Cambodja, mijn minnaar.

Liefste Cambodja,

Ik moet eerlijk met je zijn: mijn hart heb ik achtergelaten in Myanmar. Dat kan je dus al niet meer stelen. Eerlijk: mijn lief kan je niet meer worden, maar misschien wel mijn minnaar?

Ik stond zeer sceptisch tegenover jou. ‘Eventjes die tempels doen en dan weer weg’, dacht ik. Dat zag ik verkeerd.

Ooit was je één van de grootste Aziatische machten: het Khmer-rijk. Vanuit Angkor werd er geregeerd over Cambodja, Laos, Vietnam en Thailand. De invloed reikte tot delen van Myanmar en Maleisië. En dan – poef – was het gedaan met het Angkoriaanse Rijk. Verdwenen in de jungle van de 13e eeuw. Geregeerd door zwakke koningen, het slachtoffer van eeuwenlange oorlogen met Vietnam, Thailand en het eigen land. Van de meest welvarende staat tot de underdog van Zuid-Oost Azië.

IMG_20180226_154241_622IMG_20180213_214704_083IMG_20180213_220010_151IMG_20180216_181854_673IMG_20180214_090905_869

Ik kan niet aan je denken zonder een krop in de keel te krijgen. Jonas vertelde me wel honderd keer dat hij in zijn tienerjaren onwel was geworden door een bezoek aan de Killing Fields. Negenennegentig keer repliceerde ik: ‘Het schijterij krijgt ge alleen van slecht eten‘. Daar denk ik nu toch anders over.

IMG_20180226_155036_255

Stupa ter ere van de slachtoffers van de Killing Fields

IMG_20180226_155120_906

Herdenkingsbandjes bij de Killing Fields

De ogen in Cambodja kijken anders dan die in hun buurlanden. Je ziet het. Je voelt het. De Khmer Rouge hebben in Cambodja een hele generatie vernietigd. En zij die het geluk hadden te blijven leven zijn getekend. Van de zeven miljoen Cambodjanen bleven er na de Khmer Rouge nog maar vijf miljoen over. Elke Cambodjaan kent meerdere mensen die het leven gelaten hebben tijdens het verschrikkelijke regime en dat merk je. Maar hun veerkracht lijkt toegenomen. Ze lijken meer te geloven in de toekomst dan tijdens ons vorige bezoek. Er wordt meer gelachen en vooral: er wordt enorm gehoopt op de nieuwe generatie. Zij die niet besmet zijn met vreselijke herinneringen.

IMG_20180226_153222_445IMG_20180226_153353_280IMG_20180226_153539_673IMG_20180226_153625_915IMG_20180226_153734_822

Net dat maakt dat ik onnoemlijk veel respect heb voor jou, Cambodja. Je bent de underdog. Gezinnen reizen liever naar Thailand; zij die van het verlaten pad willen kiezen voor Laos en avonturiers vind je in Vietnam. Reizigers landen in Siem Reap, bezoeken Angkor Wat en denken dat ze ‘Cambodja gedaan hebben’. Op dezelfde manier dat toeristen snel even op de Brusselse Grand Place lopen om vervolgens België ontdekt te hebben. Het is prachtig, het is adembenemend, maar de echte herinneringen worden in de zijlijn gemaakt.

IMG_20180226_154026_108

Monniken op ronde.

IMG_20180226_154306_438

Geluksbrenger?

IMG_20180226_163058_903

Zonsondergang Kampot.

IMG_20180226_163333_465

Kampot Pepper.

IMG_20180226_163151_334

Dat hebben ze hier ook.

IMG_20180226_163024_575

Zonsondergang op weg naar de vuurvliegjes.

IMG_20180226_162945_659

Visser in Kampot.

IMG_20180226_154209_325

Tuk Tuk!

IMG_20180226_154341_945

Tempel – Detail.

Zijn wij backpackers?

We zijn nu pakweg 5 maanden onderweg en hebben reeds mogen ondervinden hoe dat nu eigenlijk voelt om zo lang zo ver van huis weg te zijn. Op voorhand lees je veel verhalen over hoe het wel en niet moet, waar je voor moet opletten en aan welke gezellige dingen je allemaal kan doodgaan. Tot dusver leven we beide nog en beseffen we dat veel van de informatie die we op voorhand kregen, toch wel een eindje van de realiteit ligt. Moest ze volledig kloppen, hadden we Australië dus niet overleefd.

  • Australië zit vol spinnen, slangen en krokodillen.
  • Myanmar is supermoeilijk om van plaats A naar plaats B te gaan. Betalen kan enkel met super propere Dollars.
  • In Azië wordt je sowieso 17 keer overvallen. Let op!

Onderweg zijn we ook al veel andere reizigers tegengekomen. Je vindt ze in alle maten, soorten en gewichten. Er is alvast één conclusie die we uit deze ontmoetingen hebben kunnen trekken: wij zijn geen backpackers. Ja, we hebben een backpack, maar daar stopt de vergelijking dan ook. Het beeld dat we hadden van typische backpackers die de wereld veroverden was dan misschien ook een beetje te idyllisch.

Zolang we vertoefden in plekken waar er weinig toerisme was of waar backpackers niet met hopen op elkaar zaten, viel alles nog zeer goed mee. Van zodra we echter een backpackershub bezochten (Ubud, Indonesië; Luang Prabang, Laos; …), werd het ons pijnlijk duidelijk: we waren misschien al een beetje te oud om ons echte backpackers te noemen.

Vermoedelijk schetsen we hier nu een zeer eenzijdig beeld en hebben we gewoon pech gehad. Van zodra we een echt hostel binnenstapten was het altijd wel heel gezellig, tot op het punt dat er geslapen diende te worden. Er was altijd wel iemand die luidop moest staan overgeven, roepen, of gewoon verliefd moest doen via Skype (dat kan ook zeer luid). De typische discussies doorheen de dag gingen als volgt …

  • ‘s Ochtends ging het over de slechte nachtrust en het lawaai.
  • ‘s Middags over wie ze allemaal waar een tong hadden gedraaid (dat ging dan verder over naar herpes, chlamidia en andere leuke SOA’s, …)
  • ‘s Avonds was er altijd wel een bar waar ze zich laveloos zat konden drinken (Sakura Bar, Laos, daar krijgje emmers met Whisky tijdens happy hour, ik ben te oud om dat nog normaal te vinden).

Geloof me, het is niet echt super gezellig, zowel voor de lokale bevolking als voor de andere toeristen als er een stoet zombies over de lokale markt strompelt na het happy hour. Het is wel ongelooflijk boeiend om naar de zatte verhalen te luisteren, moeten we toegeven.

Gelukkig waren er voor elke bedenkelijke backpacker ook 10 anderen waarmee het wel fijn vertoeven was. We hebben mensen ontmoet uit alle delen van de wereld. Veel Belgen, Nederlanders en Duitsers. Eén koppel was onderweg van Australië naar Duitsland met de 4×4, anderen deden gelijkaardige trips, maar dan toch weer helemaal anders. de informatie die je van deze mensen krijgt is zeer waardevol.

Het viel ons ook op dat afhankelijk van het budget en persoonlijke instelling, mensen enorm verschillen. Ja, wij hebben die middelmatige pizza van 5€ gegeten, terwijl anderen (met duidelijk een groter budget) er bedenkelijk over deden: “te duur!”. Ons budget is in orde. Zolang we niet elke dag spreekwoordelijke oesters of kaviaar eten, komen we wel rond. We hoeven ons voorlopig nog niet bezig te houden met tactieken over “hoe voorbij de ticketcontrole geraken zonder betalen” (TripAdvisor).

We trekken nog even verder met onze rugzak!

(Helaas nog geen hostels/backpackers tegengekomen die in het bezit waren van een 999 game. Deze opdracht blijft momenteel helaas onvervuld.)

Rest er mij nog een vraag: Iemand mijn wandelstok gezien?

 

 

Cambodja: Het land van de mooiste Franse villa’s

Villa te koop

Prachtige villa, gebouwd tijdens de jaren ’30 in Europese/Khmer stijl, te koop.

  • Locatie: in het stadscentrum, vlakbij talrijke gezellige restaurants. School, openbaar vervoer, markt, winkelcentrum op slechts vijf minuten wandelen.
  • Staat: op te frissen.
  • Vraagprijs: €200.000

Een zoekertje dat zo vanop Immoweb geplukt kan zijn. Ongelovige Thomassen mogen nu de staat van de Leuvense huizenmarkt beginnen Googlen. Eén verschilpunt: €200.000 ga je niet nodig hebben. De locatie is namelijk niet Leuven, maar Kep in Cambodja.

Cambodja kent honderden – of misschien wel duizenden – verlaten Franse koloniale villa’s. Als je ze nu ziet liggen, verborgen in de Aziatische jungle, dan is het soms moeilijk voor te stellen dat the rich and famous hier in Cambodja kwamen flaneren. Koning Sihanouk had zo verschillende huizen: in Kampot en in Kep. In zijn royale villa in Kep keek hij uit over de Golf van Thailand en kon hij Vietnam zien liggen. Kep was een bruisende stad in de sixties: de Cambodjaanse koning en elite bouwden er prachtige buitenverblijven. Ze werden er vervoegd door internationale filmsterren en de Europese nouveau riche. Allemaal zagen ze iets in Kep. De Cambodjaanse Rivièra, de Côte d’Azur van Zuid-Oost Azië.

IMG_20180227_131422_452

Kep: gateway naar o.a. Koh Tonsay (Rabbit Island)

IMG_20180226_163024_575

Ik zie ook wel iets in Kep en Kampot. (Foto: Kampot)

IMG_20180227_131033_591

Uitzicht vanop één van de vele villa’s in Kep. Ik begrijp die rijkerds uit de jaren ’60 wel.

 

Flashforward naar 2018: Van de bling en glamour uit de gouden jaren ’60 blijft er op het eerste zicht niet veel over. Kep is een rustige stad met een befaamde krabmarkt. Vanuit het water wuift een gigantische krab de bezoekers toe: Welcome to Kep. Niet meteen het toonbeeld van modernisme.

IMG_20180227_095126_182

Welcome to Kep: Kunst met een grote K.

Toch? Als je naar de andere kant kijkt dan zie je ze. De Franse villa’s uit de gloriedagen. Er staan geen ramen meer in. Vaak geen daken. Alle koperdraden zijn weggehaald. Verkocht. Het zijn gestripte monumenten. Ze doen nu dienst als kleedkamer of douche. Ze doen dienst als woonst voor een aantal ‘legale’ krakers: families die in de ruïnes wonen en ze bewaken voor de eigenlijke eigenaar. Of ze doen geen dienst meer en zijn volledig opgeslorpt door de Cambodjaanse jungle. Waar je in Angkor Wat een eeuwenoude stad uit de jungle kan zien komen; zo kan je in Kep een honderdjarige stad zien opdoemen.

IMG_20180227_141544_096

De koninklijke villa van Sihanouk in Kampot.

IMG_20180227_141218_945

Streetart op de koninklijke villa (Kampot)

IMG_20180227_095809_932

Uitzicht van de ene villa op de andere in Kep.

IMG_20180227_130612_842

Kep: Villa met zeezicht.

Na de gouden jaren ’60 begon het donkerste hoofdstuk uit de Cambodjaanse geschiedenis. Kep werd een spookstad: Vietnamese troepen vielen binnen in 1970 – en aten volgens de legende letterlijk de hele zoo op. In 1975 kwam het gevaar van eigen land: de Khmer Rouge deed z’n intrede in Kep. De communisten vernielden de reeds leegstaande villa’s. De weinige inwoners die nog niet waren gevlucht, werden een vogel voor de kat. Alle Franssprekende Cambodjanen werden verzameld in een benzinestation en in brand gestoken.

IMG_20180227_130340_583

Kep: villa waar ooit een dokter gezeten moet hebben.

IMG_20180224_165817_225

Deze villa in Kampot heeft al vele levens gezien.

IMG_20180227_095718_853

Graffiti op een villa in Kep.

IMG_20180227_130651_105

De jungle neemt over in Kep.

IMG_20180227_095216_787

Kep: opnieuw villa met zeezicht.

IMG_20180227_095400_540

Eén van de weinige intacte vloeren. (Kep)

IMG_20180227_125759_906

I feel the same way.

IMG_20180227_130801_473

Ook badkamers zijn niet veilig voor de jungle (Kep).

IMG_20180227_130456_445

Kep, prachtige stad.

IMG_20180227_130414_048

Villa met bijbouw. (Kep)

IMG_20180227_130929_408

Graffiti op een villa in Kep.

IMG_20180227_125639_893

Supermooie architectuur, nog mooiere streetart. (Kep)

IMG_20180227_095311_212

Kep.

IMG_20180227_095520_650

Achtergelaten door krakers. (Kep)

IMG_20180227_130258_602

De verdieping is verdwenen, de onderbouw nog niet. (Kep)

IMG_20180227_130959_657

Detail van een mural in Kep.

IMG_20180227_141340_307

Grote streetart in Kampot.

IMG_20180227_141507_757

Ook in Kampot neemt de jungle het over.

IMG_20180227_141821_767

Godsdienstige spreuken in Kampot.

IMG_20180227_141856_131

Overblijvende badkamermuur in Kampot.

Dat was het einde van Kep – en vele andere steden. De Cambodjaanse kustlijn is bezaaid met achtergelaten villa’s. Een levend geschiedenisboek. De villa’s worden nu opgekocht; meestal door Chinezen of Vietnamezen. Buitenlandse vastgoedprojecten zijn big business in Cambodja. Dat leidt tot heel wat sceptische geluiden: de renovaties en nieuwbouw zijn vaak een doorn in het oog. Illegale houtkappraktijken, het afbreken van erfgoed en de vraag of de lokale bevolking er ook wat aan heeft.

IMG_20180227_141626_239

Uitzicht in Kampot over bos dat (nog?) niet gekapt is. (Bokor National Park)

IMG_20180227_141658_244

Oude, vervallen kerk in Kampot. (Bokor National Park)

Ergens begrijp ik het wel: die lelijke, nieuwe structuren. Cambodja wilt een nieuw hoofdstuk schrijven, een pagina omslaan. Dat is mooi. De uiteindelijke casino’s en resorts zijn dit iets minder.

 

Cambodja, het land van de tweede kans

Iedereen verdient een tweede kans – en dus ook Cambodja. Vier jaar geleden vlogen we van Thailand naar Siem Reap – voor Angkor Wat. Mijn eerste indruk met Cambodja was dan ook samen te vatten met volgende sleutelbegrippen: kleine luchthaven, grenscontrole waar overheidspersoneel toeristen uitlachtte, lang wachten, veel te veel personeel voor één taak, nul glimlach (op het uitlachen na dan).

Onze gids – destijds konden we ons dat veroorloven – maakte die eerste indruk er niet veel beter op. Hij lachtte nooit, ramelde 1001 feiten af in de tempels maar zodra uit de tempels gaf hij toch vooral commentaar op Vietnamezen. Van heel Angkor Wat heb ik dan ook maar één iets onthouden toen: Angkor Wat zou eigendom zijn van Vietnam en de Cambodianen zouden er geen cent van overhouden.

Ik had dus niet meteen de beste indruk van Cambodja en ook niet meteen zin om ooit nog terug te komen. Tot ik begon te merken dat ik altijd maar één antwoord had op de vraag ‘En, wat vond je dan van Thailand, wat raad je aan?’. Het antwoord was nooit Thailand. Het antwoord was altijd Angkor Wat. Cambodja. Altijd.

Tijd dus voor die welverdiende tweede kans. Tijd dus om in te lezen over het eigenaarschap van Angkor Wat en te beseffen dat sommige gidsen nu eenmaal bepaalde politieke stromingen volgen. Tijd om opnieuw omver geblazen te worden door het mooiste stuk UNESCO-werelderfgoed ter wereld.

Of niet? Angkor Wat is overcrowded. Medereizigers vroegen me waarom ik in godsnaam zou teruggaan naar zo’n oord van verderf waar toeristen als paddestoelen uit de grond schieten. Ze keken me zelfs aan met een gezicht vol walging, alsof ik net had gezegd dat ik elke dag stront als lunch eet.

Dus het finale oordeel?

Ja, de toeristen staan hier in duizendtallen klaar.
Ja, sommige toeristengroepen – kuch, Chinezen – doen er alles aan om op je zenuwen te werken: alles aanraken, roepen, vervuilen.
Ja, het is er duizend graden warm en in die hitte is het soms moeilijk om het hoofd koel te houden als je net door zo’n groep opgeslorpt wordt.

IMG_20180213_215257_031

Wat er gebeurt wanneer je tuktuk-driver je naar de zonsondergangtempel brengt ‘zonder Chinezen’: mini-Europa, da’s reuze.

IMG_20180213_215341_260

In zo’n geval is je GSM misschien inderdaad nog interessanter dan de zonsondergang.

Soms moet je je verbeelding gebruiken. Moet je je inbeelden hoe een site zou zijn als je er alleen zou rondlopen. Moet je kijken naar de details. Dan vergeet je dat er zonet een bende Chinezen een hakka stond te doen in een actieve tempel. Dan vergeet je dat er zonet eentje geklommen is op een muur, vlak naast het bord ‘do not climb‘. Dan vergeet je dat alles, vergeef je de tempels hun oneindige schoonheid en aantrekkingskracht en kan je nog steeds met opgeheven hoofd zeggen: Ja, ik vind de tempels rond Angkor Wat het mooiste van alles wat er is op aard.

Oh, en er zijn ook manieren om in een toeristisch walhalla van de platgetreden weg af te wijken. Dat ook, natuurlijk. Een foto van de zonsopkomst bij de eigenlijke Angkor tempel heb ik dus aan mij laten voorbijgaan. Maar dit niet:

IMG_20180213_214836_478

De zon hebben we uiteindelijk niet zien ondergaan; we zijn naar een match van de tuktuk drivers gaan kijken.

IMG_20180214_090958_511

De volgende ochtend hebben we zonsopgang gezien op een tempel met in totaal tien andere toeristen. 

IMG_20180213_215221_288

Nochtans ook schoon, zenne.

IMG_20180213_215903_097

Elke tempel heeft mindere ingangen. Sommige stukken zijn dus bijna verlaten.

IMG_20180213_215627_356

Dit is ‘m! De eigenlijke, enige Angkor Wat.

IMG_20180215_170703_086

Feeling overwhelmed? Look at those details.

IMG_20180213_215445_297

No worries! Zelfs op drukke plaatsen zijn er stukken waar niemand komt en waar je dus 100% voor the gram kunt gaan! Zelfs in de enige, echte Angkor Wat! Say Waaaaat?!

IMG_20180213_220118_593

Hoe kan je dit niet het mooist op aard vinden?

IMG_20180214_091252_617

Tempels die ver buiten het Angkor Complex liggen, worden vaak minder bezocht.

IMG_20180213_220841_863

Ja, de enige foto waarvoor ik in de rij ben gaan staan. En dan begreep niemand waarom ik bleef staan en geen selfie nam – zoals de bedoeling was van de rij.

IMG_20180213_214438_513

Dus dan toch maar even de nieuw herwonnen Go Pro bovengehaald.

IMG_20180213_221108_759

Honderden jaren oud he, mannekes!

IMG_20180213_221230_219

Als je rond de tempels wandelt, kom je al onmiddellijk veel minder toeristen tegen dan in de tempels. Ook wel meer spinnen.

IMG_20180214_091817_063

Dat die tempels nog bestaan is een mirakel op zich.

IMG_20180213_220436_785

Altijd blijven lachen.

IMG_20180213_222626_929

Voel je je opnieuw overweldigd? DETAILS!

IMG_20180214_091542_265

Kijk naar die vogels beneden. Zo mooi.

IMG_20180213_221309_380

Oké, sommige details zijn wat bijgewerkt.

IMG_20180215_170743_251

Het Angkor Wat complex heeft niet alleen prachtige tempels, maar ook wreed fotogenieke meren.

En als het hele Angkor Wat complex toch wat te druk is naar je zin, dan heb je nog andere prachtige zaken:

IMG_20180215_171021_100

Niet ver van Siem Reap ligt Phnom Kulen, een heilige berg – met mooie waterval.

IMG_20180215_170951_269

De rivierbodem is bedekt met linga’s – kilometers aan een stuk.

IMG_20180215_171122_697

Afkoelen in het ijskoude water bij de waterval: hoe vroeger je hier komt, hoe eenzamer je bent. Early birds always get the worm. En ze kunnen eindelijk hun action cam gebruiken waarvoor-ie dient.

IMG_20180215_170852_168

EN ZE HEBBEN HIER OOK KATTEN!! VIJFDUIZEND PLUSPUNTEN! 

IMG_20180216_181304_778

Prasat Preah Vihear; een bevochten tempel vlakbij de Thaise grens. En als je hier dan op één toerist na helemaal alleen bent dan wordt het alleen maar specialer.

IMG_20180216_181622_433

Prasat Preah Vihear, met in de achtergrond één van de vele bewakers voor de tempel.

IMG_20180216_182143_641

Tempel in het Koh Ker complex. De wortels omcirkelden de tempel de volledige 360°.

IMG_20180216_182323_174

Bang Mealea, al dichterbij Siem Reap en dus drukker, maar nog steeds fantastisch.

IMG_20180216_181854_673

OKE, IK BEN VERLIEFD OP DEZE TEMPEL!

IMG_20180216_182245_493

Detail bij Bang Mealea

IMG_20180216_182520_116

Beng Mealea.

IMG_20180216_181811_555

De befaamde ‘piramide’ in het Koh Ker complex.

4.000 eilanden en 2 Belgen

‘False advertising‘, zouden de Amerikanen roepen bij het aanschouwen van Si Phan Don – oftewel: de 4.000 eilanden bij Laos. Laos is het enige Zuid-Oost Aziatiche land dat volledig omgeven is door land. Omdat een mens altijd wil hebben wat hij niet krijgen kan, heeft Laos een inventieve oplossing bedacht: ze hebben hun eigen stukje kustklimaat gemaakt bij de 4.000 eilanden in de Mekong.

IMG_20180215_161645_719

Hopelijk zit Leonardo er ook nog.

IMG_20180211_112152_780

Leonardo nergens te bespeuren.

Voor u uw strandstoel en badhanddoek begint in te pakken: de meeste van deze eilanden zijn rotsblokken of bomen. Mijn favoriet eiland is het datgene waar er in het midden van de kolkende Mekong een schofel tentje staat. Dit is het Temptation Island van Laos: alle scheefpoepers moeten hier overnachten. Een twist die de televisieversie ook kan gebruiken. 

IMG_20180211_100030_787

Ontmoet: de Mekong met haar vele eilandjes.

IMG_20180211_112050_217.jpg

Ontmoet ook: De Hut der Verderf.

Verder beschikken de 4.000 eilanden ook over chille inwoners. Erg chill. Zodanig chill dat wij in ons hotel eigenlijk nooit iemand hebben gezien. Na twee dagen hadden we dan toch door dat we de permanent slapende uitbaatster best mochten wekken met onze vragen. Rechtstaan of gaan zitten deed ze niet, antwoorden wel. Zo praten tegen een balie is toch best maar vreemd. Ook vreemd: restaurants/cafés binnenwandelen en uiteindelijk vijf minuten later opnieuw buitenwandelen omdat er niemand – maar dan ook echt niemand – te vinden is. Niet achter de toog, niet in het restaurant zelf, niet in de toiletten, niet in de tuin, even heel luid kuchen, nee, nog altijd niemand, beetje stampen met de voeten en luidruchtig praten, nope, niets, volgend café.

De eilanden hebben ook veel fietsen, het ‘makkelijkste’ transportmiddel. Er zijn geen asfaltwegen, dus je fietst met de goedkoopste Chinese fiets ter wereld over zandwegen. En als je dan van het pad begint af te wijken dan worden de zandwegen een soort mountainbikepad avant la lettre. 48 uur later was ons achterste nog aan het revalideren van deze aanslag op het menselijk lichaam.

IMG_20180211_112344_842

SO MUCH PAIN.

IMG_20180211_112256_590

EN DAN NA AL DIE PIJN EEN DOOD EIND.

IMG_20180211_112504_684

Gelukkig werken andere bruggen nog wel.

En ik denk dat dit onze weken in Laos voor mij een beetje samenvat: het was niet altijd even makkelijk, de Laotianen waren in niets te vergelijken met hun Myanmarese buren, maar zodra je het prachtige landschap voor jezelf had, vergat je dit allemaal in een vingerknip.

IMG_20180210_122859_032

Wat? Een pijne poep? Ik weet er niks meer van: alles vergeven!

IMG_20180210_122645_008

De slechtste bediening ter wereld? Wie heeft er bediening nodig met dit uitzicht? Allemaal vergeven!

IMG_20180210_122726_329

Can’t be mad at animals.

IMG_20180210_122803_645

Vriendelijkste boat driver ter wereld. Leek nergens weg te willen en genoot 110% van elk uitzicht.

IMG_20180211_095945_409

Boten in de Mekong.

IMG_20180211_111804_033

Gebrek aan hotelpersoneel ook onmiddellijk vergeven met zo’n uitzicht.

IMG_20180211_095746_508

Tyler, wherever you may be, Laos has got your back.

IMG_20180211_111920_791

Vissers zijn altijd fotogeniek.

IMG_20180211_112535_523

Zelfs als het alleen hun attributen zijn.

IMG_20180211_112621_394

100% net zoals de schilderijen die ze op hun avondmarkten verkopen aan toeristen.

IMG_20180211_112703_830

Twee irrawaddydolfijnen in de Mekong. Deze walvis wordt met uitsterven bedreigd. In de Mekong leven er amper een 80-tal.

Het revalideren van de pijne fietspoepen deden we trouwens in Champasak – waar we ons mentaal en cultureel al voorbereiden op de volgende bestemming: Cambodja.

IMG_20180211_113726_173

De Angkoriaanse ruïne van Wat Phou nabij Champasak.

IMG_20180211_114435_393

Intrige.

IMG_20180211_114241_535

No listening.

IMG_20180211_113947_332

Frangipani-bloemen.

IMG_20180211_114107_382

Detail van de Angkoriaanse stijl.

IMG_20180211_113920_069

De tempel wordt vandaag nog steeds zeer actief gebruikt door de Laotianen.

IMG_20180211_113625_181

Afscheid nemen van een land doe je best met goed gezelschap.

IMG_20180211_112746_125

Overexcited.

Mieren eten op het Bolaven Plateau

Na 48 slapeloze uren was het zo ver: Jonas en ik stapten op onze gedeelde motorbike richting Bolaven Plateau. Dit was de allereerste keer dat we een motor huurden – op de e-bike in Bagan na. In Bagan deelden we eveneens één e-bike: de elektrische machine zag nogal zwaar af van ons gedeeld gewicht en een topsnelheid van 30 km/u was exceptioneel. Nu was het tijd voor the real deal: een semi-automatische Honda met Jonas achter het stuur en ik achterop.

IMG_20180211_105601_925.jpg

It’s not a big motorcycle, just a groovy little motorbike – of dat zingen de Beach Boys alvast over Honda.

Jammer genoeg was dit ook het moment waarop we toch maar eens onze voorraad anti-malariapillen begonnen te nemen. Dit verklaart de 48 wakkere uren: elke keer ik het waagde mijn ogen dicht te doen, begonnen er plots doemscenario’s in mijn hoofd te spoken. Dus hield ik mij ‘s nachts bezig met het verzinnen van 68 motorongelukken, 32 plotwendingen over onze verloren Go Pro en moest ik ook plots alle vlaggen van de wereld vanbuiten leren via de Flags of the World Quiz van Sporcle.

Na 48 slapeloze – maar dus ook best leerzame – uren kon ik niet alleen alle vlaggen benoemen, maar kon de motorrit mij ook geen ruk meer schelen. Een soort therapie in rust, maar dan helemaal anders dan ik me had ingebeeld.

IMG_20180211_105333_001

Het Bolaven Plateau: verzameling van watervallen.

IMG_20180211_110716_795

Sooo pretty.

IMG_20180211_111530_802

Meer watervallen, meer!

Het Bolaven Plateau staat bekend om z’n koffie, z’n watervallen en z’n etnische minderheden. We reden de Big Loop en onze eerste niet-waterval-stop was bij Mr. Vieng. Deze koffieboer spreekt behoorlijk Engels (zeer zeldzaam hier) en zag wel brood in het toerisme. Hij zet zijn boerderij dus open voor bezoekers en leidt falang rond. Zijn tour focust zich voor 95% op koffie. De overige 5% laat hij toeristen dingen proeven die ze helemaal niet willen proeven. Heerlijke kerel. Bij een opgerold koffieblad hield hij halt en vertelde ons dat het blad propvol mieren zat. Vervolgens gaf hij een tik tegen het blad en zagen we honderden mieren panikeren. Terecht, want 1 seconde later nam Mr. Vieng het blad vast met beide handen, plette hij het blad met de honderden mieren erin en liet ons vervolgens het bloedbad aanschouwen. En dat stonk: naar een mix tussen azijn en citroen, maar dan toch vooral azijn. Proeven? Mnee, liever niet. Mr. Vieng had alle mieren voor zichzelf.

IMG_20180215_152254_015

Mr Vieng, een goedlachse koffieboer.

IMG_20180215_152509_316

Koffievrucht aan de boom.

IMG_20180215_152403_615

Gedroogde koffiebonen.

We zetten onze reis verder richting practige watervallen, mooie jungle en koffieboerderijen. We beslissen om toch ook de tour bij Mr. Hook te volgen. Hoewel ik zelf geen koffie drink, leek dit me wel een interessante tour: Mr. Hook spreekt niet alleen over koffie, maar ook over het leven in zijn dorp/stam. En het leven van Mr. Hook leest als een telenovelle: telkens je denkt dat het niet absurder kan, weet hij je te verrassen.

IMG_20180211_100652_298.jpg

Mr. Hook tijdens zijn tour.

Mr. Hook is de enige Laotiaan in zijn dorp die Engels spreekt. Hij heeft de Wikipedia-pagina over koffie dan ook helemaal vanbuiten geleerd en kan urenlang vertellen over de origine van de koffieboon, de naam ‘koffie’ of de drank zelf. Wanneer hij uitverteld is over koffie, spreekt hij graag over het leven in zijn dorp. Zijn dorp leefde nog niet zo lang geleden volledig afgezonderd van de wereld: geen elektriciteit, geen contact met andere dorpen, geen televisie: niets. Ze hadden volledig hun eigen wetten – die ze nu nog steeds naleven: kinderen worden uitgehuwelijkt vanaf achtjarige leeftijd, meisjes zijn vaak zwanger rond hun twaalf/dertien. Er zijn drie kerkhoven: eentje voor mensen die ‘goed’ gestorven zijn (ouderdom, ziekte,…), eentje voor mensen die ‘slecht’ gestorven zijn (ongeluk) en eentje voor zwangere vrouwen die tijdens hun bevalling sterven. Zwangere vrouwen die op het punt staan te bevallen, moeten het dorp verlaten en naar dit laatste kerkhof gaan. Overleven ze de bevalling dan nemen ze het kind na plusminus tien dagen terug mee naar het dorp. Daar moeten ze over vuur stappen om vervolgens het kind te presenteren aan de vader. Vervolgens vraagt die of het een ‘goed’ of ‘slecht’ kind is: goede kinderen worden geaccepteerd, ‘slechte’ kinderen worden weggedaan. Volgens Mr. Hook antwoorden de vrouwen steeds dat het een ‘goed’ kind is. Heeft de vrouw minder geluk en overleeft ze de bevalling niet dan wordt ze rechtopstaand begraven. Dit duurt drie dagen: de eerste dag wordt ze begraven tot de knieën, de tweede dag tot het middel en de derde dag volledig.

Bon, je leest het al: een bezoek aan Mr. Hook laat je niet onbewogen. Zijn stam gelooft nog heel erg in goede en kwade geesten en alles dat ze doen staat in teken hiervan. Zo offeren ze bijvoorbeeld puppies. Het is een hele eer wanneer je puppy verkozen wordt als offer. Vervolgens stampen ze de puppy tot hij sterft: door hem pijn te doen, gaan de ‘kwade geesten’ in de puppy en als hij dood is, worden ze verdreven.

Alsof het leven daar nog niet hard genoeg klinkt, is Mr. Hook een echte outcast. Hoewel mannen een nogal luxe-bestaan leiden in de stam (ze mogen meerdere vrouwen hebben, moeten niet echt werken,…), zag Mr. Hook het toch allemaal niet zo goed zitten. Bij zijn eerste uithuwelijking overtuigde hij zijn jongere broer om met het meisje te trouwen. Zo kon Mr. Hook zelf school blijven lopen. Eenmaal getrouwd mag dit namelijk niet meer. Bij zijn tweede uithuwelijking overtuigde hij zijn neef om met de nieuwe uitverkorene te trouwen. Zo kon hij uiteindelijk naar de universiteit. Toen vonden zijn ouders het wel genoeg. Via het dorpshoofd – er bestaat namelijk geen geschreven of gesproken taal in hun gemeenschap – contacteerden ze een professor in Paksé. Die bracht vreselijk nieuws aan Mr. Hook: zijn oma lag op sterven. Als hij haar nog wilde zien, moest hij onmiddellijk naar zijn dorp terugkeren. Eens aangekomen bleek oma springlevend en stond er een bruid en ultimatum klaar: Mr. Hook zou onmiddellijk trouwen of nooit nog welkom zijn.

Alsof menig script writer voor zo’n verhaal geen tonnen LSD nodig heeft, wordt het allemaal nog zotter wanneer blijkt dat Mr. Hook na zijn huwelijk de bloemetjes toch nog wat heeft buitengezet. Mr. Hook had seksuele betrekkingen met een buitenlandse vrouw: een big no-no in de gemeenschap. Na heel wat ontkenningen, kwam dit uiteindelijk toch uit bij een soort waarzeggerij die de moderne rechtstaat te kakken zet. Alle mannen van het dorp moesten een stok in rijst zetten en alleen de stok van Mr. Hook bleef rechtstaan in de rijst. Hij was dus de man die het ongeluk naar het dorp bracht.

Sindsdien is Mr. Hook bijna nergens meer welkom in zijn eigen dorp. Hij mag het dorp echter ook niet meer verlaten, omdat z’n dorpsgenoten geloven dat hij ongeluk brengt telkens hij weggaat. Bovendien krijgt hij dagelijks tientallen toeristen over de vloer – iets dat zijn gemeenschap niet apprecieert. Daar komt bij dat Mr. Hook probeert de jongere generatie bij te scholen – zo stuurde hij bijvoorbeeld z’n jongere zus weg uit het dorp naar school. Hij leert kinderen dat de aarde rond is, dat deze rond de zon draait en dat niet alle toeristen Amerikanen zijn die oorlog komen zaaien. Hij heeft ook ethische bezwaren bij het uithuwelijken van jonge meisjes, zeker aan oude mannen. Mr. Hook is er dan ook van overtuigd dat hij op een dag vermoord zal worden door de dorpsoudste.

Voor zo’n verhaal bestaat er maar één woord: SHOOK. En als een man met zo’n intriest levensverhaal mieren bovenhaalt dan kan je alleen maar instemmen om ze op te eten. Dus zo kwam ik te weten dat mieren smaken zoals ze ruiken: naar azijn en citroen. Een smaak die volledig overeenstemt met het zure leven van Mr. Hook: gevangen in een gemeenschap waar hij niet weg kan, maar ook niet thuis is.

IMG_20180211_100607_355

Mieren: niet mijn favoriete voedingsbron, maar toch nog 100x beter dan bijvoorbeeld rode biet. Bij deze ook weer een #ehsaldmc-opdracht volbracht!

IMG_20180211_105940_341

Na de verhalen van Mr. Hook krijgt het Bolaven Plateau toch een andere kleur.

IMG_20180211_110133_106

De natuur blijft wel wondermooi.

IMG_20180211_110230_184

Geen gevaarlijke slangen gespot, wel creepy crawlies.

IMG_20180211_111647_999

De creepy crawlies zijn het allemaal waard met een zicht als dit.

IMG_20180211_111610_701

Zo veel watervallen dat je over de ene naar de andere kan wandelen.

IMG_20180211_110852_879

Genieten van het zicht.

IMG_20180211_110422_417

Mooier gezelschap dan de spin.

IMG_20180211_110514_003

NOG mooier gezelschap.

IMG_20180211_110933_599

Favoriete waterval.

IMG_20180211_110015_685

De hippies zijn ook gepasseerd.

IMG_20180211_100142_338

Jonas kwelt graag kleine, hongerige katten.

De selfie van €574,50

Dit is ‘m dan: de selfie van 574,50 euro. Hij is genomen op wat onze laatste dag in Luang Prabang moest zijn, bij de overdrukke Kuang Si waterval. Veel geduld hebben we ervoor gehad ook: erg lang gewacht op een moment waarop we alleen op onze selfie zouden staan. Mission failed: achter mij zit namelijk een vrouw die ik krampachtig probeer te verbergen door… nu ja, krampachtig te poseren.

IMG_20180130_164019_501

Toegegeven, de watervallen zijn sowieso mooier zonder ons ervoor.

IMG_20180130_164345_992

Drop dead gorgeous.

IMG_20180130_163340_612

Het mooiste blauw.

IMG_20180130_164145_096

Zelfs compleet over- en onderbelicht nog een kunstwerk.

IMG_20180212_121027_226

Een betere GoPro foto.

We hadden het wel wat gehad in Luang Prabang: we hadden vijf dagen uitgetrokken voor de stad, maar eigenlijk ook vooral om eens langer eenzelfde uitvalsbasis te hebben. Toen we richting Pakse vertrokken met als einddoel de Cambodjaanse grens waren we dan ook echt klaar om afscheid te nemen van de culturele hoofdstad van Laos.

IMG_20180129_213310_680

Kinderen in de straten van Luang Prabang

IMG_20180129_213638_055

Boottocht vanuit Luang Prabang.

IMG_20180129_213100_722

Een tempel in de stad.

IMG_20180129_212836_062

Op de populaire avondmarkt.

IMG_20180129_213230_636

Tuk-tuk.

IMG_20180127_152412_224

De cliché-foto.

IMG_20180129_214032_192

Gouden tempels en rode bloemen.

IMG_20180129_213852_997

Hipster-borden hebben ze hier ook al uitgevonden.

IMG_20180129_213419_811

Prachtige stad, maar na vijf dagen toch tijd voor iets nieuws.

Eens aangekomen in Pakse begonnen we onze anti-malariakuur en deed ik de eerste dag niet veel meer dan klagen en in bed liggen. Die 30 dagen zonder klagen zijn hier niet helemaal doorgebroken. Toen Jonas meedeelde dat hij de GoPro niet vond, besteedde ik er dan ook niet te veel aandacht aan. Jonas verliest elke dag gemiddeld drie voorwerpen en om de vrede in onze relatie te bewaren heb ik als coping mechanism een strategie uitgewerkt waarbij ik hem gewoon negeer telkens hij zegt dat hij iets verloren is. Hij vindt het meestal toch terug binnen het half uur.

Toen de kamer een half uur later echter volledig vol lag met spullen, maar geen GoPro begonnen er toch wat alarmbellen af te gaan. Tijd om ter hulp te schieten:

‘De laatste keer dat ik de GoPro gezien heb, was bij de Kuang Si waterval. We zaten daar bij een café en ik heb de foto’s bekeken op de GoPro. Vervolgens heb ik de GoPro weggestoken in de rugzak. Ik ben 99% zeker dat ik hem weg heb gestoken, want toen we het café verlieten, ben ik nog teruggegaan naar onze tafel om deze zelf af te ruimen. We hadden twee Cornetto’s gegeten en mijn Cornetto was blauw met roos en smaakte naar chemische dingen. Ik heb de papiertjes van de Cornetto’s weggenomen van tafel en in de vuilbak gegooid. Er lag dus echt wel zeker niets meer op tafel.’

Ik hoorde Jonas al zuchten van Pakse tot Tokyo. Telkens hij iets kwijtspeelt, ontspint zich namelijk hetzelfde scenario: ik vertel tot in de kleinste details waar het verloren voorwerp de laatste keer gespot werd. Zo probeer ik via herinnering op te sporen waar het voorwerp kan zijn. Jonas heeft echter altijd hetzelfde antwoord op de vraag ‘waar heb je het dan het laatste gezien?’. Ik weet het niet meer‘.

Er kwam dus weinig schot in de zaak. Ik begon te bellen naar ons guest house in Luang Prabang: niemand nam op. Het was dan ook al midden in de nacht. Dat hield me niet tegen om te blijven zoeken en strategieën uit te werken om de verloren camera op te sporen. Tot Jonas de welgevleugelde woorden sprak: ‘Leer ermee leven, we zijn hem kwijt en gaan hem nooit nog terug zien.’

 

IMG_20180203_090531_955

Sommige reizigers waren hun action camera’s niet kwijt.

IMG_20180203_091603_835

Oké, het was rondbellen met een view.

Als een rode lap op een stier. Zo werkt dat. Ik verlies namelijk nooit iets. Geen wedstrijden, geen voorwerpen en geen geduld. Als ik al begin met GoPros te verliezen: wat blijft er dan nog over van mijn identiteit? Hoe kan ik dan dagelijks Jonas zijn verloren voorwerpen terugvinden en mijn superieure vindingrijkheid – letterlijk dan – onder zijn neus wrijven? Vanaf dat moment werd het een staatszaak om de GoPro terug te vinden.

Na enkele vergeefse telefoonpogingen kon ik maar één conclusie trekken: het opgegeven telefoonnummer van het guesthouse was nep. Intussen was ik nochtans doodzeker dat onze GoPro daar lag: het spoor stopte in het guesthouse. Na urenlange therapiesessies had Jonas namelijk toegegeven dat hij mogelijks misschien maar ook niet helemaal zeker maar toch wel waarschijnlijk daar het laatst de Go Pro had gezien. Als detective kon ik dan ook maar één iets concluderen: de GoPro was gevallen en lag in kamer veertien van het guesthouse.

IMG_20180211_105205_858

In de filmversie van dit verhaal zou dit dan de back drop zijn.

Dus begon ik maar willekeurig andere hotels te bellen. Tot één hotel het echte telefoonnummer gaf van het guesthouse. En er daar gereageerd werd met: ‘Yes, we have camera’. 

IN YOUR FACE, JONAS! Dat zei ik niet helemaal letterlijk, maar mijn blik zei het wel. Geslaagd in mijn opzet: het vinden van de camera. En zo verblind door het winnen dat ik koste wat kost de camera terug in mijn handen moest hebben: enkel dan zou de cirkel rond zijn. Enkel dan zou mijn identiteit hersteld worden en zou ik opnieuw kunnen verkondigen dat ik nooit verlies. En zo komt het dan we nu een selfie hebben van 574,50 euro: de kost om herenigd te worden met de camera. Om broodnodige tijd te sparen, moesten we immers twee vluchten nemen die we anders nooit zouden nemen.

Dus de volgende keer dat je pakketje van Bpost, DHL of UPS een dag vertraging heeft, weet dan: postservices zijn niet vanzelfsprekend in de rest van de wereld. Dat had ik alleszins niet verwacht.