My birthday abroad – Fairytale versus reality

Versie 1: De sprookjesversie

13 december 2017, lang had ik er naar uit gekeken. Mijn eerste – en mogelijks enige – exotische verjaardag. ‘s Ochtends startte de dag met een speciaal verjaardagsontbijt: macarons en een cake. Exact zoals een verjaardag hoort te starten: met desserts.

20171213_091146.jpg

Birthday breakfast!

De dag had één doel: Borobudur. We kozen voor de avontuurlijke route: het zéér lokale transport. Met een becak vertrokken we naar een busstation dat nauwelijks voor die naam door kon. Het enige Indonesisch dat we machtig zijn, hielp ons verder: Borobudur. Na een klein uur wachten was het dan zo ver. De oude man bij de bushalte werd bijna gek en duwde ons met zijn laatste krachten op de piepkleine bus.

Op de piepkleine bus waren we de enige toeristen. ‘Borobudur’, blijven we herhalen aan de ‘conducteur’. Die was weinig spraakzaam en bevestigde alleen maar. Bij aankomst in Jombor, een groot busstation in Yogyakarta, reden we niet in de laan met ‘Borobudur’ boven. Die gekke Indonesiërs toch, met hun lak aan regels. Na ongeveer een halfuur begint het hevig te regenen en start een local in zijn beste Engels een gesprek met ons. Het echte leven onderweg.

We horen de local helemaal uit en absorberen al zijn kennis. Af en toe valt er een onwennige stilte, maar algemeen blijft het gesprek goed lopen. Tot de ‘conducteur’ op een lege stellingplaats stopt en ons plots van de bus haalt en op een totaal andere bus duwt. Nog steeds geen toeristen te zien. De regen blijft stromen. We rijden naar een bestemming waarvan we hopen dat het Borobudur is.

Na een reis van meer dan drie uur komen we aan in Borobudur. Daar trekken we richting homestay. Een enorm joviale jongeman begroet ons. Hij geeft ons boeken en foto-albums. De twintiger heeft een vrouw en een zoon. Als kind woonde hij vlakbij de Borobudur tempel en hij er alleen zoete herinneringen aan. Hij volgde lokale en buitenlandse toeristen. Dat we ook ‘nee’ mogen zeggen als locals vragen om met ons op de foto te gaan, drukt hij ons op het hart. Dat Indonesiërs dat echt wel begrijpen. Oh, en dan nog een truth bom: deze twintiger blijkt bijna veertig jaar oud te zijn.

Na een lichte lunch trekken we nog even kort richting homestay. Daar bespreken we plannen voor Borobudur: we gaan op 14 december de zonsopkomst bewonderen. Maar omdat het mijn verjaardag is, is er een grote verrassing: ook vandaag trekken we al naar de tempel.

Op de tempel geniet ik van de aandacht die mij ten berde valt. Ik ga op tientallen selfies/foto’s met de lokale bevolking en word onthaald als een westerse heldin. Zodra sluitingstijd nadert, dunt het volk uit en genieten we van deze magische locatie.

Ik had me geen betere verjaardag kunnen inbeelden.

IMG_20171215_195909_402

Mediteren bij Borobudur

IMG_20171215_200014_755

Tempel – detail

IMG_20171213_182439_592

Populair op mijn verjaardag!

IMG_20171215_181700_968

Nog geen dertig en al een dikke vette ader op mijn voorhoofd, maar verder zeer elegant.

IMG_20171215_181938_922

Poseren voor een erg hautaine fotograaf. She’s doing it right.

IMG_20171215_181745_668

Uitzicht over de velden.

IMG_20171215_181833_380

Een verjaardagswonder.

Versie 2: De realiteit

13 december 2017, lang had ik er naar uit gekeken. Mijn eerste – en mogelijks enige – exotische verjaardag. ‘s Ochtends startte de dag met een speciaal verjaarsdagsontbij: macarons en een cake. Exact zoals een verjaardag hoort te starten: met Jonas die vergeten was dat ik jarig was en ik die hem onmiddellijk een immens schuldgevoel kon aanpraten. Dat deze macarons en cake het laatste voedsel zouden zijn dat ik in 48 uur zou kunnen proeven, wist ik nog niet.

20171213_091148.jpg

Kaarsen uitblazen als een baas.

De dag had één doel: Borobudur. Jonas koos voor de avontuurlijke route: het zéér lokale transport. Hij had mijn vijfenzeventig smeekbedes voor iets luxueuzer transport niet bewust verwerkt. Met een becak vertrokken we naar een busstation dat nauwelijks voor dize naam door kon. Het enige Indonesisch dat we machtig zijn, hielp ons verder: Borobudur. Na een klein uur vertwijfeld staren was het dan zo ver: we bleken écht aan een bushalte afgezet. De oude man bij de bushalte werd bijna gek en duwde ons met zijn laatste krachten op de piepkleine bus. Nergens was er ook meer een indicatie dat de bus naar Borobudur zou rijden.

Op de piepkleine bus waren we de enige toeristen. ‘Borobudur’, blijven we herhalen aan de ‘conducteur’. Die was weinig spraakzaam en bevestigde alleen maar. Bij aankomst in Jombor, een groot busstation in Yogyakarta, waarschuw ik Jonas. Onze bus negeerde de laan voor bussen richting Borobudur en stationeert zich op een perron voor een totaal andere eindbestemming. ‘Die gekke Indonesiërs toch, met hun lak aan regels‘, zegt Jonas. Na ongeveer een halfuurt begint het hevig te regenen en start een local in zijn beste Engels een gesprek met ons: ‘This is not the bus to Borobudur‘. Het echte leven onderweg.

We horen de local helemaal uit: deze bus blijkt naar een stad te rijden ten oosten van Borobudur. We moeten zo snel mogelijk van de bus af, maar dit mag niet eender waar. Hij suggereert een aantal overstapplaatsen. We proberen hem te overtuigen om met de ‘conducteur’ te spreken en het probleem uit te leggen. Hier wordt weinig gehoor aan gegeven. Tot de ‘conducteur’ op een lege stellingplaats stopt. We zien een perron met ‘Borobudur’ boven en horen de local uit. Geen goed idee, zegt-ie. Op deze plaats stoppen eigenlijk geen bussen meer die naar Borobudur gaan. De ‘conducteur’ haalt ons van de bus en duwt ons op een totaal andere bus. Nog steeds geen toeristen te zien. De regen blijft stromen. We rijden naar een bestemming waarvan we hopen dat het Borobudur is.

Na een reis van meer dan drie uur komen we tot onze eigen grote verbazing aan in Borobudur. Daar trekken we richting homestay. Een enorm joviale jongeman begroet ons. Hij geeft ons boeken en foto-albums. De twintiger heeft een vrouw en een zoon. Als kind woonde hij vlakbij de Borobudur tempel en hij er alleen zoete herinneringen aan. Hij volgde lokale en buitenlandse toeristen. Dat we ook ‘nee’ mogen zeggen als locals vragen om met ons op de foto te gaan, drukt hij ons op het hart. Dat Indonesiërs dat echt wel begrijpen. Oh, en dan nog een truth bom: deze twintiger blijkt bijna veertig jaar oud te zijn. De ironie van het leven: op mijn negenentwintigste verjaardag lijkt onze gastheer meer twintiger dan ikzelf. Ik lijk vooral op.

Na een lichte lunch – waarvan ik niets proef – trekken we nog even kort richting homestay. Daar bespreken we plannen voor Borobudur: we gaan op 14 december de zonsopkomst bewonderen. Misschien ben ik toch echt te ziek om nog iets te doen vandaag. Mijn lichaam is een klokvaste tempel: op 13 december ben ik altijd ziek. Exotische oorden of niet. De pijnstiller die ik bij het ontbijt nam verliest zijn werking. De urenlange busrit heeft meer slecht dan goed gedaan. En dan wordt mij mijn levensdoel afgenomen: eten. Door een complete verstopping van mijn neus smaak ik niets meer. Oké, ik kan plots lepels sambal naar binnen werken zonder te verpinken en ik kan eveneens zonder drama te verkopen etenswaren eten die ik niet lust. Echt veel plezier beleef ik er niet aan. Omdat ik echter niet wil slapen/rusten op mijn verjaardag zaag ik Jonas de oren van het hoofd en overtuig ik hem om mij naar Borobudur te nemen. Omdat het mijn verjaardag is.

Op de tempel geniet ik van de aandacht die voornamelijk Jonas ten berde valt. Ik ga in op honderden verzoeken tot selfies/foto’s met de lokale bevolking. Jonas wordt onthaald als een westerse held met zijn reuzengestalte. Een sneeuwbaleffect blijkt snel gecreëerd. Urenlang staan we selfies te nemen op Borobudur. Op een bepaald moment is het zo erg dat ik geen tijd krijg om mijn neus te snuiten. Tot overmaat van ramp is een neus snuiten erg not done in het openbaar in Indonesië. Ik probeer zo lang als mogelijk in te houden, maar in een groep van honderden scholieren doe ik het dan toch. Mijn neus snuiten. Het stopt hen echter niet om selfies te nemen. Zodra sluitingstijd nadert, dunt het volk uit en proberen we te genieten van deze magische locatie. Na vijf minuten worden we – net als de lokale toeristen – buitengekeerd omdat we geen duur sunset-ticket gekocht hebben.

Met bonkende hoofdpijn, een neus die het wereldrecord ‘verstopt zijn’ wilt breken en spierpijn doen we een exit through the giftshop. Deze blijkt een kilometer lang te zijn. En toch eerlijk? Ik had me geen betere verjaardag kunnen inbeelden.

IMG_20171215_182022_049

Wachten op een rustig moment om een foto te trekken.

IMG_20171215_195742_050

Rustig betekent in Azië iets anders dan in Europa.

IMG_20171215_195830_825

Groep nummer #654

IMG_20171215_200049_299

Poseren met Europeanen is een must-do.

IMG_20171215_200127_739

Pose in the right direction.

IMG_20171215_195706_545

Meer schoolgroepen, meer!

IMG_20171215_200208_295

Loading, net zoals hun gsms.

IMG_20171215_200247_763

Het normale plebs – incluis wij – wordt buitengekeerd.

Oh, en het ‘genieten van de magische locatie’ deden we dan maar uitgesteld – op 14 december lokale tijd. Maar nog steeds 13 december Belgische tijd. Loophole!

IMG_20171214_065522_272

Technisch gezien was het nog 13 december op het westelijk halfrond. It counts!

 

En toen strafte Gili Meno ons omdat we vertrokken uit het paradijs.

Gili Meno was fantastisch. We zaten vijf dagen op een semi-uitgestorven eiland zonder het lawaai van de duizenden scooters en geur van benzine. Correct, er reed een elektrische Hello Kitty scooter, maar dat tellen we even niet mee. We gingen opnieuw duiken, 6 keer. 6 keer lieten we ons weer verbazen wat voor een pracht er zich onder water bevindt.

Maar dan moesten we terug.

Theorie: Simpel. Je neemt de Public Ferry (koopje, slechts een kleine Euro per persoon!) en je staat in no time weer in Bangsal op Lombok.

Praktijk: Boten varen enkel als ze vol zitten (ongeveer 35 mensen). De eerste zou om 8 uur ‘s morgens vertrekken, dus die zouden we gewoon laten passeren. We belden onze taxi-chauffeur (we hadden het hem beloofd), die al meegaf dat hij al in Bangsal zat te wachten (Merçi beaucoup Belgium!). De volgende boot zou ergens rond het middaguur vertrekken. Aangekomen bij het ticket office op Gili Meno (11:10) konden we nog geen tickets kopen, de boot zou vertrekken rond 12:00 en dan konden we ons ticket kopen. Even nog snel iets eten dan maar. Na tergend traag gegeten te hebben (12.15), konden we dan eindelijk tickets kopen. We hadden ticket 1 en 2, dit kon nog even duren. Ondertussen (13.05) begonnen er al wel wat mensen toe te komen, vooral locals. De toeristen die we zagen passeren, namen allemaal de speedboat. Een beetje sneller, maar ook 6 keer zo duur.

En dan (13.20): Mayhem! Iemand riep dat de boot naar Gili Meno zou vertrekken. Mooi zo, dachten we.

Mooi niet dus. Van overal, van waar precies is mij nog altijd niet duidelijk, kwamen mensen toegestroomd. En onze boot, bleek de kleinste van de vier boten te zijn die al 2 uur klaarlag (nummer twee van links). Iedereen wilde tegelijk instappen, en wij lieten ons professioneel langs alle kanten voorsteken. Er zat minstens 50 man op de boot en we waren slecht geladen.

Goed, je hoort dan van die verhalen dat die public ferries zinken en dat er dan weer zoveel mensen verdrinken. Je denkt dan bij jezelf: wat kan ons dat nu overkomen, dat is toch allemaal overdreven? Neem dan eens de boot van Gili Meno naar Bangsal in de namiddag, totaal overladen, op een ruwe zee. Aanvankelijk is dat allemaal nog plezant, een boot die denkt dat ze de Marie-Louise is en vrolijk op en neer door het water gaat. Vervolgens moet je een manoeuvre maken omdat een passerende speedboat toch wel voorrang blijkt te hebben en worden de golven nog wat groter.

Het is op dat moment, wanneer de locals beginnen te gillen en de kapitein beginnen te verwensen (gokken we) dat hij een beetje voorzichtiger moet zijn, dat we denken: volgende keer de speedboat nemen. Water spat vrolijk op de mensen aan boord. De gillende locals gaan op zoek naar zwemvesten. Eén iemand vindt een zwemvest – altijd bemoedigend – en klampt er zich aan vast. Op dat moment begin je aan overlevingstechnieken te denken: Waar zit dat zakmes om dat zeil hier kapot te snijden? Langs waar kan ik het best ontsnappen? Ondertussen helt de boot steeds verder over bij elke volgende golf.

En dan plots, de haven. Er breekt nog net niet spontaan een applaus uit. Iedereen is in een mum van tijd de boot af. Wij laten wat begaan. Pattooo (ja, met Drie ‘O’s’) staat al op ons te wachten. Radja Nainggolan, Eden Hazard, Fellaini, Romelu Lukaku. Hij kende ze nog steeds allemaal. Nog nooit zo blij geweest op vaste grond onder onze voeten te hebben.

Volgende keer toch maar de speedboat?

10 redenen waarom Gili Meno het beste Indonesische eiland is

Indonesië bestaat uit meer dan 14.000 eilanden. Na een praktijkstudie van vier eilanden is het dan ook ruim tijd voor een conclusie: Gili Meno is het beste Indonesische eiland. En wel hierom:

1. George De Aanhankelijke

IMG_20171204_084510_368

George miauwt de hele buurt wakker en komt vervolgens op je schoot liggen. George weer van je schoot afkrijgen: onmogelijk

2. Minerva De Hongerige

IMG_20171205_205833_982

Minerva spoort het eiland af op zoek naar voedsel. Eens het doelwit in zicht wacht ze geduldig af. Minpunt: bij gebrek aan geduld durft Minerva op tafel springen. Pluspunt: Minerva steelt geen voedsel.

3. Jos De Apathische

IMG_20171205_205911_527

Jos slaapt de hele dag. Werp je stiekem voedsel op de grond dan kijkt hij van ver naar je en valt vervolgens terug in slaap.

4. Ben De Magere

IMG_20171205_205947_600

Ben is zodanig mager dat je besluit hem eten te geven. Ben eet alleen voedsel dat op zijn poot ligt; alles dat de grond geraakt heeft, is afval voor Ben.

5. Lieve De Schurker

IMG_20171205_210052_155

Lieve loopt graag voor je benen. In haar handtas zit een verborgen camera waarmee ze hoopt struikelende toeristen te filmen. Goed geprobeerd, Lieve.

6. Pieter De Dorstige en Marlène De Slokop

IMG_20171205_210156_864

Pieter en Marlène zitten graag bij de haven. Na enkele pogingen om te drinken uit een verhoogd voetbad, besluiten ze het te houden bij enkele makkelijkere voedselopties.

7. Victor De Slaperige

IMG_20171208_151656_598_1

Victor slaapt graag. In zijn slaap maakt hij graag stuiptrekkingen met zijn neus. Victor wordt niet graag opgepakt, want dan miauwt hij tot zijn mama komt. Mamaskindje.

8. Edwin De Gemanierde

IMG_20171208_151509_542_1

Edwin ligt graag bij mensen tijdens het middagmaal. Edwin zaagt niet voor eten. Hij wilt alleen een beetje knuffels.

9. Beatrice De Prachtige

IMG_20171208_154258_867_1

Beatrice doet graag dienst als straatmeubel. Zo maakt ze de straten van Gili Meno alweer een beetje prachtiger.

10. Minnie De Tijger

IMG_20171208_154343_738_1

Minnie is een echte hustler. In ruil voor een foto moet je haar verplicht minutenlang strelen.

* Om de katten van Gili Meno te beschermen zijn hun namen gewijzigd.

Voor de heidenen die niet zo erg into katten zijn, ook nog even tien andere redenen:

1. Gili Meno kent geen gemotoriseerd verkeer. Op het hele eiland rijden twee elektrische bromfietsen, waarvan eentje volledig Hello Kitty is. Ah lap, ik ging zwijgen over katten zeker?

IMG_20171209_154654_344

Meest gebruikte vervoersmiddel op Gili Meno: bootjes.

2. Gili Meno is het kleinste Gili-eiland en het minst ontwikkelde. Dit betekent ook het minst toeristische en het meest pure.

IMG_20171205_210018_232

Weg, palmbomen en één van de vele dagelijkse vuurtjes op Gili Meno.

3. Dit eiland heeft enkele prachtige duikplekken en staat bekend om zijn schildpadden. We werden niet teleurgesteld.

IMG_20171208_143946_711

Turtle Heaven doet z’n naam alle eer aan.

IMG_20171208_134231_285

Modelvaardigheden: 1-0 voor de schildpad.

IMG_20171208_134156_067

Vreemde slaaphoudingen.

4. Los van de schildpadden heeft Gili Meno – ondanks het bomb fishing van enkele jaren geleden – mooie stukken koraal en rijk zeeleven. Mooiste moment van de duik: een school catfish die ritmisch tesamen bewoog.

IMG_20171208_132800_051.jpg

Omdat onscherpe foto’s meer zeggen dan geen foto’s.

5. Geen geld of zin om te duiken? Snorkellen loont hier ook.

IMG_20171208_133402_560

Sculptuur van Jason deCaires Taylor, bedoeld om een nieuw koraalrif te maken.

IMG_20171208_133939_483

Veel koraal is er nog niet, maar de vissen zijn wel al aanwezig.

IMG_20171208_133154_846

Volledig zicht op het beeldwerk.

6. ‘s Avonds kan je hier in alle rust genieten van prachtige stranden en zonsondergang; zonder massatoerisme.

IMG_20171208_190458_301_1

Sunset in ons eigen privé-restaurant.

7. Het hele eiland kent een 500-tal inwoners en geen criminaliteit: een heel erg relaxte sfeer is het eindresultaat.

IMG_20171204_160401_227.jpg

De enige criminele activiteit op Gili Meno? Hipsterfoto’s trekken.

8. Door het kleine formaat kan je het hele eiland afwandelen op ongeveer 1 uur.

IMG_20171209_154606_412.jpg

Een uurlang wandelen met alleen dit soort uitzichten.

9. De plaatselijke inwoners zijn supervriendelijk. En niet alleen omdat ze het Belgisch elftal vanbuiten geblokt hebben.

IMG_20171205_210309_878.jpg

‘s Avonds mijmeren na het vissen.

10. Het ligt slechts op 143 meter van België. Ideale weekend-uitstap dus.

IMG_20171204_160317_174

Dichtbij (t)huis.

Second date with Bali

Liefste Bali,

Ik was hard voor je toen ik je pas leerde kennen. Misschien was het cultuurshock. Misschien was het gewoon de ondraaglijke hitte die je uitstraalt. Of een mix van beide.

Ik ben graag eerlijk met je: ik ben naar een ander eiland geweest. Flores, was zijn naam. Bij mijn eerste blik op het eiland was ik stevig underwhelmed. Er werd overwogen om Indonesië voortijdig te verlaten. Toen werd ik verliefd. Op Komodo.

IMG_20171129_173051_767_1

Eén van de vele eilandjes vlakbij Labuan Bajo

Niet op de komodovaraan. Die varanen liggen in grote getale te chillen bij de keuken van de ‘rangers’. Die rangers blijken gidsen die niet graag gidsen. De varaan – die geen eten krijgt bij de keuken – blijkt een rustige diersoort die zichzelf graag kwelt. Of ze krijgen er toch eten. Kies zelf maar de meest geloofwaardige optie.

IMG_20171129_173217_011_1

Komodovaranen, vlakbij de keuken van de rangers.

Op zo’n dubieuze vorm van massatoerisme kan ik niet verliefd worden. Nee, het was aan het talrijke onderwaterleven dat ik mijn hart verloor.

Daarom, Bali, geef ik jou een tweede kans. Ik ben intussen gewend dat ik permanent nat ben van het zweet. Ik ben intussen gewend dat ik 56 keer gevraagd word om op een motorfiets te stappen. En we spreken één ding af: ik mijd jouw apen. Als toerist moet je je sowieso ethische vragen stellen bij o.a. het Ubud Sacred Monkey Forest. 

Bali, onze tweede date was beter dan de eerste. Het begon met een voorstelling van de Barong en Kris dans. Ditmaal op een minder toeristische plaats en met lokale (Indonesische) toeristen in het publiek. Vreemd soort van humor, Indonesisch, trouwens. De bric-a-brac kostuums van de bijrolspelers waren charmant; de prachtig uitgewerkte kostuums van de hoofdrolspelers onvergetelijk.

IMG_20171202_220237_104

De Barong

IMG_20171202_223007_395

Superveel zin in.

IMG_20171202_223043_652

Typische Balinese dans.

Vervolgens volgden er enkele onvergetelijke tempels. De Elephant Cave (Goa Gajah) heeft een kenmerkende Indiana Jones ingang. Het meest indrukwekkende vond ik echter de mix tussen hindoeistische en boeddhistische elementen. Een prachtig pad leidt naar een boeddhistisch schrijn.

IMG_20171202_223221_922

Goa Gajah

IMG_20171202_223321_761

Pad naar de boeddhistische tempel bij Goa Gajah

IMG_20171202_223346_675

Offers.

Gunung Kawi had mooie – lege – rijstterrassen en ook het tempelcomplex zelf werd niet overrompeld door toeristen. Verfrissend.

IMG_20171202_223625_300

Gunung Kawi.

IMG_20171202_223531_627

Van dichterbij.

IMG_20171202_223849_043

Rijstvelden vlakbij Gunung Kawi.

Even verfrissend: Pura Tirta Empul, de tempel van het heilige water. Op het moment dat wij er waren regende het stevig – wat veel toeristen misschien afschrikte. In het water zagen we hindoes het reinigingsritueel uitvoeren. Een prachtig zicht. Ik moet toegeven, Bali, ik begon je te appreciëren.

IMG_20171202_224148_228

Reinigingsritueel bij de Tempel van het Heilig Water.

IMG_20171202_224019_129

Het water is zodanig diep dat kindjes gedragen moeten worden.

IMG_20171202_224416_903

My kind of fish soup.

Toen maakten we een kapitale fout: de Tegallalang Rice Terraces. Bij aankomst werden we twee keer aangerekend (lees: één keer opgelicht). Vervolgens stonden we op het meest gefotografeerde rijstterras ter wereld (noot: niet wetenschappelijk bevestigd, louter aanvoelen). Er waren 43 Insta-fotoshoots bezig. De rijkste uitslover had z’n drone mee waardoor ik continu dacht dat ‘s werelds grootste wesp in de nabijheid was. Je moest je langs de Insta-shoots een weg naar beneden navigeren.

IMG_20171202_224755_596

Insta-shoot nummer 23.

Ik werd overmoedig. Om de perfecte foto te nemen zou ik drie meter van het pad afwijken. Ook minder toeristen in beeld dan. Minder toeristen, meer rijst én verse bananen in beeld. Missie genoteerd. Intussen ademden twee nieuwe toeristes in m”n nek. Drie stappen van het pad af, gebeurde het.

IMG_20171202_224723_402

Rijst.

Bali, I let my guard down and you took advantage of me. Na drie luttele stappen op het rijstterras voelde ik de zwaartekracht op mij inwerken. Mijn linkerbeen verloor eerst haar stabiliteit en ging met enige vorm van dramatiek de lucht in. De peperdure camera en lens die ik rond mijn nek had hangen moest gered worden van het spektakel dat zich aan het afspelen was. Met een vreemd soort spagaat probeerde mijn rechterbeen de situatie recht te trekken. Tot mijn grote horror zag ik het rechterbeen 30 centimeter diep in modder zakken tot enig teken van schoen/voet/onderbeen volledig verdwenen was. In ‘s werelds meest bevreemdende houding lag ik verzonken in de modder op het meest toeristische rijstterras ter wereld.

IMG_20171202_224615_129

‘s Werelds bekendste rijstveld. Ongeveer ter hoogte van het hutje in het midden van de foto oefende ik mijn manoeuvre uit.

De twee toeristes die achter me liepen, maakten supersnel rechtsomkeer en deden alsof ze niets gezien hadden. Toch een beetje waardigheid dat me gegund was. Ik krabbelde recht, verzekerde Jonas dat het fototoestel in orde was – ik ken zijn prioriteiten. Vervolgens ging ik – intussen lokaal bekend als het moddermonster – op zoek naar een stroompje om mij af te spoelen. Zo verbleef ik een halfuur op ‘s werelds beruchtste rijstterras. Tien minuten Insta-shoots omzeilen, 1 minuut fotograferen, 19 minuten mezelf presentabel maken.

Sindsdien leef ik in voortdurende angst. Angst dat die mottige drone mijn niet zo gracieuze val geregistreerd heeft en dat ik binnenkort op een lokale luchthaven herkend zal worden als YouTube fenomeen.

Dus Bali, yet again I think we should see other islands.

IMG_20171202_224904_871
Beeltenis van mijn gelaatsuitdrukking toen ik in de modder lag.

Rondtrekken in Indonesië

Transport in Indonesië is altijd een avontuur:

  • Hoe vaak gaan we op vijf minuten gevraagd worden of we transport nodig hebben?
  • Hoeveel gaan ze ditmaal aanrekenen?
  • Zitten we in een bonafide taxi of worden we opgelicht met onze ogen open?
  • Hoe kan je je evenwicht bewaren op een motorfiets met bamboestokken van 7 meter op je schouder?
  • Is die motard eigenlijk al twaalf of begin ik zodanig oud te worden dat iedereen er zo jong begint uit te zien?
  • Met hoeveel mensen kan je op een motorfiets?
  • Met hoeveel motorfietsen kan je op één baanvak?
  • Hoe gaat die boot er in godsnaam uitzien?
  • Is dat eigenlijk wel een boot?
  • Hoeveel boten gaan we moeten overklimmen om tot onze boot te geraken? (*)
  • Hoeveel gaan we moeten betalen om een voet op deze haven te mogen zetten?

(*) Het maximum dat we al gedaan hebben ligt voorlopig op vijf.

IMG_20171202_225350_944

Word ik oud of zijn dit écht nog kinderen?

Omwille van permanente veiligheidsproblemen met boten – zeker tijdens het regenseizoen waar we momenteel volop in zitten – gaat onze voorkeur voor lange afstanden naar het vliegtuig. Ironisch genoeg kost dit niet meer dan een (betrouwbare) boot.

IMG_20171129_174913_988_2

Zicht op de haven van Labuan Bajo; met goede, doorsnee en minder goede boten.

Voor geen geld word je van het ene eiland naar het andere gevlogen én kan je genieten van prachtige vergezichten. Je kan ook genieten van de chaos die het Indonesische luchtverkeer is: eindeloze vertragingen, twee vliegtuigen die tegelijk boarden aan dezelfde gate, geannuleerde vluchten, gates die zonder aan te kondigen wijzigen. Het went en geeft je tijd om… welja, blogposts te typen bijvoorbeeld.

IMG_20171129_175216_789_1

Indonesië telt meer dan 1000 eilanden. Altijd de moeite om over te vliegen.

IMG_20171202_225430_044

Oké, soms hangt er een motor in de weg.

Wat minder went: het gebedskaartje. In zes verschillende religies kan je je god oproepen om Haar/Hem te smeken het vliegtuig veilig te laten landen. Gewoon, voor moest je nog niet genoeg vliegangst hebben uit jezelf. Eén van de zes goden lijkt alleszins de juiste te zijn, want vliegverkeer blijft hier – net zoals wereldwijd – één van de veiligste transportmiddelen.

IMG_20171203_132356_713

Graag volgende zondag bidden voor ons.

IMG_20171129_175129_972_1

De blik van mensen met vliegangst nadat ze het gebedskaartje lezen.

De vulkaan en de gevolgen

Spoiler: Wij zitten op het moment van schrijven niet op Bali en dus ver weg van de rook en lava spuwende vulkaan. Het houdt ons echter wel een beetje tegen … maar #wearesafe enzo.

Het einde van onze duikcursus naderde en de berichten werden steeds minder rooskleurig. De Agung vulkaan in het noorden van Bali begon steeds meer en meer rook te spuwen. Mensen in de buurt werden geëvacueerd (velen wilden blijkbaar niet) en meer en meer berichten bereikten ons dat luchthavens wel eens gesloten konden worden.

Gelukkig zaten we nog niet meteen onder tijdsdruk. Het andere Amerikaanse koppel dat ook naarstig op zoek was naar een duikbrevet stond al wat meer onder stress, zij moesten maandag al terug aan de slag. Het was nu dinsdag en de vulkaan was nog niet eens uitgebarsten.

Ondertussen hadden we ook contact met de homestay in Denpasar. Pittig detail: om ons een beetje moeite te besparen, hadden we daar de helft van onze baggage achtergelaten. Dit zorgde ervoor dat onze volgende bestemming sowieso Denpasar diende te zijn. Alles bleek onder controle in Denpasar. De eigenaar maakte zich blijkbaar weinig zorgen (terwijl wij meer en meer berichten lazen over aswolken die over Denpasar passeerden). Fingers crossed, maar het mocht niet baten, op de dag van ons vertrek werd aangekondigd dat de luchthaven voor nog minstens 24 uur gesloten zou blijven. Onze vlucht werd gecancelled.

Maar opnieuw: wij hadden tijd. Vol goede moed trokken we naar de luchthaven. Te voet, ja, zo groot is Labuan Bajo. Even terzijde: het is al verdomd warm om half 9 in de ochtend als we te voet de ‘berg’ op klimmen.

De luchthaven stond gelijk aan een wreedzame chaos. We kwamen onze Amerikaanse duikvrienden opnieuw tegen die steeds groener lachten. De rijen bij Wings Air, onze luchtvaartmaatschappij, waren lang en leken niet vooruit te gaan. Gelukkig voor de Indonesiërs kunnen ze dan wel nog hun sigaretje opsteken om te ontstressen. Binnen. In de ‘Customer Service’ hal.

In de rij is er veel tijd om na te denken. Wat zijn de opties?

  • Een refund vragen: slecht idee, als je dan opnieuw een vlucht wil boeken, betaal je plots veel meer. Wings Air, net zoals alle andere maatschappijen strooiden kwistig met geld, maar dat leek ons absoluut geen goede oplossing.
  • De vlucht herboeken en hopen: de optie die wij kozen. We herboekten onze vlucht naar twee dagen later (vrijdag) en hoopten simpelweg dat hij zou vertrekken. Indien niet, dan stonden we gewoon weer bij de luchthaven en dan zouden we waarschijnlijk – en helaas – voor optie 3, 4 of 5 moeten kiezen.
  • De heel trage ferry nemen: Toegegeven, we zouden wel wat geld uitsparen, maar minimaal 36 uur doorbrengen op verschillende boten en bussen en bussen op boten, we zouden het niet uithouden. Een Indonesiër gaf ons zelfs de raad deze boot echt pas te nemen als het echt niet anders kon. Hij zou deze boot zelf nooit nemen. Dat zegt al iets.
  • De normaal trage ferry nemen: 2 Keer per maand komt er nog een andere boot langs. Duurder, maar wel direct, zonder al te veel stoppen. Nog steeds 24 uur onderweg. En guess what? Hij passeerde net op donderdag.
  • Een Booze Cruise boot, die per definitie 1 keer per jaar zinkt nemen: Op voorhand in België onderzocht. Gammele zelfgemaakte overjaarse boten vol dronken backpackers. Het is officieel, we voelen ons daar te oud voor en gezien wij Tripadvisor aanbidden, is het ook echt geen aanrader.

Wij kozen dus voor herboeken en horen ondertussen dat de luchthaven toch al terug open zou zijn. Spijtig, maar wij hebben ondertussen opnieuw een fun dive geboekt. Water van om en bij de 29°c en een tiental meter onder het zeeoppervlak schildpadden, manta’s en haaien spotten, daar zeg ik geen neen tegen.

IMG_20171202_192443_107

En joepie: de luchthaven heropent!

Ons eerste duikavontuur: Zijn versie en haar versie.

Zijn versie:

Maandenlang was het al hetzelfde liedje: “wij gaan duiken in Australië!”. Anneke die me probeerde te overtuigen om mij vrijwillig te laten verdrinken. Ik had er weinig zin in, vermoedelijk gewoon door het onbekende en ja, verdrinken sprak mij ook zo niet aan. Was ik even blij toen het heel duidelijk werd dat we te weinig tijd zouden hebben in Australië. Het paste simpelweg niet meer in de planning. Ik weet het, echt avontuurlijk klinkt dit allemaal niet.

‘Helaas’ was daar ook nog Indonesië. Indonesië heeft ook een aantal zeer mooie duikplekken en het plan om te leren duiken werd verdergezet. We zochten op Tripadvisor naar een goede duikschool en vonden veel positieve reacties op Blue Marlin Dive. Er werden mails uitgewisseld om wat informatie te verkrijgen (uit mijn naam uiteraard) en het leek steeds moeilijker te worden om er onderuit te geraken.

Ik onderging mijn lot en heb uiteindelijk aanvaard dat ik één van de komende dagen zou verdrinken, 10 meter onder het wateroppervlak. We schreven ons in. ‘Klaar’ voor 3 dagen cursus (PADI Open Water Diver).

Er waren in totaal 4 studenten. We werden vergezeld door twee Amerikaanse toeristen. Duidelijk meer het avontuurlijke type. Alles begon met een aantal uur gezellig video kijken en vraagjes beantwoorden. Deze video’s waren deels leerrijk (de bedoeling), deels hilarisch. Ja, ok, ik vind het belangrijk dat mijn snorkel qua kleur goed bij mijn bril past. Langs de andere kant, zeer onverwacht: mijn interesse was gewekt.

IMG_20171129_174839_164_1

Het oefenzwembad bij Blue Marlin Dive Komodo

Voor het eerst het zwembad in. Helemaal opgekleed met een volledige duikersuitrusting. Enkele opmerkingen:

  • Jeetje, dat weegt.
  • Die duikbril moet helemaal niet zo geweldig hard ‘plakken’ zoals ze ons al eeuwen wijsmaken bij het snorkelen.
  • Bestaat die uit uitrusting echt uit zoveel onderdelen?
  • Ik ga hier sowieso meteen zinken.

De basics: ademhaling onder water (steeds blijven ademen!), proper maken van de duikbril onder water en zwemmen zonder bril, “zonder lucht vallen” (of iemand anders helpen die zonder lucht valt helpen), en vooral: gewichtloos zijn. Jonas begon het zowaar leuk te vinden. Onze instructeurs Ecko (local) en Dima (Duitser) namen voldoende de tijd om ons gewoon te laten worden aan het onderwaterleven (ook al was dat momenteel nog gewoon een zwembad).

Voor het eerst het zoute zeewater in. Er volgende nog twee dagen met telkens twee duiken. Alvast een spoiler: ik typ dit zelf en ben dus niet verdronken. Zeewater is toch nog wat anders dan zwembadwater. Je blijft er namelijk beter in drijven. Even aanpassen dus.Ecko kon er helaas niet meer bijzijn omwille van familiale zaken en werd vervangen door Elisha. Zij had ons ook ingeschreven een aantal dagen eerder en straalde een soort kalmte uit waar we beide rustig van werden, want ja, we waren toch nog wel wat zenuwachtig.

En toen begon de madness. De BCD’s (Buoyancy Control Device – fancy woord voor duikvest waarmee je je eigen zwaartekracht kan regelen) liepen leeg, snorkels uit, regulators (ademen, blijven ademen!) in en we zakten naar beneden. Aanvankelijk zeer traag omdat we onze oren eerst wat moesten laten wennen. Daarna ging dit steeds vlotter en vlotter. Onze duikcomputer kroop stilletjes richting de 6, 7, 10 meter. Vrij hallucinant, en nog steeds niet verdronken.
IMG_20171202_192558_155

We’re okay.

Het onderwaterleven was adembenemend. Duik na duik leken we meer en meer te ontdekken. We doken ook steeds dieper, tot de grens van 18 meter bereikt werd. We kwamen tot rust onder water. Pluim voor Elisha die echt wel haar tijd nam. We lieten ons overdonderden door alle vissen, groot en klein die overal rondom ons heenzwommen en alle prachtige koralen onder en naast ons. In een volgende duik kwamen we minstens 10 schildpadden tegen, waarvan enkele echt wel gigantisch groot. Topmoment van de duik: het slow motion gevecht tussen twee schildpadden voor een plaatsje op een koraal.

IMG_20171202_192512_060

Jonas bekijkt het slow motion gevecht om de beste slaapplaats van het rif.

Een nieuwe verslaving begon zich aan te dienen. Helaas nog geen manta’s of haaien. We hadden ons ‘examen’ succesvol afgerond en moesten nog één skill proef goed afronden: 10 minuten drijven op de zee. En dan was het zover, we waren beide Certified Open Water Divers (PADI). Nooit gedacht dat het zover zou komen. Terug aangekomen bij het duikcentrum/hotel/restaurant werden de foto’s genomen voor het certificaat en werden de logboekjes ingevuld. Het was allemaal officieel nu.

Einde van ons eerste duikavontuur? Neen. Er was een vulkaan op Bali die er anders over besliste. We boekten ons opnieuw 2 FUN Dives (geen les meer nu, nu gewoon for fun!) en trokken weer op pad. Deze keer met Toby, de snelste boot van Labuan Bajo. We hadden het geluk dat Elisha opnieuw van de partij was.

Nog meer geluk? Deze twee laatste duiken waren fantastisch. Opnieuw heel veel mooie vissen en kleine zeediertjes (het aantal ‘Nemo’s’ dat we zijn tegengekomen was niet te tellen) en schilpadden. Maar vooral – en toen vergat ik toch wel heel even te ademen – drie gigantische Manta’s die rondjes zwommen, vlakbij ons. Nooit gedacht dat deze zo groot zouden zijn en dat ze zo dichtbij zouden komen. Om het verhaal compleet te maken poseerden we ook nog even naast een slapende White Tip Shark. Uiteindelijk werd hij wakker en ging hij er vandoor. Te gek voor woorden.

IMG_20171202_192757_903

Anemoonvissen – dankzij Disney ook beter gekend als nemo’s.

Eens terug boven het wateroppervlak kreeg ik de big smile niet meer af mijn gezicht. Zelfs nu is het nog steeds moeilijk. Dit was een fantastische ervaring. Bedankt om me te overtuigen, Anneke!

IMG_20171129_174816_814_1

Happy as a clam!

Haar versie:

Traantjes werden gejankt toen bleek dat we tijd noch geld hadden om in Australië te duiken bij het Great Barrier Reef. Eén van mijn ‘must do’ puntjes kon niet afgevinkt worden. Jonas leek dit fantastisch te vinden. Hij leek even vergeten dat mijn nummer één eigenschap – volgens hem – mijn doorzettingsvermogen is. Mijn eerste woorden op Indonesische bodem waren dan ook: duiken, Komodo?

En dan ging het zoals het altijd gaat wanneer ik geniale ideeën heb: de uitwerking was iets minder dan het idee. Op dag 1 van de PADI Open Water Dive Course had ik al onmiddellijk spijt van mijn doorzettingsvermogen. Eerst moesten we ons urenlang worstelen door video’s die alleen maar tonen wat er allemaal kan mislopen tijdens het duiken. Vervolgens moest ik – helemaal getraumatiseerd – in het zwembad om te oefenen. Ik veranderde in een dramalama en dat was een slecht idee: lama’s zijn helemaal geen zeedieren!

IMG_20171129_175018_554_1

Zelfs Bart Cannaerts’ evil twin kon me niet geruststellen tijdens de duikcursus.

Eens terug op hotel leek Jonas er al meer zin in te hebben. Ik rondde de discussie diplomatisch af – nog voor ze begonnen was – met een: ‘Ik doe gewoon die 3 dagen en dan daarna duik ik nooit meer.’ 

Bij de eerste duik (Sabolan Besar) in het open water deed ik het zowat in mijn broek. We moesten voor het certificaat nog heel wat testjes doorlopen, het equalizen lukte niet zo goed en mijn lichaam – dat sowieso al lak heeft aan de dagelijkse zwaartekracht – deed in het water maar wat rare semi-oncontroleerbare bewegingen.

Toegegeven, de vissen werkten wel kalmerend, maar de druk op mijn oren was dan weer zenuwslopend. Gelukkig had ik de kalmste instructrice ter wereld die me bijna centimeter per centimeter liet dalen en daar breed bij bleef glimlachen. Engelengeduld in een mensenlichaam. Ook bij duik nummer twee (Sabolan Kecil) bleef ze me steunen.

En toen was daar duik nummer drie (Siaba Besar). Onbeschrijflijk mooi. ‘I like to call it turtle soup‘, zei één van de leerling Dive Instructors op de boot. Beter kan een duiksite niet omschreven worden. Het equalizen werd makkelijker en de rust die de schildpadden uitstraalden werkte aanstekelijk. Ik dacht dat ik twee schildpadden romantisch zag spelen; bleek het vechten te zijn. Tja, hangt van je definitie van romantiek af zeker? Ik zag gigantische schildpadden, kleine schildpadden, duikende schildpadden, stijgende schildpadden: you get it. Na deze duik voelde ik me thuis en gleden alle zorgen van me af. We deden onze laatste oefeningen; hadden nog een vierde duik (Mauan) te gaan en waren vervolgens PADI certified. Met pijn in het hart zouden we Komodo verlaten…

IMG_20171202_192443_107

Green Sea Turtle Soup @ Siaba Besar

IMG_20171202_192407_840

Verstoppertje spelen.

… Ware het niet dat de assen van Mount Agung (Bali) richting Denpasar waaiden en onze vlucht zo geannuleerd werd. Eerste idee: duiken. Twee extra fun dives in het logboek en wauw: wat een duiken. We bezochten opnieuw dezelfde sites (Mauan en Siaba Besar) en leerden zo uit eerstehand dat je naar dezelfde plaatsen kan duiken en totaal andere belevingen kan hebben.

Bij Mauan gingen we opnieuw op zoek naar manta’s. Die hadden we bij de vorige duik niet gevonden. Helemaal in het begin van duik horen we Elisha – nog steeds de beste instructrice ter wereld – op haar gastank tikken. Reef manta! In de verte zien we een grote flapflap. Indrukwekkend, maar super ver. Dat nemen ze ons al niet meer af, terwijl we voorbij het rijke zeeleven (koraalduivels, zeekatten, anemoonvissen, prachtig koraal,…) zwemmen. Zodra de duik afgerond wordt, gebeurt het. Drie rifmanta’s cirkelen rond ons. Ze komen steeds dichter en dichter. Het feit dat onderwater alles dichterbij lijkt dan het daadwerkelijk is, helpt ons hier ook. Ze zwemmen langs ons, boven ons, onder ons – als in een hypnotiserend ritueel. Nooit in mijn leven zag ik iets van zo’n ontastbare schoonheid.

Bij Siaba Besar werden we opnieuw deel van onze schildpaddensoep. Wat ons de eerste keer niet gegund was – ook omdat ik omwille van mijn oren niet diep genoeg kan toen – was ons nu wel gegund. Opnieuw een droom die werkelijkheid werd – en de eigenlijke reden waarom ik per se wilde leren duiken: een haai. Een white tip reef shark lag op de zanderige bodem te rusten.

IMG_20171202_192722_524

Sharks aren’t the problem.

Dus, #ehsaldmcchallenge: Opdrachten nummer 8 en 18 zijn bij deze hopelijk ruim geslaagd. Beoefen een nieuwe sport (check: duiken) en zwem met een dier (dubbelcheck). Als diehard strebers hebben we zelfs alle voorbeelddieren afgevinkt: schildpad, haai en zee-egel. Waren ook van de partij: zeeslang, mureen, papegaaivis, anemoonvis, koraalduivel, zeekat, koffervis, sweetlips, giant pufferfish, kreeft, krab, zeenaaktslak, zeester en ontelbaar veel andere prachtige vissoorten. Hoezeer ik ook zot word van het leven op het Indonesische vasteland, zodanig zot ben ik nu al van het onderwaterleven. A new love is born.

IMG_20171129_173613_462_1

Zee-egels (en een schooltje kleine visjes) in het ondiepe water bij Komodo National Park.

IMG_20171202_192642_726

Giant pufferfish – denkt de bioloog in ons.

IMG_20171202_192621_233

Zeenaaktslak, eveneens een gok van de ongetrainde bioloog in ons. Tijd om die biologieboeken nog eens boven te halen.

Extra informatie:

  • Er ontbreken nog wat foto’s die we later hopelijk kunnen toevoegen.
  • Wij leerden duiken bij Blue Marlin Dive (Komodo) http://www.bluemarlinkomodo.com en bevelen dit aan iedereen aan. Doe ze daar de groeten van ons!