Next stop: Coober Pedy!

Vandaag opnieuw op de planning: rijden, rijden, rijden. Enige stad van noemenswaardige grootte op he traject: Coober Pedy. Meteen ook de enige stop waar we tijd spenderen.

received_10155082687118932

Oude Mining Truck.

En terecht. Cooper Pedy is een fantastische stad. Het ligt middenin de opaalmijnen en de stad kenmerkt zich door twee zaken: opaal en (auto)wrakken. Wanneer je aankomt, meen je je in een filmdecor. Heel wat huizen, kerken, motels,… zijn ondergronds – om de warmte te overleven – en boven de grond zie je het ene na het andere autowrak.

received_10155082688018932

Wrakken, wrakken en nog meer Wrakken.

received_10155082689178932

Een ander type wrak. (Filmrekwisiet uit de film Pitch Black)

Hoogtepunt? Toen we naar een uitkijkpunt over de ‘stad’ reden en in één of andere kunstinstallatie terecht kwamen. Schreeuwerige bordjes over uitzichtpunten, overal kapotte computers en white men totempalen. De twee Amerikanen die er na ons stopten begrepen er niets van: What is this? This is rubbish.

received_10155082688778932

Statement.

received_10155082686663932

Kunst: Drugskot met computerscherm.

received_10155082689143932

Hint. Even verder moesten we ook zeker eens over het muurtje kijken.

received_10155082686903932

Bizar!

Exact, Amerikaanders, exact. Think about it.

Ook leuk vandaag: een road train bomvol kamelen. Drie aanhangwagens vol kamelen, jongens! Ja, in de Outback heb je niet altijd even veel entertainment, dus je neemt wat je krijgt.

received_10155082700138932

Road train met kamelen.

King’s Canyon

Vandaag staan we schrijnend vroeg op: 5 uur ‘s ochtends gaat de wekker en maken we ons klaar. Reden? We willen voor de hitte de wandeling in King’s Canyon tot een goed einde brengen. De gids raadt ons aan om voor 9 uur te starten. Enige probleem? We zitten nog steeds in Outback Australia – met Gerry, de two wheel drive campervan – dus we kunnen ons enkel bewegen over asfaltwegen. De rit naar King’s Canyon? 3,5 uur rijden. Just a normal day in the Outback.

received_10155082690893932

King’s Canyon

received_10155082691203932

Mind your step!

De wandeling zelf kende een pittig begin, maar werd al snel een pak makkelijker. Hoogtepunt? Toen onze eerste Skippy zich openbaarde en vrolijk over het pad sprong*.

received_10155082689853932

Skippy!

* In realiteit ging dit zo: Skippy zat in de rotsige bosjes, zag ons en bleef minutenlang angstig stijf stilstaan. Wij deden hetzelfde. Na een minutenlange stand-off zag Skippy in dat wij geen bedreiging vormden en sprong ze aan recordtempo van de berg af. Hierbij negeerde ze alle bordjes die melden dat je 2m van de rand van de klif moet blijven.

 

 

received_10155082690433932
Trapjes!
received_10155082689948932
Anneke.

Kata Tjuta – The real MVP

Vlakbij Uluru ligt Kata Tjuta – letterlijk vertaald: ‘veel hoofden’. De Engelstalige Australiërs noemen het gewoonweg ‘The Olgas’. Kata Tjuta is een hoop rotsformaties vlakbij elkaar; en – laten we eerlijk zijn – eigenlijk nog een pak indrukwekkender dan Uluru. Of dat vind ik dan toch.

received_10155082693643932

Valley of the Winds

We beginnen ‘s ochtends aan de wandeling Valley of the Winds. Een wandeling met zo’n sprookjesachtige naam kan niet anders dan prachtig zijn. Al die pracht komt wel met een prijs: het is een relatief stevige wandeling met behoorlijk steile stukken. ‘s Middags bereikt de temperatuur z’n hoogtepunt: gelukkig klokken we vandaag af op ‘maar’ 29°C.

Dat en het feit dat de wandeling z’n naam alle eer aandeed, maakte het een aangename wandeling met mooie vergezichten. Enige nadeel: Jonas is nog steeds Lord of the Flies.

received_10155082693668932

Valley of the Winds

received_10155082694258932

Valley of the Winds

received_10155082693078932

Fotogeniek.

Na twee wandelingen rijden we richting camping om onze campervan – Gerry – op orde te zetten. Een Chinese vrouw wou ‘m al kopen, dus we moeten ervoor zorgen dat-ie blijft shinen. We koken noedels en onze camping skills gaan weer met +1.

Het omgekeerde kan van het budget gezegd worden. Door de liters dure benzine zitten we intussen al enorm boven budget. Gerry is niet het meest ecologische paard ter wereld en dus ook niet het meest budgetvriendelijke. Maar los daarvan is de relatie intussen toch al verbeterd.

De Grote Rode Steen: Uluru

Vandaag is het zo ver. De Grote Rode Steen openbaart zich aan ons. Opnieuw zitten we een halve dag in de wagen, om dan eindelijk het icoon van Australië te zien opdoemen.

We arriveren in de vroege voormiddag en rijden de Uluru (Ayers Rock) volledig rond. Hier en daar wagen we ons aan een kleine wandeling. De temperaturen zijn gelukkig wat gedaald; het aantal vliegen ook. Jonas denkt daar anders over. Hij heeft zich ontpopt tot een letterlijke Lord of the Flies en zodra hij één stap uit de wagen zet, komen de vliegen massaal op hem zitten.

received_10155082696308932.jpeg

Lord Of The Flies

received_10155082695708932

Uluru – Detail

‘s Avonds parkeren we onze campervan bij Uluru en wachten we op zonsondergang. Soms was het moeilijk in te schatten wat het grootste spektakel was: de rotsformatie of de toeristen die mee met ons de zon wilden zien ondergaan. Zo was er het Aziatische stel dat zich naast ons parkeerde (neem dit maar heel letterlijk: we zaten buiten op een stoeltje en de uitlaat van de wagen stopte op 10 cm van mijn nek). Vervolgens openden ze hun deur onzacht tegen de wagen van het Franse koppel ernaast. Er werden papieren ingevuld, gebeld naar Avis, gezucht en vuile blikken uitgewisseld.

received_10155082689558932

Uluru Sunset

Bijna zou je vergeten naar voor te kijken, waar Uluru van kleur verandert: van bruin, naar oranje, rood en terug bruin. Een moment van zalige rust.

received_10155082694743932

Vandaag is Rood.

 

11 Oktober: De tocht naar de rode steen

Vandaag op de planning: nog meer rijden. Wilt men de Grote Rode Steen zien, dan moet men veel kilometers vreten. Of binnenlandse vluchtjes boeken, maar dat is toch maar half de charme, right?

We rijden van Tennant Creek naar Alice Springs. Onderweg niet veel te beleven. In Barrow Creek stoppen we even bij een one stop shop: benzinepomp, bar, restaurantje,… Hier ontmoeten we Michael, de eigenaar. De bar hangt opnieuw propvol souvenirs: bankbiljetten, petten, kaarten. Het lijkt wel een constante. In tegenstelling tot Daly Waters praat Michael maar al te graag met ons. Of we uit het Vlaamse, Franstalige of kleine Duitstalige deel van België komen, wilt hij weten. Hij is ook heel fier: Bert Longin heeft hem enkele dagen eerder zijn truitje gegeven. Longin rijdt met de Solar Challenge mee. Michael denkt dat Nederland of Japan de Challenge zal willen. Het gaat altijd tussen die twee landen, verzekert hij ons vijf keer.

Wanneer we onze benzine betalen, zegt hij ook fier dat hij een sticker heeft van dat ene Belgische radiostation. Studio Brussel? Yep. Alle andere doen er niet toe, zegt hij zelfverzekerd. Alvorens nog een pet van Passchendale boven te toveren.

Een vreemde wereld hier in de Outback. Zo ver weg verwijderd van alles en deze man heeft allicht meer nationaliteiten ontmoet dan de doorsnee wereldreiziger.

We stappen onze auto in en rijden opnieuw verder.

Roadtrip! Daly Waters – Tennant Creek

Vandaag staat er niets op de planning. Alleen: rijden!

We moeten van Katherine Gorge (Nitmiluk) NP naar Alice Springs geraken. Dat lukt niet in één rit. Omdat het sterk afgeraden wordt om in het donker te rijden, rekenen we uit dat we ter hoogte van Tennant Creek halt zullen moeten houden.

Onderweg begint de dag somber: al snel staat de teller dode wallabies hoger dan de teller gespotte levende exemplaren. Eén van de redenen waarom je hier best ‘s nachts niet rijdt. De dieren worden aangetrokken door de lichten van de wagens en de Stuart Highway is één groot kerkhof.

Die Stuart Highway is ook gigantisch lang. Hij verbindt Darwin (in het noorden) met Adelaide (in het zuiden). En langs de weg liggen om de 100 à 200 km dorpjes. Of wat ervoor moet doorgaan: een benzinepomp, winkeltje, motel en politiekantoor. Een vreemde ervaring. Vandaag leggen we ongeveer 700 km af. In totaal klokken we af op ongeveer 1200 km op de teller.

received_10155075335583932

Daly Waters Pub

We maken vandaag maar één echtestop: Daly Waters. Daar ligt de Daly Waters Pub, één van de oudste pubs van Australië. De muren zijn bekleed met visitekaartjes, petten, nummerplaten en BH’s. We beslissen om hier ook te eten: de afgelopen twee dagen waren culinair geen succes. Ze waren zelfs zodanig onsuccesvol dat we vertrouwen hebben dat deze schuur in de zinderende hitte betere dingen op tafel zal brengen dan wat we zelf kunnen.

Een half uur later staan er 2 burgers en een mandje vol frieten voor onze neus. Het eten smaakt, maar maakt de ondraaglijke warmte er niet beter op. De oudste pub van Australië heeft nog altijd geen airco. Gelukkig draaien er wel zot veel fans, maar die verplaatsen uiteindelijk ook alleen maar warme lucht.

received_10155075335763932

Joepie! Eten (vettigheid alom)

Eens terug in de campervan rijden we door tot Newcastle Waters: een spookstad. Al snel komen we een bord tegen dat dit Aboriginal Land is. Dat betekent maar één ding: terugdraaien. Zonder toelating verder rijden zou namelijk een hoop geld kosten.

En zo rijden we de gigantisch lange rit verder, altijd rechtdoor, tot in Tennant Creek. We zijn de thermometer stijgen: van 32°C ‘s ochtends (8u) naar 39°C in de vroege namiddag. We vrezen dus voor het ergste bij het uitstappen, maar plots is daar: wind. Na 48 uur zonder wind, is hier plots wind. Minder vochtigheid. Het is zowaar aangenaam terwijl ik dit typ. En het beste: na 2 dagen op campings vol spinnenwebben en dode kevers in de douches, zijn we plots in het walhalla van de propere douches beland. Dat vierden we door voor de eerste keer een échte maaltijd te prepareren (en voldoende voor de volgende dag). Camping skills: 1. We gaan er nog komen.

received_10155075335848932

Plaatselijke tankstation van Daly Waters, inclusief helicopter en verwijzing naar McDonalds ‘even’ verderop.

Outback day 2: Nitmiluk

Deze post werd oorspronkelijk geschreven op 10 oktober 2017.

Gisteren was een vreemde dag. We trokken verder de Outback in: van Litchfield NP naar Katherine Gorge (Nitmiluk) National Park. Na een rit van ongeveer 4 uur komen we aan in Nitmiluk. Hier hebben we een kayaktocht geboekt door de gorge. Er waren 2 momenten om deze te starten: 8u30 of 12u30. Wanneer we hier om 12u00 aankomen staat alles al in rep en roer: we moeten onmiddellijk richting kayak; iedereen moet zich 30 minuten op voorhand melden.

Onder de bloedhete zon (ergens tussen 32 en 40 graden Celcius) begeven we ons 400m verder richting kayak-platform. Wat op scherm een makkelijke tocht lijkt, eindigt in realiteit met bezorgde blikken richting mezelf. Na 400m sta ik al nat in het zweet en drink ik ad fundum een hele liter water leeg. Bovendien hebben we nog niets gegeten en vonden we slechts één salade met rode bonen terug. Deze delen we snel met twee alvorens de kayaktocht te beginnen.

received_10155082697118932

Kayakken genoeg voor zeven toeristen.

Eens op het water is alles beter. Of toch nadat ik mijn poep bijna verbrand aan het stoeltje van de kayak. De Australiër gooit er met weinig empathie wat water op. ‘Zo dadelijk voelt alles beter’, spreekt hij profetisch. Het kayakken ging vlot – vooral dankzij Jonas, ik maak me geen illusies – en Katherine Gorge was wondermooi. We sluiten de kayaktocht af met een zwemmetje in de kloof. Enkele Scandinaven maken vreemde bewegingen onder water. Ook hier toont de Australische gids weinig interesse in. Mijn theorie dat alle empathie en interesse uit mensen zweet zodra 30°C bereikt wordt, lijkt gestaafd.

received_10155082696773932

Anneke, in een not-Jani-proofed outfit met veel te grote reddingsvest, pet én lange T-shirt. Jonas in een betere outfit. Maar wie zal de battle of the sun winnen?

We kamperen ook in Nitmiluk National Park. Ideaal, want na de kayaktocht en wandeling van 400m (!) moeten we ons permanent verkoelen. Dit doen we door in het zwembad te springen. Jonas is zwaar verbrand. ‘Ik smeer mijn voeten en benen nooit in’, zegt hij. Het resultaat is ernaar. In het zwembad voelt alles goed, eens uit het zwembad hebben we 2 minuten koud. Het beste gevoel ter wereld. Daarna stijgt onze lichaamstemperatuur weer en zijn we amper in staat te bewegen. We warmen in de microgolf een instant noodle maaltijd op. Alleen de plaatselijke wallabies kunnen voor verstrooiing zorgen. Maar we zijn te tam om ons fototoestel of GSM te gaan halen. Door de hitte zijn we al helemaal ingeburgerd.

‘s Nachts trek ik de camping rond op zoek naar soortgelijke campervans en tips om te slapen in deze zinderende hitte. Vol jaloezie kijk ik naar alle dure modellen die lawaai maken voor duizend: het zalige geluid van airco. De andere Toyota-busjes zijn ook aan het strugglen. Ik zie deuren en ramen wijd open staan. Gedeelde smart blijkt ook halve smart en ik duik onze zweethut terug in.

received_10155082696928932

Unfashionable greetings