Citytripje Lissabon.

Onze trip in Portugal stopte niet bij het kleine weekje Azoren: tijd voor Lissabon, de stad van de Azulejos, de tegeltjes met typische print, maar van nog zoveel meer!

Azulejos
Azulejos

Ook hier zochten en vonden we een AirBnB in Bairro Alto, het oude stadsgedeelte van Lissabon. Een eerste tip van de eigenaar: huur géén auto voor vervoer in Lissabon zelf: een voltreffer. Kleine straatjes en veel te druk op de andere straten. Uber doet hier gouden zaken: veel goedkoper dan een gewone taxi en even snel. Misschien wel net dat tikkeltje avontuurlijker, gezien ze op de luchthaven allemaal op de zelfde plaats stoppen en vertrekken en zowat alle toeristen hetzelfde plan hebben. Ons appartement heeft geen airco en ramen moeten dicht wat betreft potentiële diefstal: welkom in de sauna! Gelukkig is er een ventilator. Het is middernacht voorbij, tijd voor een bed.

De komende drie dagen ontbijten we bij Fauna & Flora, de ultieme ontbijtplaats voor de lokale en niet zo lokale hipster vlakbij ons appartementje. Een uitgebreide kaart met pannenkoeken (mijn favoriet!) en boterhammen vol lekkere, gezonde zaken, smoothies en sapjes: lekker! (al was niet alles even vers – zoals bijvoorbeeld de sapjes). Andere winkeltjes in de buurt zijn supergoedkoop in vergelijking met het toeristische centrum. Dat kan wel eens handig blijken met het warme weer: de waterprijzen swingen de pan uit naarmate je dichten bij het centrum komt.

De rage van de steps is hier ook al toegeslagen: Vooral aan het water staat het vol stepjes van allerhande merken. Het fietspad lijkt er wel voor aangelegd. Wij kiezen ervoor om alles te voet, de trein of de bus (je kan dagtickets kopen) te nemen. Een ja, één keer nemen we ook heel decadent de Uber voor een paar kilometer naar de wondere wereld van het Oceanario. (Onderwaterwerelden: we krijgen er nooit genoeg van).

Elke stad die zichzelf een beetje respecteert, heeft z’n eigen foodmarket, zo ook Lissabon: de Time Out Market. Een grote hal met tientallen standjes met letterlijk alle soort eten. Van simpele snacks tot uitgebreide maaltijden. Dit alles in een modern kader, met voldoende zitplaats. En voor de mensen met kleine blaas: hier kan je een gratis toilet scoren.

Praca Do Comercio met z’n Arco do Triunfo is waarschijnlijk zowat het bekendste plein van de stad, maar de rest van Alfama is ook zwaar de moeite. In Alfama rijdt de befaamde Tram 28. Dit is een tram gelijk een ander, ziet er wel een beetje anders uit (ouder, authentieker), maar heeft vooral het nummer 28 op zich geplakt gekregen. Blijkbaar voldoende om heel de dag door stampvol te zitten. Wij laten hem keer op keer passeren, maar niet zonder er een aantal foto’s van te nemen: we blijven toeristen en de straten zijn hier zo fotogeniek. 

Tram 28
Alfama

De straten gaan steil omhoog en leiden naar het Castelo de São Jorge, het kasteel op de heuvel met een zeer mooi uitzicht over de hele stad. Leuk extraatje (wij zijn fotografiestudenten!) is de camera obscura die heel de stad in beeld brengt. Wel even opletten, want er zijn sessies elke twintig minuten in het Spaans, Portugees en het Engels en de plaatsen zijn beperkt. Wij zaten uiteraard in de Spaanse (geen zin om nog eens 20 minuten extra te wachten!), maar konden al bij al nog wel volgen.

Volgende stop: Belem! Een wijk die elke toerist in Lissabon moet afvinken:

  • Vinkje 1: Padrao dos Descobrimentos: Een monument met beelden van alle mensen die Portugal de laatste paar honderd jaar groot gemaakt hebben. Je kan er niet naast kijken als je uit de trein stapt. Dit was dan ook onze eerste stop.
  • Vinkje 2: Santa Maria de Belem: De bekende toren, die veel kleiner uitvalt dan wat we verwacht hadden. Twee keer zijn we langsgeweest, de eerste keer was er een festival aan de gang, de tweede keer was dit gelukkig opgeruimd en konden we daadwerkelijk tot bij de toren. 
  • Vinkje 3: Mosteiro dos Jeronimos: Het klooster dat je gezien moet hebben. Bij ons bleef het bij de buitenkant. De ene keer was het gesloten, de andere keer was de rij net wat te lang. De buitenkant was zeker de moeite en de reviews op TripAdvisor deden ons sowieso wat twijfelen.
  • Vinkje 4: Pastéis de Belém: Voor de echte moet je bij de Confeitaria de Belém zijn. Op het internet las ik ergens dat ze daar op topmomenten tot 20.000 pastéis per dag verkopen. Het is artisanaal bandwerk. In meerdere rijen staan mensen tot op straat aan te schuiven voor de Portugese lekkernij. Liefst zo snel mogelijk op te eten (lekker vers en nog een beetje warm), een heerlijkheid!
  • Extra Vinkje: Het Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts: een klein (je bent snel rond) museum met hedendaagse kunst. Op zich vonden we het niet meteen spectaculair, maar de kaartjes waren gratis op zaterdag, dus mooi meegenomen.
Padrao dos Descobrime
Santa Maria de Belem
Berardo Museum of Modern and Contemporary Arts

Een laatste aanrader hoor ik je zeggen? Voor mensen die van Streetart houden? Lissabon staat/hangt vol Streetart. Je kan er haast niet naastkijken. We vonden een aantal wandelingen terug, maar uiteindelijk hielden we het bij ‘rondwandelen’ en een bezoekje aan de Underdogs Gallery (kunst aan de muur, bij ons bezoekje helaas wel net enkel de winkelruimte open wegen het installeren van een nieuwe tentoonstelling).

Het verdict: In Lissabon kan je gemakkelijk 3 à 4 dagen rondlopen (en dan heb je Syntra nog niet gedaan) en samen met de massa’s toeristen genieten van de pracht en praal. Ideale citytrip. Veel te lang uitgesteld.

Een weekje Sao Miguel (Azoren, Portugal)

De Azoren zijn een spreekwoordelijke scheet groot, maar hebben een rijke geschiedenis en je bent er toch een tijdje zoet mee. Onze trip liet ons helaas enkel toe Sao Miguel (het meest bezochte eiland) gedurende een kleine week te bezoeken. In de staan de andere eilanden zeker nog eens op het programma. Nu voelt het toch of we daar toch wat gemist hebben.

De weg naar Ponta Delgada (grootste stad van het eiland) was lang en vervelend. Om één of andere duistere reden konden we ons vliegtuig niet op en moesten we overgeboekt worden naar een andere vlucht (Lissabon in plaats van Porto). Onze nieuwe vlucht naar Ponta Delgada stond helaas pas laat op de avond gepland (in plaats van de vroege namiddag), en dus kwamen we pas 9 uur later op onze bestemming aan. Gelukkig konden we onze rental car nog ophalen en Ricardo, onze host van de AirBnB die we gevonden haddden, lachte ook nog, al was het iets groener dan normaal. 

Ons hoofddoel op het eiland was naast  enkele mooie wandelingen maken ook onze duikkunsten opfrissen. Het was nu reeds anderhalf jaar geleden (laatste keer in Taiwan tijdens onze 6 maanden durende trip), maar we hadden er zin in en dus boekten we op voorhand 6 duiken, Eén duik extra: een opfrissingsduik (ondiep water, enkele oefeningen, basistechnieken, …) om toch wel zeker te zijn dat we niet onmiddellijk zouden verzuipen. We deden dit via Best Spot Azores, één van de vele duikorganisaties in Ponta Delgada. Zij kwamen er als beste uit op Tripadvisor en de ratings waren zeker correct (zowel de duiken als de instructeurs). 

We zijn alweer wat mooie ervaringen rijker (geen foto’s deze keer helaas): het onderwaterleven is enorm boeiend. Bij één van onze duiken gingen we zelfs op zoek naar een gezonken oorlogsschip (bijnaam “Dori”), weer iets om van onze bucket list te schrappen. Wegens problemen aan het oor, kon Anneke helaas de laatste duik niet meemaken. Ik ademde terwijl duidelijk voor twee, want zonder mijn divebuddy Anneke, bleek ik extra veel en onrustig te ademen. Gelukkig zijn er altijd bekwame instructeurs in de buurt die nog wel wat extra perslucht overhebben. 

Duiken: we kunnen het iedereen aanraden! (enkel de droge lucht en het hongergevoel achteraf – dat dan weer door die uitdroging komt – moet ik nog steeds gewoon aan worden). Niet twijfelen.

Tijdens ons tripje op het eiland leerden we alvast ook een aantal Portugese woorden kennen. Eén daarvan was alvast: Miradouro ofte uitzichtspunt. Het eiland lag er vol van. Stuk voor stuk waren het (de meeste dan toch) mooie uitzichten over meren, heuvels, de zee of kleine dorpjes. Meer dan een auto en een GPS heb je niet nodig. Het eiland is klein genoeg om deze uitzichtpunten (of toch een selectie ervan) op één dag te doen. Onze toppers: Vista do Rei, Lagoa do Fogo, Pico do Ferro en Grota do Inferno (het meest Instagram-waardige plekje). De meeste van deze punten zijn te bereiken na een korte wandeling (de wegen er naartoe zijn helaas niet altijd even sexy).

Google bezorgde ons dit overzicht. Ben je wel even zoet mee!

Enkele andere zaken die ons zullen bijblijven:

Wandelingen en dorpjes:

De wandeling van Vista do Rei naar Sete Cidades (en terug). Het Vista Do Rei (uitzichtpunt van de koning), moet zowat het drukste punt van het eiland zijn. De eerste keer dat we hier met de wagen passeerden was het mistig en konden we geen 20 meter ver kijken. De tweede keer was het weer zeer helder en waren de uitzichten fenomenaal. Maar wat maakt dit punt nu net zo interessant? Allereerst: er is amper parking, dus op een druk moment moet je je wagen een kleine kilometer verder parkeren (bij ons het geval). Je komt dan op het uitzichtpunt terecht en hebt een fantastisch zicht op de omliggende heuvels, het meer en Sete Cidades, een klein dorpje aan een groot meer. De wandeling zelf loopt helemaal rond het meer en gaat zachtjes naar beneden (helemaal niet moeilijk dus). Tot helemaal op het einde, wanneer iemand ooit beslist heeft een overdreven steile weg naar beneden aan te leggen. Gedurende enkele honderden meters gaat het pad zo steil naar beneden dat we al helemaal ontmoedigd zijn om terug naar boven te gaan.

Beneden kan je wat drinken, maar valt er voor de rest weinig te beleven. De kortere route naar boven is maar half zo lang, maar dus wel heel de tijd klimmen, een uitdaging (de uitzichten zijn ook minder spectaculair, maar daarom is dit deel van de wandeling niet minder mooi).

Extra aan het Vista do Rei: Wil je het zicht nog een tikkeltje beter hebben, dan is er nog een andere (tijdelijke oplossing) onder de vorm van het Monte Palace Hotel. Ooit heel even (het werd meteen daarna gesloten) het beste hotel van de Azoren en Portugal, nu een leegstaand hotel. Vanop het dak van dit hotel heb je een nog beter en hoger zicht op de omgeving het Vista do Rei uitzichtpunt. 

Een achtergelaten hotel, helemaal leeg, alles volledig afgesloten, of toch net niet goed genoeg? Hoewel alle ingangen mooi afgesloten waren met hekken en extra muurtjes was het hotel een drukke bedoening. Na wat zoeken vonden we een ingang waar we moeiteloos binnenliepen. We voelden ons echte Urban Explorers, al viel het allemaal nogal mee. Eerlijk gezegd liep het het vol. Tientallen mensen volgen ons voorbeeld (net zoals wij het voorbeeld van anderen volgden). Er liepen wel een aantal ‘agenten/werklieden’ rond, maar die lieten iedereen begaan. Eens de werken echt starten, zal de toegang waarschijnlijk volledig verboden worden. Het hotel zou terug een hotel moeten worden.

Het Lagoa Do Fogo is een tweede mooi meer, met opnieuw een aantal mooie uitzichtpunten. Ook hier is een mooie wandeling aan verbonden, maar we vonden onze goede benen niet en hadden al twee duiken achter de kiezen. We hielden het dus bij een aantal stops.

Ook in de Azoren hebben ze het warm water al uitgevonden. Op verschillende plekken hebben ze zelfs warmwaterbronnen. In Furnas kan je het water zien borrelen (oh, wat ruikt dat toch goed). Voor twee euro per persoon geraak je het domein op (of je nu met de wagen bent of niet, ook wandelaars betalen dit) en kan je een hele dag rondhangen. De restaurants uit de buurt maken hier ook hun lokale stoofpotjes. Grote potten worden onder de grond begraven en worden op natuurlijke wijze opgewarmd.Het meer zelf kan je ook rondwandelen, we zouden onszelf niet zijn, moesten we dat niet eens geprobeerd hebben (Wandeling rond het meer in Furnas). 

Het kleine dorpje Ribeira Grande bezochten we op een speciaal moment. Er ging net een processie ter ere van Jezus losbarsten: heel het dorp was in rep en roer, alle straten waren mooi versierd met bloemblaadjes in alle kleuren die in mooie motiefjes op de grond lagen en de lokale inwoner beschouwde dit duidelijk als een hoogtepunt. Spijtig genoeg waren we net iets te vroeg, maar tegen dat we vertrokken vertrok er al menig vuurwerkpijl de lucht in. Stadje? Klein en leuk. Extra evenementen? Extra leuk (maar vooral speciaal).

Restaurants:

Een mens moet eten en wij gaan toch steeds op zoek naar leuke restaurants die net dat ietsje beter zijn. Tripadvisor is onze beste vriend hier. Wetende dat mensen meestal zeer positief of zeer negatief zijn, moet je dit altijd met een korrel zout nemen. Hier alvast 2 van onze toppers:

Tasquinha Vieira

Een op het eerste zicht heel klein restaurantje dat bij de best gerangschikte restaurants van Ponta Delgada staat. Overheerlijke Portugese keuken in een gezellige setting. Reserveren kan wel noodzakelijk zijn. Het restaurant vult zich elke avond enorm snel. We gingen hier twee keer eten en vonden het twee keer fantastisch.

A Terra Fornara (Furnas Boutique Hotel)

Een restaurant in een groot ‘Boutique Hotel’. Even moeten zoeken, gezien het niet meteen in het centrum van Furnas lag. Zeer gezellige setting weg van de echte drukte van het centrum van Furnas met zijn ‘authentieke’ restaurants. Gevarieerde Portugese keuken, geserveerd binnen of buiten op het overdekte terras.Uiteraard kunnen we het lijstje nog aanvullen met een aantal niet zo fantastische restaurants, maar daar gaan we jullie niet mee vervelen!

Conclusie: Maar één van de eilanden bezoeken was misschien een fout, reden te meer om nog eens terug te gaan. Het leven onder water was de moeite, het weer boven water meestal dik OK. Moet je dit overwegen voor een volgende vakantie? Zeker! (Wandelen, natuur, duiken, …)