).

Wij met de camper richting hotel. Goed geslapen. No shame.

Niet op de camping gegeten, maar in wat blijkt één van de beste restaurants van Akureyri: Rub 23. Veel te veel geld aan betaald, maar zo’n lekker menu gegeten. No regrets!

Kjolur was een succes, met vele uitersten, maar volgende keer toch met een grotere 4×4. Bespaart ons wat liters angstzweet. Het is een absolute aanrader voor mensen die wat buiten de lijntjes willen kleuren, een dagje extra op de planning willen zetten en willen afwijken van de standaard Ring Road.